'Die kapers zijn vast gaan staan'

Als minister was Dries van Agt in 1977 verantwoordelijk voor het ingrijpen bij de trein in De Punt. Hij herinnert zich niet alles, maar blijft erbij dat het niet de bedoeling was de kapers te doden.

Eén keer bezocht Dries van Agt (CDA), minister van Justitie tijdens de Zuid-Molukse treinkaping in 1977, het crisiscentrum waar zijn hoogste ambtenaren drie weken lang zaten. 'Om schouderklopjes te geven.'


Afgelopen zaterdag publiceerde deze krant uit de altijd geheim gebleven dossiers van de ambtelijke top over de aanval op de trein. Van Agt las veel feiten daar voor het eerst, zegt hij. Althans: de oud-bewindsman herinnert zich er weinig van. 'Het is ruim 36 jaar geleden en ik ben al 82. Deze twee zaken samen maken mijn geheugen lacuneus.'


Uw hoogste ambtenaar, directeur-generaal Fonteijn, wilde iedereen in de trein - kapers en gegijzelden - vergiftigen met een overdosis haldol of een ziekmaker in het eten om een aanval te vergemakkelijken.

'Fonteijn! Wij noemden hem Jacques. Een heel leuke man. Ik heb er geen herinnering aan, maar ik acht het waarschijnlijk dat hij zulke slimmigheden heeft bedacht. Want ik heb wel herinneringen aan de kinderen in die gegijzelde school, die daar schreeuwden door het raam: Van Agt, wij willen leven! Vreselijk.'


De schoolkinderen in Bovensmilde, die tegelijk met de treinpassagiers waren gegijzeld, werden na het eten plotseling ziek. Toen lieten de Zuid-Molukkers hen gaan.

'Daar zijn ook plannen gemaakt met gif. Die kinderen zijn ziek geworden, dus ik denk dat daar wel iets van uitgevoerd is. Dat is goed geslaagd. Zoiets zal wel bedacht zijn door die brave Jacques Fonteijn. Maar waarom dat bij de trein niet ook is gelukt, weet ik niet. Was het maar zo gegaan.'


Voor de aanval op de trein waarschuwden stafofficieren van de Bijzondere Bijstandseenheid (BBE): 'De consequentie van dit plan is dat naar alle waarschijnlijkheid de terroristen allen zullen worden gedood.'

'Dit is nogal wat. Wie heeft dit precies gezegd? Naar mijn beste weten is zoiets ons nooit meegedeeld. Ik kan me niet voorstellen dat we dan zo kordaat hadden besloten: we doen het. Wij rekenden op het risico van hooguit enkele doden. Het feit dat drie kapers het hebben overleefd: zouden dat dan drie wonderen zijn geweest?'


Zou het kunnen dat u deze waarschuwing niet kende omdat u maar één keer op het crisiscentrum bent geweest?

'Maar ik had op het crisiscentrum verder niets te zoeken. Ik zat bij de 'groep van vijf': premier Joop den Uyl en de andere ministers die betrokken waren bij de gijzelingen. Wij kwamen aan niets anders toe. Alle belangrijke informatie werd aan ons doorgegeven. Ik mocht erop vertrouwen dat wij de juiste informatie kregen.'


Het besluit voor de aanval was niet unaniem.

'Den Uyl was het niet eens met het besluit voor een aanval. Harry van Doorn (PPR; Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk werk, red.) ook niet. Dat is algemeen bekend. Dus het was 3-2. Den Uyl heeft wel meteen gezegd dat hij zich naar buiten toe zou gedragen als ondersteuner van het genomen besluit. Dat heeft hij volgehouden tot vlak voor het einde van zijn leven. Toen heeft hij in een interview het woord 'executie' gebruikt.'


Na afloop was het treinstel doorzeefd met kogels. Maar in de Tweede Kamer zei u: de zes kapers zijn geen van allen gedood 'door een regen van kogels.'

'Naar mijn beste weten was geen regen van kogels afgevuurd op de kapers. Dat is cruciaal. Er is vooral geschoten op de kop van de trein en dat kunnen heel veel kogels zijn geweest. Maar de centrale gedachte was: als die kapers zouden blijven liggen, zouden ze er ongedeerd uit kunnen komen. Gezien wat er is gebeurd, denk ik dat ze niet zijn blijven liggen. Ze zijn vast gaan staan.


'Wat ik toen in de Tweede Kamer heb gezegd, was de waarheid waarover ik toen beschikte. Ik houd voor 101 procent vast aan de uitspraak dat ons niet de intentie voorzat om kapers te doden. Daar ben ik zeker van. Dat is nog steeds waar.'


Heeft u de militairen die gingen aanvallen gevraagd welke intentie zij zelf hadden? Stafofficieren opperden om kaper Max P. te laten 'uitschakelen' door precisieschutters. Dodelijk geweld leek voor hen bespreekbaar.

'Nee, ik heb dat nooit gevraagd. Niet na afloop en tevoren ook niet. Dat liep langs de hiërarchische lijn. Wij communiceerden met de militaire leiding. Zij wisten dat wij niet de intentie hadden om kapers te doden. Dat was een essentieel element van onze bedoelingen. Wij gaven instructies en een militair houdt zich daaraan.


'Ik kan niet zeggen: de militairen hebben onze orders verkwanseld. Ik beticht daar niemand van. Zolang ik niet beter weet, houd ik vast aan het idee dat ze hoog schoten op de kop van de trein, niet pal op de vloer. Ik heb geen aanwijzingen dat die instructie is geschonden.'


Na uw vertrek als minister noteerde toenmalig hoofdambtenaar Ernst Hirsch Ballin met hoeveel kogels elke kaper was gedood: 44, 33, 28....

'Opgeteld 144 kogels, dat is een heleboel. Als ik dat toen geweten had, had ik de aantallen genoemd. Daar mag je de stijlfiguur van een kogelregen voor gebruiken. Maar altijd met de toevoeging dat het niet bestemd was om mensen te doden.'


Twee gegijzelden in de trein kwamen om door militaire kogels. Waarom heeft u dat niet verteld aan de Tweede Kamer?

'Ik denk dat er niet naar gevraagd is. Ik geef antwoord op wat er gevraagd is. Ik denk dat de mensen dachten: twee gegijzelden van de 51 dood, dat had relatief nog erger gekund.'


Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) verwijst nog altijd naar uw antwoorden in de Kamer uit 1977, waarvan u zelf aangeeft: dat had ik nu anders gezegd. Is het na 36 jaar niet eens tijd dat het echte verhaal verteld wordt?

'Moet ik nu zelf bij Opstelten aandringen een onderzoek te gaan doen? Ik laat het over aan het vrije spel der maatschappelijke krachten. Meer in het bijzonder aan wat het Nederlandse parlement juist en nodig acht.'


Hij leest de stukken nog eens over. 'Kgvn-procedure', zegt hij. 'Krijgsgevangenenprocedure. Dat vind ik zo'n fascinerend woord. Dat heb ik nog nooit eerder gelezen.'


Staat in het aanvalsplan. U heeft het aanvalsplan dus niet gelezen?

'O, dat zou best kunnen, dat ik dat nooit heb gelezen.' Dries van Agt is even stil. 'Nee wacht: ik herinner me niet dat ik het toen gelezen heb.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden