'Die jongens in het peloton moesten toch ook door?'

Peter van Uhm, begonnen als 17-jarige cadet, neemt deze maand afscheid als Commandant der Strijdkrachten (CDS). In zijn bijna 40-jarige loopbaan zag hij de wereld onveiliger worden en sneuvelde zijn zoon in Uruzgan. 'Het ene moment ben je de hoogste commandant, het andere lotgenoot en vader.'

'Ik begon als militair in een andere wereld. Oost en West stonden tegenover elkaar. Als een conflict zou uitbreken, zaten we als Europeanen allemaal in hetzelfde schuitje. De wereld is sindsdien onzekerder geworden, onveiliger, instabieler. De internationale afhankelijkheid is groter. Door de globalisering, maar ook door nieuwe dreigingen als terrorisme en cybercrime. Het gevoel dat deze ontwikkelingen ook effect kunnen hebben op Nederland, wordt helaas niet door iedereen beleefd. Terwijl er wel degelijk effecten zijn. Drugs uit Afghanistan komen naar Nederland, mensen die gevlucht zijn óók,' zegt 's lands hoogste militair Peter van Uhm (57).


Meer onveiligheid gaat gepaard met grote bezuinigingen op defensie. De verkiezingsprogramma's beloven nog meer ingrepen. Wat vindt u daarvan?

'Ik begrijp echt wel dat Nederland een financieel-economische crisis doormaakt. En dat defensie niet helemaal buiten schot kan blijven. Maar je moet wel de afweging maken of je geld wilt opbrengen voor de verzekeringspolis die de krijgsmacht is voor Nederland.'


Van Uhm haalt een foto uit een la. Een militair praat met twee kinderen die leunen tegen een hekje voor een Hollands huis. 'Kijk, dit is hoe de Nederlander denkt: veiligheid in zijn eigen tuintje; en een hek dat gevaar kan weghouden. Maar als dat kleine huisje nou Nederland is, en het hek de grens, dan houd je jezelf voor de gek. Mensen willen hun kinderen beschermen, maar zijn niet bereid te investeren in ons internationaal belang; in hun veiligheid op lange termijn. Defensie is een geliefd bezuinigingsobject.'


Ligt dat aan de krijgsmacht, die zijn waarde niet kan aantonen?

'Het rare is: toen ik kapitein was, zeiden mensen op het station 'moordenaar' tegen mij. Als je nu aan Nederlanders vraagt of ze militairen steunen, geeft zo'n 70 procent een positief antwoord. De Nationale Veteranendag is in vier, vijf jaar uitgegroeid tot een fenomeen. Maar de missies krijgen beduidend minder steun. Het blijkt moeilijk deze taken, die toch de reden vormen waarom we op aarde zijn, over het voetlicht te brengen. In de Afghaanse provincie Uruzgan hebben we naar mijn mening fantastisch werk verricht, maar in de media zag ik slecht nieuws geëtaleerd en het goede nieuws niet. Dan is het voor burgers moeilijk een goed beeld te vormen.'


U spreekt de media aan, maar wat te denken van politici die maandenlang ruziën over verlenging van de missie?

'Politieke discussies doen er zeker toe. Als er veel gesproken wordt over een missie - wel of niet blijven in Uruzgan, wel of niet naar Kunduz - zie je dat de steun van de bevolking daalt. Binnenskamers kan ik mijn mening geven, ik was bij het gros van de besprekingen van het kabinet. Niemand snoert me de mond. Als het over missies en bezuinigingen gaat wordt er serieus naar de CDS geluisterd, maar ik moet accepteren dat democratisch gekozen politieke leiders mij niet per se volgen. Als zwaardmacht zijn we het a-politieke middel dat doet wat de politiek van ons vraagt.


De Haagse werkelijkheid botst nogal eens met die 'in het veld'. De politietrainingsmissie in Kunduz moet per se civiel genoemd worden.

'Ja, dat is een beetje semantiek. De missie is neergezet als niet-militair, maar 500 van de 550 uitgezonden mensen zijn militairen. Die doen gewoon hun werk.'


De Kamer eiste dat Afghanen na hun training 'gevolgd' worden om te kijken of ze verkeerde dingen doen. Is dat geen illusie?

'De politieke leiding heeft een besluit genomen en daaraan het verhaal gekoppeld: we moeten die lui gaan volgen. Dat ga ik dan gewoon regelen. We verzamelen biometrische gegevens, bedenken registratiesystemen. Het moet wel uitvoerbaar zijn. En er zijn grenzen voor mij bij elke missie: als we de veiligheid van onze mensen onnodig in gevaar brengen doen we het niet. Dat is in Kunduz niet aan de orde.'


Is de krijgsmacht nog veelzijdig inzetbaar, zoals dat in Den Haag heet, of moeten we onze internationale ambities temperen?

'De krijgsmacht die we nu hebben kan een heleboel. Die is verrekt efficiënt. Ik durf de vergelijking met andere westerse krijgsmachten aan. Toen we in Uruzgan zaten zeiden de Amerikanen: you punch above your weight (jullie zijn boven je macht bezig). Dat vond ik onzin. We hebben, samen met mensen van Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking, hoge kwaliteit geleverd als lead nation van een provincie. Kwalitatief kunnen we ons meten met iedereen, maar we kunnen het niet zo lang volhouden als anderen.


'Alleen al doordat de krijgsmacht kleiner wordt kunnen we een langdurige en grootschalige missie als in Uruzgan niet meer aan. We hebben alle tanks afgestoten, we schrappen de Cougar-helikopters. Met minder capaciteiten zijn we minder veelzijdig. Zo simpel is dat.


'Of de bezuinigingen consequenties hebben voor onze internationale ambities? Die zijn niet hard gedefinieerd; je moet zoveel dit en zoveel dat. Maar als je minder hebt kun je óf minder dingen doen óf minder lang. We geven straks 1,2 procent van het nationaal inkomen uit aan defensie. Daarmee voldoen we niet aan de norm en zitten we in de onderste regionen van de NAVO.'


De bezuinigingen van het huidige kabinet leiden tot het verlies van 12 duizend banen. Wat betekent dat voor de mensen die er (nog) werken en voor uzelf?

'Zoveel banen weg... vroeger was dat ondenkbaar. Het doet me absoluut verdriet dat we van zoveel mensen afscheid moeten nemen. Je ziet niet alleen op de werkvloer, maar ook in de Haagse staven dat men worstelt met onzekerheid. Zet een paar mensen bij elkaar, geef ze een bak koffie, en ze praten over het eventuele verlies van hun baan. Thuis vragen kinderen of papa en mama straks nog wel werk hebben.


'We kennen het bezuinigingsbedrag (een miljard euro, red.) dat moet worden omgezet in concrete plannen. In sommige gevallen was het al snel duidelijk: tanks weg, alle mensen die daarbij horen zijn hun baan kwijt. Maar als we eenheden reorganiseren moeten we een heel traject volgen, inclusief overleg met de vakbonden. Mijn stelregel is: negatieve duidelijkheid ('voor u is er geen plek') is beter dan onzekerheid.'


Al een jaar of tien wordt er fors bezuinigd op defensie. Heeft u voor uzelf wel eens een vergelijking gemaakt met de jaren dertig van de vorige eeuw toen er ook alsmaar gesneden werd?

'Jazeker. Dan denk ik aan de ervaring en de levenslange frustratie van mijn vader, een boerenzoon die goed kon schieten. Met het geweer dat hij in 1940 kreeg kon hij de overkant van de rivier niet halen. Maar er is een wereld van verschil tussen de toenmalige situatie en het materieel dat we nu hebben en de professionaliteit van mijn mensen.'


Heeft u wel eens overwogen op te stappen?

'Ik werd wit om m'n neus toen ik hoorde dat er een miljard bezuinigd moest worden. Wat dacht je dan? Ik heb me telkens afgevraagd of ik iets voor m'n rekening kon nemen. Ik zit er nog, en draag mijn functie zoals gepland eind deze maand over. Daaruit blijkt de afweging die ik heb gemaakt.'


Op zijn eerste werkdag als Commandant der Strijdkrachten, 18 april 2008, kreeg Peter van Uhm het bericht dat zijn zoon Dennis was gesneuveld. Het voertuig van de 23-jarige luitenant reed in Uruzgan op een bermbom.


'Veel mensen hebben tegen mij gezegd: wat dapper van je. Dat je door bent gegaan na het verlies van je zoon. Dan denk ik: hoezo? Had ik dan alles moeten verloochenen waar ik mijn hele leven in had geloofd? Waar Dennis in geloofde? Ik geef toe, in een eerste opwelling dacht ik ook: jongens, ik kap ermee. Diezelfde avond nog stelde een journalist op tv dat ik moest stoppen. Ik zou niet meer kunnen functioneren. Ik begon na te denken. Mijn gezin en ik zaten in een diep dal. Maar dat gold ook voor mijn soldaten in Afghanistan, voor de jongens van zijn peloton. Die moesten toch ook door? Ik zat in de luxe positie dat ik kon zeggen: ik doe niet meer mee. Dat druist in tegen alles waar je als leidinggevende in deze organisatie in gelooft. Waar mijn zoon in geloofde. Dus eigenlijk had ik geen keus.


Op mijn eerste werkdag als commandant der strijdkrachten liep ik 's ochtends deze kamer binnen. Mijn plaatsvervanger stond mij op te wachten. Dan weet je al, er is iets goed mis. Ga eerst zitten, zei hij, waarna ik hem hoorde vertellen dat er twee slachtoffers waren gevallen: Mark Schouwink en mijn zoon Dennis. Plus twee zwaargewonden.


Er ging van alles door mijn hoofd. Uit ervaring wist ik dat de eerste melding nooit helemaal accuraat is. De slachtoffers zouden in een pantservoertuig hebben gezeten. Dat kon niet kloppen. Ik had met mijn zoon gesproken over hoe je het beste leiding kunt geven als pelotonscommandant. En dat was niet vanonder uit een pantservoertuig. Dus ik zei: of het is mijn zoon niet, of het is een andere wagen. Ga maar terug, want met dit verhaal ga ik niet naar mijn vrouw. Toen wachtte ik af als een dood vogeltje achter mijn bureau. Na een tijdje kwam hij terug met de directeur operatiën. Peter je hebt gelijk, zei die, maar het is wel je zoon. Hij zat in een open terreinwagen.


Het was zo onwerkelijk. Ik reed naar mijn vrouw die in Den Haag was blijven slapen na de overdrachtsceremonie. Mijn dochter en de vriendin van Dennis zaten allebei in het buitenland. Dus die hebben we het over de telefoon moeten vertellen. Toen die meiden terugkwamen, hebben we elkaar maar bij de hand gehouden. Zijn vriendin Lieneke kennen we al sinds de middelbare school. Ze is nu als een dochter voor ons. We zijn dit weekend nog bij haar geweest.


Tegen mijn mensen hier heb ik gezegd: maak van mijn probleem niet jullie probleem. Zeg gewoon wat er gezegd moet worden. Loyaliteit is drie keer nee durven te zeggen tegen je baas. Dat was altijd mijn stelregel. Voor de zekerheid heb ik extra tegenspraak ingebouwd. Ik wist dat ik soms een besluit moest nemen dat hiermee te maken heeft. Moet ik geld steken in schepen, vliegtuigen of in nieuwe spullen tegen bermbommen? Twee officieren die mij goed kennen, kregen dan het dossier mee, met het besluit dat ik van plan was te nemen. Hun opdracht: lees het en vertel me morgen of ik niet door emotie word gedreven. Ik kan mij niet herinneren dat ze ooit hebben gezegd: Peter, je zit er helemaal naast.


Ik kan hier nog steeds geen foto van mijn zoon hebben. Echt niet. Nee, dat trek ik niet, dan ga ik stuk. Ik heb daar mijn manier op gevonden. Kijk, daar op mijn vensterbank ligt een sabel. (Van Uhm staat op en pakt het glimmende wapen met een gouden leeuwenkop op de greep-red). Dit is mijn officierssabel die ik kreeg toen ik afstudeerde aan de KMA (koninklijke militaire academie-red). Toen mijn zoon luitenant werd, ben ik naar de juwelier in het dorp gegaan om mijn naam erin te laten graveren en de datum waarop ik officier was geworden. Daaronder de naam van Dennis en de datum van zijn beëdiging. Dat was zo'n mooi vader en zoon moment. Ik word nog steeds emotioneel als ik daaraan terugdenk.


We waren met zijn tweeën en ik zei dat ik trots op hem was. Ik gaf hem deze sabel met de woorden: hiermee is een traditie geboren. Dennis keek me aan en begon te lachen. Hij begreep de serieuze ondertoon - zorg dat je kinderen krijgt en dat ze militair worden - maar hij wist ook dat ik een geintje maakte. Typisch familie Van Uhm. Nou..., en nu heb ik de sabel weer terug. Dat was natuurlijk nooit de bedoeling. (Van Uhm zet de sabel behoedzaam terug in zijn vensterbank). Dit is dus mijn manier om, ....dit kan ik nog net hebben.


De toekomst zal uitwijzen hoever ik nu ben met de verwerking van ons verlies. Maar het feit dat ik nu alweer emotioneel word, betekent dat ik er nog lang niet ben. Thuis hebben wij een mooie kist met honderden brieven en duizenden kaarten die wij hebben gekregen. Uit heel Nederland, echt. Die hebben wij in een roes gelezen. Ik zou niet meer weten wat erop staat. Die dingen moeten we ooit nog een keer lezen. We hebben er bewust voor gekozen dat niet te doen, zolang ik in functie ben. Dan ben ik gewoon van de leg. En niet voor een dag, vrees ik. Dus nee, we zijn er nog niet. We zijn met z'n vieren, maar ieder verwerkt het op zijn eigen manier. Het is een evenwichtskunst. Je moet elkaar bij de hand houden en de ruimte laten. Soms sta ik voor zijn foto. Ja, daar sta ik dan vijf minuten.


Als commandant heb ik ook veel nabestaanden bezocht. Nadat Dennis een slachtoffer werd is mijn vrouw ook meegegaan op dat soort bezoeken. Dat waren surrealistische ontmoetingen. Op het ene moment ben je de hoogste commandant, op een ander lotgenoot en vader. Dat loopt allemaal door elkaar in die gesprekken. Ik hoop maar dat wij die mensen hebben kunnen helpen. Zij hebben mij niets verweten. Dat heb ik althans nooit bespeurd. Ook niet voordat ik mijn zoon verloor.


Dennis was geen kind voor binnen. Daarom ligt hij nu op de erebegraafplaats bij Loenen. Daar ligt hij buiten in het bos, dat vond hij altijd schitterend. Op de erebegraafplaats komen ook schoolklassen langs die dan ontdekken dat daar niet alleen maar slachtoffers van de Tweede wereldoorlog liggen. Dat ook de hedendaagse jeugd nog bereid is dit soort dingen te doen. Dat vonden wij nog wel waardevol om aan anderen te laten zien.


Ik houd alle ideeën voor nieuwe functies af. Mijn leven bestond afgelopen jaren uit werken en slapen. Vaak was ik alleen in het weekend thuis, maar dan trok ik wel weer twee tassen open. Om de volgende week voor te bereiden. Ik las alleen boeken voor mijn werk, ik sportte als ik kon, niet als ik zin had. Mijn gezin heeft me altijd gesteund en daar ben ik dankbaar voor. Maar er moet nu een andere balans komen in ons leven. Meer tijd voor elkaar. We gaan weer terug naar Nijmegen waar we allebei vandaan komen. Ik ga mijn kop leegmaken. Dennis zal altijd in ons hart zijn. We hebben besloten onze blik vooruit te richten.'


'Nederland houdt zich voor de gek'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden