Column

'Die jongen met zijn mooie praatjes zegt vervolgens: 'Welnee, ik deug op veel vlakken totaal niet''

Columnist Johan Fretz eet kip zonder zich te bekommeren om dierenleed, terwijl hij weet dat het niet juist is. 'Op andere terreinen ben ik wel idealistisch. Dat is de grilligheid van de mens en die koester ik.'

Beeld epa

In een interview dat ik gaf aan Trouw - in een serie aan de hand van de tien geboden - kwam op een zeker moment het gebod Gij Zult Niet Doden voorbij. Toen provoceerde ik de boel. Kort samengevat zei ik: 'Ik houd van kip en het maakt mij niet zoveel uit hoe de kip aan het einde van haar leven is gekomen. Er zijn zoveel dingen aan de hand in de wereld dat ik me hier niet druk om maak. Ik zeg niet dat je je moet neerleggen bij hoe het is, maar ik heb niet de indruk dat ik op elk terrein deug. Ik wil niet vastgepind worden in een hokje. Koester de grilligheid in jezelf. ' Einde fragment.

Twee weken later heb ik het aan de stok met mensen uit de wereld van het dierenactivisme. In mijn inbox staan boze mails en berichten waar de honden (no pun intended) geen brood van lusten.

Maar gelukkig waren er ook fijnzinniger geluiden, zoals van dierenactivist Bernd Timmerman. Met hem raakte ik in een interessante mailcorrespondentie verwikkeld. Hij stuurde me een mooi interview mee over zijn drijfveren. Hierin plaatst hij de dierenrechten in een breder perspectief van verworvenheden van de verlichting en de moderniteit en dus als een wezenlijk onderdeel van zaken die beschermd dienen te worden. Timmerman verwijt mij vooral immoreel gedrag.

Immoreel
Wel, ik eet vlees en lig niet wakker van het lot van de kip. Is dat immoreel? Jazeker. Alleen: dat wist ik al. Dat gaf ik juist eerlijk toe. In het interview plaats ik moreel falen tegenover oprecht idealisme. Eerst wordt de lezer uitgedaagd te denken: 'Die jongen met zijn mooie praatjes over een betere wereld denkt zeker dat hij het morele gelijk aan zijn zijde heeft.' En vervolgens zegt die jongen: 'Welnee, ik deug op heel veel vlakken ook totaal niet.'

Het gevaar als cabaretier is überhaupt dat het aankaarten van morele vraagstukken snel kan doorslaan in alwetend moralisme. De beste cabaretiers leggen in mijn ogen ook hun eigen falen bloot. Theo Maassen fileert Nederland, maar ook altijd zijn eigen moraal. Politici doen dat weinig. Die pretenderen nogal eens het morele gelijk altijd aan hun zijde te hebben. Zonde.

Ook iemand die enerzijds idealen verkondigt en daarnaar probeert te leven, kan op andere terreinen moreel volledig falen. Ook als hij een idealistische politieke kandidaat zou zijn. De eerste mens die altijd het moreel juiste doet, moet nog worden geboren. Ik permitteer het mij om kip te eten zonder me te bekommeren om dierenleed, terwijl ik weet dat het eigenlijk niet juist is. Op andere terreinen ben ik wel idealistisch. Is dat met elkaar te rijmen? Blijkbaar deugt de mens even vaak wel als niet. Dat is zijn grilligheid en die koester ik inderdaad.

Tegenstrijdigheden
Laten wij wat vaker erkennen dat we vaten vol tegenstrijdigheden zijn. Juist dat maakt de mens in al zijn onvolmaaktheid zo fascinerend. Met het koesteren van die eigen grilligheid bedoel ik echter niet: jezelf een vrijbrief geven om onverschillig te blijven handelen. Ik ben er alleen van overtuigd dat je juist door je eigen morele falen onder ogen te zien, kunt beginnen naar het goede te streven.

Idealisme zonder de erkenning van de wredere realiteit of de menselijke zwakte, dat zou pas onverschillig zijn. Aan elke grote verandering gaat verandering van bewustzijn vooraf. Op het gebied van dierenleed kun je dus zeggen dat er bij mij en veel anderen nog een bewustzijnsverandering zal moeten plaatsvinden, voor we ons immorele gedrag veranderen.

Lui uitruilen van idealen
Het veranderen van gedragspatronen kost tijd, energie en vergt bovendien de moed en wil van andersdenkenden om nader tot elkaar te komen, in dialoog te gaan en daar waar mogelijk nieuwe uitgangspunten te formuleren. Het vergt meer dan slechts het luie uitruilen van idealen, zoals we dat momenteel in de politiek zien. Dan krijg je: jij mag een koe slachten, dan krijgt die vluchteling waar ik zo om geef zijn verblijfsvergunning. Dan hobbelen we alleen maar richtingloos voort, als een kip zonder kop eigenlijk.

Beter zoeken we soms de frontale botsing op. Laten we middels provocatie, kunst, opinie en debat de grilligheid van de mens zien, de spanning tussen verschillende idealen, morele standpunten en keuzen. Dat is geen eindpunt, maar een vertrekpunt. Om vervolgens verder te komen, hebben we zeker meer nodig dan venijnige provocaties van cabaretiers, maar ook meer dan eenkennig fanatisme van activisten. Om te beginnen de bereidheid te willen begrijpen wat de ander beweegt.

Johan Fretz is cabaretier en schrijver.

 
De beste cabaretiers leggen in mijn ogen ook hun eigen falen bloot. Theo Maassen fileert Nederland, maar ook altijd zijn eigen moraal. Politici doen dat weinig
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden