Column

Die hekjes zijn een bumperfuik

Ik heb nu voor de derde keer mijn bumper kapot getrokken op een stom hekje. Je weet wel, zo'n hekje, zo'n rail van twintig centimeter hoog die je ziet langs alle Hollandse grachten. Hoewel, ziet; je ziet 'm nu juist níét. Dat is net de grap. Waarschijnlijk was de gedachte dat het een lelijk gezicht zou zijn om paaltjes op al die mooie oude kades te plaatsen. Maar als je er niks zou neerzetten, loop je het risico dat de hardwerkende Nederlander zijn wagen in de plomp parkeert en boos wordt op hullie van de overheid die daar niks tegen doen, hetgeen ongetwijfeld vaak zal zijn gebeurd vóór het hekje er stond.

Dus werd er gekozen voor een volkomen onzichtbaar hekje, niet hoger dan waar je enkel overgaat in je scheenbeen. Struikelhoogte zeg maar. Waarschijnlijk heeft een commissie van Veilig Verkeer Nederland zich gebogen over het ontwerp van het hekje en geconcludeerd dat deze hoogte ideaal zou zijn voor 95 procent van de auto's. Alleen hele hoge zouden er overheen kunnen rijden, en alleen hele lage zouden er tegenop kunnen botsen.

Maar die auto's er tussenin dan? Daar heb ik er een van. Waarvan de bumper er nu dus voor de derde keer af ligt.

Hoewel, bumper, bumper: een bumper is een rubberen band om je auto waarmee je zonder schade tegen dingen op kunt bumpen. Het woord zegt het al, eigenlijk. De afgelopen twintig jaar is de bumper echter weggesaneerd door een gecoördineerde campagne van de designfetisjisten, de lakschadebranche en de uitdeukmaffia. Nu heb ik een ding voorop mijn auto waarmee je niks mag aanraken, in krasgevoelige 'carrosseriekleur', met parkeersensoren, mistlampen en andere dure shit die niet kapot mag. De bumper dus hè? De plek waarmee je bumpt. Tegen trekhaken en hekjes. Logischer zou zijn om zo'n ding voorop een wildweststoomlocomotief te lassen. Of dat geval voorop een bulldozer. Weet je, één of twee rubberen nopjes had ik al heel wat gevonden. Maar nee dus.

Die hekjes zijn een bumperfuik voor mijn auto. Dat komt omdat ik een voorkomende en attente automobilist ben: ik wil, wanneer ik mijn auto visgraat-parkeer naar de gracht, niet de kont van mijn auto op straat asociaal laten uitsteken, dus steek ik zo diep mogelijk in. Het hekje weet dat en laat moeiteloos mijn neusbumperding over zich heen glijden zonder mij daarvan te verwittigen. Daarna heeft het hekje uren de tijd zich te verkneukelen op het moment dat ik weg wil rijden. En ja hoor: wil ik uitparkeren, dan houdt het mijn bumper vast met de verbetenheid waarmee een hond zijn rubberen bot vasthoudt . Dat merk ik overigens niet onmiddellijk, ik denk eerst dat er een hobbeltje of een stoepje is waar mijn banden overheen moeten; niets wat een extra dotje gas niet kan oplossen. Pas als ik 'Rrrrasssskkkggiepknars!' hoor, weet ik: daar stond weer zo'n hekje.

Moet ik nu:

a) de gemeente aanklagen?

b) mijn verzekering gebruiken in de wetenschap dat ik de rest van mijn leven extra moet dokken?

c) een sigaar opsteken en lachen om de wrede capriolen van de schikgodinnen? 'Hahaha!'

d) een chagrijnige column schrijven die reacties zal uitlokken à la: 'Kijk dan ook uit je doppen' of 'Moet je maar niet in 020 wonen roflol'.

Ik heb gekozen voor d, nadat ik het halve land ben overgestoken met een loshangende non-bumper in niet-meer-carrosseriekleur.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.