Die heerlijke Hollandse duynen

Het wonderlijkste is nog wel dat er zo weinig is veranderd. Op deze zondagmiddag in de Kennemerduinen duurt het niet lang voordat ik stuit op een prent van Claes van Beresteyn uit 1650; landschap met een groep eiken en een rustende man. Nou ja, de rustende man ontbreekt, maar die is ook nauwelijks te ontwaren in de ets van Van Beresteyn, hij valt zowat samen met de bladeren en de stammen van de kromgegroeide eiken. Dit soort eiken staat nog volop in sommige delen van de duinen bij Haarlem.


Het lijkt wel alsof Huigen Leeflang, conservator prenten van het Rijksmuseum, zijn selectie van duinlandschappen die sinds deze week de mini-expositie De Hollandse Wildernis vormen, heeft gemaakt op basis van de overeenkomsten tussen toen en nu. Met de nadruk op de beleving van de duinen en het strand, die in al die eeuwen nauwelijks is veranderd.


Zo stuit je zomaar op een gestrande potvis, op het stand tussen Noordwijk en Zandvoort, niet uit 2011, maar uit 1629, op een gravure van Cornelis van Kittensteyn, naar een werk van de Haarlemse landschapsschilder Pieter de Molijn. Om het enorme beest staan wetenschappers, die de potvisontleden en honderden nieuwsgierige stedelingen die naar het strand zijn getrokken vanwege het spektakel. Zelfs de strandtenten ontbreken niet.


Huigen Leeflang moest wel heel hardvochtig kiezen uit de collectie duinlandschappen van het Rijksmuseum - 'Er is zoveel meer' - en zijn ontdekking dat de duinen en het strand ook in de 17de eeuw al diende als recreatiegebied, speelde een rol bij zijn keuze. In een studie die Leeflang al in 1997 deed naar de landschapskunst rond Haarlem, tekende hij op dat Graaf Albert al in 1390 de eerste officiële recreatiezone van Holland, en vermoedelijk van Europa, openstelde, even buiten de stadsgrenzen van Haarlem. Later, toen Haarlem in vele opzichten voorbij werd gestreefd door Amsterdam en Leiden, profileerden Haarlemse stadsdichters hun stad en omgeving als 'mooiste en gezondste' van Holland.


En inderdaad, in het natte Holland werden de duinen een aangenaam toevluchtsoord voor burgers uit de overvolle steden. Vanuit Amsterdam trokken mensen op zondag met de trekschuit of lopend naar de 'Hollandse bergen', die golden als vrijplaats, maar ook als een wonder van Gods schepping.


Dat landschap is, en dat is bijzonder, nog altijd redelijk ongeschonden. Met een beetje goede wil kun je zeggen dat de duinen het best bewaarde landschap van Nederland zijn. De duingronden waren - en zijn - niet geschikt voor landbouw, en zijn dus altijd onbewerkt gebleven, terwijl er zich langs de kust almaar nieuw zand ophoopte. Zo werd de duinstrook breder, soms wel 5 kilometer.


Al veranderde wel iets. In de 19de eeuw werden er dennenbossen aangelegd voor de houtwinning en in de binnenduinen plantten landgoedeigenaren eiken- en beukenbossen. Natuurbeheer werd nog later uitgevonden, nodig geworden vanwege de grondwateronttrekking en de verzuring van de lucht. Het bewaren van het ideaalbeeld van het duin vergt tegenwoordig inspanningen van man-en-machtachtige proporties.


Maar dan heb je ook wat: duinen die nog herkenbaar zijn in de tekeningen en prenten uit de 17de eeuw.


Jammer alleen van die bomen. Het is nog eens een studie waard om de uitkijkpunten te traceren vanwaar al die prenten, bijvoorbeeld Rembrandts Gezicht op Bloemendaal met het landgoed Saxenburg zijn getekend. Want vanuit de duinen is de kerktoren van Bloemendaal en het profiel van Haarlem nu niet meer te ontwaren vanwege de bomenrijen. Extra verwarrende factor; de afdruk van de ets van Rembrandt geeft het panorama in spiegelbeeld weer.


In de schaarse literatuur over het landschap rond Haarlem en de Haarlemse landschapsschilders die vanaf 1600 de duinen introkken, wordt vaak melding gemaakt van de Witte Blink. Maar op de plek die nu De Blink wordt genoemd, diep in de duinen, is van een weids panorama over het binnenland geen sprake. Tegenwoordig is een uitzichttorentje nodig, bij het kopje van Bloemendaal, om de wijde omtrek te zien. Als ik later bij restaurant Kraantje Lek De Blinkert beklim, omdat ik vermoed dat ook dit een punt was van waaraf de landschapsschilders werkten, zie ik op het hoogste punt niet meer dan een flatgebouw en de puntjes van de torens van de veel later gebouwde katholieke Sint Bavo Basiliek boven de bomenrijen.


'Het duingebied is de geboortegrond van de Nederlandse landschapskunst', zegt Huigen Leeflang, en dat is dan ook de belangrijkste legitimatie voor de expositie, die in feite een uitvloeisel is van de studie die Leeflang eerder deed naar de Hollandse landschapsschilderkunst uit de 17de eeuw. Die speelde zich vooral af rond Haarlem. Cornelis en Frederick Vroom, Gerrit Bleker, Jan van de Velde, Pieter Molijn, Hendrick Goltzius, Rembrandt, Salomon van Ruysdael, Jan van Goyen, Jacob van Ruysdael, Gerard ter Borch de Jonge, allemaal legden ze de duinen, of het zicht vanaf de duinen vast.


Het burgerlijke buitenvermaak, zoals het rondrijden in 'speelwagens', het bezoek aan plattelandsherbergen, dorpskermissen en het wandelen, was daarbij een favoriet onderwerp. In het relatief veilige Hollandse platteland werd toen al eindeloos gewandeld, terwijl in andere Europese steden de inwoners wel twee keer uitkeken voordat ze de stadsgrenzen verlieten. Populaire attractie in de duinen: de linnenblekerijen. Vanwege het schone duinwater waren de duinen ideaal voor het wassen en bleken van linnen. De Amsterdamse dichter Hendrick Spiegel beschreef in 1600 hoe hij zijn wasgoed achterna liep naar een Haarlemse blekerij. Veel schilders, zoals Gerbrand van den Eeckhout, legden de uitgestrekte bleekvelden met witte lakens vast.


Maar er bestonden ook andere opvattingen over de landschapsbeleving. De meest uitgebreide beschrijving van het landschap rond Haarlem in de 17de eeuw staat op naam van de doopsgezinde leraar Jan van Westerhoven, in zijn boek Den Schepper Verheerlijkct in de schepselen. Van Westerhoven, lid van dezelfde 'gemeente' als Jacob van Ruisdael, ziet de duinen als een wonder van de schepping. Van Westerhoven voert drie vrienden op die de duinen ieder op hun eigen manier beleven. De Amsterdammer in het gezelschap vindt het landschap maar stil en saai en onder buitenrecreatie verstaat hij 'gezellig samen rondtoeren op wagens of paarden, lachen, spelen op fluit, hobo en viool, het drinken van wijn, het eten van vis en het liefkozen van vrijsters.'


Daar denkt een van de Haarlemmers heel anders over. Hij beweert, staande op een duintop, dat alles wat men in de wereld beschouwde als wonderen in de omtrek van 4 mijl rond Haarlem kan worden gevonden. Het landschap moet daarom vooral stil en aandachtig worden waargenomen met de ogen, zonder er lichamelijk genot te zoeken.


Die religieuze visie op het duinlandschap heeft geleid tot nogal wat prenten waarop de duinen hoger en imposanter zijn afgebeeld dan ze in werkelijkheid waren, waaruit maar weer eens de nietigheid van de mens blijkt, in het licht van de grootsheid van Gods natuur. Het lijkt erop dat Jacob van Ruisdael is beïnvloed door zijn geloofsgenoot Van Westerhoven, zo vermoedt Huigen Leeflang, die eerder De natuurvan Jacob van Ruisdael publiceerde. De figuren op Ruisdaels schilderijen wandelen in stilte en eenzaamheid, precies zoals Van Westerhoven propageert. Het zijn kleine figuren bovendien, die lijken op te gaan in het landschap. Van recreatieve taferelen is geen sprake, net zo min als van romantiek of melancholie. De ets Een boerderij in de duinen, van de toen nog jonge Van Ruisdael roept vooral een donkere, onheilspellende sfeer op.


Wonderlijk is het, opnieuw, dat die oude tegenstellingen over het gebruik en de beleving van de duinen, nog altijd bestaan, in moderne varianten. Op deze zondagmiddag wordt er volop gespeeld, gesport, gefietst en gelachen en vermoedelijk ook gevreeën in de duinen, terwijl de strandtenten vollopen en de exploitanten ervan uitkijken naar een uitbundig hoogseizoen. Maar diep in de duinen tref ik eenzame wandelaars en natuurliefhebbers. En het protest tegen meer fietspaden of recreatieve voorzieningen klinkt ieder jaar weer luid bij stilte-en rustzoekers.


De potvis aan het strand werd in 1629 niet alleen beschouwd als bron van vermaak, maar ook als een slecht voorteken betreffende Gods toorn. De vissen die tegenwoordig aanspoelen gelden als een voorbode van klimatologische en ecologische rampspoed. Het godsbesef ontbreekt, maar de religieuze dimensie is nooit ver weg.


Dat doet verlangen naar een drankje, op het terras van Kraantje Lek. .


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden