Die club moet verder

Scepsis in theaterland: Joop van den Ende, koopman in illusies, gaat het podium bespelen van Theu Boermans' Theatercompagnie. Houdt Boermans uitverkoop van zijn idealen?...

Zo'n tien jaar geleden kwamen ze elkaar tegen, zomaar op het strand van het Griekse eiland Chios. Met hun vrouwen op vakantie: Theu Boermans, artistiek leider van De Trust, en Joop van den Ende, toen nog televisiemagnaat en theaterproducent.

Boermans had zojuist een voormalig zwembad in Amsterdam gekraakt om daar een eigen theater te vestigen. Van den Ende verdiende met zijn tv-werk zoveel geld dat hij zijn droom kon waarmaken: Nederland voorzien van musicals, en van commercieel toneel met sterren uit eigen stal.

De heren hebben in zwembroek in een eenvoudige taverne staan praten over hoe het met het theater in Nederland zou moeten. Nu, tien jaar later, werken de keizer van het commerciële theater en de koning van het gesubsidieerde toneel voor het eerst samen: in oktober brengt Joop van den Ende Theaterproducties het toneelstuk Requiem voor een Zwaargewicht uit, in Boermans' Compagnietheater.

Deels noodgedwongen, dat wel. Boermans' Theatercompagnie - vorig jaar voortgekomen uit een fusie van De Trust en Art & Pro; - raakte in financiële problemen. Van den Ende wilde helpen. Over het hoe en wat praten Boermans en Van den Ende in het kantoor van de laatste op het Amsterdamse Museumplein. Een comfortabele stadsvilla, gemeubileerd met Pierre Paulin-stoeltjes. Aan de muur trofeeën die getuigen van een succesvol cultureel ondernemersschap: Tony Awards, Laurence Olivier Awards, een oorkonde ondertekend door burgemeester Giuliani van New York. En een penning met de beeltenis van Ko van Dijk.

Boermans: 'Een van mijn eerste stappen in het acteursvak, was in een productie van Joop: de Pagnol-trilogie die Willy van Hemert voor de televisie maakte. In de aflevering Marius speelde ik de kleinzoon van Ko van Dijk.' Van den Ende: 'Jij hebt later ook een rol in Spetters gespeeld. Dus toen al had ik een neus voor kwaliteit.'

'Ik ben voor gesubsidieerd toneel', zegt Van den Ende. 'Ik hoef het zelf niet te maken, maar ik sta er achter. Toen Theu bij me kwam met de vraag of ik hem kon helpen, dacht ik meteen: die club moet verder.'

Boermans' voorstel het Compagnietheater aan Van den Ende te verkopen, werd afgevoerd. Van den Ende: 'Dat gebouw moet bij jullie blijven. Theu moet als artistiek leider zelfstandig zijn. Het bedrag dat De Theatercompagnie nodig had, is geleend door de VandenEnde Foundation. Nu Theu minder moet gaan produceren, zou het theater een aantal maanden per jaar leeg komen te staan. Toen heb ik voorgesteld het theater te huren, en hebben we samen gepraat over wat er gespeeld zou kunnen worden.'

Aldus werd als eerste Van den Ende-productie in het Compagnietheater Requiem voor een Zwaargewicht gekozen, een op en top Amerikaans stuk van Rod Serling uit 1956. In Nederland werd het destijds een legendarische voorstelling, met Ko van Dijk als de uitgerangeerde bokser die in handen van foute managers valt, maar uiteindelijk alle kwaad trotseert. Van den Ende zocht al langer naar een stuk voor Victor Löw, een acteur in wie hij iets van de jonge Ko van Dijk meende te ontwaren - 'eenzelfde soort speeldrift'.

Zo valt altijd alles op zijn plaats. Aan Requiem voor een Zwaargewicht, te regisseren door Mark Rietman, doen naast Victor Löw, Johan Ooms en Hugo Metsers ook Compagnie-spelers als Jappe Claes en Harry van Rijthoven mee.

Van den Ende: 'Ik breng deze productie onder in een aparte stichting, en ik weet nu al dat er geld bij moet. Ook als het drie maanden vol zit, is er een verlies van tonnen, omdat er zo'n veertien mensen aan meewerken. Waaruit maar weer eens blijkt hoe nodig die subsidies voor toneelgroepen zijn.'

En waarom hij dat allemaal doet? 'Omdat in dit kleine k.u.t.-landje de bekrompenheid kennelijk zo groot is dat anderen niet helpen.' Hij heeft respect voor Boermans' 'creatieve toneelleiderschap', en dat is 'niet slijmerig of pathetisch bedoeld'. Joop moet er wel 'iets bij voelen'. Zo is hij op een eerder verzoek om De Appel in Den Haag te helpen niet ingegaan.

Voor Boermans was de stap naar Van den Ende minder groot dan menigeen dacht. Dit was voor hem de enige mogelijkheid, of er zou een 'groot restaurant' in het theater moeten komen. Bovendien waren er al contacten. Van den Ende huurde eerder in de zomer het Rozentheater voor een kleine musical. Boermans werd al eens benaderd voor een musicalregie. De 'rigide scheiding' tussen wat commercieel theater is en wat gesubsidieerd, moet maar eens verleden tijd zijn, vinden beiden.

Boermans: 'Ons toneelbestel dateert van vlak na de oorlog, en is volstrekt achterhaald. In Amsterdam zou één groot stadsgezelschap moeten komen dat zijn succesvoorstellingen zo lang mogelijk doorspeelt. Daarnaast ben ik groot voorstander van een nationaal reisgezelschap dat, in samenspraak met de schouwburgdirecteuren, grote reisproducties uitbrengt.'

Van den Ende: 'Ik heb gekozen voor de commerciële kant van het vak. Theu voor het artistieke. Maar het gaat erom dat je theater wilt maken, en dan is het leuk als dingen elkaar raken. Dat betekent nog niet dat je meteen met elkaar in bed moet gaan liggen.'

Boermans: 'In Nederland is ensemblevorming in het slop geraakt. Door die versnippering is bijna niemand nog in staat de grote klassieke stukken optimaal te bezetten. En dat zou je van het gesubsidieerde theater toch op zijn minst mogen verwachten.'

Van den Ende: 'Voor mij geeft Martijn Sanders van het Concertgebouw een goed voorbeeld van hoe een commerciële aanpak artistiek helemaal verantwoord is. Artistieke vrijheid is daar het uitgangspunt. Als de commercie bij de kunst komt, gaat de commercie alles bepalen, wordt er vaak geroepen, maar dat is echt geouwehoer.'

Daarom is volgens Van den Ende de keuze voor Requiem voor een Zwaargewicht ook zo 'goed doordacht'. 'Ik heb tegen Theu gezegd: blijf alsjeblieft in de buurt, het is jouw theater en ik wil daar niet iets brengen dat net zo goed in het Nieuwe de la Mar had kunnen staan. De voorstelling moet passen in het profiel van dat gebouw. Er komt een groot projectiescherm, en veel scènewisselingen, die vragen om een open ruimte. Ik denk dat dit een voorstelling wordt die de mensen zal verbazen. Het Compagnietheater is prachtig, hoewel ik graag twee van die zuilen zou weghalen. En ik laat er in ieder geval een rij stoelen bij zetten.'

'Die bokser wordt verrot geslagen', zegt Van den Ende, 'maar blijkt toch meer kloten te hebben en intelligenter te zijn dan iedereen dacht. Uiteindelijk overwint hij de rotzooi om hem heen. Dat vind ik een oergegeven, waar we iedere dag mee te maken hebben, iedere dag. Ik ook.'

De samenwerking is in theaterkringen met scepsis begroet. Boermans zou zijn ziel aan de duivel hebben verkocht. Van den Ende, van wie wordt beweerd dat hij zijn leven lang al naar waardering zoekt, zou nu proberen met geld goede sier te maken in serieuze toneelkringen.

Boermans: 'Ja, met deze deal zou de uitverkoop van onze idealen zijn begonnen. Ik vind dat illustratief voor de kortzichtigheid van het toneelwereldje. Het probleem is dat wij al die jaren eigenlijk nooit commercieel hebben hoeven denken, wij lopen wat dat betreft achter. Nu is het ineens of Faust zijn ziel aan Mephisto verkoopt.'

Van den Ende: 'Joop koopt zijn waardering - zes jaar geleden zou zo'n opmerking mij pijn hebben gedaan. Nu vind ik het alleen maar dom. Theu had problemen, Theu vraagt me te helpen, wij hebben op een goede manier zitten brainstormen. Ik heb mijn zakelijk instinct, hij zijn artistieke waarde, hoe kunnen we hier uitkomen? Dat is het, en anders niet. Dan komt het echt niet in me op dat ik zonodig het Compagnietheater wil bespelen om mijn ego te strelen. Als ik dat zou willen, zou ik bij alle projecten die vanuit de VandenEnde Foundation worden ondersteund op de eerste rij zitten. Ik zit nooit op de eerste rij.'

De Koopman in Illusies, dat was de titel van een tentoonstelling in het Theater Instituut die aan Van den Ende werd gewijd. Maar de koopman is inmiddels ook mecenas. Zijn Foundation richt zich vooral op 'betere marketing' in de kunst, op een breder publieksbereik. Zelf wil hij zich meer en meer ontplooien als adviseur in die richting. Intussen blijft hij theaters kopen. Niet alleen in het buitenland, waar zijn bedrijf Stage Holding vooral in Duitsland het ene na het andere musicaltheater opkoopt, ook in Nederland. Zo zou hij op de plek van het Nieuwe de la Mar Theater in Amsterdam en het daarnaast gelegen bioscoopcomplex graag nieuwe theaterzalen gerealiseerd zien. De gemeente heeft die plannen in studie.

Van den Ende: 'Drie zalen zouden daar moeten komen, van zo'n vijf, zeshonderd stoelen. Daar wil ik financieel aan meewerken. Ik hoef die zalen heus niet allemaal zelf te bespelen, maar het zou goed zijn als in Amsterdam succesvolle theaterproducties langer te zien zijn dan de twee weken die je nu hooguit in het Nieuwe de la Mar hebt, of die paar dagen in de schouwburg. Ik zou daar stukken met Kraaijkamp of Nijholt kunnen brengen. Maar ook het gesubsidieerde toneel moet er kunnen spelen, allemaal mooi naast elkaar.'

Hoe anders is de geschiedenis van De Trust, nu De Theatercompagnie. Ontstaan als een theatercollectief vanuit de Arnhemse toneelschool. Stukken werden gezamenlijk uitgekozen. Speelde Sylvia Poorta of Anneke Blok een keer niet mee, dan stonden ze achter de bar, of schikten ze de bloemen. Intussen introduceerde Boermans vooral nieuwe Duitstalige schrijvers, met sombere stukken over het einde van de beschaving.

Boermans: 'Werner Schwab paste bij De Trust, ja, maar ook die klassieke Drie Zusters die ik heb gemaakt. Ook ík hou rekening met de combinatie van acteur en stuk. Als ik Halina Reijn heb, kan ik Lulu doen. In het komende seizoen maak ik Hedda Gabler en Een Meeuw voor de grote zaal, maar daarnaast blijft het onze taak om in het Compagnietheater nieuwe stukken en nieuwe schrijvers te ontdekken. Daar gaan we Radio Noir van Albert Ostermaier doen, een van de nieuwe talenten in Duitsland. Wij krijgen tenslotte ook subsidie om risico's te kunnen nemen. Het programmeren van Ibsen en Tsjechov is commercieel denken ja. Als ik Een Meeuw maak en Sylvia Poorta speelt de hoofdrol, moeten die schouwburgen vollopen, vind ik.'

Van den Ende: 'Wat is er mis met commercieel denken? Er is een tijd geweest dat de acteurs in alfabetische volgorde op het affiche werden vermeld. Dat is vloeken in de kerk. Heb je een ster in huis, dan moet die naam groot op het affiche. Als ik zakelijk leider bij Theu was geweest, had ik de sterke punten van dat gezelschap uitgebuit. Dat zijn de artistiek leider en drie, vier acteurs die de kar moeten trekken. Maak die dan bekend! Ik had in Aida allemaal onbekende mensen in de hoofdrollen, daar heb ik een campagne voor bedacht en binnen een jaar waren ze bekend. Wat is daar verkeerd aan?'

Boermans: 'Het gesubsidieerde toneel heeft die pr-budgetten gewoon niet. Als je de middelen hebt en de kanalen, zou je gek zijn als je het niet zou doen. Maar niemand van ons heeft dat vak ooit geleerd.'

Theater maken als 'product', of vanuit 'artistieke noodzaak', daar gaat het om. Vroeger waren dat gescheiden opvattingen. Als er even geen geschikt stuk voor John Kraaijkamp te vinden is, moet er maar een geschreven worden - is de filosofie van Van den Ende. In dit geval ging die schrijfopdracht naar Haye van der Heijden. Die moest het script voor een musical over Doris Day maar even aan de kant schuiven, vond Joop. Van der Heijden kwam met Gouwe Handjes, het stuk waarmee Kraaijkamp komend seizoen uiteindelijk op tournee gaat.

Waar het gesubsidieerd toneel een maand voor de première over de publiciteit gaat nadenken, denkt Van den Ende een jaar vooruit. Met als gevolg onder meer een pagina Privé (maanden geleden in De Telegraaf) over Victor Löw in de sportschool, ter voorbereiding op zijn Requiem voor een Zwaargewicht. Nog even en moet dan ook Boermans eraan geloven, taart aansnijdend op een eerste repetitiedag, met 'alle pers' erbij? Van den Ende lacht bulderend. 'O God, alleen het idee al maakt hem misselijk!'.

Wat publieksaantallen betreft, is de Requiem-productie voor Van den Ende relatief klein. 'In de ruim drie maanden dat Requiem in Amsterdam staat, kunnen er zo'n 22 duizend mensen naar toe. Desnoods breng ik ze er zelf heen.'

De samenwerking geldt voor drie jaar. In die periode zal Van den Ende elk seizoen een stuk in het Compagnietheater uitbrengen. Echte coproducties liggen minder voor de hand. Daarin moet uiteindelijk toch één iemand de leiding nemen, en niemand verwacht dat Joop uit het repetitielokaal te houden is. Maar mocht Boermans nog mooie dromen hebben ('Ik zou graag een King Lear maken met Jan Decleir'), dan valt daarover te praten.

Van den Ende: 'Als ik het gevoel heb van ''potverdomme, dit moet gebeuren!'', dan kan het ook gebeuren. Als ik het Compagnietheater mag huren, kan Theu ook tegen mij zeggen: Joop, ik heb Anne-Wil Blankers of Willem Nijholt nodig, omdat we met elkaar een productie willen maken. Nou, als Theu daar onvoldoende budget voor heeft, dan ben ik bereid hun gages te betalen, als vorm van subsidie. Dan hoef ik mij verder helemaal niet met zijn aanpak te bemoeien.'

Boermans: 'Mijn grootste zorg is voorlopig dat ik nog twee jaar te gaan heb om bij De Theatercompagnie orde op zaken te stellen.'

Requiem voor een Zwaargewicht, première 3 oktober, 19 september tot en met 29 december in het Compagnietheater Amsterdam. Tournee 3 januari tot en met 9 februari.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden