DICK MORRIS ADVISEERDE NAVOLGING VAN STRATEGIE MITTERRAND 'Charlie' haalde Clinton uit diep dal

ROOD VAN WOEDE, de stem schor van overbelasting, maakte president Clinton afgelopen zomer geen geheim van zijn frustraties. 'We worden door de modder gesleurd....

De Whitewater-zaak, Paula Jones, FBI-gate, Travelgate, een voormalige FBI-agent die de president beschuldigde van womanizing en drugsgebruik, een First Lady die in het geheim communiceerde met de geest van Eleanor Roosevelt: het hield niet op.

Avond na avond openden de televisiejournaals met voor Clinton negatieve berichten. Kranten, vooral de rechtse pers, hadden in de beste tradities van de muckrakers de jacht op de president en zijn vrouw geopend.

Dick Morris, de politiek-strategische adviseur en opiniepeiler van Clinton, maakte zich echter geen zorgen. De kiezers trokken zich niets aan van de negatieve berichtgeving. Geen kiezersblok kwam in beweging, hoe hard de journalistiek ook tekeerging. De peilingen logen niet. Uit alle onderzoeken van Morris en zijn medewerkers bleek consequent dat een meerderheid van de kiezers weliswaar twijfelde aan 'het karakter' en 'de moraliteit' van de president, maar dat zij zijn spectaculaire koersverlegging naar het centrum en omhelzing van Republikeinse thema's bijzonder overtuigend vonden. Morris was zo zeker van zijn zaak dat hij al in november 1995 - de spannende maand waarin Colin Powell zich, tot enorme opluchting van Clinton en Gore, terugtrok als mogelijke presidentskandidaat - de president brutaal feliciteerde met zijn tweede ambtstermijn.

Morris kreeg gelijk en Clinton zal maandag opnieuw worden beëdigd voor een tweede en laatste termijn. Ook Morris zelf lijkt de tumultueuze zomer te hebben verwerkt, hoewel zijn huwelijk het schandaal met de prostituee niet heeft overleefd. De New Yorker, een on-Amerikaanse bourgondiër en francofiel, bleek in Washington een relatie te onderhouden met een call-girl. In zijn geliefde Parijs wellicht geen probleem en in Washington ook niet als beiden maar discreet blijven. Af en toe echter mocht zij meeluisteren met Morris' nachtelijke telefonades met de president. En zij wilde die relatie ook nog eens verzilveren door haar verhaal te verkopen aan een sensatieblad. Dat blad ging tot publicatie over op een voor Clinton en Morris ongelegen moment, de Democratische Conventie in Chicago.

Ruim vijftienduizend Amerikaanse en buitenlandse journalisten stortten zich als nieuwshongerige wolven op het verhaal van Morris en de hooker. Morris werd met morele pek en veren overladen en de stad uitgejaagd. Politiek en journalistiek Washington, dat op zulke momenten meer lijkt op een papegaaiencircus, stond klaar met instant-analyses. De teneur van het diepe, journalistieke denkwerk was dat Clinton door een diep dal ging, omdat zijn conventie was bedorven.

Het tegendeel was het geval. De Amerikaanse kiezer, als die al keek, gaapte opnieuw en schakelde over naar een ander kanaal. Nog nooit zijn de conventies van beide partijen zo slecht gevolgd als het afgelopen verkiezingsjaar. Het enige effect was dat Morris, tot dat moment een schaduw achter de schermen, een zekere nationale bekendheid kreeg. Naar modern Amerikaans gebruik toog hij direct naar zijn New Yorkse uitgever om een boekcontract te tekenen. Zijn marktwaarde was, dankzij de hulp van een gigantisch persleger, aanzienlijk gestegen en hij kon al gemaakte afspraken met Random House in zijn voordeel (twee à drie miljoen dollar) verbeteren.

Dat boek - Behind the Oval Office - Winning the Presidency in the Nineties - is aanzienlijk interessanter geworden dan aanvankelijk werd gedacht. Natuurlijk, de hoofdstukken waarin hij spijt betuigt aan zijn ex-vrouw en de Clintons, zijn hypocriet. Hij blaast bovendien zijn eigen bijdragen aan de vorming van het buitenlandse beleid op tot ongeloofwaardige proporties.

Maar hij is tegelijkertijd ook een scherp waarnemer van Clinton, die hij al bijna twintig jaar kent, en het chaotische leven op het Witte Huis. Als strategisch adviseur en opiniepeiler speelde hij vanaf de winter van 1994/1995 een dominante rol in het leven van Clinton. Hij assisteerde de president bij diens ogenschijnlijk scherpe koerswending naar rechts, en dat maakt zijn boek van enig belang. Volgens Morris was het overigens niet zozeer een koerswending, maar een scherper aanzetten van opvattingen die de president, een Nieuwe Democraat, toch al koesterde. En dat is een juiste constatering.

Na de tussentijdse verkiezingen van november 1994 was Clinton down and out. In de eerste twee jaar was alles van enige betekenis mislukt, want te ambitieus of te linksig. Tot overmaat van ramp verloren de Democraten voor het eerst in veertig jaar de meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. In een politiek en psychisch diep dal verkerend zocht Clinton weer contact op met Dick Morris, een van Amerika's beste politieke raadgevers, die in Arkansas al enkele malen voor hem had gewerkt.

Morris was een politieke hannekemaaier, een zwervende loonarbeider. Hij had gewerkt voor Democraten als Bella Abzug en voor Republikeinen van het snit Jesse Helms. Clinton verzweeg zijn hernieuwde relatie met Morris voor zijn staf. Morris kwam alleen 's avonds laat op bezoek en introduceerde zich dan als 'Charlie'. In lange gesprekken speelde de consultant in eerste instantie de rol van klankbord en gedachtenbepaler. Clinton beklaagde zich over zijn chaotische staf, die hem had geadviseerd zich zo hard mogelijk te verzetten tegen het Republikeinse 'Contract met Amerika' van Newt Gingrich.

Morris, die van opiniepeilingen een wetenschap heeft gemaakt, wist hoe dom dat was geweest. Belangrijke elementen uit dat 'Contract met Amerika' waren namelijk zeer populair bij Republikeinen, conservatieve Democraten en zwevende kiezers. Verkleining van de overheid, een evenwichtige begroting, minder regels, lagere belastingen zijn thema's die de grote meerderheid aanspreken. Morris' advies was van strategie te veranderen en het 'Contract met Amerika' niet te bestrijden, maar te incorporeren.

'Het versneld uitvoeren van de agenda van Gingrich zal ervoor zorgen dat deze Republikeinse issues minder aantrekkelijk worden. Immers, er wordt dan al aan een oplossing gewerkt', aldus Morris. Hij stelde de cohabitation van de Franse president Mitterrand met de gaullistische eerste minister Jacques Chirac als voorbeeld. Mitterrand werkte van 1985 tot en met 1987 samen met Chirac en liet hem grotendeels zijn gang gaan; Chirac verloor de verkiezingen van 1987 en Mitterrand bleef aan tot kort voor zijn dood.

Clinton aarzelde aanvankelijk, maar in het voorjaar van 1995 begon hij, fysiek en psychisch hersteld van de klap, geleidelijk de koers te verleggen. Hij nam, tot grote verrassing en woede van de Republikeinen, hele delen van het 'Contract met Amerika' over, terwijl hij er tegelijkertijd de scherpste kantjes van afvijlde. Clinton ontfermde zich eveneens over wat tot dan toe typisch Republikeinse issues waren: bestrijding van de misdaad, herstel van normen en waarden, en hervorming van de bijstand. Op aandringen van Morris stemde hij in met een verslechtering van de bijstand voor alleenstaande moeders en ondertekende hij een wet die homohuwelijken in de VS moest tegenhouden.

Uit de constante peilingen van Morris bleek dat de strategie van Mitterrand ook voor Clinton werkte. De prijs bestond uit vervreemding van de linkervleugel van de Democratische Partij en enorme conflicten met progressieve stafleden als George Stephanopoulos en Harold Ickes, de plaatsvervangend chef-staf. Tussen het voorjaar van 1995 en augustus 1996 zagen Clintons vaste medewerkers Morris als een indringer en voerden zij een permanente guerrillastrijd tegen hem. Bij wijze van wraak doet hij daarvan nu gedetailleerd en lezenswaardig verslag.

Morris overleefde dat verzet, omdat de opiniecijfers hem steeds in het gelijk stelden. De politieke raadgever bekent dat hij bij vlagen te ver ging. In de zomer van 1995 adviseerde hij Clinton op vakantie te gaan in de bergen, omdat zich onder wandelaars en kampeerders veel zwevende kiezers bevonden. 'Mag ik ook golf spelen', vroeg Clinton sarcastisch, nadat Morris erop had gewezen dat dit spel vooral door Republikeinen wordt bedreven.

In zijn boek vertelt Morris boeiend over de ontwikkeling van Clintons media-strategie. In een ongebruikelijk vroeg stadium en zonder dat de journalistiek dat in de gaten had, begon de campagne van Clinton en Gore in de vroege zomer van 1995 met het uitzenden van televisie-boodschappen.

Om de tegenstander niet al te snel wakker te maken, werden Washington, New York en Los Angeles gemeden en richtte het campagneteam zich op de staten in het zuiden, midden-westen en westen. Grote groepen kiezers werden al maandenlang overspoeld met positieve boodschappen, voordat Dole in actie kwam. Dat vereiste veel geld en Clinton spendeerde een groot deel van de afgelopen twee jaren aan het werven van fondsen. De campagne brak in dat opzicht alle records.

'Dole had geen schijn van kans, want onze boodschap had al postgevat in het brein van de kiezer.' Het enige moment waarop Morris zijn adem inhield, was de dag dat Elizabeth Dole de Republikeinse Conventie op fascinerende wijze toesprak. 'Godzijdank verknalde Dole het opnieuw met een toespraak, waarin hij exact de verkeerde dingen zei', aldus Morris.

Na het schandaal en dit boek kan hij niet meer functioneren als stille raadgever en tacticus in de schaduw van een verkiezingscampagne van deze of gene beroepspoliticus. Voor hem ligt de weg naar het sprekerscircuit echter wijd open.

Oscar Garschagen

Dick Morris: Behind the Oval Office.

Random House; 359 pagina's; ongeveer * 46,-.

ISBN 0 679 45747 X.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden