Dichtslaande treindeuren

ER BESTAAT een foto van Bruce Chatwin waarop hij in een schooluniformachtig wielrennerspakje poseert bij een sportfiets. De foto stamt uit 1979....

De foto biedt een sleutel tot op zijn minst een deel van de grote, bijna geheimzinnige faam die deze Britse schrijver en reiziger al bij zijn leven had en die na zijn dood in 1989 welhaast mythische proporties aannam. In haar boek With Chatwin - Portrait of a Writer formuleert Susannah Clapp het als volgt: 'Als Bruce Chatwin mollig en bijziend was geweest en muisachtig haar had gehad, waren zijn leven en reputatie heel anders geweest.'

Want ook Clapp, een bewonderaarster die hem van nabij heeft gekend en jarenlang zijn redacteur was bij uitgeverij Jonathan Cape, moet toegeven dat Chatwins naam niet alleen verbonden is met de vijf boeken die hij bij zijn leven publiceerde (noch de drie die daar postuum op volgden), maar ook met een aantal zaken die op de keper beschouwd niets met zijn kwaliteiten als schrijver te maken hebben.

Chatwin was een fenomeen dat gehuld ging in een waas van apocriefe verhalen, hele of halve leugens, opgeblazen waarheden en een bewust vaag gehouden seksuele identiteit; daarnaast beschikte hij over onmiskenbare literaire kwaliteiten, een sterk ontwikkeld esthetisch gevoel, een grote kennis van kunst en antiek, een zowel voor mannen als vrouwen aantrekkelijk voorkomen en grote, zij het sterk bestudeerde verbale begaafdheden. Hij had, kortom, het vermogen indruk te maken. En dat deed hij, tot ver over het graf.

Al toen hij in 1977 het literaire reisverhaal nieuw leven inblies met In Patagonia (een eer die hij deelt met Paul Theroux, die twee jaar eerder The Great Railway Bazaar publiceerde), had Chatwin in bepaalde kringen een zekere naam. Bij het veilinghuis Sotheby's kende men hem als de man met 'het oog', degene die feilloos de waarde van een schilderij of een stuk antiek kon vaststellen en vervalsingen doorzag. Bij The Sunday Times Magazine had hij zich een sober, glashelder formulerend journalist betoond, met een uitzonderlijke vaardigheid om exotische onderwerpen op te sporen en daar boeiende reportages over te schrijven. En op de jongensschool van Marlborough wist men niet beter of hij was van adel. Toen Chatwins vier jaar jongere broer Hugh er op school kwam, hoorde hij iemand zeggen: 'Is dat Lord Chatwins broer?'

Bruce Chatwin werd in 1940 geboren in Sheffield, als zoon van een marine-officier. Zijn eerste levensjaren bracht hij zwervend door: terwijl zijn vader op zee was, trokken moeder en zoon Chatwin van familielid naar familielid in het door oorlog geteisterde Groot-Brittannië. Het ligt voor de hand hierin de oorzaak te zien van Chatwins latere, rusteloze bestaan.

Clapp, die In Patagonia redigeerde, haalt een passage aan uit dat boek, die uiteindelijk werd geschrapt, maar aantoont dat ook Chatwin zelf zijn zwerflust uit zijn vroegste jeugd verklaarde: 'Onze tijdelijke pleisterplaatsen zijn minder duidelijk dan de reizen er tussendoor. De huizen zijn onecht. Ik heb nog steeds een afkeer van thuis zijn. De werkelijke dingen zijn dichtslaande treindeuren, het comfortabele geratel van treinwagons, met trijp bedekte banken die naar muffe tabak ruiken, canvas plunjebalen die door ramen worden gegooid, of de witte glimlach van een zwarte GI op een halfverlicht station.'

Op zijn achttiende trad Chatwin in dienst bij Sotheby's. Als portier, welteverstaan. Zijn schoolresultaten waren niet van dien aard geweest dat hem een beurs voor Oxford werd geschonken. Zijn belangstelling voor antiek deed hem besluiten de bescheiden post bij het veilinghuis te aanvaarden. Binnen drie jaar was hij lid van de staf, en niet veel later werd hij hoofd van de afdeling Impressionisme.

Hij bleek een uiterst kundige taxateur van schilderijen, die hij met grote winst wist te verkopen. In zijn eigen woorden: 'Ik was onmiddellijk een expert, vloog overal naartoe om met een ongelooflijke arrogantie de waarde en authenticiteit van een kunstwerk te bepalen. Ik schepte er vooral veel genoegen in mensen te vertellen dat hun schilderijen vervalsingen waren.' Niet iedereen was onmiddellijk overtuigd van zijn kwaliteiten. In New York bonjourde een dame hem haar huis uit, met de mededeling: 'Ik laat mijn Renoir niet zien aan een kind van zestien'

Na acht jaar, in 1966, verliet Chatwin Sotheby's, waar hij inmiddels tot de directie was toegetreden (zo liet hij althans weten) en op het punt stond veel geld te gaan verdienen. Maar hij ging weg, en dat vertrek gaf aanleiding tot de meer spectaculaire aspecten van de Chatwin-mythe. Hij heeft het verhaal vaak verteld, onder andere in The Songlines. 'Op een ochtend werd ik blind wakker. In de loop van de dag keerde het gezichtsvermogen van mijn linkeroog terug, maar het rechter bleef lui en mistig. De oogarts die mij onderzocht, zei dat er organisch niets mis was, en stelde een diagnose omtrent de aard van het probleem. ''Je hebt te intensief naar schilderijen gekeken'', zei hij. ''Waarom ruil je ze niet in voor wat verre horizonten?'''

Dus, zo wilde het verhaal, reisde hij af naar Sudan, waar hij nomaden ontmoette met schilden van olifantenhuid, een opgerolde pofadder onder zijn slaapzak aantrof en voetsporen leerde lezen in het zand.

Na zijn dood werd dit verhaal door veel critici naar het rijk der fabelen verwezen, maar hoewel het zeker een verdichting van de werkelijkheid is, bevat het een kern van waarheid, onthult Clapp. Al als tiener had Chatwin, na langdurig lezen, problemen gehad met het gezichtsvermogen aan met name zijn rechteroog, en ook later zou hij, wanneer hij gespannen was, dikwijls niet meer dan een 'onscherp beeld' voor ogen krijgen.

Een bevriende oogspecialist diagnosticeerde 'convergentie-inadequatie': Chatwin leed aan latente loensheid, wat onmiskenbaar minder poëtisch klinkt dan de psychosomatische blindheid die hij er zelf van maakte.

Ook de suggestie dat Chatwin in Sudan onder buitengewoon primitieve, avontuurlijke omstandigheden had geleefd, klopte niet helemaal. Hij logeerde er alleszins comfortabel bij een ex-vriendin. En zijn ontslag had minder te maken met een verlangen naar verre horizonten dan met gepikeerdheid. Hij werd na zijn Afrikaanse avontuur (dus niet ervóór, zoals hij zelf stelde) benoemd tot directielid, maar constateerde tot zijn ergernis dat hij bepaald niet de enige was. Een hele groep collega's bleek in de directie te zijn opgenomen.

Hij was inmiddels getrouwd met de Amerikaanse Elizabeth Chanler, een historica en expert in Indiase kunst, die hij bij Sotheby's had leren kennen. Met haar trok hij naar Edinburgh, om daar archeologie te gaan studeren, een studie die hij niet afmaakte.

Tussen de bedrijven door reisde het tweetal uitvoerig door Europa, Afrika en Azië. Chatwin begon aan een boek over nomaden, een onderwerp dat hem in toenemende mate was gaan boeien. Maar het zou nog tot 1987 duren voor zijn 'nomadenboek', The Songlines, in een geheel andere vorm dan aanvankelijk gepland het licht zou zien.

With Chatwin richt zich vooral op de jongere Bruce Chatwin en op de tijd dat Clapp en Chatwin samen aan de manuscripten van het reisboek In Patagonia en de historische, in West-Afrika gesitueerde roman The Viceroy of Ouidah werkten. Op dit voor de lezer niet altijd even boeiende redactiewerk gaat ze vrij uitgebreid in, wat gezien de opzet van het boek - een persoonlijke herinnering, geen biografie - verdedigbaar is.

Toch geeft het, in afwachting van de geautoriseerde biografie, waaraan Nicholas Shakespeare nu werkt, een boeiend en bij vlagen ontnuchterend inzicht in de romantische persoonlijkheid die Chatwin onmiskenbaar was. Daarnaast rehabiliteert Clapp hem waar nodig tegenover de critici, die zich postuum soms zo smalend over hem uitlieten.

Zo blijkt bijvoorbeeld Chatwins verhaal over de geheimzinnige, uiterst zeldzame, in China opgedane schimmelinfectie, waaraan hij tegen het eind van zijn leven zou hebben geleden, meer dan alleen een 'cover-up' voor het feit dat hij aids had.

Hans Bouman%%

Susannah Clapp: With Chatwin - Portrait of a Writer.

Jonathan Cape, import Nilsson & Lamm; 246 pagina's; ¿ 44,70.

ISBN 0 224 03258 5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden