Dichtgroeien

Bij de start van de Week van de Poëzie vroegen wij vijf dichters aan het begin van een veelbelovende loopbaan: staan jullie te trappelen? En hoe? Schets van aanstormend dichterschap in 39 vragen.

PIETER DE BRUIJN KOPS


Pieter de Bruijn Kops (54) werkt als redacteur van non-fictie en is de geheime oprichter van de Stichting Tot Behoud Van De Vergankelijkheid, aldus de website van zijn werkgever en uitgever Nieuw Amsterdam. 'Een romanticus met een verfrissend absurde inslag', wordt hij genoemd.


Waarom schrijf je gedichten?

Ik weet niet beter, ik heb het mijn hele leven gedaan. Zodra ik letters kon maken, schreef ik versjes. Dat werden later gedichten. Ik denk dat ik het ben blijven doen omdat ik op een gegeven moment ontdekte dat een gedicht iets met je doet. Een goed gedicht, ook als ik het zelf heb gemaakt, blijft me altijd verwonderen.


Wanneer wist je dat je het kon?

Toen ik 14 was, kreeg ik een vermoeden. Ik publiceerde in de schoolkrant en kreeg bijna alleen positieve reacties. Toch heeft mijn schoorvoetendheid me tientallen jaren tegengehouden om mijn werk naar literaire tijdschriften te sturen. Maar applaus doet wonderen: door optredens voel ik me er nu senang bij dat mijn werk naar buiten komt.


Ben je niet zenuwachtig voor je debuut?

Nee, wel benieuwd hoe mensen voor wie ik een vreemde ben mijn werk lezen, ook omdat het heel divers is. Het is vrij gebruikelijk dat in een bundel alle gedichten een beetje op elkaar lijken, als het ware uit één deeg gekneed zijn. Ik heb vele wegen verkend en verschillende technieken geprobeerd - voor mezelf is het een eenheid, maar ik weet niet of de lezer dat zo ervaart.


Wat heb je moeten afleren?

Twee dingen: dat een gedicht moet lijken op een gedicht, en de neiging om een gedachte die ik in een gedicht ontwikkel in hetzelfde gedicht weer onderuit te halen.


Wat had je niet verwacht?

Dat de redacteur en de meelezer de gedichten zouden uitkiezen die voor mezelf het minst verbazend zijn. Maar zo werkt dat kennelijk. Iedereen oppert wel iets heel gewoons waarvan een ander zegt: wat heb je dat goed verwoord. Ik heb er van geleerd dat iets goeds niet heel verbazend hoeft te zijn. Toegankelijkheid is een van de lastigste deuren om door te gaan als dichter.


Welk woord zou je nooit gebruiken?

Dat zijn er vele. Waar ik echt niet van hou is kantoortaal. Woorden als 'insteek'. Verschrikkelijk.


Wat moet je nog leren?

Invallen en voorvallen betrappen als grondstof voor een gedicht, dat kan beter.


Vervolg van pagina V3


Eigen werk


Donderdag 30 januari lezen dichters voor uit eigen werk in De Nieuwe Liefde, Amsterdam. Onder hen Hannah van Wieringen. De anderen zijn: Geert Buelens, Hélène Gelèns, Annemieke Gerrist, Marjolijn van Heemstra, Krijn Peter Hesselink, Ingmar Heytze, Marlene van Niekerk, Kreek Daey Ouwens en Alfred Schaffer. Aanvang 20:00 uur, presentatie: Hanneke Groenteman. denieuweliefde.com


DANIËL VIS


Hij won de U-slam en Festina Lente Poëziedag. Was driemaal finalist tijdens het NK Poetry Slam en stond op Lowlands en het Gedichtenbal. Maar nu zijn debuutbundel Crowdsurfen op laag water bijna uitkomt, durft Daniël Vis (25) zich pas echt 'dichter' te noemen.


Waarom schrijf je gedichten?

Ik was een jaar of 16. Op die leeftijd voel je je al snel in het nauw gedreven en ontzettend onbegrepen. Ik voelde niet zozeer de noodzaak te rebelleren, maar wel om het van me af te schrijven. Dat is een eigen leven gaan leiden. De eerste jaren waren dat echt verschrikkelijk slechte teksten, maar gaandeweg werd het beter.


Hoe omschrijf je je stijl?

Sterk narratief, maar ook wel weer fragmentarisch. De diepere laag zit bij mij niet in het gebruik van metaforen of mooie woorden. De betekenis komt uit de beelden die ik omschrijf. Het heeft iets filmisch. Iemand heeft mij eens naar het hoofd geslingerd dat mijn poëzie deed denken aan de films van Quentin Tarantino. Het was geen compliment, maar zo vatte ik het wel op.


Want?

Mijn poëzie is tamelijk hard, de thematiek is over het algemeen niet heel typisch. Er wordt in gemarteld. Er komen transgenders in voor. Dat soort onderwerpen spreekt mij aan. Meer dan, om het gechargeerd te zeggen, het beschrijven van een grazende koe in de wei.


Heb je een voorbeeld?

In het begin was het alles wat ik tegenkwam, daar zat niet echt een lijn in. Later ben ik de kant van de Amerikaanse beatgeneratie opgegaan, Allen Ginsberg en aanverwanten. Nu neig ik naar de modernere Amerikaanse dichtstijl. Die is helderder dan Nederlandse poëzie.


Wanneer wist je dat je het kon?

Rond 2008 deed ik voor het eerst mee aan een slam. Ik dacht dat ik al best aardig schreef, maar ik werd afgemaakt door de jury. Dat motiveerde me om op zoek te gaan naar mijn eigen stijl en stem. Om te laten zien dat ik wel iets kon.


Ben je zenuwachtig voor je debuut?

Op een bipolaire manier. Soms voel ik louter enthousiasme, maar het is ook eng. Mijn teksten zijn nu gestold, je bent er niet bij als mensen ze lezen. Over elke komma, elk aanhalingsteken heb ik gepiekerd. 's Nachts lag ik er wakker van. Uiteindelijk wil je toch graag dat het echt iets gaat doen.


Welk woord zou je nooit gebruiken?

Bellettrie. Sowieso vermijd ik elke vorm van mooischrijverij.


Prometheus, april 2014


LAURA VAN DER HAAR


Als archeoloog staat Laura van der Haar (32) in bouwputten of weilanden. Eind 2012 werd ze Nederlands Kampioen Poetry Slam, daarna stonden de uitgeverijen in de rij. Bij Podium keek ze in de boekenkast en voelde zich thuis - Bodemdrang heet haar debuutbundel.


Waarom schrijf je gedichten?

Het is moeilijk daar een kort en eenduidig antwoord op de geven. De achterliggende redenen zijn denk ik om de vlucht van het dagelijks leven... de puzzel... iets te creëren. Daarnaast is het een manier om chaos te bezweren en zaken beter te snappen. Er zijn, vrees ik, duizend redenen te bedenken. Ik vind het ook simpelweg plezierig.


Wanneer ben je begonnen?

Rond mijn 15de. En serieus rond mijn 25ste.


Heb je iets moeten afleren?

Te vroeg stoppen met een gedicht. Dingen afmaken kan ik überhaupt niet zo goed. Nog meer dan bij proza gaat het er bij poëzie om dat alles klopt. In een vlaag iets opschrijven en daar genoegen mee nemen kan niet zomaar meer.


Ben je zenuwachtig voor je debuut?

Tuurlijk. Je maakt iets heel persoonlijks en door dat naar buiten te brengen, vraag je er haast om dat mensen er iets van vinden. En er is nog iets: dat ik daarmee zeg dat het af is. Als de bundel gedrukt is, staan de gedichten letterlijk zwart op wit, heel definitief. Het is ook leuk, maar toch.


Hoe schrijf je?

Al schrijvende komt de tekst, maar het begint vaak onder de douche bijvoorbeeld, op de fiets, of in de auto - als ik in beweging ben. 80 procent vergeet ik trouwens weer. Nog te vaak denk ik heel naïef: dat onthoud ik wel. De laatste tijd maak ik notities in mijn telefoon.


Welk woord zou je nooit gebruiken?

Hele lijsten verboden woorden: poëzie, liefde, de sterren, enzovoort. En van die woorden als vurig. En lyrische woorden zal ik ook niet gauw gebruiken. Of woorden zoals klaarblijkelijk.


Wat is je grootste angst?

Misschien wel een slechte recensie? Al had ik het niet gedaan als ik daar echt doodsbang voor was. Eerder vrees ik dat mensen die ik lief vind, zeggen: 'Jezus, wat ben jij stom.'


Misschien ben ik nog het bangst voor mijn collega's, dat die mij ineens heel raar vinden en dat werelden die niet te rijmen zijn, met elkaar in aanraking komen. Of als mijn werk gedrukt is ik na paar maanden van alles zie waarvan ik denk: kut, wat slecht. Dat lijkt me heel, heel erg.


grip


bomen staan voor je klaar


belangrijk is nu


eerst de zaag aan te zetten


dan pas contact met de bast


de meubels thuis, de vensterbank ondertussen:


overal zand


op tafel ligt plastic, verschillende groenten


stevig in de banden van een rugzak knijpen


en maar doorstappen daar in de berm


aan de overkant zijn typisch Noord-Europese


weilanden


die er zo bedremmeld bij kunnen liggen in de regen


het gras wordt zachtjes losgeknuppeld, de schapen


steeds dunner


en meer uit het lood geslagen


Laura van der Haar Bodemdrang


Friedrichs ontstopper


voor zijn kamerraam stond een lantaarnpaal.


soms kroop hij 's nachts uit bed


en schoof het gordijn open.


er heeft zweet gestaan in zijn gevouwen handen


en hij heeft om dingen gevraagd.


van de pepernoten begreep hij ook niet


hoe ze in zijn schoenen kwamen.


maar daarbij bleken ze de waarheid te schminken.


en toen hij 13 was verzoop een schaap


in de sloot, achter.


je kan niet over water lopen.


in de cartoons hangen ze even stil in de lucht


voordat ze vallen,


er verandert iets in hun ogen.


hij vertrouwt niet op gootsteenontstopper,


dat het iets oplost daarbinnen.


'doe je mond maar open,' zeg ik.


'als het prikt, werkt het.'


'het botst toch op niks,' zegt hij.


'alles vindt zonder obstakels de afvoer.'


hij houdt zijn hand op z'n middenrif.


23, en hij zoekt nog steeds naar vervanging.


hij zegt:


'als jezus terug op aarde komt


is dat als mannenmodel


voor h&m.'


HANNAH VAN WIERINGEN


Ze schrijft al jaren toneelteksten en debuteerde tussendoor met een prozabundel (genomineerd voor de Opzij Literatuurprijs 2013 en de Bronzen Boekenuil 2013). Haar gedichten hield Hannah van Wieringen (31) nog even voor zichzelf. Tot nu dan, want tijdens de Gedichtendag presenteert ze haar eerste poëziebundel: Hier kijken we naar.


Wanneer ben je begonnen met dichten?

Ik was een jaar of 10. Ik kom uit een klein dorp waar niet zo veel te beleven was, dus viel ik de boekenkast van mijn moeder aan. Die heb ik helemaal leeg gelezen. Net als de boekenbus die elke dinsdagmiddag naar het dorp kwam. Zo stuitte ik op Hans Lodeizen, Judith Herzberg. Die taal vond ik geweldig. Thuis heb ik dan ook zelfgeknipte en geplakte bundels uit die tijd liggen. Uit de krant haalde ik mooie foto's voor de omslag.


Ben je zenuwachtig voor je debuut?

Een beetje, maar ik ben ook weer niet echt een debutant. Dat was ik toen ik mijn eerste eenakter schreef. Natuurlijk ben je nerveus, dat ben je ook als je een taart bakt en iemand gaat die eten. Het is nu uit mijn handen, de bundel is terug van de drukker. Ik heb vooral zin om eruit voor te lezen, al vind ik het ook doodeng, want ik heb dat pas twee of drie keer gedaan. Tot nu toe had ik altijd het lichaam en het denken van een acteur tot mijn beschikking, dat was een enorme luxe. Acteurs hebben de moed om in het licht te stappen en te spreken. Hun taalgevoel is weergaloos. Het duurde lang voordat ik doorhad: o misschien doe je dat zo.


De eenzame dichter in de schijnwerpers.

Dichten heeft wel een prettig soort eenzaamheid. Het is natuurlijk heel anders wanneer je een première hebt met een grote cast en je staat met zijn allen na te hijgen in de kleedkamers. Maar elke vorm is een middel tot hetzelfde doel. Het zijn allemaal pogingen om dichter bij dat raadselachtige geheim te komen, dat we in leven zijn.


Wat voegen je gedichten daaraan toe?

Poëzie is toch een beetje de sterke drank van de literatuur. Het is onverdund, het meest bedwelmend, het meest chaotisch. Eigenlijk het meest zoals ik de werkelijkheid ervaar.


Wat is je tegengevallen tijdens het schrijven?

Eerder iets na het schrijven. Ik wilde dit al zo lang. En als het dan af is, dan heb je alleen maar dat doel behaald. Stephen Fry zei daarover dat je jezelf geen doelen moet stellen, omdat je ze dan alleen maar kunt halen of niet. Het gaat er eerder om je altijd aanhoudend zachtaardig en scherpzinnig te verhouden tot het leven. Wel of niet een dichtbundel maken, heeft daarmee misschien niet zo veel te maken.


Hoe schrijf je gedichten?

Heel verschillend. Als ik bijvoorbeeld met een toneelbewerking bezig ben, heb ik vaak een notitiemapje openstaan waarin ik overvloeiende gedachten kwijt kan. Die vinden dan een andere weg in een gedicht of in een kort verhaal. Dat beslis ik intuïtief. Voor deze bundel ben ik met al mijn aantekeningen naar Berlijn vertrokken. Dat werkt goed, de wereld een beetje afsluiten.


Wanneer is een gedicht goed genoeg?

Als ik iets uit de binnenwereld op de juiste manier kan verbinden aan iets in de buitenwereld. Je kunt het ook vergelijken met het vertellen van een mop en iemand moet lachen. Dan heb je direct effect en weet je dat het gelukt is.


Wat is je grootste angst?

De naaktheid. Bij proza heb je het narratief, in toneel de veelheid van de samenwerking. Hier is het gewoon één stem. Ik zou het erg vinden als die stem degene die het leest onverschillig laat.


Wat liefde niet is


liefde is


niet weggaan


zo simpel is het soms


een leven lang


ik heb dit van een jongen


die je kunt vertrouwen


soms is liefde meer dan blijven


soms is liefde dit


alleen in een kamer zitten


aan alle mensen die weggaan denken


naar je benen kijken


en niet kwaad zijn op jezelf








JEROEN VAN ROOIJ


Zijn eerste roman, in vier verschillende lettertypen, was geen bestseller. De tweede, Licht, stond op de longlist van Gouden Boekenuil 2013. De status van Jeroen van Rooij (34) zweeft tussen veelbelovend of gelouterd schrijver.


Niemand had enig idee van wat er aan de hand was, is zijn poëziedebuut.


Waarom schrijf je gedichten?

Godskolere wat een ingewikkelde vraag. Omdat er interessante dingen gebeuren als ik dat doe. Soms wil ik een verhaal vertellen, dan schrijf ik proza. En soms wil ik rommelen met taal, dan schrijf ik poëzie. Ik hou van collages, zo schrijf ik ook. Ik ga met taal aan de gang en langzaamaan ontstaat er inhoud.


Wanneer ben je ermee begonnen?

Ik schat acht jaar geleden. Serieus dan.


Ben je zenuwachtig voor je debuut?

Nee. Het scheelt waarschijnlijk ook dat ik al twee romans heb gepubliceerd, dus weet ik een beetje hoe het gaat. Eerst werk je hard aan iets dat van jezelf is, maar zodra er een kaft omheen zit en het in de winkel ligt, is het van alle mensen. Ik hoop natuurlijk dat die er iets aan hebben, maar voor mezelf is het zaak verder te gaan met iets anders.


Wat is dat in dit geval?

Mijn derde roman. Daarover heb ik van de week een uur met mijn uitgever aan de telefoon gezeten.


Hoe schrijf je?

Ik begin vaak met een idee, maar dat is geen inhoudelijk idee. In de bundel staat bijvoorbeeld een hele afdeling met herinneringen. Ik ben begonnen met 'ik herinner me' in te tikken op Google. Met het materiaal dat ik zo naar binnen haalde, ben ik gaan werken. Daarna heb ik herinneringen van bekenden verzameld en op een gegeven moment ben ik er zelf bij gaan schrijven. 'Ik herinner me', dat was het uitgangspunt.


Welk woord zou je nooit gebruiken?

Dat hangt van de context af. Veel auteurs zijn bijvoorbeeld als de dood om clichés te gebruiken, maar het kan heel aantrekkelijk zijn ze wel te gebruiken en op hun kop te zetten, dat je iets doet met de betekenis. Alfred Schaffer is daar goed in, dat zou ik ook wel vaker willen doen.


Wanneer wist je dat je kon dichten?

Weet je dat ooit? Het is ook maar een soort vaag vermoeden. Je hebt je eigen standaard natuurlijk, maar soms blijkt dat die helemaal niet overeenkomt met die van anderen. Het helpt wel als mensen wier smaak en mening je hoog hebt zitten je werk waarderen.


Wat moet je nog leren?

Het lijkt erop dat ik steeds meer van mezelf in die collage-achtige dingen stop. Dus misschien kom ik ooit uit op een vorm waarbij het allemaal uit mezelf komt. En prozagedichten vind ik een interessant genre. Dat is een vorm waarmee je jaren bezig kunt zijn.


Grens met de tong getrokken


Vanaf dat moment had ze geen gevoel meer in haar


heldere taal. Handen zacht vasthouden - buitenste


handen


zijn vrij. Fotonummer 0005: met de ogen toe dansen.


Met de linker- en rechterhand geschreven.


Zijn armen liggen uit de kom en hij is van top tot teen


in een hoge boom gaan zitten en viel eruit.


'De jaargetijden', schreef de bijna zeventigjarige


Haydn,


'hebben mij de ruggengraat gebroken'.


Of onze handen verbrijzeld. Een naakte jongen


in de leeftijd van tien tot twaalf jaar. Zijn beide armen


verloren,


onze lippen zijn de eerste duizend jaar bezet.


Wat is de oorzaak van de fractuur? Terwijl we


op de grond lagen, kwamen er nog meer agenten.


Alleen het vel hield ons hoofd nog op zijn plaats.


Kijk, er staan nog bomen


kijk er maar niet naar, het is


te aangrijpend


kan ik


met je


meerijden naar Marseille en zo?


en dat terwijl ik daar niet eens


naartoe ga? dacht ik


is dat belangrijk? ik bedoel


klopt iets ooit?


wist jij


dat jij mij kende?


het gaat niet om wat ertoe doet, dat


is het mooiste, dat het ook


anders had kunnen zijn, snap


dat nou


als jij dat prettig vindt, oké, dan


snap ik het - tuurlijk


hoe kan dat nou?


Nieuw Amsterdam, voorjaar 2


De Poëzieweek wordt dit jaar gehouden van donderdag 30/1 t/m woensdag 5/2. Voorafgaand wordt op 29/1 in Rotterdam de VSB Poëzieprijs uitgereikt. Genomineerd zijn: Maria Barnas, F. van Dixhoorn, Micha Hamel, Miriam Van Hee en Antoine de Kom. Prijs: 25 duizend euro. Meer informatie over activiteiten tijdens de Week van de Poëzie: poëzieweek.com


Poëzieweek en -prijs

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden