Dichters uit hun schulp

In Utrecht vochten afgelopen vrijdag dichters in de afvalrace Poetry Slam om het jaarlijkse performancepoëziekampioenschap.

UTRECHT - Laura van der Haar is amper tot Nederlands kampioen poetry slam gekroond, of ze heeft al twee visitekaartjes van uitgevers in haar tas. 'Of ik binnenkort eens wil koffiedrinken', zegt ze nog ongelovig in de kleedkamer, een glaasje water in de hand.


Geef de uitgevers eens ongelijk. Eerdere winnaars van het kampioenschap voor performancepoëzie hebben nu allemaal succes met hun gedichten op papier. Kira Wuck (2011), Ellen Deckwitz (2009) en Krijn Peter Hesselink (2006) zijn na het winnen van het kampioenschap bekende, zelfs gelauwerde dichters geworden.


'Ik heb daar wel een theorie over', zegt dichter Ingmar Heytze, die Kira Wuck op de Schrijversvakschool heeft begeleid. 'De winnaars grijpen deze gelegenheid aan om zich te manifesteren. Ellen Deckwitz pakt het professioneel aan, zij is echt een cultureel ondernemer. Toen ik begon, eind jaren tachtig, nam ik een baantje bij een postkantoor, omdat je van poëzie toch niet kunt leven. Ik kwam niet op het idee om aan wedstrijden mee te doen.'


De deelnemers krijgen drie minuten om de zaal van hun kwaliteit te overtuigen. Een applausmeting bepaalt de uitslag, naast een cijfer van de jury, dus contact met het publiek is belangrijk. Telefoongeluiden lijken de performers niet af te leiden. Gelach klinkt als Daniël Vis zijn ode op het achterwerk eindigt met het beeld van billen als een 'verticale grijns'. Arnoud Rigter verrast met 'mama's eisprong is mijn privé-oerknal'.


Maar het is niet de grappigste die wint. Laura van der Haar heeft de meest ingetogen voordracht. In de battle van de finale, als de twee laatst overgebleven dichters improviserend tegen elkaar moeten dichten, weet ze haar tegenstander Jee Kast 'vriendelijk te fileren', zoals jurylid Toef Jaeger het noemt.


'Je klapt uiteindelijk het hardst voor gedichten die je raken, en niet per se voor wie het grappigst is', denkt Heytze. 'Wuck deed eigenlijk alles fout wat je maar fout kunt doen bij het slammen, maar toch is ze steengoed.'


Volgens Ellen Deckwitz, die samen met de winnaar van 2010 Daan Doesborgh de avond presenteert, helpt het ook dat er een professionele jury bij is. 'Dat hebben andere landen niet bij het kampioenschap.' De kwaliteit van de poëzie wordt elk jaar beter, denkt ze. 'De meeste deelnemers schrijven al tien jaar. Tegen de tijd dat ze winnen, hebben ze een stapel goede gedichten klaar liggen. Ze hebben alleen een duwtje in de rug nodig. Zo'n festival als dit geeft dat duwtje.'


Zelf merkte ze dat ook. 'Voor ik slampion was, belde ik elk gezaghebbend poëziefestival op: 'Hoi, ik ben dichter, mag ik optreden?' Maar omdat ik geen cv had, lukte dat niet. Nu bellen ze mij.'


Van der Haar vindt zichzelf geen podiumbeest. Haar gedichten lenen zich het beste voor papier, denkt ze. 'Anderen komen veel beter over op het podium.' Haar optreden begint verlegen. Ze is dan ook de eerste van de avond. Maar ronde na ronde neemt haar voorkomen aan kracht toe.


In de kleedkamer verklapt ze haar geheim. 'Wodka', zegt ze grijnzend, en knikt naar haar plastic glas dat dus geen spa blauw blijkt te zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden