Dichters of gedichten die overstappen

Op de tweede bladzijde staat een zin die nauwelijks meer overtroffen kan worden. Een gedicht van Willem Jan Otten, de 'Odyssee' en de 'Aeneis' worden in elkaar gelezen....

Een ideaal van schrijven over poëzie wordt ook even zichtbaar: we laten gedichten of dichters voortdurend overstappen. De dan ontstane verkeerskaart kan een beeld van de wereldliteratuur geven. (Van die kaart droom ik vaak.) Borges heeft dat ideaal een aantal keren gerealiseerd, al gebeurt bij hem het overstappen haast onopgemerkt, Vestdijk had het, met iets meer geduld als essayist, kunnen verwerkelijken. Harold Bloom heeft er aanzetten toe gegeven.

De zin, de gedachte en even de toepassing ervan worden inderdaad niet meer overtroffen. Ik vind de eerste bladzijden van Het mooiste gedicht ter wereld van Guus Middag de beste, want er gebeurt ineens iets in de literatuur, de werken gaan handelend optreden ten opzichte van elkaar. De rest van het stuk is een overigens goede behandeling van de 'Aeneis', het oudste besproken gedicht uit de bundel, waarin alleen beschouwingen over vertaalde poëzie staan. Het raffinement van het aan boord gaan blijft verder afwezig.

Al bij het tweede stuk, dat over de verzamelde gedichten van Horatius gaat, wordt de onbevangenheid zichtbaar die voortdurend aanwezig zal blijven. Onbevangenheid leidt tot verwondering en tot vragen. Middag tracht nogal eens tot bezinning te komen met zinnen als 'Waarom treft mij dit gedicht?' Er wordt in de bundel veel getroffen. Het vierde stuk begint zo: 'Ik sloeg het dunne boek open en las op de eerste bladzijde een kort gedicht. Het trof me meteen door de eenvoud en door de onbevangen toon.'

Middag is als lezer voortdurend persoonlijk aanwezig in zijn stukken, voor de dichters geldt het ook: hun leven verklaart vaak hun gedichten. De geciteerde zin verraadt nog iets anders: Middags voorkeur voor het eenvoudige, het directe. Het lijkt er wel op dat hij naar dit soort poëzie op zoek is, naar de verademing die ze geeft. Dat sommige stukken een opluchtend karakter hebben, zal duidelijk zijn.

Typerend kunnen deze zinnen zijn: 'In artikelen over Yeats wordt vaak de indruk gewekt dat zijn verzen bol staan van de symboliek, veel achtergrond bevatten en veel diepgang. Voor een goed begrip lijkt men zich te moeten verdiepen in zijn esoterische mengsel van theosofie, alchemie en Jungiaanse dieptepsychologie, en in allerlei biografische bijzonderheden.' Middag gebruikt nogal eens het woord 'therapiepoëzie'. Ik denk dat hij zich al lezend in veel van de besproken dichters genezen heeft van de gecompliceerde breuk van het hermetisme .

In zijn eigen taal streeft hij ook de eenvoud na. Middag is allerminst een gecompliceerd schrijver; hij is zelfs soms de meester van de luchtigheid, van het parlando. Zijn streven heeft de afwezigheid van dichtheid tot gevolg; lichte uitvoerigheid die geduld vraagt, is het gevolg. Na de geciteerde regels volgt een heel innemend gedicht en dan vervolgt de schrijver zo:

'Het zag er uit als een stille monoloog. De gedachten van iemand die in zichzelf praat, of zichzelf moed inspreekt, en in stilte vragen stelt aan een afwezige. Door de herhaalde regel "Kom je niet?" had het ook wel iets van een lied. Een klein wachtlied om de tijd te doden?'

Dat is schrijven als porselein verplaatsen. Ik moet bekennen dat ik van directer en beknopter houd. Sommige stukken van Middag zijn echte wandelingen, met veel fraaie zijpaden, maar wel aangelegd voor de zeer geduldige loper. Middag houdt ook van de omweg, van het langzaam naderen van het doel.

Wat de 39 stukken zeer waardevol maakt zijn de citaten. Middag illustreert zijn beweringen - een misschien te hard woord voor zijn mededelingen - met heel veel gedichten of fragmenten. De besproken dichters behoren bijna allen tot de top van de literatuur. In zijn karakteriseringen weet Middag uit de werken vaak het beste te kiezen.

De essaybundel is ook een kleine poëziebloemlezing. De allerleukste regel werd geschreven door de Finse dichteres Edith Södergran, van wie ik, eerlijk gezegd, nooit had gehoord. Middag citeert een vers 'waarin opeens een veel ongedwongener stem spreekt' (de essayist heeft weer gevonden wat hij altijd lijkt te zoeken!), ze gaat met opgestroopte mouwen aan de slag om 'het deeg van de poëzie' te kneden' (. . .) 'Voor ik sterf', schrijft ze, 'bak ik een kathedraal.' Dat is de leukste en fraaiste regel uit het boek. Wat een geestige en ontroerende overmoed .

Dat de stukken sterk beschrijvend zijn, is niet alleen een gevolg van Middags wijze van benaderen, maar heeft ook deze oorzaak: geen van de stukken hoeft in een oordeel uit te lopen of daarheen te leiden. De dichters zijn nagenoeg allen groot, gecanoniseerd en vertrouwd. Een aantal stukken kan als een introductie worden gelezen. In de beschrijving blijft men doorgaans aan het glanzende oppervlak.

Middag noemt de stukken - bijna alle in eerste instantie in de krant verschenen - 'essays'. Ik zou de voorkeur willen geven aan 'beschouwingen'. Voor een essayist stoot Middag te weinig door, splijten zijn gedachten niet in een onvermoed aantal betekenissen, geven de stukken ook te weinig perspectief, stappen ze niet over.

De keuze van de dichter is willekeurig, want bepaald door de aanwezigheid van een vertaling. De beste stukken zijn volgens mij die over Kavafis, Södergran, Szymborska, Anne Sexton, Sylvia Plath, Brodsky (een mooie vergelijking van drie verschillende vertalingen) en, onthutsend, het slotstuk over de Russiche dichter Boris Ryzji.

Juist de willekeur van de bundel levert een sterk bewijs voor de stelling dat Odysseus het belangrijkste, want meest 'nageleefde' archetype uit de wereldliteratuur is. Ook daarom is het mooi dat in het eerste stuk Odysseus een rol speelt. (Het boek is ook een kleine hommage aan de meest besproken herdichter Jan Eijkelboom.) De titel van het boek is ontleend aan een uitspraak van Jan Hanlo, neergeschreven in een brief, maar ook elders door hem gedaan. Hij vond een gedicht van de Griek Anakreon 'mijns inziens het mooiste gedicht ter wereld'. Hanlo had, misschien tot zijn geluk, heel weinig gelezen. Middag zegt ook altijd zo'n gedicht te willen vinden. Hij heeft in elk geval een aantal scherven ervan gevonden. Het mooiste gedicht bestaat totdat het tweede mooiste zich meldt. En dat is maar korte tijd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden