Dichter Chrétien Breukers gaat met de billen bloot in zijn prozadebuut

Chrétien Breukers: Een zoon van Limburg

***


Marmer; 283 pagina's, euro 19,95.


'Ik zou voorlopig niet meer in een dorp willen wonen, maar blijf een dorpeling. Een achterdochtige, beduchte dorpeling.'


Chrétien Breukers (1965), zijn naam is onlosmakelijk verbonden met De Contrabas, het weblog waarop grote en kleine zaken van literair belang besproken worden. Breukers publiceerde een aantal dichtbundels en schreef over poëzie in Het eerste gedicht (2013). Ondanks meerdere pogingen kwam het nooit tot een prozadebuut. Tot dit moment. In Een zoon van Limburg geeft Breukers eindelijk prijs wat hij eerder niet vertellen kon. Al te hooggestemde idealen leken hem in de weg te zitten, evenals het dubbelhartige gevoel over zijn afkomst. Ruim drie decennia duurde het voor hij de Limburger in zichzelf durfde vrij te laten. Het resultaat mag er wezen. Een zoon van Limburg is een verslag over zelfacceptatie, zuiver en grondig.


Breukers: 'Ik ben geboren in Leveroy, op de kaart van Limburg in de bocht links, iets onder het midden, dicht bij Weert en Eindhoven.' Die precieze locatie maakt hem in de ogen van de Zuid-Limburgers een Brabander, terwijl de Noord-Limburgers hem zien 'als iemand die helemaal tussen alle stoelen valt'. Dat maakt dat hij zichzelf bestempelt tot 'een nevenproduct, een niemand'.


En dan verhuist hij ook nog eens. Eerst naar Nijmegen, later naar Amsterdam en Utrecht. Naar Leveroy hoeft Breukers niet heel nodig terug. In retrospectief merkt hij op dat het een tegenstrijdig gevoel geeft: 'niet thuishoren in de provincie waar je niet wilt wonen. Alsof je in diaspora bent gegaan, zonder hoop op terugkeer.'


Breukers toont zijn wortels in kleine hoofdstukken. Die gaan over het katholicisme, over de fanfare Sint Caecilia, over zijn zwijgzame vader die kruidenier was en over de stokdove opa die inwoonde bij de familie. In dezelfde pennestreek gaat het over een jeugd in de jaren zeventig en lezen we over Tom Okker en Joop Zoetemelk die de posters sieren op Breukers' kinderkamer. Toch een vleugje nostalgie.


Serieuzer wordt het wanneer het over de schrijverij gaat. Over poëzie, de romankunst en over lezen. Over dat laatste zegt Breukers dat lezen voor hem, zeker in zijn kinderjaren, gelijkstaat aan zelfverlies. Gek, dat woord 'zelfverlies', want als lezen iets doet, dan is dat juist de lezer verrijken. Niets raak je kwijt wanneer je leest, je verstand, zoals Breukers' familie meent, noch jezelf, je vult alleen aan, eigent je iets toe.


Ten diepste gaat Een zoon van Limburg over de aanvaarding van onvolmaaktheid. Die van de lezer, maar ook die van de schrijver. In het hoofdstuk 'Het gedroomde oeuvre' beschrijft Breukers hoe hij begin jaren negentig als reactie op zijn typoscripten de ene afwijzing krijgt na de andere. Als uitgever Van Oorschot reageert, is de pijn voelbaar. Hij noemt Breukers 'geen schrijver' maar 'een amateur'. Dat het incasseren niet vanzelf gaat, lezen we in de moeizame jaren die volgen. Toch zal Breukers uiteindelijk onderkennen dat hij niet bij machte is 'een groot verhaal te structureren'. Dat is pas met de billen bloot.


Dat de roman zijn genre niet is, is geen probleem. Deze verzameling autobiografische stukken volstaat. Belangrijker is dat Breukers een goede toon gevonden heeft om zich te manifesteren als prozaschrijver.


'Hij is de eenmanscommando van het poëziewezen', schreef John Schoorl in 2009 over Chrétien Breukers

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.