Dichtende oud-communist is politieke veteraan

De nieuwe Italiaanse president Napolitano zegt dat hij al ex-communist was toen het communisme nog bloeide...

Michaël Zeeman

Giorgio Napolitano is wat zijn achternaam al zegt: een Napolitaan. Hij werd er in 1925 geboren en sloot zich na het eindigen van de Tweede Wereldoorlog, in 1945, meteen aan bij de PCI, de Italiaanse communistische partij.

Die twee gegevens, Napels en de PCI, brengen in Italië meteen een lawine aan connotaties met zich mee. Ze wekken afwisselend aanzien en afgrijzen. Desondanks is zijn statuur onomstreden: Napolitano is sinds verleden jaar één van de zeven ‘senatoren voor het leven’, een eerbetoon dat slechts bij hoge uitzondering wordt verleend.

Zijn levensloop en loopbaan zijn ernaar. Napolitano is bijna veertig jaar lid geweest van het Italiaanse parlement; van 1992 tot 1996 was hij voorzitter van de Kamer. Aansluitend daarop, van 1996 tot 1998, was hij Minister van Binnenlandse Zaken. In de jaren 1989-1992 was hij bovendien lid van het Europese Parlement; vanuit dien hoofde heeft hij verschillende internationale functies bekleed.

In Het Italiaanse communisme, een ook buiten Italië bekend geworden boek waarin hij medio jaren zeventig van gedachten wisselde met de Engelse marxist Eric Hobsbawm, heeft Napolitano al vrij vroeg zijn gematigde versie van het communisme uit de doeken gedaan. Al in de jaren zestig zocht hij naar samenwerking met de socialisten en hij is zijn hele leven al zowel Europees als transatlantisch gezind geweest. Dat maakte hem in de ogen van de hardliners onder de Italiaanse communisten, die sterk op Moskou georiënteerd waren en aan hevige aanvallen van anti-Amerikanisme leden, verdacht.

In zijn onlangs verschenen autobiografie schetst Napolitano de ontwikkeling van zijn politieke denken. Hij zou al tamelijk vroeg de heilloosheid van het onversneden sovjetcommunisme hebben ingezien en schildert zichzelf af als iemand die in feite al ex-communist was toen het het communisme nog volop bestond.

Als jongeman heeft Napolitano nog enige tijd toneel gespeeld. Ook schreef hij, onder een pseudoniem, gedichten in het dialect van Napels. Naar verluidt mag hij nog altijd graag gedichten citeren; zijn voorkeur gaat daarbij uit naar William Yeats en T.S. Eliot. Samen met zijn enigszins gereserveerde, deftige voorkomen, en zijn enorme staat van dienst, verschaft hem dat een aanzien van waardigheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden