Dicht op de huid

Het ervaringstheater rukt op, en is toe aan officiële erkenning. Toeschouwers komen in grote getale opdagen, bereid om van alles te ondergaan....

Bij de ene voorstelling doe je (tijdelijk) afstand van je horloge en mobieltje – je reguliere tijdsbeleving – om met vertraagde voetstap vier uur te dwalen over een eiland. Bij een andere kríjg je juist een mobiele telefoon. Daarop word je gebeld als je aan de beurt bent. Met een koffer in de hand moet je op zoek naar een lampje in de verte: ‘Dat is je bestemming’, lispelt een stem door de telefoon.

Het kan ook zijn dat je stilzwijgend wordt gevraagd je schoenen te verwisselen voor laarzen om door de modderige klei te ploeteren, of dat je met blote voeten door het graan moet. Of dat je wordt rondgereden in een busje, met een spiegel op schoot om de wereld te bekijken vanuit gekanteld perspectief.

Voor je het weet banjer je met witte sloffen door een wasserij, krijg je een nat lapje op je ogen en een handje meel in je hand. Iemand fluistert in je oor: ‘Wees maar niet bang, ik ben bij je.’ En: ‘Je mag met mijn ogen huilen.’ Of je ligt geïsoleerd in een kamertje, muziek op je koptelefoon. Het spiegelplafond boven je hoofd wijkt hoger en hoger. Totdat je opmerkt dat alle medetoeschouwers ook in een kamertje op een hotelbed liggen, en in dezelfde spiegel kijken. Samen, en toch alleen.

Welkom in de wereld van het ervaringstheater: voorstellingen die de toeschouwer eerst en vooral willen verleiden om te kijken en te ervaren, en zijn oordeel en interpretatie uit te stellen. Theater dat zich het liefst op onverwachte locaties manifesteert, zoals winkelcentra, treinstations, afvalcentrales, gevangenissen, stadsbussen en duinpannen. Dat de toeschouwer langzaam losweekt uit zijn dagelijkse routine, door – als het even kan – fysiek contact met hem te maken en hem in verwarring te brengen over plaats en bestemming. Met een blinddoek in een rolstoel bijvoorbeeld, of met de rug plat op een kar. Met een hand op de schouder door aardedonkere gangen of met een naambordje om door Hoog Catherijne.

Tot voor kort beperkte het ervaringstheater zich tot excentrieke festivals. Een leuk speeltje voor alternatieve types. Echt serieus werd het niet genomen, in ieder geval niet door de gevestigde orde van de grote gezelschappen met hun klassieke schouwburgvoorstellingen. Die tijd is voorbij. De populariteit van het ervaringstheater stijgt snel en onmiskenbaar.

Vandaag gaat het Theaterfestival (TF) van start met de herneming van de meest bijzondere theatervoorstellingen uit het voorbije seizoen. Maar liefst acht van de elf geselecteerde producties behoren tot de categorie van het ervaringstheater. Slechts drie zijn schouwburgvoorstellingen, de rest speelt in de kleine zaal of op locatie (een Renaultgarage in Amsterdam Zuid-Oost, een V & D in Leiden, een tuinparkje, een beddenzaal vol hotelmatrassen).

Nog een bewijs: de jonge theatermaakster Boukje Schweigman – samen met Dries Verhoeven, Theun Mosk, Lotte van den Berg en Roos van Geffen de voorhoede van het Nederlandse ervaringstheater – krijgt van het nieuwe fonds NFPK+ voor vier jaar subsidie (ruim 360.000 euro per jaar). Andere ervaringsgerichte gezelschappen idem dito: collectief Wunderbaum bijvoorbeeld, mightysociety van Eric de Vroedt en het nieuwe locatietheaterhuis rond Van den Berg in Dordrecht, Dordt genaamd.

Over de naam ‘ervaringstheater’ kun je bakkeleien – in principe is iedere voorstelling erop gericht een ervaring bij de toeschouwer teweeg te brengen. Het genre onderscheidt zich met name door het centraal stellen van persoonlijk contact met de toeschouwer. Een toenadering die alom waardering en erkenning oogst.

Natuurlijk is de ‘best of’-keuze van het Theaterfestival arbitrair en afhankelijk van de voorliefde van de jury. Die is echter wel gevarieerd samengesteld, uit een hoogleraar, een theatermaker, een criticus, een dramaturg, een artistiek leider en comedian Raoul Heertje als voorzitter. Heertje beargumenteert de selectie als volgt: ‘Dit zijn de voorstellingen die ons het meest hebben geraakt, waar wij van ontdaan waren, die ons in verwarring brachten.’

Wie ‘raken’, ‘in verwarring brengen’ en ‘ontdaan zijn’ als criteria hanteert, komt bij het ervaringstheater terecht. Dat is erop gericht de toeschouwer te ontregelen en te verwonderen en emoties op bedekte manier los te peuteren. De bedoeling is een gevoel op te roepen, ook al is dat gevoel vaak een vraagteken.

Nieuw is het concept van ervaringstheater niet. Het is verwant met de happenings uit de jaren zestig en zeventig. En de Italiaanse futurist Filippo Tommaso Marinetti stelde al begin 20ste eeuw voor om één stoel aan meerdere toeschouwers te verkopen of met niespoeder te besprenkelen om verwarring te stichten. Decennia later doorbraken veel theatergroepen de zogenoemde vierde wand: een denkbeeldige muur die van het podium een afgesloten realiteit maakt. De aandacht verschoof van de relatie tussen personages op het toneel naar dat wat er tussen voorstelling en toeschouwer gebeurt.

In 2001 programmeerde het Holland Festival het Colombiaanse Teatro de los Sentidos (het Theater van de Zintuigen) met het mythische theaterlabyrint-voor-één-persoon Oraculos. Een ankerpunt voor veel ervaringstheatermakers. Sindsdien schieten de voorstellingen als paddestoelen uit de grond, waarin toeschouwers een speciale behandeling krijgen – niet zelden één-op-één, aangemoedigd door de vele (zomer)festivals die allemaal iets bijzonders willen op unieke locaties. Plekken die de scheiding tussen publiek en toneel opheffen en die geladen zijn met een emotionele of historische bagage, zoals bijvoorbeeld een kernafvalcentrale of een gevangenis. Technisch zijn er nauwelijks belemmeringen meer: met zendmicrofoontjes en lichtbatterijen valt iedere modderpoel theatraal te bespelen. Hoe verder weg en moeilijk bereikbaar, hoe aantrekkelijker.

TF-jurylid Wouter Hillaert, de Vlaamse theaterrecensent van De Morgen, ziet een sociologische verklaring voor de herwaardering van het ervaringstheater in de volgens hem doorgeschoten individualisering. ‘We ontdekken steeds meer de gevaren van een samenleving waarin iedereen op zichzelf is aangewezen. Consumptie is de nieuwe religie, maar dat geloof viert niet lekker. We willen nog steeds graag deel uitmaken van een gemeenschap en zoeken nieuwe spiritualiteit. Het ervaringstheater speelt daar informeel en vrijblijvend op in.’

Voor wie deze verklaring te cliché vindt – altijd weer die vervanging voor het verlies van God de Vader als bindend element – zijn er nog andere redenen aan te wijzen. De politiek en het cultuurbeleid vragen de laatste jaren vaker om een legitimering van de subsidies in de vorm van publieksaantallen. Dat resulteert in publieksvriendelijke voorstellingen, maar ook in een hernieuwde interesse in de toeschouwer. De mannen en vrouwen in de zaal zijn lange tijd veronachtzaamd; nu doen ze er weer toe.

Zoals de media en de politiek de gewone man weer aan het woord laten, zo slechten theatermakers de drempel naar (nieuw) publiek door dicht op diens huid te gaan zitten.

Vaak letterlijk. Toeschouwers worden gestreeld en vastgepakt. Zitten niet meer veilig op een afstand in het rode pluche, maar worden aangeraakt om de zintuigen optimaal te prikkelen. En om de echtheid van het contact te benadrukken. Hillaert: ‘Het is veel moeilijker doen alsof in fysiek contact. Je nieuwsgierigheid wordt genereuzer wanneer een actrice over je arm streelt en een papier alleen voor jou onder de deur door schuift. Wegkijken wordt lastiger. Bovendien speelt een groot deel van onze werkelijkheid zich af op beeldschermen. Er sluimert een groot verlangen weer eens oog-in-oog met iemand te staan.’

En de toeschouwer? Die vindt de verdieping van het (tijdelijk) contact best spannend.

Hoogleraar theaterwetenschap Maaike Bleeker (Universiteit Utrecht): ‘Mensen zijn tegenwoordig meer geïnteresseerd in het ondergaan van een ervaring dan in het aanschouwen van een verhaal. Dat past in de grotere context van de belevenisindustrie. Ook in de beeldende kunst duiken steeds meer installaties op waar mensen interactief door heen kunnen wandelen.’

Toch geeft die toeschouwer zich niet zomaar gewonnen. Vaak proef je bij mensen voorafgaand aan de voorstelling een weerstand of scepsis tegen participatie. Onbegrip – letterlijk geen grip op de situatie – moet overwonnen worden. Jury-lid Hillaert: ‘Als ik op voorhand zou weten dat ik na anderhalf uur met blote voeten tussen volslagen vreemden in een wijntrog zou staan te stampen, zou ik geen kaartje bestellen. Toch voelt het na afloop geweldig. Omdat mijn zintuiglijke ervaring op een ingenieuze manier wordt gemanipuleerd.’

Ervaringstheater luistert nauw. Meligheid en muiterij liggen op de loer. Als één toeschouwer de kont tegen de krib gooit, kan de intieme sfeer snel omslaan in landerigheid. En, erkent ook Hillaert, te veel regisseurs maken zich er te gemakkelijk van af. ‘Het concept moet zo complex zijn opgebouwd dat alles wat toeschouwers impulsief te berde brengen geïncorporeerd kan worden. Minder getalenteerde makers reageren vaak niet wezenlijk op wat van buiten wordt ingebracht. Of gaan te soft om met de afgedwongen intimiteit van het contact. Ze maken het té gezellig.’

Hoogleraar Bleeker spreekt van een complexe dramaturgie en een zorgvuldige montage. Daarbij is diep doordacht hoe de ervaring van het publiek gaandeweg de voorstelling wordt georganiseerd. Stellen en vriendinnengroepen worden subtiel uit elkaar gehaald, om mensen uit de veiligheid van de anonieme groep te halen. Een desoriënterend begin moet zo werken dat een toeschouwer zich niet als verloren maar als aanwezig ervaart. Een gebaar op een podium heeft direct een lading, tussen de toeschouwers kan het achteloos overkomen. Bleeker: ‘Uit onderzoek blijkt dat toeschouwers denken individueel op de performance te reageren. Maar ook als mensen zelf hun tempo mogen kiezen, blijken ze er aan het eind gemiddeld even lang over te doen. Mensen denken bepaalde keuzes te maken, maar worden daarin meer gestuurd dan ze in de gaten hebben. Daarin zijn makers als Dries Verhoeven en Lotte van den Berg heel sophisticated geworden. Ook omdat ze meer ervaring met ervaringstheater hebben opgedaan. Ze weten het potentieel aan associaties bij een publiek steeds meer tot leven te wekken.’

In het ervaringstheater wordt de toeschouwer als individu binnen een groep voortdurend aangesproken op zijn rol als waarnemer. Jezelf zien in de rol van toeschouwer dwingt je na te denken over hoe je je gedraagt in sociale situaties. Je kan het zien als een speelse vorm van maatschappijkritiek; het legt de onderwerping bloot aan verborgen regels, codes en waarden van een gemeenschap. Dat maakt de kijkervaring vaak zo onthutsend en lang naijlend. Bovendien wordt het resultaat van een voorstelling mede in de handen van de toeschouwer gelegd. Dat dwingt betrokkenheid af.

De vraag is het ervaringstheater het gevestigde theater langzaam naar de marge zou kunnen dwingen. Of een locatievoorstelling met acteurs op een halve meter afstand straks meer regel dan uitzondering is en dat de traditionele praktijk van een zaal tegenover een podium een reservaat gaat worden. Hillaert vermoedt van wel: ‘Over twintig jaar voorzie ik ervaringstheater waarin toeschouwers het vanzelfsprekend vinden met een beeldschermbril in een virtuele omgeving rond te dwalen.’ Bleeker denkt dat het naast elkaar zal blijven bestaan. ‘Maar het zal elkaar wel gaan beconcurreren.’ De scherpe keuzes die het nieuwe Fonds voor de Podiumkunsten heeft gemaakt, bewijzen die concurrentie. Het geld dat nu naar Boukje Schweigman c.s. gaat wordt niet in de meer traditioneel ingestelde Theatercompagnie van Theu Boermans geïnvesteerd.

Wat de ongeschreven wetten van het ervaringstheater in ieder geval duidelijk maken: indrukken beklijven langer wanneer ze zich niet alleen in je mentale, maar ook fysieke geheugen inschrijven. Jaren geleden gaf Leon Wecke het bijvak polemologie op de universiteit van Nijmegen, de wetenschap van oorlog en vrede. Hij begon het eerste college steevast met een onverwacht schot op de zaal. Het bracht lichaam en geest in opperste staat van paraatheid: er dreigde gevaar. Dat risico wilde hij zijn studenten laten voelen. Zo’n ervaring – een gericht schot op je gelost – vergeet je niet snel. Misschien beklijft ook de tekst van dit artikel het langst, als een actrice hem in het oor van de lezer zou fluisteren, onderwijl zoete vruchten op de tong leggend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden