Dicht bij huis blijft Martin uit de greep van zijn achtervolgers

Tony Martin verbaasde met de etappezege na een 150 kilometer lange solo. Het peloton verbaasde door pas 7.46 minuten later te finishen. Dat kostte Nibali zijn gele trui.

MULHOUSE - De negende etappe in de Ronde van Frankrijk voerde door dorpjes waarvan de namen eindigden met de lettergreep 'heim'. Bijna halverwege het parcours heeft de Tour de France een gedeelte van Frankrijk bereikt waarin een Duits verleden doorklinkt. En Tony Martin won.


Die naam klinkt behoorlijk Engels, maar Martin is een van de tien Duitsers die ruim een week geleden in Leeds aan het karwei begonnen. Tony Martin won zoals hij alleen dat kon. Tot ieders verbijstering keihard in zijn eentje voor het peloton uitrijdend. Gevraagd naar het waarom van zijn imposante prestatie, zei hij lachend: 'Misschien omdat we vandaag zo dicht bij huis reden.'


Wielrennen is een sport waarin het nationalisme een lastig te hanteren begrip is. Het collectief heeft een nationale uitvalsbasis, maar dat is meestal van ondergeschikt belang. Die natie is slechts een kapitalistische voedingsbodem. Het was mooi dat Rabobank ooit brood zag in een Nederlandse profploeg. Maar als Belkin, een Amerikaanse multinational de boel wil overnemen, graag - voor zolang het duurt.


Puur nationaal gesproken gezien zijn België en Nederland deze Tour overheersend: zeven van de negen ritten zijn gewonnen door Belgische en Nederlandse ploegen. Maar de eerste Nederlander in het klassement staat twaalfde en de eerste Belg dertiende. Eén Nederlander won tot nu toe een dagprijs, België staat nog op nul.


Anders dan bij voetbal is in het wielrennen het collectief ondergeschikt aan het individu. Graziano Pellè maakte zijn doelpunten voor Feyenoord en zal dat straks misschien voor Southampton doen. Daarin spelen Nederland en Engeland in de beleving een grotere rol dan Italië.


In het wielrennen werkt het niet zo. Doelpunten dienen een gezamenlijk belang, een ritzege is een individuele triomf. Drie keer won het Nederlandse Giant een etappe, maar het was de Duitser Marcel Kittel die het voor de firma deed. Het Belgische Lotto heeft één rit op zijn conto staan. Dat was het werk van de Duitser André Greipel. En het eveneens Belgische Quick Step dankt zijn twee overwinningen aan de Italiaan Trentin en zondag dus aan Tony Martin.


In de dagelijkse afrekening is de Tour de France tot nu toe dus een Duitse aangelegenheid. Al vijf overwinningen, dat is er één minder dan het totaal van vorig jaar. Dat er zo weinig Duitsers in dat grote peloton rijden, laat zien dat het een samenloop van omstandigheden is. Niemand kan beweren dat er in Duitsland een vruchtbare voedingsbodem voor wielrennen bestaat. Het zijn toevallig een paar Duitse individuen die hun waarde bewijzen bij de kleine buurlanden.


'Ik ben zelden zonder woorden', meldde Patrick Lefevere, de Belgische baas van Tony Martin, zondagmiddag op Twitter. Wie hem een beetje kent, in het echt of op het virtuele dorpsplein, weet wat dat wil zeggen.

Meesterproef

Wonderbaarlijk hoe Martin, bijgenaamd Der Panzerwagen, elke keer weer opnieuw weet te verbazen. Een jaar geleden leek hij zijn meesterproef te hebben afgeleverd in de Vuelta. In de zevende rit begon hij aan een solo van 177 kilometer, die 100 meter voor de eindstreep eindigde in schoonheid.


Nu reed hij slechts 150 kilometer lang voor het peloton uit, maar hield het tot het einde vol. Aanvankelijk duldde Martin het gezelschap van de Italiaan Alessandro de Marchi. Maar toen ze tegen de Col de Markstein opreden, besefte Martin alleen beter af te zijn.


Achter hem reed een groep van 28 man met erkende hardrijders als Tom Dumoulin, tegenwoordig zijn naaste belager in tijdritten. Niemand kon zondag tegen Martin op. Boven op de Col Amic was het verschil met nummer twee Rodriguez 2.37 minuut. Zo'n 40 kilometer verderop in Mulhouse was Cancellara opgeschoven naar de tweede plaats. Tijdverschil op de eindstreep: 2.45 minuut.


De geboren tijdrijder Martin, altijd de nuchterheid zelve, was vooral blij nu ook eens een rit in lijn op zijn naam te schrijven. 'Vooral de laatste 5 kilometer waren fantastisch. Met drie minuten voorsprong was ik 100 procent zeker van de overwinning. De buit was binnen, zelfs als ik lek reed.'


Het peloton, met daarin geletruidrager Vincenzo Nibali, eindigde op een beschamende achterstand van 7.46 minuut. Voor één wielrenner in de grote groep van achtervolgers wachtte daarom een hoofdprijs in Mulhouse. Nibali moest zijn leiderstrui afstaan aan Tony Gallopin.


Gallopin is een Fransman die dit jaar wordt betaald door de Belgische firma Lotto. Hij draagt het geel op de mooiste dag die een Franse wielrenner zich maar kan voorstellen: 14 juli, de nationale feestdag. 'Onbeschrijflijk', zei Gallopin daarover. Soms krijgt nationalisme het wielrennen toch in zijn greep.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden