Diana en de schuivende lagen der historie

Van het ene gehucht weet inmiddels de halve wereld dat het in het Engelse graafschap Nottinghamshire ligt, along England's greenest hills, van het andere weet praktisch niemand dat meer....

HOE VER zou het eigenlijk zijn van Althorp naar Harby?

De ene cultuur schoof over de andere, met geweld en onverbiddelijk, en de tijd deed de rest. Alleen in de herkomst van sommige woorden, sommige vale huidstinten, sommige haarkleuren is die eerdere cultuur nog terug te vinden, en in de vreemde opstellingen van zwerfstenen op opvallende hoogten in het weidse en gemoedelijk glooiende heuvelland. Maar je moet er om zoeken: de Angelen en de Jutten namen geen halve maatregelen. De Angelen verstrekten het land zijn nieuwe naam, de taal van de Jutten leeft voort in menig toponiem - net als die van de Angelen trouwens. De taal van die oorspronkelijke bewoners zit veel dieper verborgen onder de namen op de kaart. Alleen wie er verstand van heeft leest alle lagen van de geschiedenis terug.

Ook de naam 'Harby' brachten de Thanes van thuis mee: nog alijd is er op het eiland Fünen, net oostelijk van Jutland, ook een 'Harby'. Het zou me verbazen als dat inmiddels niet feestelijk gejumeleerd is met het Nottinghamse Harby.

Maar die beide Engelse gehuchten, Althorp en Harby, mogen dat ook wel eens gaan overwegen, zo'n formele gehuchtenband. Want al zitten er dan zeven eeuwen tussen, ze hebben gemeen dat ze beide een prominente plaats innemen in de geschiedenis van de vorstelijke Britse begrafenisstoeten. Die laatste, die van negen dagen geleden, eindigde in Althorp, op een kunstmatig aangelegd eilandje in een door mensenhanden gegraven plas, terwijl in november 1290 die andere begrafenisstoet, van die andere prinses, in Harby begon.

Wat is er toch met Nottinghamshire?

De geschiedenis schuift voortdurend over het land, ook over dat van Nottinghamshire, en terwijl ze zichzelf nooit herhaalt, veroorzaakt ze soms een rijm dat de eeuwen omarmt.

Eleanora van Castilië - 'Leonor de Castilla', in haar eigen taal: zelfs in de naam waaronder ze voortleeft drukt zich dat schuiven van die lagen uit - begon haar laatste reis in Harby, en al was haar begrafenis dan minder massaal dan van die andere vrouw die jarenlang de beoogde 'Queen Consort' was, haar uitvaart veroorzaakte, omgerekend naar de verhoudingen van tijd, bevolkingsomvang en communicatiemiddelen, minstens zoveel dramatische beelden. Zij was de alom geliefde vrouw van de Engelse koning Edward I en 'haar toewijding aan hem helped to bring out his better qualities'. Dat kan niet van iedere prinses gezegd worden: het rijm is, het zij meteen toegegeven, beperkt.

Eleanora van Castilië was ook een koninklijke echtgenote die zich niet schuil hield. Ook zij vergezelde haar man op menig buitenlands staatsbezoek, en was in haar tijd de bron van minstens zulke sterke apocriefe verhalen als vandaag de dag over die andere prinses de ronde doen. In de jaren 1270-1273 ging ze met Edward mee naar Israel, toen hij er een kruistochtje maakte - ik weet het niet, maar etymologisch verband aanbrengen tussen een 'cruise' en een 'kruis' lijkt me een peulenschil; een cruise is in elk geval al een tocht (zodat een kruis-cruise al tot de mogelijkheden behoort) en de Middellandse Zee is er hoe dan ook een constante in.

Daar, in Accra, zoog Eleanora, volgens de overlevering, toen Edward geraakt werd door een vergiftigde dolk, het vervuilde bloed uit zijn wond - en of dat waar is doet er ook bij een verhaal van zeven eeuwen terug niet toe. Dat type verhalen kun je niet eens controleren, en het is ook beter dat nooit te doen.

Ze stierf toen ze vierenveertig jaar oud was - nee, geen ongeluk: hier gaat het rijm alweer even strompelen - en werd alom luide beweend. De lange weg van Harby naar Londen, jawel, naar Westminster Abbey - iedereen kent die route inmiddels, zij het in zijn moderne staat en in omgekeerde richting - legde de rouwstoet in etappes af. Het volk kreeg volop de gelegenheid afscheid van de geliefde vorstin te nemen en bij iedere stop werd een kruis geplaatst, want zij was ten naaste bij een heilige. Het is bijna alsof de route die de rouwstoet van die andere prinses volgde opzettelijk zo gekozen was: langs de lijnen van de geschiedenis, zij het enkele lagen hoger.

'The King's Crosses' heten ze: een reeks van voornamelijk Keltische kruisen. Ze staan er voor een deel nog altijd, al schoof de geschiedenis er dan ook al zeven eeuwen langs en overheen - ze staan er als middeleeuwse relicten, als restanten van een vrijwel vergeten cultuur, practisch betekenisloos en overspoeld door het geraas en gewoel van een andere tijd. Het Londense King's Cross en Charing Cross zijn er twee van; loze, betekenisloze namen, die beide inmiddels slechts een metrostation aanduiden. Het kruis werd een kruising en ook dat nog in tweeërlei zin: van het verkeer en van culturen. Daar kan iemand met een zwak voor metaforen zich naar hartelust op uitleven.

Een week kent zeven dagen, de Farao van Egypte zag zeven vette en zeven magere jaren aan zich voorbij trekken, wij kennen the seven years' itch en steeds meer van ons voelen die iedere zeven weken - maar voor prinsessendrama's geldt kennelijk een termijn van zeven eeuwen en zeven jaar. Het spijt me werkelijk dat ik er in die zevenentwintigste eeuw vermoedelijk niet bij kan zijn; uit de zesde eeuw zijn helaas te weinig bronnen bewaard gebleven.

Maar van die uit de dertiende eeuw zijn ons berichten overgeleverd die uit het eind van de twintigste kan niemand zijn ontgaan.

De Abbey vrijwel tot de laatste plaats bezet, de aangrenzende straten en de omringende parken bomvol. Het interessantste moment tijdens die dienst was niet dat malle liedje van die opgelapte zanger ('you lived your life like a candle in the wind', voor een vrouw die zich per Concorde, privé-jet, Bentley of luxe-Mercedes verplaatste, vakantie hield in St. Tropez en dineerde in the Ritz is de beeldspraak 'kaarsje in de wind' blatante onzin), maar het zingen van Psalm 23 ('De Heer is mijn herder': ook geen al te sterke tekst).

Daar zag je ze over elkaar heen schuiven, die lagen van de geschiedenis. De genodigden in de Abbey hadden een gedrukte liturgie uitgereikt gekregen, talrijke bezoekers van park en straat hadden kranten bij zich waar de uitgekozen teksten in stonden afgedrukt. Toen die psalm, een van de evergreens van de christelijke rouwplechtigheden, gezongen werd, viel het publiek in drie groepen uiteen: mannen van boven de zeventig en vrouwen van boven de zestig die die tekst met gemak uit hun hoofd meezongen, een moeilijk af te bakenen midden-categorie die de gedrukte tekst er bij nodig had maar zich kennelijk nog wel de melodie herinnerde en dus vanaf het papier meezong, en de restgroep van mensen die er even geen flauw idee van hadden waar het nu weer over ging.

Een cultuur in haar nadagen, verschillende lagen die op eenzelfde moment gezamenlijk zichtbaar zijn. Lang zal dat niet meer duren.

De symboliek, de rituelen en de teksten, ze waren in 1997 uit dezelfde bron afkomstig als in 1290. Maar ze zijn uitgehold. Rouwbeklag is van alle tijden, de gehechtheid aan een gemeenschappelijk en betrouwbaar ritueel is dat vermoedelijk ook, maar de vormen demonstreerden eerder heimwee dan begrip. Het is vermoedelijk de laatste keer geweest dat zo'n plechtigheid op deze solide wijze kon worden uitgevoerd - met die teksten, die melodieën, die handelingen. De nieuwe laag van de geschiedenis is bezig zich te verharden en de vorige af te sluiten.

Alleen gespecialiseerde historici hebben zich deze keer nog afgevraagd waarom het zo nodig Althorp moest worden. Omdat het in Nottinghamshire lag, niet al te ver van Harby.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.