Deze week: de Brabantse Nijntje

Olaf Tempelman speurt naar boeken over eigentijdse fenomenen.

OLAF TEMPELMAN

Veel mensen weten dat Shakespeare een groot schrijver was. Niet iedereen weet dat Shakespeare in het Hongaars mooier is dan in zijn moedertaal. Dat is mij een keer op een receptie uitgelegd door, jazeker, een spreker van de Hongaarse taal. Om twijfelaars over de streep te trekken: To be or not to be, that's the question klinkt in het Hongaars als Lenni vagy nem lenni, ez itt a kérdés.

Interessant is dat een aantal adepten van het Brabants een tijd terug tot hetzelfde inzicht kwam. Als Hamlet in het Brabants gaat converseren, overtreft hij zichzelf. In de buurt van 's Hertogenbosch luiden zijn beroemdste woorden: Bestaon of nie bestaon, da's de vraog. Nog niet overtuigd? Da's nie erg. Voor wie Shakespeare in het Brabants een brug te ver vindt, is er nu Nijntje. Een van haar beroemdste titels, Opa en Oma Pluis, werd door Jos Swanenberg (bijzonder hoogleraar Brabants) kundig in de streektaal bewerkt. Tekeningen, formaat en omslag zijn identiek aan het origineel, maar Nijn en haar grootouders vertoeven ergens in de driehoek tussen Schijndel, Boxtel en Den Dungen. 'Op 'nen dag zee opa Pluis/ Ik heb iet vur oe, Nijn/ Ik heb vur aow 'ne glijer gemakt/ Hallee, riep Nijn, wa fijn.' Ik vind het mooier dan het origineel, ook al omdat Nijntje in het Brabants gemoedelijker wordt. 'Nijntje stepte dur d'n hof/ 'T steppe gong keigoed/ Want Nijntje wies vaneiges best/ Hoe da ge steppe moet.' Hangt om de gewone Nijntje een bepaalde randstedelijke afstandelijkheid, bij de Brabo-Nijntje kumt ge graag langs voor een glaasje ranja of iets sterkers.

Schrijven in streektaal is op veel plekken in Europa een oprukkend fenomeen. In wat een reactie lijkt op de globalisering, is in veel regio's een zoektocht naar eigenheid op gang gekomen - historisch, folkloristisch, culinair, literair. Lang waren boeken in de streektaal een marginaal verschijnsel. De toename van het aantal scholen en geletterden in de 19de eeuw ging gepaard met het propageren van gestandaardiseerde nationale talen. Veel mensen bleven hun streektaal spreken, maar gingen er niet in schrijven. In de 21ste eeuw is dat anders. Voor het eerst heb je ook schrijvers die een oeuvre exclusief in de streektaal gestalte geven. Een succesvol voorbeeld is Bas Luinge ('opgruid in Grolloo, trouwd, twee kinder, vier kleinkinder'), die Drenthe aan zijn voeten kreeg met titels als Laot de haon maor kreien en Het dörp van mien onbezörgde jeugd. 'Elke Drent die het veurrecht had hef um op te gruien in zu'un gezellig, olderwets dörp as het dörp van Bas Luinge, zal dit boek umarmen.' Ik moet er nog aan beginnen, maar ik weet nu al dat geen vertaling het Drentse origineel overtreft. De Brabantse Nijntje krijgt het laatste woord: 'Nijn moes op huis aon/ Houdoe opa, houdoe oma/ Vurzichtig rij ik aon.'

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden