Deze vluchtelingen hebben het gemaakt in Nederland

Uitgelicht

In het jaar waarin het lot van vluchtelingen dagelijks het nieuws domineerde, ging fotografe Negin Zendegani (Iran, 1967) op zoek naar vluchtelingen die het hebben gemaakt. 'Geen gelukzoekers, maar gelukbrengers', zegt een van de geportretteerden.

Khanh Vu. Foto Negin Zendegani

Reber Dosky, in Nederland sinds 1998

Reber Dosky (1975) is geboren in de bergen in het noorden van Koerdistan toen zijn ouders op de vlucht waren voor Saddam Hussein. Zijn opa gaf hem de naam Reber, dat betekent 'gids' in het Koerdisch. Reber zou een gids zijn voor zijn familie. Drie maanden later werd opa, een peshmerga, op gruwelijke wijze vermoord door de soldaten van Saddam. Zijn lijk bonden ze achter een tank en sleepten ze door de stad.

'Mijn hele leven is het oorlog geweest', zegt Dosky. 'Eerste Golfoorlog, Tweede Golfoorlog, de Koerdische vrijheidsstrijd, de brandhaard in het Midden-Oosten. Ik ben nog steeds bezig het trauma te verwerken. Eerst via mijn studie, nu met mijn films.'

Sinds 1998 is hij in Nederland. De studie maatschappelijk werk en dienstverlening aan de Haagse Hogeschool maakte dat hij snel was ingeburgerd. Hij werkte een paar jaar als studentenbegeleider bij UAF, de stichting voor vluchteling-studenten, en ging naar de Filmacademie.

Ga studeren, is zijn advies aan vluchtelingen. Blijf niet in je eigen kringetje, ga naar het café, ga praten met Nederlanders. Doe dat vanaf de eerste dag. En geef nooit de hoop op. Hoop is het allerbelangrijkste. 'Vluchtelingen kunnen een aanwinst zijn. Dan zijn ze geen gelukszoekers, maar gelukbrengers.'

De Koerdische cultuur is een wij-cultuur; op de Haagse Hogeschool leerde Dosky wat de ik-cultuur is. In de Koerdische cultuur spreek je je docent niet tegen uit respect voor hem. In Nederland heeft hij geleerd voor zichzelf op te komen en te zeggen wat hij vindt. Zonder te kwetsen.

Reber Dosky: Geef nooit de hoop op. Hoop is het allerbelangrijkst. Foto Negin Zendegani

De boodschap die Dosky in zijn films wil meegeven is dat we voor elkaar moeten opkomen. 'Er is een sfeer in Nederland dat je voor of tegen vluchtelingen bent, maar het is niet zo zwart-wit. De vluchtelingen van vandaag kunnen de gastheren van morgen zijn. Het gaat om menselijkheid. Wat kunnen we voor elkaar betekenen?'

Zijn documentaire The sniper of Kobani draait dit jaar op het internationale documentairefestival IDFA. In een langdurig gevecht heroverden de Koerden de Syrische grensstad op Islamitische Staat. Dosky laat zien wat het betekent als iemand wordt gedwongen te gaan vechten. De slag om Kobani en de strijd van de Koerden voor een eigen staat vertellen een universeel verhaal: een trauma door oorlog en mensen die hun dromen najagen.

Dosky zou graag naar Hollywood gaan, opdat zijn boodschap wijder wordt verspreid. Hij zou in de toekomst ook luchtige films willen maken, waar mensen bij kunnen lachen, maar dat kan nu nog niet. Daarvoor zit zijn hoofd nog te vol met oorlog.

Jelena Sjatskig, in Nederland sinds 2000

14 jaar was Jelena Sjatskig uit Azerbeidjan (1986) toen ze op het station van Breda werd afgezet met het advies naar het politiebureau te gaan. Daar stond ze, moederziel alleen, ze sprak geen woord Nederlands. Vijftien jaar later is ze hart-longchirurg in opleiding in het Catharinaziekenhuis in Eindhoven en heeft ze de eerste operaties uitgevoerd.

'Je bent de architect van je eigen leven. Je bent alleen afhankelijk van jezelf', zegt Sjatskig. 'Bedenk dat je in Nederland alles kunt bereiken, als je maar wil.'

Haar moeder verliet het gezin toen Sjatskig 1 jaar was, haar vader is opgepakt toen ze 14 was. Waarom weet ze niet, ze heeft nooit meer iets van hem vernomen. Een nicht van haar vader regelde dat ze naar Breda werd gebracht, vandaar was het 10 kilometer naar de vooropvang asielzoekers in Rijsbergen.

Op haar 19de slaagde ze met heel goede punten voor het vwo, 5 en 6 vwo deed ze in één jaar. Ze woonde in een studentenhuis, de opvang had ze moeten verlaten toen ze 18 was, haar uitkering stopte toen. Om in haar onderhoud te voorzien werkte ze als ze schoonmaakster.

Geneeskunde deed Sjatskig in zes jaar, bijna alle tentamens haalde ze in één keer. Naast haar studie had ze een fulltimebaan. Op grote evenementen als de Libelle Zomerweken en festivals als Lowlands werkte ze in de catering. Via het Medisch Studenten Team ondersteunde ze de verpleging in het Antoniusziekenhuis.

Nadat ze drie jaar had gewerkt als arts-assistent-niet-in-opleiding kreeg ze haar gedroomde opleidingsplek bij hart-longchirurgie, waarvan er vijf per jaar zijn te vergeven in heel Nederland.

Jelena Sjatskig: `Bedenk dat je in Nederland alles kunt bereiken, als je maar wil.' Foto Negin Zendegani

Dat ze chirurg wilde worden, weet ze vanaf haar 12de, hart-longchirurg of neurochirurg. Ze zag de ziekenhuisserie Chicago Hope op tv en was meteen gegrepen door het vak. 'Het hart is een geweldig orgaan. Als je na de operatie de klem van de aorta haalt, gaat het vanzelf weer kloppen. Een prachtig moment vind ik dat. We kunnen tegenwoordig veel mensen redden. Het is fantastisch werk.'

Tientallen openhartoperaties en diverse longingrepen heeft ze al zelfstandig uitgevoerd. 'Ik mag al veel doen voor een eerstejaars. Het gaat uitstekend.'

Khan Vu, in Nederland sinds 1990

Het vluchtverhaal van de ouders van Khanh Vu, geboren in 1987 in Saigon, het huidige Ho Chi Minhstad, is er een uit een film. Na enkele vruchteloze pogingen in propvolle bootjes hebben ze de moed opgegeven ooit te kunnen ontsnappen aan het communistische juk. Telkens worden ze onderschept door de Vietcong en gevangengezet. Ze worden mishandeld en kunnen zich na een half jaar vrij kopen.

Haar moeder is lamgeslagen en wil geen poging meer ondernemen de Socialistische Republiek Vietnam te ontvluchten, vader wil het nog één keer proberen. De sloep kapseist in juni 1979 vlak bij het Nederlandse boorschip Neddrill 2.

De bemanning redt 243 vluchtelingen, tachtig verdrinken. De Duitse oliemaatschappij waarvoor Neddrill naar olie en gas boort, koopt een schip voor de bootvluchtelingen en komt met de Vietnamese autoriteiten overeen dat zij een vrijgeleide krijgen naar internationale wateren.

De kapitein vertrouwt het niet en laat voor de zekerheid de namen van de vluchtelingen vastleggen. De vluchtelingen zijn nog niet vertrokken of de Vietnamese marine entert hun schip en sleept het naar Vietnam.

In 1990 hoort haar vader dat de vluchtelingen die op Neddrill waren aangespoeld, een verblijfsvergunning in Nederland kunnen krijgen. Een paar maanden later is Vu met haar broertje en haar ouders in Nederland.

Khanh Vu: `Je moet je aanpassen en het heft in eigen hand nemen.

Ze komen terecht in Helmond. Vu belandt in het speciaal onderwijs en spreekt gebrekkig Nederlands. Ze zal dus wel niet al te slim zijn, is de gedachte. Het duurt twee jaar eer men in de gaten heeft dat ze meer in haar mars heeft.

Ze verlaat met 8,5 gemiddeld het atheneum, slaagt cum laude voor geneeskunde in Leiden en doet vervolgens onderzoek naar een betere behandelmethode van glaucoom aan het prestigieuze Harvard in de VS. In 2016 hoopt ze te promoveren. Sinds februari 2015 is ze oogarts-in-opleiding in Leiden.

De wereld is van iedereen, zegt Vu, maar je moet niet naar een ander land gaan en je hand ophouden. 'Je moet je aanpassen en het heft in eigen hand nemen. Niet zeuren en keihard werken.'

Stephen Dradenya, sinds 2010 in Nederland

Geboren in 1978 in Moyo, Oeganda. Sinds 2010 in Nederland. Dradenya werkte in Oeganda als journalist. Vanwege de chaotische politieke situatie in zijn land besluit hij tijdens een radiotraining in Nederland in 2010 politiek asiel aan te vragen. Hij heeft een verblijfsvergunning. Stephan is vader van twee kinderen, die sinds 2014 ook in Nederland wonen. Hij is uitgever van het tijdschrift Farmers Today, een multimediaal podium waarop Oegandese en Nederlandse boeren informatie uitwisselen. Momenteel studeert hij European and international law aan de Haagse Hogeschool. Dradenya woont in Amsterdam.

Stephen Dradenya Foto Negin Zendegani

Inas Laith, sinds 2007 in Nederland

Geboren in 1976 in Bagdad, Irak. Sinds 2007 in Nederland. Het vluchtverhaal van Laith begint in 2003, het jaar waarin ze besluit met haar twee kinderen te vluchten naar Syrië. De reden van haar vlucht is de dood van familieleden, die onder verdachte omstandigheden zijn omgekomen. In Bagdad heeft ze kunst en design gestudeerd. Na vier jaar in Syrië te hebben gewoond, krijgt ze de mogelijkheid zich als uitgenodigd politiek vluchteling met haar kinderen in Nederland te vestigen. Ze is actief als ontwerper en adviseur voor bedrijven en particulieren. Laith woont in Rhenen.

Inas Laith. Foto Negin Zendegani

Ontvang elke dag de Volkskrant Avond Nieuwsbrief in uw mailbox, met het nieuws van vandaag, tv-tips voor vanavond, en alvast zes artikelen uit de krant van morgen. Schrijf u hier in.

Meer over

Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.