InterviewMohammed Al Ahmad

Deze Syriër moet terug naar Griekenland voor verblijfsvergunning waar hij niet om vroeg

Mohammed Al Ahmad en zijn 12-jarige neefje Ahmad Rami. Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Mohammed Al Ahmad en zijn 12-jarige neefje Ahmad Rami.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Mohammed Al Ahmad, die in een Nederlands asielzoekerscentrum verblijft, heeft een verblijfsstatus gekregen... in Griekenland. ‘Naar mijn weten heb ik helemaal geen aanvraag ingediend’, zegt de stomverbaasde Syriër, die bang is in Griekenland op straat te belanden.

Mohammed Al Ahmad (26) had weliswaar zijn vingerafdrukken afgegeven toen hij vanuit Turkije met een rubberen bootje in Griekenland aanlegde, maar de politie had hem beloofd dat dit geen invloed zou hebben op zijn procedure, waar dan ook in Europa. Mooi, dacht hij nog. Griekenland was niet het land waar Al Ahmad zich met zijn vrouw en drie jonge kinderen wilde vestigen.

In de zomer van 2019, toen de voormalige garagehouder uit het Syrische Raqqa er voet aan wal zette, was net een centrum-rechtse regering aangetreden. Die wilde korte metten maken met het zwaar overbelaste asielsysteem. Voortaan zouden asielzoekers die in Griekenland een verblijfsvergunning kregen niet zomaar aanspraak kunnen maken op de sociale voorzieningen.

Geen onderdak

‘Er is geen vangnet, we kunnen geen beroep doen op de gezondheidszorg en er is geen onderdak’, vat Al Ahmad het van achter de webcam samen. Hij heeft voor dit gesprek plaatsgenomen in zijn kamertje in het asielzoekerscentrum in Heerhugowaard, waar hij sinds maart verblijft. Zijn vlucht naar Nederland was een poging om de toekomst van zijn gezin veilig te stellen. Geld om met z’n allen naar Nederland af te reizen was er niet. Hij zou alvast vooruit reizen, zijn vrouw en kinderen zouden later volgen.

Maar door dit plan lijkt nu een streep te zijn gehaald. Toen Al Ahmad in augustus werd opgeroepen voor een gesprek met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) – voor een gehoor, dacht hij toen nog hoopvol – kreeg hij tot zijn stomme verbazing te horen dat Griekenland hem een status had toegekend. En dat hij dus niet langer kon rekenen op bescherming in Nederland. Met andere woorden: hij moet terug.

‘Het nieuws kwam voor mij als een complete verrassing’, zegt Al Ahmad. ‘Ik ben tijdens mijn verblijf in Griekenland nooit opgeroepen voor een gehoor en naar mijn weten heb ik ook nooit een aanvraag ingediend.’

Neefje

Al Ahmad reisde niet alleen naar Nederland. Hij nam zijn 12-jarige neefje Ahmad Rami mee, het zoontje van zijn in Libanon woonachtige broer. Ook hij werd met het oog op een naderende gezinshereniging vooruit gestuurd. Hoewel het neefje geen vingerafdrukken heeft afgestaan en formeel dus geen aanvraag heeft ingediend, heeft de IND hem toch doorgeschoven naar de verlengde procedure, om te onderzoeken of Griekenland hem een status heeft toegekend.

De gedachte dat hij mogelijk zonder de jongen naar Griekenland moet, stemt Al Ahmad somber. ‘Ik heb de afgelopen tijd een sterke band met hem opgebouwd. Hij zegt ook: ik kan alleen blij zijn als jij bij mij bent.’

Aan zijn neefje ziet hij hoe goed het leven in Nederland kan zijn. Hij volgt onderwijs, heeft vrienden gemaakt en in korte tijd de taal geleerd. Zijn twee oudste kinderen, van 4 en 6 jaar, gaan in Griekenland niet naar school. Wat de reden is? Hij weet het eigenlijk niet. ‘Ze worden gewoon niet geaccepteerd. Het is een van de vele redenen waarom ik ben weggegaan.’

Toekomst

Sinds Al Ahmad te horen heeft gekregen dat een toekomst in Nederland er waarschijnlijk niet in zit, slaapt hij naar eigen zeggen nauwelijks nog. ‘Ik maak me zorgen over de toekomst van mijn gezin. Terugkeer zou betekenen dat we op straat komen te staan. Ik huur nu nog een goedkoop huis voor ze in een dorp bij Athene, dat ik financier met geld van vrienden en kennissen. Maar zodra ik terug ben, moet ik die financiële verantwoordelijkheid weer dragen. Dat kan ik niet. Ik heb geen geld en er is geen werk.’

Zijn jongste zoon, een baby nog, werd geboren in de maand dat hij uit Griekenland vertrok. Zijn ontwikkeling volgt hij sindsdien via zijn telefoon. ‘We spreken elkaar elke dag. Ik mis ze heel erg. Af en toe huilen ze, als ze mijn stem horen. Niemand weet hoelang we nog in onzekerheid verkeren.’

Met medewerking van Wafa Al Ali.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden