Deze surrealistische wereld is ook Irak - en dé plek voor een stedentripje: Suleimaniya

En het ligt maar anderhalf uur rijden van IS-gebied

Het Iraakse Suleimaniya is dé plek voor een stedentripje. Je hoort er veel Nederlands. De Utrechtse Shapol Majid toont verslaggever Ana van Es haar geboortestad.

Suleimaniya, met op de achtergrond de Majidi-Mall. Foto Hawre Khalid

Shapol Majid zit in het ronddraaiende restaurant op de dertigste verdieping van het vijfsterren Grand Millennium Hotel. Wanden van glas bieden een panoramisch uitzicht op de stad beneden haar. Shapol maakt foto's, om naar haar vriendinnen in Nederland te sturen. Ze weet nu al wat die gaan zeggen.

Is dit ook Irak?

Ja dus.

Deze surrealistische wereld is ook Irak: Suleimaniya in Iraaks Koerdistan.

Suleimaniya, 'Suli' voor kenners, is een veilige enclave in het door oorlog en terreur geplaagde Irak. Hier doen ze niet aan Islamitische Staat, aanslagen of religieus extremisme. Niets verraadt dat de frontlijn met IS zich slechts anderhalf uur rijden verderop bevindt. In het restaurant dat langzaam ronddraait om Suli in 360 graden te laten zien, doceert Shapol: 'Het grootste gevaar is hier het verkeer.'

In Suleimaniya wordt het stadsbeeld niet gedomineerd door een moskee, zoals meestal in Irak. Het hoogste gebouw is frivool: het hypermoderne Grand Millennium Hotel, een wolkenkrabber als een fallus, 's avonds gehuld in blauw neonlicht. Op de bovenste verdieping bevindt zich dus dat ronddraaiende restaurant, als een gestrand ruimteschip tussen de Koerdische bergen.

Bestel een glas chardonnay in de champagnebar - zoals bijna overal in Suli serveren ze alcohol - en je ziet een Irak waar je zomaar met vakantie zou kunnen gaan. 'Waarom eigenlijk niet?', vraagt Shapol zich af.

Tekst gaat verder onder de foto.

Reisadvies

Suleimaniya ligt in Koerdisch Irak. Dit is een van de weinige regio's in Irak waarvoor geen expliciet negatief reisadvies geldt, al worden niet-noodzakelijke reizen afgeraden. Air Germania en Iraqi Airways vliegen meerdere keren per week rechtstreeks van Düsseldorf naar Suleimaniya, vanaf ongeveer 430 euro voor een retourvlucht. EU-burgers kunnen zonder visum naar Iraaks Koerdistan reizen.

Kledingwinkel in de Majidi-Mall. Foto Hawre Khalid

Succesvolle carrière

Shapol Majid (38) - springerige krullen, kordate blik - is geboren en opgegroeid in Suleimaniya en woont al meer dan haar halve leven in Nederland. Ze is moeder van twee jonge kinderen. Sinds een paar jaar runt ze in Suli haar eigen onderneming. Haar levensverhaal vertelt de metamorfose van deze stad: waar Suleimaniya ooit een plek was om vandaan te vluchten, is het nu uitgegroeid tot een stad waar mensen naar terug willen.

Ruim twintig jaar geleden liep Suleimaniya langzaam leeg. De gewelddadige onderdrukking van de Koerdische bevolking door dictator Saddam Hoessein, gevolgd door een grimmige burgeroorlog tussen Koerden onderling, leidde ertoe dat inwoners massaal naar Europa vluchtten.

Een van die vluchtelingen was Shapol, toen 16 jaar. Tijdens de zoveelste opleving van geweld kwam ze in 1996 samen met haar familie naar Nederland. In vlekkeloos Nederlands vertelt ze: 'Ik had het geluk dat ik nog geen 18 was en daarom gedwongen werd eerst de taal te leren. Na twee jaar internationale schakelklas stroomde ik door naar het vwo.'

Dat was het begin van een succesvolle carrière. Na Midden-Oostenstudies (Utrecht), internationaal recht (Engeland) ging ze aan de slag als stagiaire bij Defensie. Via een uitstapje bij Buitenlandse Zaken en de Nederlandse vertegenwoordiging bij de NAVO en de EU belandde ze op het ministerie van Veiligheid en Justitie.

Tekst gaat verder onder de foto.

Shapol Majid in haar lingeriezaak Khanem. Foto Hawre Khalid

Lingeriewinkel

Haar loopbaan veranderde ingrijpend toen ze in 2011 voor het eerst na vijftien jaar weer op bezoek ging in Suleimaniya. De stad bleek veranderd. 'Ik herkende het niet meer terug. Er is zo veel bijgebouwd. Wat vroeger de stadsrand was, is nu alleen nog maar de rand van het oude centrum.' Toen ging het ongeveer zo. Een vriendin van vroeger klampte haar aan en zei: 'Ik heb een zwangerschapsbeha nodig.'

Een zwangerschapsbeha? Nou, waarom koop je die niet gewoon, dacht Shapol nog. 'Maar die bleken ze helemaal niet te hebben in Irak.' Die opmerking veranderde alles. Shapol overwoog al langer om haar loopbaan als ambtenaar vaarwel te zeggen. Als ze toch voor zichzelf wilde beginnen, waarom dan niet iets met lingerie? Blijkbaar was er een markt.

Ze plande een tweede bezoek aan Irak en doorkruiste per auto de hele Koerdische regio, van Dohuk naar Suleimaniya. Overal bezocht ze shoppingmalls - grote glazen airconditioned winkelcentra, die in het Midden-Oosten veel meer dan in het Westen een sociale functie hebben. In de mall ga je niet alleen winkelen: jongens en meiden spreken hier samen af, huisvrouwen drinken er koffie en kinderen spelen hier tijdens de hete zomermaanden.

Shapol bezocht ongeveer alle malls in Iraaks Koerdistan en constateerde: geen beha's. Lingerie koop je hier traditioneel in een winkel die wordt beheerd door een man. Maten zijn er niet, passen is onmogelijk. 'Thuis kort je het in, of je gooit het weg.'

Nu biedt Shapol een alternatief: Khanem (letterlijk: dame), de eerste op Europese leest geschoeide lingeriezaak van Suleimaniya, gevestigd in een van de moderne winkelcentra. Het interieur oogt Nederlands. Het blijkt de inboedel van een failliete zaak uit Urk, gekocht via Marktplaats. Klein beginnen, is haar devies. 'Je hebt hier geen statistieken. Je weet dus niet: wie zijn onze vrouwen? We wisten alleen dat Koerdische vrouwen meestal grote borsten hebben.'

Schaterend: 'Ja, dat is gewoon zo.'

Naast ondergoed zijn babydolls en corrigerend ondergoed populair in Iraaks Koerdistan. 'Een beetje behoudend.' Dat deze lingerie zomaar te zien is in de glazen etalage, op paspoppen uit Urk, was voor de plaatselijke bevolking even wennen. Een paar jaar geleden had het misschien nog niet gekund, zo openlijk. Nu wel, vindt Shapol. Dankzij alle emigranten die hun stempel drukken op de stad. 'Het is niet meer bijzonder wat ik doe. Teruggekeerde migranten hebben de mentaliteit veranderd. Er zijn in Suli veel vrouwen die winkels beginnen, restaurants openen. Een vrouw die is teruggekeerd uit Spanje, heeft hier zelfs een nachtclub geopend speciaal voor vrouwen. Dat hoort er nu bij. In Suleimaniya is een mix ontstaan van verschillende Europese invloeden.'

Zicht op Suleimaniya. Foto Hawre Khalid

Neem de theehuizen. Vroeger was dat louter een mannendomein. 'Tegenwoordig komen er ook jonge vrouwen.' Het bewijs volgt in de sprookjesachtige tuin van theehuis Sofi Karim, in het oude centrum van de stad. Drie jongens en twee meisjes, studenten aan de plaatselijke universiteit, spelen het traditionele bordspel tawle. 'Heel schattig', zegt Shapol. 'En tegenwoordig ook normaal.'

Dit theehuis wordt gerund door een Koerd genaamd Chia, die in Eindhoven heeft gewoond en zegt: 'Na dertien jaar was het mooi geweest.' In Suli kom je de laatste jaren overal Nederlanders tegen, verzucht Shapol. Vluchtelingen uit de jaren negentig die zijn teruggekeerd of zoals zij zelf hier een bedrijf beginnen. 'Als je hier op straat Nederlands praat, verstaan ze het vaak.'

Migrant-zijn

In deze samenleving is migrant-zijn een identiteit geworden. 'Ik ben meer een migrant dan een Koerd of een Irakees', zegt Shapol ineens. 'Ik ben mijn hele leven altijd verhuisd, ik voel me verbonden met migranten. Ik ben van beide werelden.' Hoewel ze nu een winkel heeft in Irak, blijft ze met haar gezin in Utrecht wonen: zelf migrant, wil ze haar kinderen geen jeugd vol verhuizingen meegeven.

Bij elk bezoek aan Suleimaniya neemt ze souvenirs mee, voor in de serre in Utrecht. 'Mijn droom is een Koerdisch huis in Nederland.' In de buurt waar ze opgroeide, zoekt ze minutieus de stegen af naar de oude huizen. Als ze er een gevonden heeft, achter een bijna blinde gevel, belt ze direct aan en vraagt plompverloren aan de bewoner of ze binnen mag kijken. 'Ik heb een beetje een huizentic.'

Binnen wappert de was over een Ottomaanse veranda. Aan de plaats van de tuin is te zien tot welk geloof de oorspronkelijke bewoners behoorden: moslims hebben de tuin bij de ingang, Joden de tuin in het midden, christenen de tuin achter. 'Oude huizen als dit zijn er bijna niet meer. Als een huis wordt gesloopt, komt er een flat voor in de plaats. Ik vind dat lelijk. Maar als ik dat zeg, ben ik iemand die nog in het verleden leeft.'

Eén van de oude huizen die sneuvelde, is het huis waar Shapol opgroeide. Het is gesloopt om plaats te maken voor een vluchtelingenkamp. De stad die ooit zo veel inwoners zag vertrekken, vangt tegenwoordig zelf vluchtelingen op uit Iraakse steden als Mosul. In de zomer dat Shapol haar lingeriewinkel opende, vestigde IS in Irak zijn kalifaat op anderhalf uur rijden afstand. 'Daar heb ik weken buikpijn van gehad. Maar ze kwamen niet hier.'

Verdwaasd kijkt Shapol om zich heen in de tuin waar ze als kind speelde. 'De vijgenbomen zijn weg', constateert ze. 'Je had ook granaatappelbomen. En olijfbomen.' Op de plaats van die bomen staan nu witte portacabins, voor de vluchtelingen. 'Laten we uit deze ellende weggaan.' Dat lukt niet helemaal, blijkt als we door het stoffige centrum dwalen. In de winkelstraat vertelt Shapol terloops hoe ze hier in 1991, na de Koerdisch-Iraakse onafhankelijkheidsoorlog, met haar moeder ging kijken naar de stapels lijken die op een kruispunt lagen opgestapeld. 'Van Iraakse soldaten. Iedereen liep daarlangs. Ik ook. Het hoorde bij de stad en bij die tijd.'

Die tijd wordt in Suleimaniya herdacht in een van de markantste gebouwen van de stad: Amna Suraka, oftewel de rode gevangenis. Toenmalig dictator Saddam Hoessein sloot hier zijn Koerdische politieke tegenstanders op. Het martelcomplex is gebouwd met hulp van de toenmalige DDR. Das Leben der Anderen in Irak. De voormalige officierskantine, nu in bedrijf voor dagjesmensen en hippe jongeren achter een laptop, lijkt nog steeds afkomstig uit Oost-Berlijn.

Amna Suraka is nu een museum. Je kunt er de isoleercellen bekijken ter grootte van een eenpersoonsbed. In de verhoorkamers hangen poppen die moeten voorstellen hoe gevangenen werden gemarteld: handen achter de rug gebonden en dan aan het plafond naar boven takelen, precies zoals het Iraakse leger nu doet met gevangenen in Mosul.

Shapol weet dat de realiteit erger was dan bezoekers nu zien. 'Ik was er in 1991 als kind van 12 - met m'n moeder. Het was er aardedonker. Met een zaklamp schenen we langs de muren. De verhalen van jonge mensen die hier hadden gezeten en wisten dat ze geëxecuteerd zouden worden, stonden toen nog op de celmuren.'

Bij de grootste toeristische trekpleister van de stad: pretpark Chavi Land. Foto Hawre Khalid

Toeristische trekpleister

Liever kijkt ze naar het andere Irak, dat je ziet vanaf de Azmar-berg, met een magnifiek uitzicht over Suleimaniya. Een kabelbaan zoals je in Zwitserland zou verwachten, loopt vanaf hier het dal in, naar de grootste toeristische trekpleister van de stad: pretpark Chavi Land, volgens eigen zeggen het 'nummer-1-pretpark in het Midden-Oosten,' met een reuzenrad, achtbanen en een wildwaterbaan.

Shapol blijft liever op de berg. De weg naar de top is dé flaneerplek van de stad. Mannen roken waterpijp en drinken whisky naast hun geparkeerde auto. Uit een open pick-uptruck schalt muziek: een jong Iraans stel is speciaal de grens over gereden voor een avond vertier in de Koerdische bergen. In Iran is dit verboden, schatert de man. Hij danst met zijn meisje voor de motorkap. Shapol maakt foto's, om straks te laten zien in Utrecht. 'Dit is typisch Suli.'

Dansen op de Azmarberg. Foto Hawre Khalid

Scrollen: Suli, shopping paradise

Het Iraakse Suleimaniya is dé plek voor een stedentrip. Je kunt er zelfs Nederlands op straat horen. De Utrechtse Shapol Majid toont verslaggever Ana van Es haar geboorteland, fotograaf Hawre Khalid was erbij. Bekijk hier het scrollverhaal.