REPORTAGEGrote Bagdad-spoorlijn

Deze spoorlijn zou de Koerden naar de vrijheid rijden. Tot alles fout ging

Beeld Vincent Haiges

De rails waren verroest, de wagons vervallen, maar dat maakte niet uit. Via de ooit legendarische Grote Bagdad-spoorlijn zou Nazem Hussein de Koerden in Syrië naar de onafhankelijkheid rijden. Totdat het helemaal misging.

I. Een oude locomotief

De man die de trein weer liet rijden, lijkt op het station van Qamishli al bijna vergeten. De bewakers bij de slagboom doen alsof ze hem niet kennen. Wie? Nazem Hussein. O helaas, die is overleden. Een ongeluk natuurlijk. Hier buiten, ’s avonds laat, tussen de oude wagons.

Alleen een foto van Nazem, uitgeprint op een A4’tje, hangt nog in het kantoortje van de remise. De foto is gemaakt kort voordat alles fout ging. Toen de grens met Irak binnen bereik leek, op het half vergane spoor een hogesnelheidslijn van start zou gaan en Nazem met zijn trein op televisie kwam. De foto is een beeld uit de televisie-uitzending.

Nazem kijkt trots in de camera, de man die met zijn blote handen een cruciale spoorwegverbinding meter voor meter weer tot leven wekte. Na de televisie-uitzending begonnen de bedreigingen.

Fouaz Mahmoud, die tegenwoordig voor de trein zorgt, of wat daarvan over is, staat erop dat de foto daar blijft hangen, boven een illustratie over dieselmotoren in het Frans en Italiaans, gemaakt in een tijd dat Qamishli nog de poort was naar Europa. Om het huiselijk te maken, heeft hij treinbanken op betonblokken geschroefd. ‘Want dat is kunst.’

Fouaz is behalve spoorwegwerker namelijk ook acteur en regisseur. Hij verenigt meer ogenschijnlijke tegenstrijdigheden: zo is hij moslim, maar liet hij toch zijn kinderen dopen in een christelijke kerk. En hoewel Fouaz voorvechter is van de Koerdische zaak, vertelt hij niet zonder trots over een ontmoeting met president Bashar al-Assad na afloop van een toneelvoorstelling. In Syrië kan dit allemaal samengaan. Niemand is hier uit één stuk.

‘Je lijkt zo jong’, heeft Assad tegen hem gezegd. Fouaz mag dan 64 zijn, met springerig grijs haar, maar hij beweegt als een twintiger. Hij loopt de remise in, waar het puin van de luchtaanval nog steeds niet is opgeruimd en hop, met een sprong staat hij op de locomotief waar het allemaal om draait.

De Amerikaan.

Een rode diesel-elektrische locomotief van General Motors. LDE 1800, nummer 352, opgeleverd in februari 1976, melden de koperen plaatjes op de achterkant. Het lijkt ondenkbaar dat deze verouderde locomotief een rol speelt, al is het maar een bijrol, in een internationaal 21ste-eeuws conflict. Toch is dat het geval.

Dit is de trein waarmee Nazem de Koerden in Syrië naar de onafhankelijkheid wilde rijden.

Beeld Vincent Haiges

II. Van Berlijn naar Bagdad

Qamishli, een grauwe Syrische grensstad, gehuld in een permanente smog van vervuilde diesel, vol cafés waar de bewoners hun levensellende wegdrinken met melkglazen arak, zou één zijn met haar tweelingstad Nusaybin in Turkije, de rechte lijnen van welvaart, grotendeels drooggelegd, zoals de hele Turkse grensstreek, als daar niet de rails lagen.

De Berlijn-Bagdadbahn. Oftewel de Grote Bagdad-spoorlijn.

De fin-de-siècleverbinding van Berlijn in Duitsland naar Bagdad, de hoofdstad van Irak. Voortgesproten uit de Drang nach Osten van de laatste Duitse keizer. Veroverd door de Britten. Uitgebaat door de Fransen. Zwaarbevochten in de Eerste Wereldoorlog. Voltooid tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het legendarische tracé van de Oriënt Express en de Taurus Express. Een spoorweg vol krankzinnige plotwendingen.

Het spoor vormt over honderden kilometers de grens tussen Syrië en Turkije, als kunstmatig gecreëerde breuklijn met de Arabische wereld. Bewoners van de grensstreek zeggen dat ze ‘boven het spoor’ wonen, in Turkije, of ‘beneden het spoor’, in Syrië. Tegenwoordig onttrekt Turkije de rails aan het zicht met een metershoge betonnen muur. Europa betaalt mee aan de grensbewaking.

Europese grootmachten die ooit vochten om deze landbrug naar de Arabische wereld, snijden nu alle banden door. Een trein die van Bagdad via Syrië naar Berlijn rijdt, een eeuw geleden de sleutel tot de wereldmacht, is voor hedendaagse politici een nachtmerriescenario. Stel je voor dat vluchtelingen per trein naar Europa komen.

De Grote Bagdad-spoorlijn, verroest, schijnbaar in onbruik geraakt, eist mensenlevens tot op de dag van vandaag. Langs de stations die jarenlang als grenskantoor fungeerden, vielen Turkse troepen in oktober 2019 Syrië binnen: in opmars naar de ruim 30 kilometer zuidelijker gelegen snelweg M4. Turkije wil een nieuwe grens met Syrië. Niet langer de oude rails, maar de moderne snelweg.

Glad asfalt, geschikt voor zware militaire transporten en bovenal diep in Koerdisch gebied gelegen.

De Amerikanen, militair aanwezig in Noordoost-Syrië, gaven Turkije aanvankelijk ruim baan. Washington deed niet moeilijk over een Navo-bondgenoot die de grens een stukje wilde verleggen langs een half vergaan spoor aan de uiterste rafelrand van de Arabische wereld. Maar de Russen, trouwe bondgenoten van president Assad, kwamen tussenbeide. De Amerikanen roken onraad en proberen sindsdien in Syrië ‘de olie te beschermen’.

De Amerikanen doen dat onder meer vanuit een verlaten treinstation. Zo blijft de spoorlijn een decorstuk in het grote spel dat wereldmachten al ruim een eeuw lang in Syrië uitvechten.

III. Een nieuwe baan

Het internationale station van Qamishli ligt pal aan de Turkse grens, met uitzicht op Nusaybin. Het stationsgebouw, omgeven door oude bomen, oogt als een halte op het Franse platteland. Na de Eerste Wereldoorlog, toen heel Europa aasde op het hier nog onvoltooide spoorwegtracé, kreeg Frankrijk als toenmalige koloniale machthebber de concessie om het spoor naar Irak te leggen. De Syrische spoorwegen voeren tot op de dag van vandaag hun Franse naam: de Chemins de Fer Syriennes.

Op dit station begint Nazem zijn loopbaan als spoorwegambtenaar. In de nederigste functie die hier te vergeven valt: als kruier. Koffers dragen en goederen sjouwen wanneer de trein naar Bagdad stopt. Het is 1996. Qamishli is de draaischijf in het treinverkeer tussen Turkije en de Arabische wereld. De rails die ten westen van Qamishli aan de Turkse kant van de grens lopen, draaien bij het bereiken van de stad zuidwaarts, Syrië in.

Nazem is een jonge vader met twee peuterdochters. Een vurig gewenste zoon, Issam, is op komst. Nazems nieuwe betrekking is daarom een buitenkans. Niet vanwege het salaris, maar vanwege de arbeidsvoorwaarde waarop elke spoorwegambtenaar, hoe laag in rang ook, mag rekenen.

De dienstwoning.

Nazem krijgt één kamer toegewezen op het station. Voor het hele gezin. Als de trein stopt, ontvouwt zich voor hun deur de wereld. Zijn echtgenote, Sheikha Saleh Mustafa, kijkt haar ogen uit. Ze ziet Iraakse vrouwen die niet alleen hun haar bedekken, maar ook hun gezicht, met zwarte gewaden. ‘We hadden zoiets in Qamishli nog nooit gezien.’

Hoe indrukwekkend de aankomst ook blijft van een internationale trein in deze kleine grensstad: de illustere spoorverbinding verkeert in haar nadagen. Verdwenen zijn de blauwe slaapwagons van de Taurus Express waarin de Britse detectiveschrijver Agatha Christie met haar man, een in Syrië gevestigde archeoloog, rond 1935 ‘groots per trein naar Qamishli’ reisde.

Op de beste momenten zucht een stoet gammele treinstellen in slakkengang van Gaziantep in Turkije naar Bagdad. Door grensconflicten is de route soms helemaal afgesloten. Pas na de Amerikaanse invasie in Irak in 2003 beleeft het koloniale spoor een onverwachte opleving. Meerdere keren per dag stoppen in Qamishli goederentreinen vol bouwmateriaal onderweg naar Irak. Vanaf een Iraakse raffinaderij doet een speciale olietrein Qamishli aan.

Nazem kan meer dan bagage sjouwen. Hij repareert in zijn vrije tijd dieselauto’s op het station. Wordt opzichter van het wagenpark. Wil meer. Wanneer een trein ergens onderweg naar Aleppo of Irak strandt tussen de akkers, gaat hij er steeds vaker naartoe om de zaak weer in beweging te krijgen. Hij mist daarvoor alle vereiste diploma’s. Maar op het verouderde spoorwegnet doet niemand daar moeilijk over. Als de trein maar weer rijdt.

‘Hij kon alles maken’, zegt Sheikha. ‘Ze kenden hem daarom van Aleppo tot in de provincie.’

De eenkamerflat maakt plaats voor een dienstwoning van een andere klasse: een huis met een tuintje voor het steeds grotere gezin – met uiteindelijk zeven kinderen. ‘Ons huis lag precies tussen twee sporen’, zegt Sheikha. Soms lijkt het alsof de trein naar binnen rijdt. Zij en Nazem vinden dat een heerlijk geluid.

IV. Niets te kiezen

Politiek in Syrië is in die jaren overzichtelijk: er valt niets te kiezen. De familie Al-Assad regeert Syrië sinds 1971 met harde hand. In Nazems begintijd bij de spoorwegen hangt het station vol posters van Hafez al-Assad, de vader van de huidige president.

Om de Koerden in de grensstreek onder de duim te houden, doet Assad senior waar hij in uitblinkt: verdelen en heersen. Hij sluit een verbond met Abdullah Öcalan, de Turkse leider van de Koerdische PKK-beweging. Lang verhaal kort: de Syrische regering steunt jarenlang de Koerdische opstand boven het spoor in Turkije en dwingt daarmee de loyaliteit af van Koerdische leiders in Syrië.

Een strategische meesterzet, waarvan de gevolgen nadreunen tot op de dag van vandaag.

Na Hafez’ dood in 2000 volgt zijn zoon Bashar hem op. De jonge dictator is pas vier jaar aan de macht als zijn veiligheidsdiensten een massaal protest van de Koerden in Qamishli met geweld neerslaan. Zeker tien Koerden worden doodgeschoten en vele gearresteerd. In de nasleep van de mislukte opstand vluchten duizenden door de bergen naar Irak.

Beeld Vincent Haiges

Qamishli ligt in de graanschuur van Syrië, omgeven door olievelden. Maar de overwegend Koerdische bevolking profiteert niet van deze rijkdom. In het Syrië van Assad worden Arabische inwoners gedwongen om Koerdische landbouwgrond in te nemen. Op het bezit van Koerdische boeken staat gevangenisstraf. Nazem mag geen Koerdisch praten met zijn collega’s op het station.

Nazem houdt zich ver van politiek. Liever is hij onderweg met de trein. Naar Aleppo, de tweede stad van Syrië, waar het hoofdstation niet toevallig ‘Bagdad’ heet, neemt hij zijn zoon Issam soms mee. Regelt met de machinist dat het kind stukjes mag rijden. Het is nooit te vroeg om met treinen te leren omgaan.

In Aleppo bevindt zich het landelijke hoofdkantoor van de spoorwegen. Het talent van de gewezen kruier uit Qamishli valt op bij de hoogste spoorwegautoriteiten. Dat blijkt als Syrië de beschikking krijgt over nieuwe onderhoudsmachines voor de rails, van de Oostenrijkse firma Plasser & Theurer. De machines zijn slechts te bedienen na een uitgebreide praktijktraining. Alleen ’s lands beste technici mogen meedoen.

Nazem is een van hen. De rest van zijn leven koestert hij het certificaat, opgestuurd uit Oostenrijk, waaruit blijkt dat hij bekwaam is om de Europese wondermachine te bedienen.

Nazem bezoekt Turkije zo vaak hij kan om locomotieven naar Nusaybin te brengen. Op de terugweg neemt hij Turks brood en Turkse thee mee voor Sheikha. Als spoorwegambtenaar kan hij vrij de grens passeren. Een gigantisch beeld van wijlen Hafez al-Assad domineert de grensovergang, als symbool van het onwankelbare regime.

Maar ineens is alles voorbij.

In 2011 slaat de Arabische lente over naar Syrië. Ook Qamishli loopt opnieuw uit om te protesteren tegen het regime van Assad. De Koerden die hun opstand enkele jaren eerder nog in een bloedbad zagen eindigen, breken ditmaal met de dictator. Qamishli wordt de hoofdstad van Rojava, de nieuwe Koerdische quasistaat in Syrië.

In november 2012, terwijl de revolutie plaatsmaakt voor een gruwelijke oorlog, rijdt de trein voor het laatst, tot verdriet van de mensen die erop werken. De hoogste spoorwegbazen blijven Assad trouw. Zij willen tot elke prijs voorkomen dat de opstandige Koerden zelf een trein gaan exploiteren. Rollend materieel van waarde verdwijnt naar Aleppo. In Qamishli blijven slechts verroeste afdankertjes achter. Daarmee valt volgens het regime niets te beginnen.

V. Grote dromen 

Voor Nazem breken donkere jaren aan. Op het station heeft hij niets meer te doen. Zijn zevende kind, een zoontje, wordt geboren met een ernstige handicap: een afwijking aan het ruggemerg. Koerdische strijders die zich voorstellen als ‘kameraden’, vorderen zijn huis vanwege de strategische locatie aan de Turkse grens.

Nazem verhuist met zijn gezin noodgedwongen naar een dienstflat tegenover het zuidelijker gelegen, binnenlandse station van Qamishli, een Sovjet-blokkendoos aan het lokaalspoor naar de stad Hasaka. Niet alleen Europese landen, maar ook de Russen hebben in de loop der decennia hun stempel gedrukt op het Syrische spoorwegnet. De flat heeft geen tuin. De muren hebben vochtplekken.

Het gaat de Koerdische machthebbers voor de wind. Westerse journalisten blazen de loftrompet over Rojava. Amerikaanse militairen trainen en bewapenen de Koerden voor het gevecht tegen terreurgroep Islamitische Staat. Het Koerdische territorium breidt zich elke dag uit, tot diep in Arabisch gebied. Rojava zal uiteindelijk eenderde van Syrië beslaan.

Op straat klinkt de roep om vrouwenrechten en democratie. Dit maakt de democratie nog geen feit. Overal verschijnen posters van de omstreden PKK-leider Öcalan. Arabieren en christenen klagen dat zij de nieuwe onderdrukten zijn. Maar voor de Syrische Koerden is het een stap vooruit dat ze hun eigen taal mogen spreken, hun welvaart niet meer wordt afgeroomd en ze volwaardig burger zijn op hun eigen grondgebied.

Rojava heeft een trein nodig, vindt het Koerdische bestuur. Handig voor militaire transporten naar een verlaten stationnetje in de olievelden richting de Iraakse grens. De naam van dit station staat in de gevel gebeiteld: Kubur el Bid, oftewel Witte Graven. Begin 20ste eeuw zijn de omliggende velden tot ontginning gebracht door Assyrische christenen die moesten vluchten voor Turkse doodseskaders. Nu hebben Koerdische strijders hier hun kamp ingericht. Witte Graven ligt afgelegen. Er moeten wapens naartoe.

Medewerkers van de Koerdische veiligheidsdienst, de asayish, proberen zelf een trein in beweging te krijgen. Maar het lukt niet. In heel Noordoost-Syrië, zo begrijpen ze, kan maar één man hen helpen.

Nazem Hussein.

Het lukt hem binnen drie dagen. Hij herkent de parels tussen het schroot. Van de Sovjet-locomotief uit 1974, vervaardigd in Oekraïne, maar door zijn collega’s in de wandelgangen aangeduid als ‘de Rus’, moet hij niets hebben: ongeschikt voor de Syrische zomer. Nazem kiest daarom voor een Amerikaan. Een van de Amerikaanse locomotieven blijkt nog in behoorlijke staat.

Als de Amerikaan huffend en puffend van zijn plaats komt, begint Nazem te dromen. Zo’n militaire verbinding is natuurlijk aardig. Maar moet de trein niet weer passagiers gaan vervoeren, zoals vroeger? Op het rangeerterrein staan enkele Oost-Duitse treinstellen. De stoelen zijn doorgezakt. De vloer vertoont gaten. Maar dat geeft niet. Aan oud materieel zijn ze op de Grote Bagdad-spoorlijn wel gewend.

Beeld Vincent Haiges

Ja, Nazem zal de trein weer laten rijden. In Syrië, in oorlogstijd. Ondanks een oekaze van de spoorwegtop in Aleppo. Over een spoorlijn met een in bloed gedrenkt verleden. De grens met Turkije zit sinds de Koerdische afscheiding op slot. Europa ligt buiten bereik. Maar de grens met Irak wil hij halen. De bocht naar Hasaka wacht daarna.

Sheikha houdt haar hart vast. In hun krappe flat moet ze toezien hoe Nazem hele dagen verdwijnt naar het station. Zij blijft thuis met hun jongste zoon, die niet goed kan lopen. Soms zegt ze: ‘Je hebt ook kinderen, besteed eens aandacht aan hen.’ Maar Nazem is niet te houden. Hij wil naar zijn trein.

VI. De Groep van Achttien

Nazem kan de titanenklus niet alleen af. Hij benoemt Fouaz, die behalve spoorwegwerker ook acteur en regisseur is, tot zijn adjunct. Fouaz ziet het als ‘kunst’ om de trein weer te laten rijden. Samen richten ze de Groep van Achttien op. Achttien mannen, kerels met twee rechterhanden, het merendeel met decennia ervaring op de trein.

De Groep van Achttien verzamelt elke ochtend in de remise. De mannen drinken een snelle kop thee rond de oliekachel. Hijsen zich in grijze overalls met achterop het logo van de Chemins de Fer Syriennes, hun oude werkkleding uit de tijd van het regime. Sleutelen de hele dag.

Het probleem is niet de Amerikaanse locomotief, maar het spoor. Dat verkeert in beroerde staat. Meevaller: een Plasser & Theurer, de geavanceerde Oostenrijkse reparatiemachine, is achtergebleven in Qamishli. De training die Nazem jaren eerder in Aleppo volgde, komt nu van pas. Maar de machine begeeft het al snel. Bouten aandraaien moet vanaf dat moment met de hand. Bij invallende winter. Over een duizelingwekkende afstand van 79 kilometer. Zo ver weg is de grens met Irak.

Bij een koffiestalletje naast de spoorwegovergang ten oosten van Qamishli ziet een bezoeker eind 2017 een eenzame, zwarte locomotief voorbijrijden door het Syrische laagland, over de in onbruik geraakte Grote Bagdad-spoorlijn. De zwarte locomotief, de man bij het koffiestalletje weet niet wat hij ziet, rijdt richting Witte Graven, op weg naar Irak.

Het moet een werklocomotief zijn geweest, die voor de zware Amerikaan uit het tracé verkent. Zwart gespoten als eerbetoon aan de asayish. Nazem laat zijn zoon Issam erop rijden, met zijn 19 jaar al een ervaren machinist. Hij voorziet geen problemen ter hoogte van Witte Graven.

VII. Meer dan een trein

In andere landen zou het een onschuldig tijdverdrijf zijn: werkloze spoorwegwerkers die een stukje gaan rijden met een afgedankte locomotief. Maar in Syrië is de trein zoveel meer dan alleen een trein. De trein is politiek. Treinen en spoorwegen definiëren staatsmacht. ‘Als je de trein kunt laten rijden, dan ben je de regering’, zegt Fouaz.

Nazem zet hoog in. Rojava verdient meer dan een boemeltje. De Koerdische trein moet een hogesnelheidstrein worden.

Ook het regime heeft namelijk een hogesnelheidstrein, een moderne Koreaan. Deze Koreaan haalde voor de oorlog onderweg van Aleppo naar Damascus 120 kilometer per uur, op het spoor in Syrië een duizelingwekkende snelheid. De Koerden kunnen nu niet achterblijven. Hun afgedankte Amerikaanse locomotief is weliswaar geen Koreaan, maar ook tot veel in staat. Dit is het streven: van 40 kilometer per uur, de topsnelheid op het traject van Qamishli naar Irak in de tijd van het regime, naar 50 kilometer per uur.

In razende vaart naar de onafhankelijkheid.

De lokale omroep rukt uit om de herrezen trein te filmen.

Maar dan gaat het mis. Met Witte Graven in zicht komt er onverwacht nieuws. Het Koerdische bestuur wil de trein niet meer. De stekker gaat eruit. De trein moet onverrichter zake terug naar de remise. Het wordt te gevaarlijk, is het officiële verhaal. Op het spoor dreigen explosies.

Wat is er aan de hand? Het regime zet zowel het Koerdische bestuur als zijn vader onder druk om de trein te stoppen, zegt Issam. ‘De trein gaf macht aan het zelfbestuur. En dat maakte het regime kwaad.’

Qamishli is weliswaar de trotse hoofdstad van Rojava, maar ondertussen is het regime hier volop actief als schaduwmacht. Het vliegveld, een woonwijk, tal van scholen en openbare voorzieningen zijn nog steeds in handen van Assad. Zijn leger bemant zelfs controleposten op straat. Koerdische machthebbers gedogen dit. Zij zijn immers druk met de strijd tegen IS. Westerse analisten vermoeden een herenakkoord.

Beeld Vincent Haiges

Ook de regionale directeur van de Chemins de Fer Syriennes heeft Qamishli niet verlaten. Hij is weliswaar verbannen uit beide treinstations, maar mag kantoor houden in een voormalig kaartjesloket, vlak bij een controlepost bemand door troepen van Assad. Regeringsgezinde machinisten komen hier gezellig buurten. Alle voormalige spoorwegambtenaren ontvangen hier elke maand salaris. Ook al is er officieel in geen jaren gewerkt. Met de salarisbetalingen laat het regime zien: wij zijn nog steeds in Qamishli en we vergeten niemand.

Alleen Nazem, de aanvoerder van de Koerdische spoorwegrebellen, ziet een paar maanden lang pas na stevig aandringen iets van zijn salaris. Het is de hoogste spoorwegbazen menens. Hij moet stoppen met de trein.  

VIII. Verdachte geluiden

Op dinsdag 6 februari 2018 krijgt Nazem ’s avonds een telefoontje. Een bewaker van de asayish op het station aan de lijn. De bewaker, hij heet Ahmed, heeft op zijn inspectieronde iets vreemds gehoord. Een verdacht geluid uit de wagons. De trein loopt gevaar. Kan Nazem gelijk komen, deze avond nog?

Nazem aarzelt niet. Hij haast zich de flat uit. Passeert het beige spoorweglogo in de portiek. Steekt de donkere straat over. Naar het station. De ramen zijn dichtgemetseld tijdens de jaren van oorlog. Gewapende mannen in groene uniformen houden bij de slagboom de wacht.

Bewaker Ahmed wacht hem op. Mijnen, zegt hij. Op het donkere rangeerterrein is een indringer bezig om explosieven te leggen. Wat zou anders dat vreemde geluid verklaren? Nazem vertrouwt Ahmed. Hij en de bewaker delen een tragisch lot: beiden hebben een gehandicapt zoontje. Als het klussen aan de trein erop zit, drinken ze soms samen thee, om maar niet naar huis te hoeven.

Het lijdt voor de mannen geen twijfel waar de dreiging vandaan komt: van het regime natuurlijk. Nazem maakt zich zorgen om de geitenpaadjes door de velden, die vanaf het rangeerterrein naar een dorp leiden in handen van een pro-Assad-militie. Het is nog geen uur lopen.

Hij moet samen met Ahmed achterhalen waar het verdachte geluid vandaan komt. De explosieven vinden. De dader confronteren. Voordat een nieuwe werkdag begint en de Groep van Achttien gevaar loopt. Nazem heeft alleen een zaklamp. Ahmed grijpt zijn kalasjnikov. Zo lopen beide mannen de duisternis in, tussen de verlaten treinen op het immense rangeerterrein.

Wagon in, wagon uit, in dit openluchtmuseum van spoorweggeschiedenis. ‘Société Anonyme Franco-Belge’ staat op het groen uitgeslagen koperen bordje boven de wielen van een doorgeroeste goederentrein. En daaronder: 1911. Meer dan een eeuw geleden vanuit een treinenfabriek in het Belgische La Croyère naar Syrië gereden.

Ineens klinkt een schot.

Op de rails zakt Nazem ineen.

IX. Een ongeluk?

Hij leeft nog. De ambulance komt snel. In het ziekenhuis volgt een spoedoperatie om de schotwond in zijn buik te dichten. De hele nacht is er hoop. Zijn vrouw en oudste zoon zitten naast zijn bed. Maar als in Qamishli een nieuwe dag aanbreekt, wordt Nazem blauw. Hij sterft, 49 jaar oud, vader van zeven kinderen.

‘Het was een ongeluk’, zegt hij op het laatst. ‘Wat bereik je met wraak?’

Op de gang, de kalasjnikov nog in zijn handen, zit de man die de trekker heeft overgehaald. De man met wie Nazem zo graag thee dronk en zijn familieleed deelde.

Bewaker Ahmed.

Hij vertelt zijn verhaal. Nazem stond beneden op de rails met zijn zaklamp. Hijzelf boven, in een wagon. Hij wilde Nazem helpen om ook in de wagon te klimmen. En toen haalde hij per ongeluk de trekker van zijn kalasjnikov over. Het wapen was ontgrendeld. Elk moment konden ze immers oog in oog staan met de geheimzinnige mijnenlegger.

Was het fatale schot tussen de resten van de Taurus Express inderdaad een ongeluk? Mijnen op het rangeerterrein blijken nergens te bekennen. Ahmed wordt gearresteerd door zijn collega’s van de asayish. Het komt vaker voor dat onervaren veiligheidsagenten met een ontgrendelde kalasjnikov rondlopen en per ongeluk de trekker overhalen. Maar meestal vallen daarbij geen doden.

‘We weten het niet’, zegt Sheikha.

Ongeveer een week na het overlijden van Nazem stempelt ze met haar duim in inkt een verklaring dat ze afziet van de vervolging van Ahmed. Hij mag de gevangenis verlaten en weer aan het werk. Voor haar telt dit: het was de laatste wens van haar man dat zijn dood als een ongeluk werd gezien. En hij stortte ter aarde op het spoor dat zijn leven beheerste. ‘Het was zijn lot om te sterven voor de trein.’

X. Toeteren naar de Turken

Na de dood van Nazem valt de Groep van Achttien uit elkaar. Alleen Fouaz gaat nog regelmatig rijden met de trein. Dat moet, anders loopt de batterij leeg. Expedities naar Witte Graven en de olievelden richting Irak zijn er niet meer bij. Maar het stukje naar het internationale station aan de Turkse grens durft hij aan.

Toettoettoet. Even toeteren naar de Turken. ‘Om te laten zien dat we nog leven. Het is goed voor onze moraal.’

Voldoet het spoor nog als grens? De Turken vinden van niet. De Turkse president Erdogan voelt zich bedreigd door het protostaatje van de Syrische Koerden. Hij vreest de relatie tussen het Koerdische bestuur in Syrië en de PKK, in Turkije verantwoordelijk voor gruwelijke aanslagen.

Het is oktober 2019. Per tweet laat de Amerikaanse president Trump de Syrische Koerden onverwacht vallen. Zonder hun opofferingen zouden de zwarte vlaggen van het islamitische kalifaat nog steeds overal in het dal van de rivier de Eufraat wapperen. Maar nu is IS verslagen. Daarmee valt de diplomatieke berekening ineens anders uit. De Koerden, eerder de belangrijkste westerse bondgenoot in Syrië, zijn niet langer tot nut. Turkije mag hen aanvallen, op naar snelweg M4.

Europa kijkt toe, zoals vaker wanneer Koerdische belangen in het geding zijn. Europese overheden hebben weinig op met Rojava of het Autonome Bestuur in Noordoost-Syrië, zoals het officieel heet. Te hecht met de PKK en met Assad.

Burgers in de grensstreek vluchten massaal weg van de rails waarover het Turkse Navo-leger oprukt. In een eindeloze file zuidwaarts. Net als na de mislukte Koerdische opstand in 2004 trekken de vluchtelingen in een stroom van duizenden door de bergen naar Irak. Vanaf het rangeerterrein in Qamishli waar Nazem aan zijn einde kwam, kun je ’s avonds de Turkse mortiergranaten horen neerkomen.

Als de burgerdoden blijven vallen, neemt het Koerdische bestuur een onvermijdelijk besluit. Ze accepteren militaire bescherming van de alleenheerser die ze zeven jaar eerder de deur hebben gewezen: Bashar al-Assad. Terug van nooit echt weggeweest. Na een bloedig verlopen weekend waarin de terugkeer van het Syrische regeringsleger naar Rojava wordt bezegeld, loopt Fouaz de remise binnen. Deinst achteruit. Twee gaten in het dak. Puin op de grond.

De trein is geraakt.

De enige Amerikaanse locomotief die nog reed, net nu de Amerikanen de Koerden hebben laten vallen.

Verbijsterd inventariseert Fouaz de schade. Dit is geen toevalstreffer. De Russische locomotief, in de praktijk waardeloos in Syrië, is ongedeerd gebleven. De dader was uit op de Amerikaan en moet hebben geweten op welk spoor die in de remise geparkeerd stond. Trof precies het motorblok. De leiding naar de dieseltank is onherstelbaar beschadigd.

Buiten blijken ook de rails geraakt. De spoorstaven aan flarden, bielzen aan splinters. Net op de cruciale aftakking naar Irak. Die hij met Nazem meter voor meter begaanbaar heeft gemaakt.

Turkije zit erachter, stelt hij. Wie anders? De Turken hebben hem vanuit de trein horen toeteren. Iemand op het station moet de coördinaten van de locomotief en het spoor hebben doorgegeven. Wat is loyaliteit in de razendsnel verschuivende machtsverhoudingen in Syrië? ‘We vrezen dat het een van onze eigen mensen is geweest.’

XI. Voorpost in de oorlog

Koerdische strijders houden de wacht bij het koloniale stationsgebouw met het panoramische uitzicht op Turkije, waar het voor Nazem allemaal begon. Voor een verkrotte wagon met het opschrift ‘dining car’ trekken ze hun bivakmutsen recht. Geen foto’s maken, gebaren ze in de schaduw van de afbrokkelende perrons.

Het internationale station van Qamishli lijkt door de tijd opgegeten. Maar wat binnen gebeurt, blijft geheim. In al zijn vergane glorie is dit een voorpost in de jongste oorlog. Turkije blijkt daarin slechts bijzaak: rondom Qamishli verrijzen zowel Russische als Amerikaanse legerbasissen. Op de landwegen tussen snelweg M4 en het oude spoor rijden patrouilles van beide wereldmachten elkaar klem.

Sheikha woont nog steeds in de dienstflat met vochtplekken op de muur. Issam, de oudste zoon, inmiddels 23 jaar, studeert Koerdische literatuur. Om zijn broertjes en zussen te onderhouden, werkt hij daarnaast bij de asayish. Net als Ahmed, de man die zijn vader doodschoot. Hij wil nooit meer een trein besturen. De trein heeft in Syrië te veel vijanden.

In een plastic gereedschapskoffer bewaart Sheikha het certificaat van de Plasser & Theurer. Uit de koffer dwarrelt ook iets anders. Een potloodschets die Nazem van haar maakte, lang geleden, toen ze als jong stel op het station woonden. Toen Qamishli nog de poort leek naar de wereld. Zij droeg een coltrui en had wuft haar.

Tegenwoordig draagt Sheikha een lange zwarte jurk en een hoofddoek. Het leven is hard. Ze had gehoopt dat Nazem als martelaar zou worden erkend. Hij is immers gestorven voor de Koerdische trein. Families van martelaren blijven financieel goed verzorgd achter. Het Koerdische bestuur liet na zijn dood echter niets meer van zich horen.

Maar het regime laat haar niet vallen. Sheikha ontvangt elke maand het pensioen van haar man in het omgebouwde kaartjesloket van de Chemins de Fer Syriennes. Veel is het niet, 40 duizend Syrische pond, een bedrag dat door de economische crisis in Syrië inmiddels minder waard is dan 20 euro. Maar in een gezin met zo veel kinderen helpen alle beetjes.

Per telefoon vertelt Michel Issa, de regionale spoorwegdirecteur die vanuit zijn omgebouwde kaartjesloket rapporteert aan Aleppo, over de goede samenwerking tussen het Koerdische bestuur en het regime. ‘Wij zijn één.’ Als de politieke onderhandelingen vlotten, zal de trein weer gaan rijden. Onder gezag van Assad. ‘Alleen de regering kan dat doen.’

Is dat zo?

In de zwaarbeschadigde remise klimt Fouaz in de Amerikaanse locomotief. Zet de motor aan. Negeert de vonkenzee. Bonkend komt de machine tot leven. De remise vult zich met zwarte, verstikkende rook. Fouaz straalt, als mens en als kunstenaar. Het is hem gelukt, met hulp van getransplanteerde onderdelen. De Amerikaanse locomotief loopt weer.

Nu het spoor repareren.

En dan toeterend op weg naar Irak.

VERANTWOORDING 

Dit verhaal kwam tot stand op basis van meerdere interviews met Fouaz, Issam en Sheikha. Het binnenlandse station van Qamishli, waar de Amerikaanse locomotief staat, is drie keer bezocht in oktober en november 2019. Ook het internationale station en station Witte Graven zijn bezocht. Ahmed al J., de bewaker die Nazem doodde, wilde zelf niet met de Volkskrant praten. Zijn oudere broers, Mohammed en Hussein, voerden namens hem het woord. Michel Issa, de regionale spoorwegdirecteur die vanuit Qamishli rapporteert aan Aleppo, mag geen westerse journalisten te woord staan. De Syrische fixer van de Volkskrant, Kamiran Sadoun, sprak hem telefonisch. Verder zijn twee voormalige machinisten in Qamishli geïnterviewd en een lid van de Groep van Achttien. Het citaat van Agatha Christie is afkomstig uit de memoires over haar Syrische jaren, Come, Tell Me How You Live (Harper Collins, 2017).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden