Interview Pleegouder

Deze pleegvader stopte ermee: ‘Vooral het vechten tegen de gezinsvoogd zorgde voor veel stress’

Jaarlijks stopt zo’n 14 procent van pleeggezinnen met pleegopvang. De meeste pleegouders doen dat vanwege problemen met het pleegzorgsysteem, zoals te weinig ondersteuning en negatieve ervaringen met zorgpersoneel.

Pleegvader Tycho: ‘Als pleegouder voel je je soms niet meer dan een slaapplaats. Je mag eten en drinken geven, maar verder moet het allemaal op hun manier.’ Beeld Rebecca Fertinel

Dat blijkt uit onderzoek van het Nederlands Jeugdinstituut, de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen en Jeugdzorg Nederland onder 524 pleeggezinnen die in 2017 en 2018 zijn gestopt. Bijna een op de vijf stopt vanwege een natuurlijk verloop, bijvoorbeeld omdat een kind 18 jaar wordt. Maar bij ruim de helft geven systeemgerelateerde problemen de doorslag. Veel pleegouders voelen zich niet voldoende gesteund en serieus genomen, hebben een moeizame samenwerking met professionals en ervaren dat nazorg te wensen overlaat of zelfs geheel ontbreekt. Toch sluiten de meeste pleegouders (72 procent) niet uit zich opnieuw te willen inzetten voor kwetsbare kinderen, via pleegzorg of op een andere manier.

Betere begeleiding en goede nazorg zijn hard nodig om uitval te voorkomen en mensen te motiveren opnieuw een pleegkind in huis te nemen, er is immers een pleegoudertekort. Maar pleegvader Tycho (niet zijn echte naam) weet nog niet of hij dat opnieuw zou doen. Met zijn vrouw ving hij twee pleegkinderen (10 en 14) op.

Waarom wilden jullie pleegouders worden?

‘We hebben zelf geen kinderen, maar vinden de omgang met kinderen wel heel leuk, onze deur staat altijd voor ze open. Twee broertjes in de buurt woonden al in een pleeggezin, bij biologische familieleden. Ons kwam ter ore dat ze daar weg moesten en waarschijnlijk ver weg van elkaar en in een compleet nieuwe omgeving geplaatst zouden worden. Toen dachten we: zou dat iets voor ons zijn?’

Hoe ging dat verder?

‘We hebben uitgebreide intakegesprekken gehad, een cursus gevolgd en er is onderzocht of we geschikt waren. We hadden het gevoel dat we goed voorbereid waren en wisten waar we aan begonnen. We zijn er met veel enthousiasme ingestapt en de eerste maanden gingen ook zoals we ons voorgesteld hadden.’

Wanneer veranderde dat?

‘Op het moment dat zorginstanties, en dan met name de gezinsvoogd, zich begonnen te bemoeien met hoe wij in ons huis moesten leven. Een van de jongens mocht bijvoorbeeld van ons een keer als straf twee dagen niet internetten, maar dat mocht volgens de gezinsvoogd niet – alles moest met praten worden opgelost. We moesten steeds meer naar de pijpen dansen van de voogd en de biologische ouders, terwijl er geen vooruitzicht was dat de jongens naar hen terug zouden gaan.

‘Een ander probleem was dat we op de dag van plaatsing van de zorginstantie te horen kregen dat we veel minder bij de biologische familie mochten komen. Dat was eigenlijk geen optie voor ons, zij waren een gigantische kennisbron over de problematiek van de kinderen en de biologische ouders. Ook bij conflicten kregen we niet de hulp die we hadden verwacht. Op het moment dat we het niet eens waren met de biologische ouders leunde de zorginstantie achterover: ‘Jullie moeten dit samen maar oplossen’. Alles bij elkaar heeft dit ertoe geleid dat de kinderen na 14 maanden zijn overgeplaatst naar een ander gezin.’

Had dat voorkomen kunnen worden?

‘Achteraf hadden de zorginstanties de kinderen beter wat verder weg kunnen plaatsen als ze van tevoren al wisten dat het contact met de biologische familie niet wenselijk was. Wat verder vooral beter had gekund is de communicatie met de zorginstanties.’

Hoe kan dat beter?

‘Wij misten ondersteuning in onze gedachtengang. Er is veel aandacht voor de gedachtengang van de gezinsvoogd en de biologische ouders, als pleegouder voel je je soms niet meer dan een slaapplaats. Je mag eten en drinken geven, maar verder moet het allemaal op hun manier. Eén begeleider luisterde wel degelijk naar ons en probeerde te bemiddelen met de gezinsvoogd. Maar andere begeleiders hielden simpelweg vol: dit zijn de regels en daar moet je je maar aan houden.’

Zouden jullie opnieuw pleegkinderen opvangen?

‘Dat is een moeilijke vraag. Ik denk het wel als zich weer een situatie voordoet waarin kinderen, die je zijdelings kent, problemen hebben. Maar deze ervaring heeft er niet aan bijgedragen dat die keuze makkelijker wordt.

‘Het begeleiden van en zorgen voor de kinderen had een meerwaarde, maar het vechten tegen de voogd en de ouders zorgde voor veel stress. Bovendien heeft het loslaten van de kinderen heel veel pijn gedaan, met name de manier waarop. Het is anders als dat in goed overleg gaat en je nog regelmatig bij de kinderen op bezoek kan. Nu is de deur gesloten, we kregen het verzoek om geen contact op te nemen. Nazorg hebben we helemaal niet gekregen. We hebben niet eens de vraag gehad of dat gewenst zou zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden