Deze Palestijnen verlangen terug naar Syrië, niet naar Palestina - maar nu worden ze wéér verdreven

Met leed zien Palestijnen in Libanon hoe het Syrische leger hun geliefde Yarmouk-kamp bij Damascus kapot bombardeert. En dat terwijl veel van hen al eerder zijn gevlucht. Eerst verdreven uit Palestina, nu ook uit Syrië.

Rook is te zien boven het Yarmouk-kamp nabij Damascus. Het Syrische leger bombardeert de plek. Beeld AFP

Ze zijn Palestijn, maar begin hier niet over Palestina. Palestina is te lang geleden. ‘Vraag me niet naar ons huis in Palestina,’ zegt Sabah, de matriarch van deze familie, een dame van in de 60, kortgeknipt haar boven een strenge bril. ‘Ons huis is in Yarmouk.’

Het is niet gebruikelijk dat een Palestijn de kwestie Palestina liever laat rusten. Maar wel als je, zoals Sabah, een leven hebt kunnen opbouwen in Yarmouk, een enorm Palestijns kamp in het zuiden van de Syrische hoofdstad Damascus. Yarmouk is waarschijnlijk het enige vluchtelingenkamp ter wereld waar de inwoners nooit meer weg wilden.

En nu woont Sabah met haar kinderen en kleinkinderen in buurland Libanon, in het Palestijnse vluchtelingenkamp Shatila, in het zuiden van Beiroet. Ze is in jargon van de VN een ‘double refugee’, een vluchteling voor de tweede keer, zoals meer dan de helft van de Palestijnen in Syrië: eerst verdreven uit Palestina, nu ook uit kampen als Yarmouk.

Yarmouk was een plek waar je wilde zijn, ook als je helemaal geen vluchteling was: vanwege de restaurants, om te winkelen of gewoon een Palestijn aan de haak te slaan. ‘Nee, dat vonden mijn ouders niet raar,’ zegt Neshwa, zelf een volbloed Syrische, getrouwd met een Palestijnse zoon van Sabah. Het was de liefde die haar vanuit een voorstad van Damascus naar het Palestijnse kamp voerde – leuk toch? ‘Ik hield van Yarmouk om te wonen.’

‘Het uitgaansleven daar,’ verzucht haar man Omar (33).

Luchtaanvallen

Maar Yarmouk, de onofficiële hoofdstad van de Palestijnse diaspora, een van de weinige plaatsen - buiten de Palestijnse gebieden - waar Palestijnen trots op zijn, bestaat sinds deze week in feite niet meer. Met onophoudelijke luchtaanvallen en artilleriebeschietingen probeert het Syrische leger het kamp terug te veroveren op rebellenstrijders. Het is een onderbelicht maar intens offensief, zelfs naar de verzengende normen van de Syrische oorlog. Yarmouk, met 160 duizend inwoners in vredestijd, is in een week tijd grotendeels verwoest.

Aan tenten deden ze niet in Yarmouk, wel aan fijne huizen, in eigen bezit. Het huis van Sabah, gebouwd door haar ouders in de jaren 50 op de zandvlakte die Yarmouk toen nog was, vier slaapkamers, de elektriciteitsdraden netjes weggewerkt, hout op het dak; terwijl haar moeder nog zo had gezegd ‘niet doen, dat is te duur, we gaan ooit terug naar Palestina’, terwijl haar vader toen al had gedacht: niets daarvan, we blijven mooi in Yarmouk, gewoon dat hout op het dak?

Met de grond gelijk gemaakt. Luchtaanval.

Ze volgt het nieuws op tv. Zoon Maher, achtergebleven ‘om het huis te beschermen’, bivakkeert nog ergens tussen het puin, in levensgevaar, met minstens 6000 uitgehongerde lotgenoten, waarschijnlijk in de naastgelegen wijk Yalda. De VN staat klaar om uit te rijden met eten en drinkwater, maar kan al twee jaar het gebied niet bereiken.

Stinkende stegen

Na Yarmouk is kamp Shatila in Libanon zoals ze zelf zegt, ‘een grote vernedering’. In Shatila schieten milities regelmatig op elkaar, waait het vuilnis door de straten, hangen de elektriciteitsdraden gevaarlijk los over straat en past net een auto per keer door de stinkende stegen, heel anders dan in Yarmouk, waar in sommige straten wel vier auto’s elkaar konden passeerden, ‘als een snelweg inderdaad’, glundert Omar. Maar bovenal is er het onbegrip, van de Palestijnse buren die al sinds 1948 in Libanon wonen en de lokroep van Yarmouk niet begrijpen.

‘Wij willen terug naar Palestina', zegt de Libanees-Palestijnse Mariam (70) op de bank bij Sabah. ‘Maar zij willen allemaal terug naar Syrië!’

In Yarmouk ging het mis toen aan het begin van de Syrische oorlog in 2012 de rebellen binnentrokken. Palestijnen die in opstand kwamen tegen het regime van de Syrische president Assad, zeggen buitenstaanders, maar volgens Omar klopt daar niets van. ‘Ze kwamen van buiten het kamp, en ze waren van alles. Syriërs, Libiërs, Saoedi’s. Ze waren zwaarbewapend. Wij konden alleen maar ‘welkom’ zeggen. En tegen de volgende strijdersgroep opnieuw ‘welkom’. Want als je je hoofd uitstak, dan lag dat hoofd er daarna af.’

Met de strijders verdween de elektriciteit uit het kamp. Het water ook. En daarna de vrouwen, die door hun families naar Libanon werden gestuurd. Terwijl Omar bezig was om de uitreispapieren te regelen in Damascus, werd hij opgepakt. Door de gevreesde afdeling 235 van de Syrische militaire inlichtingendienst, beter bekend als de ‘fare Falastin’, de Palestijnse afdeling.

Soldaten op een T-55 tank nabij het Yarmouk-kamp in het zuiden van de Syrische hoofdstad Damascus. Beeld Hollandse Hoogte / Sputnik

Palestijn dus terrorist

Waar het regime van de familie Assad de Palestijnen decennia ruimte gunde om maatschappelijk te floreren, bracht de Syrische revolutie een golf van vreemdelingenhaat in het land teweeg. In de kofferbak van een auto werd Omar naar de gevangenis gereden. ‘Je bent Palestijn. Je bent een terrorist.’ Ze sloegen de tanden uit zijn mond. Sloegen hem overal, maandenlang, elke dag opnieuw. Hingen hem twee dagen lang aan het plafond.

Pas na vijf maanden werd hij voor het eerst verhoord. Het bleek een vergissing: Omar is wel een Palestijn, maar geen terrorist.

Omar mocht naar huis, maar werd drie dagen later opnieuw gearresteerd door de Palestijnse Afdeling. Ditmaal herkenden zijn beulen hem. ‘Ik werd iets minder gefolterd.’ De tweede keer duurde een maand. Vrijgelaten en prompt weer opgepakt, voor derde keer. Hij kreeg 48 uur om het land te verlaten. ‘Zoals ik zijn er duizenden Palestijnen.’

Nu zit hij hier in Shatila, met op schoot zijn jongste dochtertje Rital, een rozige baby van een maand. Het meisje kan nergens geregistreerd worden – niet in Libanon en niet in Syrië. Straks op de Palestijnse VN-school in dit kamp zal ze het niet gemakkelijk krijgen, vanwege de sluimerende haat tussen Libanese Palestijnen en hun Syrische lotgenoten. Een neefje werd uitgescholden door de docenten. ‘Jij bent een Syriër!’

Ja, wat zijn ze nu eigenlijk? ‘In Yarmouk praatten we nooit meer over Palestina,’ zegt Sabah. ‘Maar hier in Libanon heeft iedereen het er de hele tijd over.’

Veel Syrische Palestijnen moesten opnieuw vluchten

Tijdens de oorlog die voorafging aan het uitroepen van de staat Israël in 1948, zijn naar schatting 700 duizend Palestijnen uit hun huizen verdreven of gevlucht. De Palestijnen noemen het de ‘Nakba’ (‘de Catastrofe’). 

Vandaag eisen ze voor de vijfde vrijdag op rij hun recht op terugkeer op met grote demonstraties in de Gazastrook. Tegenwoordig zitten 2 miljoen als vluchteling geregistreerde Palestijnen in Jordanië, ruim 400 duizend verblijven er in zowel Libanon als Syrië, en nog eens 1,7 miljoen op de Westoever en in de Gazastrook samen. Velen van hen wonen nog steeds in een van de 59 Palestijnse vluchtelingenkampen die de VN in de regio erkent. Deze kampen zijn uitgegroeid tot goedkope stadswijken, met huizen in plaats van tenten. 

De VN verzorgt onderwijs, medische zorg en vaak ook riolering en water in deze kampen. In Syrië hadden Palestijnse vluchtelingen meer rechten op werk en bezit dan in Libanon, en konden zodoende voor 2011 verder in de samenleving integreren. Door de burgeroorlog in Syrië moest naar schatting 60 procent van de Syrische Palestijnen opnieuw vluchten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.