Deze ouders verloren hun kind door een bom bedoeld voor Islamitische Staat

'Als dit de prijs is, hoef ik die bevrijding van IS niet'

De Volkskrant sprak de afgelopen week in onlangs heroverde gebieden in de Syrische provincie Raqqa met ouders die hun kind verloren door een bom die was bedoeld voor IS. U leest hun relaas hier.

A'adwia al Jasm: 'Ik verwijt niemand iets die deze varkens bombarderen.' Foto Delil Souleiman

De oorlog tegen Islamitische Staat (IS) wordt in Syrië en Irak gevoerd vanuit de lucht. De bombardementen doden niet alleen IS-strijders, maar ook burgers. De VN waarschuwde deze zomer voor 'een verbijsterend verlies van levens' in Raqqa, dat tot voor kort gold als de hoofdstad van IS in Syrië.

De slachtoffers en nabestaanden van de luchtaanvallen blijven meestal onzichtbaar. Gebieden die nog onder controle zijn van IS, zijn niet toegankelijk voor journalisten en onderzoekers.

Foto de Volkskrant

Keuze van de hoofdredactie

Ik zou iedereen aanraden deze hartverscheurende getuigenissen te lezen van gewone mensen die toevallig in IS-gebied wonen en hun kinderen verliezen aan de bommen van de anti-IS coalitie. Die luchtoorlog is een abstractie, maar onze correspondent Ana van Es ging naar de omgeving van Raqqa om de gevolgen in beeld te brengen. (Philippe Remarque)

De internationale coalitie tegen IS - geleid door de Verenigde Staten - erkent dat er 735 'onbedoelde doden' zijn gevallen in de strijd tegen IS. De Amerikaanse bevelvoerder, Stephen Townsend, noemde de eerdere waarschuwingen van de VN 'overdreven'. Onderzoeksbureau Airwars, dat dagelijks minutieuze overzichten publiceert van de luchtaanvallen boven Syrië en Irak, komt met een veel hoger cijfer: 5.486 burgerdoden, van wie honderden kinderen.

In Raqqa worden de laatste jihadistische strijders uitgeschakeld met tientallen luchtaanvallen per dag. Hetzelfde gebeurt in Deir ez-Zor, verderop in het stroomgebied van de Eufraat in Syrië, en eerder in de Iraakse stad Mosul.

Het overgrote deel van de bommen wordt gegooid door de internationale coalitie tegen IS, geleid door de Verenigde Staten. Ook Frankrijk, Groot-Brittannië en Australië zijn grote spelers. Nederland deed tussen 2014 en 2016 met zes F-16's mee aan de luchtbombardementen.

Tekst gaat verder onder de foto.

Jamal Ahmed met zijn familie. Op de voorgrond zijn vrouw Aicha. Foto Delil Souleiman

Aicha Ahmed en haar man Jamal (46)

Waar: Raqqa, 3 oktober 2017

Wie: zoon Mohammed (19)

Verantwoordelijk: de internationale coalitie

Locatie interview: Hawi Hawa, verzamelpunt voor vluchtelingen vlak buiten Raqqa

Aicha: 'Er is geen stromend water meer in Raqqa en maar één goede bron, vlak bij de Hamzamoskee. Een generator pompt het water op, het stroomt uit een pijpje. Iedereen wil dit water hebben, het enige schone water in Raqqa. We wisten dat de bron gevaarlijk is, want IS komt daar ook. De strijders zeiden: wij vechten aan het front, jullie zijn gewone mensen, jullie krijgen je water niet eerder dan wij. Voor elke vijf IS-strijders werd een gewone burger geholpen. Geen enkele familie stuurt twee mensen tegelijk om water te halen.

'Mohammed is mijn oudste zoon. Een knappe jongen. Een beetje blond, met prachtige ogen. Hij was nog niet getrouwd. Door IS kon hij niet meer naar school. Hij was begonnen met auto's te repareren. Dat deed hij goed. Twee weken voor de ramadan stopte in Raqqa al het werk. Sindsdien zat hij zonder baan.

'Dinsdag 3 oktober werd hij 's ochtends wakker en hij zei tegen mij: ik ga deze morgen water halen. Ik zei: ga niet, we hebben nog een beetje. Hij: als ik nu ga, hoeven we morgen niet. Mijn man heeft hem zien gaan, met twee lege flessen voor het water.'

Luchtaanval van 3 oktober

Volgens het Amerikaanse ministerie van Defensie voerde de internationale coalitie tegen IS op 3 oktober 30 luchtaanvallen uit op Raqqa. Daarbij zijn onder meer '14 strijdersposities' verwoest, alsmede twee voertuigen en een logistiek knooppunt. Het onderzoeksbureau Syrische Observatorium voor de Mensenrechten maakt melding van een serie luchtaanvallen op waterbronnen in het Al Tawassoiya-district aan de rand van Raqqa, op 3 oktober. Daarbij zouden 18 burgers, 'onder wie kinderen en vrouwelijke burgers' zijn omgekomen. De Volkskrant sprak een inwoner uit Raqqa die stelt twee zoons te hebben verloren bij een luchtaanval op de waterbron in Noord-Raqqa op dinsdag 3 oktober. Zij wil niet met haar naam in de krant, haar beschrijving komt overeen met het verhaal van de familie Ahmed.

Jamal: 'Mijn zoon is gegaan en nooit teruggekomen.'

Aicha: 'We hoorden buiten mensen schreeuwen. Ze zeiden dat de bron was geraakt door een bom. Het was een slachting. Ik denk dat er wel honderd mensen zijn gedood. Ze hebben tot drie straten achter de explosie gezocht. Na een luchtaanval vinden ze soms ledematen op de daken van huizen. Ook nu zijn er hoofden en benen gevonden. Maar niet van Mohammed.

'Zijn beste vriend heeft een graf voor hem gegraven in de tuin. Hij zegt dat hij hem zal blijven zoeken. Een graf graven is in Raqqa heel gevaarlijk, want als de vliegtuigen je zien, kan dat tot een nieuwe luchtaanval leiden. IS begraaft zijn eigen strijders daarom niet meer. Die laten ze op straat liggen. Ze nemen alleen de wapens mee. Katten en de honden eten van de lichamen.

'Mijn familie weet nog niet dat dit is gebeurd. We kunnen hen niet bereiken. Dat verdriet komt dus nog. Ik begrijp niet waarom de mensen in de vliegtuigen dit doen. We hebben al veel geleden. We waren niet met IS. Je werk, je huis kwijtraken is toch iets heel anders dan je zoon kwijtraken. Diezelfde avond kwam ook onze buurman om bij een luchtaanval. Dat vind ik heel erg: allebei op dezelfde dag. De buurman en Mohammed gingen veel met elkaar om.'

Jamal: 'Drie dagen na zijn dood, om twee uur 's nachts, zijn we gevlucht. We zijn gewoon de deur uitgelopen. Er konden scherpschutters zijn, we konden gewond raken. We wisten niet of we het zouden halen. We hebben onze zoon in het puin achtergelaten.'

Aicha: 'Ik heb geen foto's meer van hem. Alleen nog op mijn telefoon, maar die ligt nog in Raqqa.'

Tekst gaat verder onder de foto.

Ala al Hussein met haar vader Mohammed, die niet herkenbaar in beeld wil. Foto Delil Souleiman

Mohammed al Hussein (45)

Waar: Tabqa, 22 maart 2017

Wie: dochter Asma (13)

Verantwoordelijk: de internationale coalitie

Locatie interview: Tabqa

'Ik ging brood halen bij de bakker met mijn twee dochters, Asma van 13 en Ala van 9. Als we naar buiten gingen, controleerden we de lucht op vliegtuigen. Maar de meeste luchtaanvallen vonden 's nachts plaats. Niet midden op de dag. Toen de bommen vielen, was het vijf uur 's middags en druk in de bazar. De bakkerij en een internetwinkel werden beheerd door IS, met gescheiden afdelingen voor mannen en vrouwen.

'Ineens zag ik het vliegtuig. Er vielen vier bommen op de bakkerij waar wij voor stonden. De explosie was zo hard dat ik door de lucht vloog, de straat in. Toen ik weer bijkwam dacht ik: mijn dochters.

'In het ziekenhuis lagen de gangen vol lichamen. Ik vroeg: waar is Ala, waar is Asma? Ze zeiden me: die zijn oké. Ze zijn vast naar het ziekenhuis in Raqqa gebracht, waar een spoeddienst is. 's Nachts bleek dat Ala inderdaad in het ziekenhuis lag. Ze was gewond aan haar been, je kon de botten zien, maar ze zou het overleven.

Luchtaanval van 22 maart

Het bombardement op de bakkerij en de markt in Tabqa op 22 maart door de internationale coalitie geldt als een van de dodelijkste luchtaanvallen in de strijd tegen IS in de provincie Raqqa. Tussen de 36 en 50 burgerdoden, stelt Airwars, een onderzoekscollectief dat dagelijks gedetailleerde informatie publiceert over luchtaanvallen in Syrië en Irak. Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch (HRW) gaat na onderzoek ter plaatse uit van 44 burgerdoden. HRW noemt Asma al Hussein als een van de slachtoffers.

'Asma konden we niet vinden. We zijn hier naar het ziekenhuis geweest, naar het mortuarium - niets. Op dat moment wisten we dat ze nog onder het puin lag. Zelf was ik gewond, dus ik kon niets doen, maar mijn vier broers zijn elke dag in het puin gaan graven, tien dagen lang. Maar ze vonden niets.

'Asma is mijn tweede dochter. Ze was... Kijk, ik ben haar vader, dus ik kan niet zeggen dat ze knap was. Maar ze was knap. Heel knap. Een lang meisje. Op school deed ze het goed. Ze was de eerste van haar klas. We waren trots op haar. Ik zag voor haar een goede toekomst weggelegd. We denken dat ze nog steeds onder het puin ligt. Ik begrijp dat we haar niet meer zullen herkennen, maar het zou in mijn hoofd zoveel schelen als we haar kunnen begraven. Kun je de coalitie die dit op zijn geweten heeft niet vragen of ze op zijn minst een organisatie kunnen sturen om het puin op te ruimen?

'Onder IS was het verschrikkelijk. Wij maakten ons zorgen om onze dochters. Buitenlandse vrouwen gingen langs de deur om meisjes te vragen of ze met een jihadist wilden trouwen. Ik ben ingenieur. Wij vinden studie belangrijk. We gaan nu een privéleraar zoeken - onder IS was dat verboden. Mijn oudste dochter van 15, die gaat het niet meer inhalen. Zelfs al laat ik haar dag en nacht studeren, dan nog haalt ze niet meer het niveau dat je hebt wanneer je al halverwege de middelbare school zit.

'Maar: als dit de prijs van de bevrijding is, dan hoeven wij die bevrijding niet. Als je door Tabqa rijdt, zie je overal huizen die zijn verwoest door luchtaanvallen. Onder het puin liggen honderden mensen zoals mijn dochter. Als een scherpschutter op het dak van een gebouw zat, werd dat hele gebouw gebombardeerd. Er zijn modernere manieren om iemand uit te schakelen. De coalitie tegen IS denkt dat ze mensen helpen. Maar dat is niet zo. De internationale coalitie heeft geen idee hoe het er hier in Syrië aan toe gaat.

'Ik kom elke paar dagen op deze plek. Dan denk ik aan wat er is gebeurd. Ik denk aan de dag dat we samen naar de bakker gingen. Ik wil mijn dochter niet vergeten.'

Tekst gaat verder onder de foto.

A'adwia al Jasm met haar kinderen in het vluchtelingenkamp in Ain Issa. Foto Delil Souleiman

A'adwia al Jasm (41)

Waar: Deir al-Zor, Hujayf ash Shamiyah

Wanneer: eind augustus 2017 ('vlak voor het Offerfeest').

Wie: dochters Fatme (15) en Maha (12)

Verantwoordelijk: mogelijk Rusland of Syrië

Locatie interview: vluchtelingenkamp in Ain Issa, ten noorden van Raqqa

In Raqqa worden de laatste jihadistische strijders uitgeschakeld met tientallen luchtaanvallen per dag. Hetzelfde gebeurt in Deir al -Zor, verderop in het stroomgebied van de Eufraat in Syrië, en eerder in de Iraakse stad Mosul.

Het overgrote deel van de bommen wordt gegooid door de internationale coalitie tegen IS, geleid door de Verenigde Staten. Ook Frankrijk, Groot-Brittannië en Australië zijn grote spelers. Nederland deed tussen 2014 en 2016 met zes F-16's mee aan de luchtbombardementen.

'Het begon 's nachts, met een luchtaanval in de buurt van ons huis. Wij zijn toen gevlucht naar het huis van onze oudste dochter. Zij is 17, getrouwd en heeft een baby. De volgende dag gingen we terug naar huis. Toen kwam er opnieuw een luchtaanval. Mijn moeder dronk thee met de meisjes in de keuken toen het begon. Eerst een luchtaanval verder weg, daarna een bij ons in de straat.

De luchtaanval van eind augustus

In de provincie Deir al-Zor voeren drie partijen luchtaanvallen uit op IS: Syrië, Rusland en de internationale coalitie tegen IS. Syrië en Rusland maken informatie over luchtaanvallen meestal niet openbaar. Het is daarom onmogelijk om het relaas van A'adwiya al Jasm met zekerheid te koppelen aan een luchtaanval van Syrië, Rusland of de coalitie. Het Syrische Observatorium voor de Mensenrechten meldt dat op 30 augustus 2017, de dag voor het Offerfeest, 'twee zussen stierven in luchtaanvallen op plaatsen in de stad Al Kharita op het platteland ten westen van Deir al-Zor.' Al Kharita ligt enkele kilometers ten westen van het gehucht Hujayf ash Shamiyah.

'We hoorden een raar geluid. Water kwam op ons af. We weten niet waar het water vandaan kwam. Het leek uit de grond omhoog te komen. De meisjes konden we niet meer vinden. Pas na een uur of drie vonden we de jongste. Ze was nog niet gelijk dood. Mijn andere dochter hebben we nooit gevonden.

'Een begrafenis? Nee, nee, de luchtaanvallen bleven komen. Waar hadden we hen moeten begraven? We hadden niets meer behalve onze kleren. Diezelfde nacht heb ik schapen verkocht om de smokkelaar te betalen. We zijn direct vertrokken. Vanaf het Offerfeest tot eind september liepen we door de woestijn. We dronken al het water dat we tegenkwamen. Schoon, niet schoon, het maakte niet uit. Pas hier in het vluchtelingenkamp kregen we flessen met water.

'We weten wie de luchtaanval heeft uitgevoerd: het leger van Bashar al-Assad, de president van Syrië. Dat weet ik omdat de Amerikanen niet boven ons dorp vliegen. Ik neem het Bashar niet kwalijk. Ja, dat zeg ik bewust. De dood van mijn dochters was een ongeluk. De luchtaanvallen waren vanwege IS. IS vernietigde ons. Hoe kun je die criminelen uitroeien zonder luchtaanvallen?

'Je moet weten: IS vermoordde mijn oudste zoon, Imad. Sinds hij er niet meer is, vind ik het moeilijk om me bezig te houden met de andere kinderen. Imad was de eerste in de familie die de school heeft afgemaakt. Zelf hebben wij geen school afgemaakt. Mijn man is schaapsherder. Ik ben met hem getrouwd op mijn 16de. Maar toen wij kinderen kregen, stuurden we ze naar school, en dat zijn we blijven doen.

'Mijn zoon was chauffeur in het Syrische leger. Hij deed dat goed. Zijn officier was tevreden over hem. Ik vroeg hem om naar huis te komen. Zijn vader verwijt me dat nu. Maar ik kon toch niet weten dat ze hem zouden vermoorden? Ik miste hem. Ik dacht ook: als hij terugkomt, dan kan hij helpen met het werk op het land, en hout halen voor de kachel.

'Wij dachten dat hij terug was gegaan naar de kazerne. Maar toen zei een kennis: IS heeft jullie zoon. Ze hebben hem opgehangen bij ons in de straat. Om zijn nek hing een papier: spion van Bashar al-Assad. Zo lieten ze hem drie dagen hangen. In die drie dagen zag ik hem elke dag. Hij hing in de straat! Na drie dagen deden ze een touw om zijn been en sleepten hem met een auto door de buurt.

'Mijn dochters zijn nu gestorven door de bombardementen op IS, maar ik verwijt dat niemand. Ik verwijt niemand iets die deze varkens bombarderen.'

Meer over