Deze opvarenden vingen vinvissen bij de Zuidpool

In 1946 ging Nederland weer op walvisvaart. Honderden mannen waren maanden van huis om bij de Zuidpool potvissen en vinvissen te vangen om in de behoefte aan vetten te voorzien. Fotograaf Gerard Wessel portretteerde zes opvarenden uit die tijd.

Archiefbeeld uit 1949 van de Willem Barendsz.Beeld anp

Dick van Amerongen

Vanwaar de walvisvaart?
'Mijn vader was een hardwerkende scheepstimmerman en heeft me die wereld ingeschopt. Ik kreeg de kans als messenslijper mee te gaan op Willem Barentsz. Mijn salaris van 350 gulden per maand kon met bonus verdriedubbelen. Omdat de baas ziek werd, heb ik nooit een mes geslepen; ik was meteen hoofdtimmerman.'

Hoe was het leven aan bood?
'Primitief. Niemand had goede werkkleding; ik kreeg gebreide handschoenen van mijn moeder mee tegen de kou. De flensers moesten zelf met metaal spikes onder hun zolen maken om niet uit te glijden op het dek. Ze stonden tot hun navel in de

vuiligheid en als ze kwamen eten, spoelden ze alleen even hun handen af. En dat was het. Ze pakten van hetzelfde brood als ik. Moest ik toch even aan wennen.'

Geboren: 1936 in Haarlem. Woonplaats: Amsterdam. Gevaren: van 1959 tot 1962. Functie: scheepstimmerman op de Willem Barentsz II.Beeld Gerard Wessel

Wat was uw taak aan boord?

'Over het dek van de Willem Barentsz ging een extra houten dek. Hele stukken werden kapot gescheurd als ze die vissen van 150 ton eroverheen trokken. Dat moest gauw gerepareerd worden. Het was werken tegen de klok als er vangst was. Maar als je niets ving: drama! We zaten vijf maanden met onze kloten in het ijs, dus het liep wel eens uit de klauwen. Moesten de flensmessen achter slot en grendel, want die Afrikaners wisten daar wel raad mee.'

Wat mist u het meest?

'Het was een van de mooie dingen in mijn leven, maar op het laatst was het niet gezellig meer aan boord. Ik vond het welletjes. Het avontuur was voorbij.'

Piet Serno

Van waar de walvisvaart?
'Iedere zeeman wilde daarbij! Het was een avontuur en de walvisvaarders waren helden. Na de oorlog was het armoe troef en de arbeider had een lik margarine op z'n brood nodig. Daar zorgden wij voor. Uit een flinke walvis haalde je vijftigduizend pakjes.'

Hoe was het leven aan boord?
'De eerste jaren was het werken tot je erbij neerdonderde, want de zeeën zaten nog vol. Op de Willem Barentsz moest ik helpen de walvissen aan boord te hijsen. Slachters met enorme flensmessen sneden ze dan aan stukken. In twintig minuten was het beest weg en lag de volgende alweer klaar. Het was twaalf uur op en twaalf uur af; heel anders dan later op de jagers. Daar sliep ik nauwelijks. Elke keer als dat kanon afging, moest ik aan dek. Als ik moest schijten, stak ik mijn hand in de broek en deed het daarin en dan gooide ik het overboord, want dat beest moest aan zij, hè. Wassen kon ik me niet. Ik stonk uren in wind.'

Geboren: 1934 in Amsterdam. Woonplaats: Almere. Walvisvaart: van 1954 tot 1964. Functies: matroos op het walvisfabrieksschip Willem Barentsz I (in de vaart van 1946-1955), tweede stuurman op de walvisjagers AM8 en AM12.Beeld Gerard Wessel

Was het gevaarlijk werk?

'Nogal. Je kon geen seconde de aandacht verliezen. Het was meestal slecht weer en koud. 's Ochtends moesten we eerst met mokers het ijs van de mast afslaan, anders konden we kapseizen. Kwam er soms een stuk van een ton naar beneden en moest je uitkijken dat het niet op je kanis viel. Elk seizoen waren er slachtoffers, want de veiligheid werd over het hoofd gezien. Op de Willem Barentsz gleed er een uit en kwam in de pot traan terecht; die grote messen daarin draaiden gewoon door. Een andere keer sloeg een losgeschoten kabel iemand z'n kop eraf. Zeven maanden waren we dag en nacht samen, dus als er een een ongeluk kreeg was ik er goed ziek van. Was ik een broer kwijt.'

Wat mist u het meest?

'Als ik in dat kraaiennest stond, voelde ik me zó machtig. Vijftien meter hoog met een kijker de zee af turen bij 25 graden vorst. Ondanks dikke bontkleding was ik na een uur bevroren. Kwamen ze cognac brengen zodat ik weer kon bewegen. Als ik zo'n grote paraplu in de verte zag, wist ik dat het een grote vinvis was. En dan erachteraan met 23 knopen. De langste die we schoten was ruim dertig meter. We kregen schietgeld, sleepgeld en traanbonus. Hoe groter de vis, hoe meer geld. Ik verdiende verschrikkelijk goed, maar aan wal dook ik de kroeg in met veertig vrienden. En maar rondjes geven. Na twee maanden was ik blij dat ik weer werd gemonsterd, want dan kreeg ik een voorschot. Ik heb gezopen totdat de luizen op m'n kop barstten. Maar ik heb nergens spijt van. Ik droom nog elke nacht over de walvisvaart. Zeg ik tegen mijn vrouw als ik wakker word: 'Ik heb er weer een paar geschoten, hoor.''

Lodewijk Tool

Vanwaar de walvisvaart?
'Ik werkte als kok bij de marine en had het daar wel gezien. Vanwege mijn ervaring wilden ze me bij rederij Vinke graag hebben bij de walvisvaart. Het was bijzonder. Jammer alleen van die prachtige beesten.'

Hoe was het leven aan boord?
'Als om vijf uur 's morgens het schip ging stampen, wist ik dat de jacht was begonnen en ik eruit moest om koffie naar dek te brengen. Als hofmeester moest ik ook ijs kappen, je deed het met z'n allen. Koken was een uitdaging natuurlijk. Alles schudde mee. De zee ten zuiden van Kaapstad, de roaring forties, was de hel. Ik hoefde dan nog niet de helft te koken, want de meesten waren zeeziek. Ik maakte van alles klaar. Het was vooral aardappelen, vlees en groente. En 's ochtends een walvisbiefstukje. Bakte ik uien bij, want dan proefde je de traan niet zo. Die jongens konden natuurlijk goed eten. Mijn specialiteit was nasi goreng.'

Wat mist u het meest?
'Het stappen met mijn maten in Kaapstad. Een keer werden we daar door de politie opgepakt, omdat we met donkere meiden waren - dat was verboden voor blanken. Ze konden je een maand naar de steengroeve sturen voor zo'n vergrijp. Gelukkig bracht de politie ons terug naar het schip. Maar verder? Ik heb die sensatie meegemaakt. Toen het terugliep, ben ik eruit gestapt. Die laatste beesten moesten ze maar laten zwemmen, vond ik.'

Geboren: 1926 in Enkhuizen. Woonplaats: Enkhuizen. Walvisvaart: van 1954 tot 1959. Functie: hofmeester op de boeiboot A15 en de jager A19.Beeld Gerard Wessel

Fred Hagen

Vanwaar de walvisvaart?
'Vanaf mijn 16de zat ik bij de koopvaardij en ik hoorde dat je bij de walvisvaart goed geld kon verdienen. Mijn vader was loodgieter en had 320 gulden per maand; ik vier keer zoveel. Ik was net getrouwd en we hadden een bovenhuisje gekocht. Na mijn eerste reis ben ik naar een meubelzaak gegaan en heb die zaak leeggekocht.'

Hoe was het leven aan boord?
'Het geld werd steeds minder, dat kwam de sfeer aan boord niet ten goede. Zelf had ik als matroos genoeg te doen, maar die gasten aan dek verveelden zich en dan ontstond er wel eens irritatie en kregen ze mot.'

Hoe ging dat thuis?
'Mijn vrouw wist waar ze aan begon, want ik voer al toen we elkaar leerden kennen. In Zuid-Amerika, waar we bunkerden, kreeg ik het bericht dat ze zwanger was. En op de terugreis ontving ik het telegram waarin stond dat ik vader was geworden. Zo ging dat.'

Waarom bent u gestopt?
'Op mijn laatste tocht waren we een jager aan het lossen. Hij voer al weg, terwijl de trossen nog vast zaten. Ik kon nog net mijn gezicht met mijn arm beschermen toen het touw losschoot, anders had ik hier niet gezeten. Mijn onderarm was aan flarden. De chirurg aan boord heeft 'm weer in elkaar gezet, maar ik werd afgekeurd. In 1967 bleek ook mijn rug versleten. We waren beresterk, maar onbewust sloopte het dus je lijf.'

Geboren: 1934 in Bussum. Woonplaats: Epe. Walvisvaart: van 1957 tot 1964. Functie: eerst matroos, daarna kabelgast op de Willem Barentsz II.Beeld Gerard Wessel

Harmen Jansma

Vanwaar de walvisvaart?
'Het was iets totaal nieuws. Echt een experiment. Ik kom van Schiermonnikoog - de parel van de Wadden! - en daar was ook weinig anders te doen dan varen. Toerisme was er nog nauwelijks.'

Hoe was het leven aan boord?
'Op de Willem Barentsz zaten zo'n zevenhonderd man; de boot was net een klein dorp. Officieren hadden natuurlijk een ander leven. De eerste jaren moesten we alles afkijken van de buitenlanders aan boord: Noren, Japanners en Zuid-Afrikanen. Er was helemaal geen knowhow, want Nederland had sinds 1860 niet meer aan walvisvaart gedaan. De eerste jaren waren er meer vissen dan je aankon, maar toen ik kapitein werd, waren de vangsten al stukken minder. Er kwamen vangstlimieten, de bonussen gingen achteruit. Tussen 1910 en 1965 zijn er 330 duizend vinvissen

tot smeerolie, margarine en schoonheidsmiddelen verwerkt; en toen waren er nog maar veertienduizend over.'

Wat mist u het meest?
'De spanning. Onder Kaapstad, ten zuiden van de 40ste breedtegraad, kom je in de beruchte roaring forties: een gebied met extreem ruige zee en golven zo hoog als kerken. En nog zuidelijker die overweldigende leegheid, met daarin plotseling opdoemende ijsbergen. Het is een belangrijk deel van mijn leven geweest.'

Geboren: 1921 op Schiermonnikoog. Woonplaats: Haarlem. Walvisvaart: van 1947 tot 1963. Functie: eindigde als gezagvoerder van de Willem Barentsz II.Beeld Gerard Wessel

Albert Veldkamp

Vanwaar de walvisvaart?

'Als kind al was ik gefascineerd door de polen en onbekende gebieden. Ik verslond boeken over ontdekkingsreizigers als Roald Amundsen en Robert Falcon Scott. Mijn vader had een kwekerij en wilde dat ik die overnam, maar ik moest en zou naar zee. Door de Duitse bezetting was ik vijf jaar opgesloten geweest in Nederland; al die jongens hadden de drang om de wereld in te gaan, we waren als tieners zo beknot geweest. Na de zeevaartschool op Terschelling kwam ik op een koopvaardijschip bij rederij Vinke terecht, die de walvisvaart deed. Ze hadden een vierde stuurman nodig op de Willem Barentsz en het leek me een mooi avontuur. Wat natuurlijk meespeelde, was dat ze naar de Zuidpool gingen.'

Albert Veldkamp Geboren: 1925 in Tiel. Woonplaats: Vlissingen. Walvisvaart: van 1949 tot 1957. Functie: klom op tot eerste stuurman op de Willem Barentsz II (in de vaart van 1955-1964).Beeld Gerard Wessel

Wat was uw taak aan boord?

'Ik stond op de brug en had niets met de vangst te maken. De vloot bestond uit het fabrieksschip en een aantal jagers en boeiboten. Ik regelde het bunkeren en dergelijke. Aan dek kwam ik niet, dat was levensgevaarlijk. Het was een boeiende periode als zeeman. We hadden geen goede kaarten, we moesten heel omzichtig navigeren met een echolood erbij om de diepte te peilen. Het was nog echt vakmanschap en je ontdekte nog eens wat. Op de terugreis moest ik ervoor zorgen dat de boot opnieuw werd geverfd en schoongemaakt. Maar in Amsterdam zeiden ze nog steeds als ik ergens binnenkwam: 'Het stinkt hier.''

Hoe ging dat thuis?

'Mijn vrouw is van Terschelling en komt uit een zeevaartmilieu; die zijn gewend dat de mannen van huis zijn. Er zijn wel eens woorden gevallen als ik weer thuis was. Maar gelukkig bleef ik druk met dat schip; de lading moest gelost en ze moest weer klaargemaakt worden voor een nieuwe reis.'

Had u medelijden met de walvissen?

'In de eerste jaren zagen we nog scholen van tweehonderd walvissen, later waren we blij als we er veertig zagen. Maar die eerste jaren na de oorlog had Nederland geen dollars of ponden, want het had vijf jaar geen handel gehad. We konden geen vetten in het buitenland kopen. Door die walvisvaart kwamen we met eigen middelen aan die vetten. Zonder die oorlog zou er geen walvisvaart in Nederland zijn geweest.'

Wat mist u het meest?

'Die enorme ijsbergen op Antarctica zijn zó imponerend. En natuurlijk het varen zelf. Ik ben het gelukkigst als ik een dek onder mijn voeten heb. Ik woon nu elf hoog aan de boulevard van Vlissingen met uitzicht op de monding van de Westerschelde. Voor het slapen gaan, doe ik de lichten uit en kijk ik over de zee. Dan heb ik weer even dat gevoel van toen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden