Deze minuscule gebedsnoten bewijzen dat kunst niet groot hoeft te zijn

Het Bergen van Adriaan van Dis, een musical van The Bridges of Madison County, een festival voor de contrabas en waarom Hugo Claus de grootste toneelschrijver van Nederland is. Dit en tien andere voorspelde culturele hoogtepunten zijn de komende maanden te zien. Hier vindt u tip 5: Small Wonders.

Een gebedsnoot Beeld The Metropolitan Museum of Art
Een gebedsnootBeeld The Metropolitan Museum of Art

Minuscuul zijn de voorstellingen in buxus die we gebeds noten noemen. Neem de tijd voor deze expositie in het Rijksmuseum, want je raakt er niet op uitgekeken.

Ze zijn klein - dat is één. Het formaat van gebedsnoten varieert van bitterkoekje (middelgroot) tot walnoot. Ze zijn delicaat - dat is twee. De religieuze voorstellingen aan hun binnenkant zijn dermate gedetailleerd en gaaf, dat aan hun productie vergrootglazen (en houtbewerkingsmateriaal zo fijn als het instrumentarium van een tandarts) te pas moeten zijn gekomen.

Vanaf half juni zijn in het Rijksmuseum in Amsterdam zestig zulke 16de-eeuwse, opklapbare, ter devotie en vermaak geproduceerde objecten te zien. Als voorbeschouwing: vijf vragen en evenzoveel (geparafraseerde) antwoorden van Frits Scholten, seniorconservator beeldhouwkunst van het Rijksmuseum.

Small Wonders

17/6 t/m 17/9, Rijksmuseum, Amsterdam.

null Beeld RV - The Metropolitan Museum of Art
Beeld RV - The Metropolitan Museum of Art

Waar werden ze gemaakt?

Lang werd de ontstaansplek gesitueerd in de Zuidelijke Nederlanden (thans België); inmiddels weten we dat het leeuwendeel afkomstig is uit een atelier in Delft. Het werd geleid door ene Adam Dircksz.. Zijn signatuur siert een gebedsnoot die zich nu bevindt in Kopenhagen. Over Dircksz. is weinig bekend. Hoe hij de kunstvorm ontwikkelde, bij wie hij in de leer ging, over hoeveel mankracht hij beschikte: men tast erover in het duister.

Voor wie werden ze gemaakt?

Voor de elite. Enkel aan het hof en in huishoudens van rijke kooplieden trof men deze 'kleine houten appels'. Vorst Karel V bezat er enkele. Margaretha van Oostenrijk ook. Zij bewaarden de gebedsnoten op de plek die men doorgaans gebruikte om te bidden: de slaapkamer. Ging men op reis, dan nam men ze mee. Voor de massa geproduceerde gebedsnoten bestonden niet, en daar is een reden voor: een ruw gesneden noot verliest direct zijn aantrekkingskracht.

Dit is een van de 14 voorspelde culturele hoogtepunten.
Klik hier voor de overige tips.

Welke houtsoort werd gebruikt?

Dat is simpel: buxus. Geen eiken (dat te snel splijt), geen beuken (dat zich niet goed laat bewerken), gewoon good old buxus. Men importeerde het uit Noordwest-Frankrijk: Picardië en Normandië. Dat hout werd ook gebruikt om onder meer schrijftafels, kruidenopbergdozen, muziekinstrumenten en kammen van te maken. Buxus is hard, zwaar (het zinkt in water) en heeft een compacte structuur. Gepolijst heeft het een gaaf en glanzend oppervlak. Buxus gold als het ivoor (dat andere fijnsnijmateriaal indertijd) onder de houtsoorten. Uitermate geschikt voor het vervaardigen van complexe voorstellingen op zak formaat.

Hoe werden ze gemaakt?

De buitenkanten waren gestandaardiseerd. Men sneed een stuk hout tot een bolletje, holde de binnenkant uit en trok over de buitenkant met een passer overlappende cirkels en ellipsen teneinde een even ingewikkeld als regelmatig gotisch sierpatroon te krijgen. Het binnenwerk was minder formulewerk. Men sneed een bolletje dat precies in de buitenschil paste, sneed daaruit de hoofdvoorstelling. Dat was een priegelwerk; er kwamen vergrootglazen en horlogemakerachtige instrumentaria aan te pas. Daar werd een aparte achtergrond achter gezet. Via een luikje boven in de noot konden aanvullende objecten (kruizen, lansen) worden toegevoegd.

Een gebedsnoot uit 1500-1530 Beeld The Metropolitan Museum of Art
Een gebedsnoot uit 1500-1530Beeld The Metropolitan Museum of Art

Hoe gaat het Rijksmuseum de gebedsnoten tentoonstellen?

De expositie wordt vormgegeven door ontwerper Aldo Bakker. Tafels zijn met kleine fineren kastjes zullen steeds één gebedsnoot uitlichten. Er worden ook objecten getoond die de visuele cultuur belichamen waarvan de gebedsnoten deel uitmaakten, zoals een bewerkt stammetje met fragmenten uit het St. Jorisverhaal. Dat komt uit het Victoria & Albert Museum in Londen en is het hoogtepunt van de tentoonstelling.

Het Rijksmuseum belooft een oefening in traag en aandachtig kijken. Het wil het verband tussen schaal en tijd toetsen: de stelling dat naarmate een ruimte of object kleiner wordt, de tijd sneller gaat. Een half uur met een gebedsnoot voelt als vijf minuten. Kijkt u normaal gesproken twee minuten naar een kunstwerk, dan zullen dat er hier zo'n twaalf zijn. Dus wilt u alle tachtig objecten bekijken, dan bent u daar zestien uur zoet mee. Slaapzakken mee dus.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden