Interview

Deze Mauro ben ik, die is leuker

Mauro Manuel kijkt terug

De voornaam is genoeg. Mauro Manuel is 's lands bekendste asielzoeker. Bijna vier jaar na de mediastorm die rond hem opstak, kijkt hij terug. 'Ik kon geen tv meer zien, ik wilde niet die Mauro zijn.'

Foto Erst Coppejans

'Ik vind het zelf een mooie naam, Mauro.

Het is heel gek om te zien dat nadat ik zo veel op televisie was geweest, er kindjes opdoken die Mauro heten. Dan fietste ik ergens en dan zag ik alweer een bord dat er een Mauro was geboren. Grappig toch.'

'Het gaat goed met me, ja goed. Ik heb een baan, ik heb een vriendin, ik ben nu 22. Het gaat voor mij langzaam de goede kant op. Ik ben systeembeheerder op een middelbare school in Eindhoven. Ik moet zorgen dat alle computers en systemen blijven werken, de problemen oplossen. Ik werk daar sinds februari 2014.

'Ik had geluk met het krijgen van een baan. Ik werkte eerst in een computerwinkel, waar mijn contract na drie jaar niet werd verlengd. Mijn toenmalige baas kende de netwerkbeheerder van die school. Ze zochten iemand. Ik ging op gesprek en ze waren direct enthousiast. Een week later kon ik beginnen.

'Dat ik Mauro ben, daar kwamen ze snel achter. Natuurlijk hou ik er rekening mee dat dat een rol speelt tijdens zo'n procedure. Ik loop er alleen niet mee te koop. Maar je bent wie je bent. Het verhaal van Mauro dat iedereen kent, daar vertel ik liefst zo min mogelijk over. Vooral omdat er nog een andere Mauro bestaat dan de Mauro die iedereen kent. Dat is de Mauro die ik ben en die ik altijd ben geweest. Ik vind het belangrijk dat mensen me echt leren kennen. Dan komt later wel van: hé, ben jij die Mauro van tv? Ja, die ben ik, zeg ik dan. Ik sta me er niet op voor.

'Bij het krijgen van een stageplek speelde het wel een rol dat ik Mauro ben. In eerste instantie hoorde ik niets na een sollicitatiebrief - en later wel. Ineens mocht ik toch komen, omdat ze het dus wisten. Jij bent die jongen, kreeg ik later te horen. Het is een beetje dubbel wat ik daarover voel. Ik was blij dat ik die stageplek had, maar ik vind het lullig als ik zie dat jongens van mijn leeftijd heel moeilijk aan een baan kunnen komen. Niemand hoort voorgetrokken te worden omdat je bekend bent van tv. Maar aan de andere kant ben ik ook blij.'

Mauro, symbool van verwarring bij asielzoekers

Mauro Manuel (22) is een Angolese - voormalige - asielzoeker. Hij werd in 2002 op 9-jarige leeftijd op het vliegtuig gezet en kwam via Portugal in Nederland terecht. Na een jaar ontfermden zijn pleegouders, Hans en Anita, zich over hem. Sindsdien woonde hij ben hen in Zuid-Limburg. Op zijn 18de dreigde hij het land te worden uitgezet. Wat volgde, was een enorme politieke consternatie waarin Manuel uitgroeide tot 'Mauro', als symbool van de verwarring waarmee asielzoekers in Nederland te maken hadden. De foto van Mauro met een traan die over zijn wangen biggelde, werd iconisch. In het najaar van 2011 discussieerde de Tweede Kamer twee keer in één week over Mauro en moest vooral de toenmalige CDA-immigratieminister Gerd Leers het ontgelden, wat tot een crisis leidde in de christelijke partij. Uiteindelijk kreeg Mauro een studievisum. In het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II zag eind 2012 het Kinderpardon het licht, de regeling voor langdurig hier verblijvende kinderen. In 2013 kreeg Mauro hierdoor alsnog een verblijfsvergunning.

'Ik voel me een Nederlander'

'Er is een Mauro die iedereen van tv kent. Maar er is ook een andere Mauro en ja, die vind ik wel leuker. De Mauro van tv, tja, ik vind het niet zo'n leuk beeld om mezelf terug te zien op tv, alsof ik heel zielig ben. Joh, hoe ze dan tegen je doen, of hoe ze je zien. Alsof ik een klein kind ben. Ik vind mezelf ook niet zielig. Nooit gevonden ook.

'Dat beeld is bepaald door een aantal dingen. Voorop staat natuurlijk die foto van mij met de traan, de huilende jongen. Ik heb het idee dat ze denken dat ik ook zo ben. Dan vind ik jammer. Ik ben een vrolijke jongen. Als je iemand vraagt: ken je Mauro Manuel? Dan komen ze gelijk met die foto van die zielige jongen. Ik ben bang dat ik dat niet kan tegenhouden.

'Die foto is gemaakt in 2011 in Den Haag, in de herfst. Er werd actie gevoerd op het Plein en er zou gedebatteerd worden in de Tweede Kamer. Er was van alles en nog wat te doen, met bekende Nederlanders enzo. Optredens en speeches, iedereen leek ermee bezig, met de hele situatie. Ik ging erover nadenken dat het niet normaal is dat er zo veel mensen voor je opkomen. Daar raakte ik geëmotioneerd van. Het was ook mooi, ik had niet verwacht dat er zo veel mensen zouden zijn. Dat deed en doet veel met me.'

'Ik moet nu nog wachten op een Nederlands paspoort. Dat is het laatste stukje. Ik moet nog drie jaar wachten om die aan te vragen. Toen ik die verblijfsvergunning kreeg, kwam daar een proeftijd bij van vijf jaar en die is in 2013 ingegaan. Als ik de criminaliteit in zou gaan ofzo, dan kunnen ze bij wijze van spreken zeggen: we trekken je vergunning in. Ik moet me netjes gedragen. Dat heb ik altijd al gehad, al die tijd dat ik in Nederland ben, dat ik goed op mijn gedrag let. Toen ik op de middelbare school zat, had ik meldplicht. Daar werd altijd gezegd dat ik goed moest oppassen en niet in aanraking moest komen met politie. Anders zou ik geen kans meer hebben, dan zou ik sowieso terug moeten. Maar ik ben niet een persoon die de criminaliteit opzoekt. Ik heb dat niet in me.

'Ik zit nog wel met één probleem: ik heb mijn geboorteakte nodig om mijn Nederlandse paspoort te kunnen aanvragen. Dat is het volgende issue. Die geboorteakte kan ik niet in Angola ophalen, want ik kan niet naar het buitenland omdat ik geen paspoort heb. Het is even afwachten hoe ze daarmee omgaan en wat er dan gaat gebeuren. De geboorteakte ligt ergens in een Angolese gemeente, stel ik me voor. In Nederland loop je naar het gemeentehuis en dan heb je 'm. Dat weet ik. Hier ben ik thuis. Ik voel me een Nederlander. Hier ken ik de weg.'

Briefje van Bleker

'Als een onhandige actie, zo kijk ik terug op die situatie met Henk Bleker. Het ging zo snel. Voor mij was het niet niks om bij Pauw & Witteman in de televisieshow te zitten. Ik was zenuwachtig, en heel erg gefocust. Ik probeerde geen domme dingen te zeggen. Ik merkte dat Henk Bleker alleen maar redenen opsomde waarom ik niet kon blijven. En toen was er dat briefje van hem. Waarop stond dat als ik met mijn moeder naar FC Twente-PSV zou willen, hij dat kon regelen. Dat was wel een beetje raar. Het was ook anders geweest als hij dat buiten de show had gedaan.

'Toen Pauw & Witteman afgelopen was, liepen we samen naar buiten. Henk Bleker zei me dat hij het niet zo slecht bedoeld had. Ik dacht: ik ken hem ook niet, het zal best een aardige man zijn. Maar ja, dit was best onhandig.'

'Ik was 9 toen mijn moeder me op het vliegtuig zette. Van Angola naar Portugal. En toen ben ik hierheen gekomen, samen met de mensen aan wie mijn moeder me had meegegeven. Dat was een heftige ervaring als kind. Die mensen kende ik niet. Het waren geen familieleden of vrienden. Het was een hele shock dat mijn moeder me opeens wegdeed. Dat kan ik nog steeds niet begrijpen. Het is je eigen kind, het is ook nog maar 9 en dat stuur je zomaar naar een ander continent.

'Ik denk dat zij mij een beter leven wilde geven en dat er hier veel kansen zijn om je te ontwikkelen. Ik hoop dat ze dat dacht - maar dan nog kan ik het niet goedpraten. Ik heb geen behoefte aan antwoorden van haar. Ik moet dat hoofdstuk nog verwerken, op vragen daarover kan ik daarom amper antwoord geven. Ik heb het idee dat zij denkt: o, hij zit in Europa en dan zal het wel goed komen. Misschien denkt zij dat het hier het paradijs is. Zoiets moet het zijn. Wat ik heel erg vind: dat zij nooit heeft beseft wat dat met je doet als kind. Op zo'n leeftijd. Dat je je ouders kwijtraakt.

'Ik herinner me van mijn moeder dat ze een zorgzame vrouw was. Altijd hard aan het werk, voor het gezin. Altijd op de markt dingen verkopen. Voor ons zorgen. We woonden dicht bij een markt die er altijd was. Vis, eieren, snoep werd er verkocht, van alles, een grote bende vol kraampjes. Ik weet bij god niet meer hoe het rook. Als ik eraan terugdenk, was het vooral vies. Je zag daar varkens rondlopen, zwerfkinderen. Het was een sloppenwijk. Ik zou je niet adviseren daarheen te gaan op vakantie.

Het gemis van ouders

'Maar ik weet niet hoe het nu is, het was 2002. Dus misschien is het nu anders. Ik weet mijn god ook niet hoe mijn moeder het gedaan heeft. Of heeft betaald. Ik herinner me dat ik in zo'n taxibusje zat, helemaal vol, met mensen op het dak, mensen aan de achterkant die zich vasthouden. Ik snapte niet echt wat er ging gebeuren. Waar we heen zouden gaan. Ik kan me alleen mijn emotie herinneren: ik wilde niet.'

'Ik kwam in Rotterdam aan. Ik vond het vooral indrukwekkend om in een land te zijn met zo veel witte mensen. Ik had in Angola wel films gezien met blanken in Amerika, zo'n film met Jackie Chan. Dat idee had ik, dat ik in zo'n film was. Ik vond het indrukwekkend hoe de mensen liepen. Dat mensen stopten voor een zebrapad. In Angola was oversteken een vorm van zelfmoord. Ik kon me bijna niet voorstellen dat de politie betrouwbaar was. En als je naar school ging, dat ze je niet sloegen.

'Als je wilde leren tellen of rekenen, werd dat erin geslagen. Ik sprak Portugees, maar die taal is helemaal verdwenen. Ik kan het niet meer verstaan, niet praten, tenminste geen hele zinnen meer. Dat is een gekke ervaring, eigenlijk. Ik weet dat ik een klein zusje had en een broertje, een oudere zus en nog twee broers. Ik ken die mensen niet meer. Het zijn vreemden voor me, het gevoel is er niet meer voor hen. En als het gevoel er niet meer is, dan wordt het lastig om contact met ze te zoeken.

'Het gevoel van ouders, van een moeder en een vader hebben, bestaat ook niet voor mij. Mijn pleegouders hebben dat gevoel enigszins kunnen vullen. Tuurlijk, je ziet het en je weet: het is niet echt, we zien er anders uit. Ik heb hier dan wel een klein broertje en hij is pas 7 geworden. En ja, kijk, ja die heeft echt het gevoel: ja, dat zijn mijn ouders, dat zijn mijn mama en papa. Dat gevoel heb ik niet. Dat gevoel is weg.

'Ik heb moeten leren om daarmee om te gaan, met dat gemis. Als ik mijn vrienden zie en hun ouders, dan zie ik dat ze daar een bepaald gevoel bij hebben. Bij mij is er alleen leegte. Hans en Anita hebben dat op hun manier geweldig gevuld en goed hun best gedaan. Daardoor kan ik dus zeggen: mijn ouders, dat zijn mijn pleegouders.

Mauro in 2011, op de publieke tribune van de Tweede Kamer waar toenmalig minister van Immigratie en Asiel Gerd Leers het debat bijwoont over het terugsturen van de Angolese asielzoeker Mauro. Foto ANP

De storm van media en politiek

'Ik zou graag een gezin willen stichten, later. Dan zou ik er echt voor mijn kinderen zijn. Ik zou ze altijd het gevoel willen geven van vader zijn. Ik wil het beter doen. En zeker niet je kind op het vliegtuig zetten, want dan raak je gewoon je kind kwijt. En dan raakt het kind jou kwijt. Dan kent-ie je niet meer. Dan wil-ie je niet meer kennen.'

'Ik was dus 18 geworden en ik kreeg te horen dat ik binnen vier weken weg moest.

Eerst mocht ik blijven en toen ging de minister in hoger beroep en stortte mijn wereld in. Het begon met De Trompetter, een huis-aan-huisblad bij ons uit de buurt, in Venray. Daar boden we ons verhaal aan. Daar zat iemand die ook contacten had met Hart van Nederland - en zo is het vuurtje gaan lopen. Dat interview liep heel goed blijkbaar. Ik vond het wel lastig. Puur het idee dat mensen allemaal naar mij gingen kijken. Een paar maanden later kwam er weer een verzoek van Hart van Nederland, en toen liep het zo de politiek in. Daarna wilde iedereen me interviewen.

'Op een gegeven moment ben ik gestopt. Ik was twee weken lang alleen maar op televisie te zien. Ik werd misselijk van mezelf. Mauro hier, Mauro daar, ik werd er niet goed van. Ik kon geen tv meer zien, ik wilde niet die Mauro zijn. Ik wilde normale dingen, weet je. Iedereen herkende me op straat, op school. Je moet ermee leren omgaan, werd tegen me gezegd, je moet normaal blijven doen. Ik vond het lastig, want als ik maar iets verkeerds zou doen in die tijd, werd dat er meteen bijgehaald. Daar moest je rekening mee houden. Ik moest oppassen.

'Mocht er een jongen of meisje in de toekomst in dezelfde situatie terechtkomen, dus in die storm van media en politiek, dan zou ik 'm hetzelfde adviseren als mijn pleegouders deden: blijf jezelf. Denk goed na wat je wilt. Als je jezelf bent, kun je nooit wat fout doen. Doe je gemaakt of zoals anderen je willen zien, dan ben je nooit jezelf.

Foto Erst Coppejans

'Nederland is een warm land'

'Ik heb er niet voor gekozen een Bekende Nederlander te zijn. Als je kijkt waarom ik dat ben geworden, is dat geen leuk ding. Ik heb geen talentenshow gewonnen, ik ben geen bekende voetballer of zoiets. Ik hoef niet te horen dat ik een BN'er ben. Dat ze zeggen: 'Hé, jij bent die Mauro van tv, leuk is dat.' Volgens mij snap je het dan niet zo goed. Het is geen leuke manier om zo bekend te worden. Ik ben bekend zonder dat ik bekend had willen zijn.

'Ik kreeg ook allemaal dingen aangeboden. Ik heb huwelijksaanzoeken gehad. Ik kon bij de publieke omroep komen werken. Leuk, dacht ik. Maar snel daarna vroegen ze me of ik dan wel in een programma zou willen komen. Ik heb er nog even over nagedacht, maar ik was er snel klaar mee. Dat wilde ik niet.

'De echt leuke kant was dat ik door PSV werd uitgenodigd om een wedstrijd te komen kijken. Dat betekende veel voor me. Samen met Kevin Strootman en Erik Pieters mocht ik op de tribune zitten. Samen het spelershome in. Kreeg ik een T-shirt met alle handtekeningen van de spelers. In het stadion kwam iedereen een praatje maken en me de hand schudden, ook het bestuur van PSV en de burgemeester van Eindhoven. Dat is het voordeel van zoiets.

'Toen voelde ik ook dat meeleven, en dat het zo diep zat. Ik merkte toen echt van: je blijft wel van Mauro af. Ik moet zeggen dat Nederland een land is dat erg meeleeft. Het is een warm land waar ze je warm ontvangen. Ik vond het ook logisch dat ik mocht blijven. Ik vind dat ik hier hoor. Ik ben hier geworteld. Ik heb hier mijn familie, vrienden en een band met die mensen. Die band kun je niet zomaar losrukken. Ik hou van hen en zij van mij. Dus weggaan was nooit een optie voor mij.'

'Er zijn nog een paar honderd Mauro's, om het zo maar te zeggen, die net buiten het kinderpardon vallen. Ik hoop dat zij ook een verblijfsvergunning krijgen. Ik snap best dat niet iedereen in Nederland kan blijven. Maar er zijn echt gevallen van kinderen die hier al vijftien jaar wonen en dan weg moeten. De Nederlandse overheid moet met het hart kijken. Niet alleen naar de cijfers. Het zijn kinderen, met nog een heel leven voor zich.

Anoniem leven

'Ik weet niet of ik daar een rol in wil spelen. Ik vind dat best lastig. Eigenlijk wil ik naar een situatie toe dat mensen niet meer weten wie Mauro is. Ik wil uiteindelijk een anoniem leven. Ik voel me wel geroepen om iets te doen, maar het is ook zo dat ik niet in the picture wil staan. Anders kom ik er helemaal niet van af, van dat stempel, van dat Mauro zijn. Ik heb het gevoel dat ik daar dan weer als symbool voor word gezien.

'Ik denk dat het asielvraagstuk alleen maar als een politieke zaak wordt gezien. Waar gaat het echt over? We praten over kinderen hè, het zijn geen volwassenen. Als zo'n kind terug moet na vijftien jaar hier, naar een land dat hij niet kent, waarvan hij de taal niet spreekt. Die zit hier op school, met vrienden en familie, dat is een shock voor zo'n kind, als-ie wegmoet. Zie dat maar te verwerken.

'Dat was voor mij toen ook zoiets: en dan? Stel je voor dat ik word teruggestuurd? Wat ga ik doen in Angola? Ik spreek de taal niet. Als ik daar eenmaal zit, dan zit je daar zo met zo veel depressieve gedachten. Dan heb je nergens zin in. Ik ken daar niemand. Wat moet ik doen? Hoe werk te vinden? Je kan het niet maken om een kind dat hier is opgegroeid terug te sturen.'

'Als ik niet op televisie was geweest, dan was het nooit zo gelopen.

Dan was ik teruggestuurd. Had ik nooit een studievisum kregen, en daarna de verblijfsvergunning. Ik vraag me nog steeds af: waarom is het bij mij zo uit de hand gelopen? Vóór mij waren er toch ook asielzoekers die het land uit moesten, snap je. Wat was het dat het bij mij zo liep?

Geluk

'Ik heb geluk gehad, dat is wat ik denk. Ik ben bij pleegouders gekomen die heel goed voor mij gezorgd hebben. Ik heb geluk gehad dat ik net in beeld kwam op het moment dat het kabinet aan het wankelen was. Het werd echt een politiek ding. Ik had geluk met Defence for Children. Met onze advocaat. Ik denk weleens: als ik bij andere pleegouders terecht was gekomen, had nooit iemand van mij gehoord.

'Ik vind dat er bij het geven van een verblijfsvergunning geen onderscheid moet worden gemaakt tussen iemand die wel en iemand die niet op tv komt. We zijn allemaal hetzelfde. Je moet naar de situatie kijken, naar de mens. Het is moeilijk te begrijpen dat het niet zo gaat.

'Ik ben door dit alles een stuk wijzer geworden. Dat is een voordeel. Het heeft me veranderd en achteraf ben ik blij dat ik zo een beter zicht op situaties heb gekregen. Door die drukte van toen heb ik veel meegemaakt en ik kan het nu met elkaar vergelijken. Het heeft me op jonge leeftijd volwassen gemaakt. Ik moest toen wel, ik had geen keus. Ik moest mee met de stroom of ik wilde of niet en dat helpt je wel.'

'Ik ben met het produceren van housemuziek bezig, dat is iets wat ik sinds een tijdje heel leuk vind om te doen. Ik heb wat lessen gevolgd bij een dj-school. Hoeveel mensen willen dat wel niet, dj worden? En het stelt ook nog niks voor, ik moet er ook beter in worden. Ik had het er laatst met iemand over. En die zei: 'Het moeilijkste is om een bekende naam te worden als je in de muziek zit. Dat is nu jouw voordeel, jij hebt al een naam, nu de muziek nog.' Nou, dat zou mooi zijn. Dan mag iedereen mijn naam noemen, dj Mauro. Dan zou ik pas trots zijn.'

Foto Erst Coppejans
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.