Interview

Deze man wilde sterven als martelaar, deradicaliseerde en wil nu helpen islamisten te begrijpen

Jason Walters. Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Toen hij in 2004 een granaat gooide naar een arrestatieteam, wilde hij sterven als martelaar. Nu is Jason Walters een ander mens. In de cel ontdekte hij de filosofie. Hij sprak met de Volkskrant over zijn broer, die gedood werd in Syrië, en wil inzicht bieden in het denken en handelen van islamisten.

Toen Jason Walters donderdagavond de televisie aanzette en het nieuws over de mogelijk verijdelde terroristische aanslag tot zich nam, voelde hij zich in één klap geconfronteerd met zijn eigen verleden. Begin deze eeuw was hij samen met zijn oude vrienden van de Hofstadgroep ‘pionier’, zoals hij het noemt, voor de huidige generatie radicale islamitische jongeren. ‘We waren een zelfbewuste voorhoede die het spoor heeft uitgezet voor volgende generaties. De tactieken zijn nu wellicht anders, niet de doelen.’

Met wat hij hoorde en zag, had hij allang rekening gehouden, vertelt Jason daags na de arrestaties over de telefoon. ‘Het past precies in de strategie van IS, om niet meer af te reizen, door te blijven vechten en aanslagen te plegen in het Westen. We zullen in Nederland nog decennia rekening moeten houden met kleinere en grotere aanslagen.’

Deze zomer sprak de Volkskrant – op stille, veilige locaties – ruim tien uur met Jason Walters over het grillige lot van hem en zijn broer Jermaine. Het is het verhaal van twee jongens die zich als tiener bekeerden tot de islam, radicaliseerden en bij het Hofstadnetwerk hoorden. Het bericht van Jermaines dood in juni 2015 staat nog boven aan zijn Twitteraccount. Wie doorklikt komt bij zijn Facebookbericht waarin hij de reactie van zijn familie verwoordt in het Engels. Over de doden niets dan goeds, weet Jason Walters.

Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Hij beschrijft zijn broer als een warme persoonlijkheid, die altijd klaarstond voor familie en vrienden. Toch benadrukt hij ook dat zijn broer en zijn vrouw Meryam ‘onbegrijpelijke en moreel weerzinwekkende keuzen hebben gemaakt door toe te treden tot een groep die alles vertegenwoordigt wat kwaadaardig is in deze wereld’.

Begin september 2014 reisde Jermaine met vrouw en kinderen uit naar het kalifaat. Negen maanden later kwam hij om het leven bij westerse bombardementen op een wapendepot iets buiten Raqqa. In de visie van IS-sympathisanten heeft Jermaine zich opgeofferd voor een hoger, heilig doel. Hij is een mujahid, heeft gestreden tegen de imperialistische overheersing van moslimlanden en voor de sharia. Door geestverwanten wordt hij vereerd als martelaar.

Naar zo’n ‘heldendood’, met een glimlach op de lippen het paradijs binnenzweven, heeft Jason zelf ook hevig verlangd. Op de avond van zijn arrestatie in november 2004 in de Haagse Antheunisstraat, dacht hij er dichtbij te zijn. Een arrestatieteam stond op het punt de woning binnen te vallen die hij deelde met zijn ‘Hofstadbroeder’ Ismail A. Het was acht dagen na de moord op filmmaker Theo van Gogh, de eerste terroristische moord in Nederland. Het land was in opperste staat van verwarring: tunnels werden bewaakt, scholen, moskeeën en kerken aangevallen.

Jason, alias Abu Mujahied Amrikie, toen 19, belde zijn twee jaar jongere broer Jermaine nadat hij een handgranaat had gegooid naar het arrestatieteam en vier agenten verwondde. Hij dacht de inval niet te zullen overleven. Jason in het afgeluisterde telefoontje: ‘Maak dua (ga bidden, red.) voor ons, maak dua voor ons dat we shahid worden, maak dua dat we martelaren worden.’

Jason overleefde de inval. Hij werd in de schouder geschoten, verbleef zo’n twee maanden in het peniten­tiair ziekenhuis in Scheveningen, ­enkele maanden in gewone gevangenissen in Maastricht en Nieuwegein en zat tweederde van de 13 jaar celstraf uit op de Terroristenafdeling (TA) in Vught. Op de TA nam hij afstand van zijn extremistische gedachtengoed. In mei 2013 kwam hij, inmiddels ex-moslim, op voorwaarden vrij.

De moord op Theo van Gogh

Het is ramadan, 2 november 2004. Op weg naar Amersfoort waar hij het vasten zal doorbreken, gaat Jason Walters met een Hofstadbroeder voor het gebed eerst nog langs bij Mohammed B. in Amsterdam. Die is, tot hun grote verbazing, niet thuis; B. is er rond gebedstijd altijd. Later in Amersfoort vallen ze midden in de persconferentie van burgemeester Job Cohen. Van Gogh is vermoord. Onder het eten vragen ze zich af wie de dader kan zijn. De witte djellaba, de fiets: heeft B. niet zo’n fiets? Hij heeft de genoemde leeftijd van de dader. Om er zeker van te zijn, gaat Jason later die avond weer langs B. Vanaf de achterkant van het huis kan hij door grote ramen naar binnen kijken. Hij ziet een politieagent in de woonkamer staan. Dan weet hij het zeker: ‘Shit, hij heeft het gedaan.’

Jermaine, die zich in 2004 ook ophield in het Hofstadnetwerk, werd destijds vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. Hij trouwde, kreeg kinderen, ging werken, leek vrede te hebben met het ­leven in een seculiere staat. Op het moment dat Jermaine martelaar werd in het kalifaat, studeerde Jason crisis and security management aan de Universiteit Leiden. Zijn specialisme: islamitische radicalisering en deradicalisering.

De dood van Jermaine kwam hard binnen bij Jason, hoewel de broers op dat moment ideologisch lichtjaren van elkaar verwijderd waren. ‘Ik kreeg een telefoontje van mijn moeder’, vertelt Jason. ‘Jermaine was omgekomen bij een bombardement. Er was geen lichaam meer, er was niets meer van hem over. Ik was verdoofd, wist niet wat ik moest denken. Versuft ben ik naar mijn moeder in Amersfoort gegaan. Bij haar ben ik echt gebroken. Ik heb zo hard gehuild dat ik dacht dat ik er eraan dood zou gaan. ’s Nachts had ik hartkloppingen. Ik kreeg trillingen, ik leek wel spastisch.’

Na een lange stilte somt Jason een rijtje namen op van Syriëgangers die hij heeft gekend: ‘Öfkeli, Sbaa, Driss. Ismail is dood waarschijnlijk. Maar dat is anders. Ze zijn passanten in je leven. Je hebt er even een band mee en dan verdwijnen ze weer. Maar je broer … Zolang ik me bewust ben van mijn omgeving was hij daar. Als dat wegvalt, word je met je neus op je eigen sterfelijkheid gedrukt. Dat is confronterend. Zeker in het licht van mijn radicale verleden.’

In je Facebookboodschap noem je je broer ook naïef. Zie je hem als slachtoffer van IS?

Onverbiddelijk: ‘Nee. Als hij 15 was geweest, dan misschien. Maar hij was 27 toen hij uitreisde. Hij was volwassen, had zijn leven op orde. Had een gezin, drie kinderen, de vierde op komst. Hij heeft in volle bewustzijn een keuze gemaakt.’

Jason formuleert bedachtzaam, spreekt in prachtige volzinnen. Op bijna academische wijze fileert hij de radicaliseringsprocessen van hem en zijn broer. Als hij vertelt over zijn vroegere extreme denkbeelden, barst hij af en toe in schaterlachen uit. Alsof hij die fase wil ridiculiseren.

Liefst zou Jason zijn nieuwe leven in de luwte opbouwen. Maar hij wil ook verantwoording afleggen voor zijn ­daden. Met zijn verhaal hoopt hij meer inzicht te kunnen bieden in het denken en handelen van islamisten. Jason was bereid alle vragen van de Volkskrant te beantwoorden, behalve de vragen die de werkwijze van de veiligheidsdiensten blootleggen. En die zijn familie raken, die hij wil afschermen.

De broers Walters zijn van huis uit geen moslim. Ze groeiden op in Amersfoort als zonen van een Nederlandse moeder en een Amerikaanse vader, die als militair in Nederland was gelegerd. De jongens waren 10 en 8 jaar toen hun ouders scheidden. Vader Walters verhuisde naar Veenendaal. Jason: ‘Hij woonde daar in een migrantenwijk. Daar zijn mijn broertje en ik in contact gekomen met de islam. We hadden veel Marokkaanse vrienden. Ik ben bekeerd toen ik een jaar of 12, 13 was. Jermaine pas veel later. Maar hij kende de islam wel, had er altijd respect voor.’

Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Waarom heb je je bekeerd?

‘Ik heb altijd een soort vervreemding ­ervaren, ik voelde me niet op mijn plek. Nu zou ik het een worsteling met existen­tiële vraagstukken noemen. Ik was rusteloos. Je weet dat er iets in het leven van je verwacht wordt, maar kan dat niet duiden. Het christendom gaf me geen antwoorden. Als ik naar de kerk ging en vroeg: wat wil God van mij?, dan kreeg ik vage antwoorden. ‘Dat moet je in je hart, in jezelf zoeken.’ Ik dacht: je kan toch vertellen wat God wil? God weet dat toch?’

Via zijn Marokkaanse vrienden kwam hij in aanraking met de islam. Dat geloof, dat hij altijd had gezien als ‘raar, exotisch’, bleek herkenbaar en vertrouwd. Veel kwam overeen met wat hij had meegekregen op zijn christelijke ­basisschool. Maar de islam had veel duidelijker richtlijnen. Dit is halal en haram, dat mag wel en dat niet van God.

Jason: ‘Simpele kaders, dat is prettig als je jong bent. Alles is terug te vinden in de Koran, het woord van God. Ik was kerken gewend. Die zijn donker, afstandelijk. De kerk maakt niet de indruk dat het daar om een levendige religie gaat. De moskee is warm, het staat er tjokvol gelovigen. Schouder aan schouder bidden met elkaar. Dat maakte op mij een overweldigende indruk. Ik was in vervoering, alsof er engelen boven de congregatie zweefden. Ik had voor het eerst het gevoel: ik ben thuis in de wereld.’

Hoe ben je geradicaliseerd? Was het een geleidelijk proces?

‘Nee juist niet, het is snel gegaan. Het breekpunt was 9/11, toen die vliegtuigen de Twin Towers in vlogen. Ik was 16, zat in 4 vwo. Daarvoor kabbelde mijn leven voort. Als je zo jong bent, leef je erg in je eigen omgeving. 9/11 dwong me te kiezen. Ik was moslim, Amerikaan, Nederlander. De balans die ik had bereikt in mijn leven werd ruw verstoord. Ik kon niet neutraal zijn.’

Die klap viel samen met de opkomst van internet. Hij begon aan een intensieve zoektocht. Hij verdiepte zich in rechtsscholen, las fatwa’s, onder andere die van Al Qaidageleerden. Systematisch probeerde hij kennis te vergaren. Hij ging in discussie met gematigde moslims, maar werd zelf steeds radicaler. Jason: ‘Al zie je dat zelf op dat moment niet zo. Je krijgt steeds meer kennis, je bent aan het groeien. Zo denk je.’

Je beschrijft een proces van zelf­islamisering. Hoe kwam je in het Hofstadnetwerk terecht?

‘Ik wilde op jihad naar Afghanistan, dat was toen the place to be. Maar niet zo makkelijk te bereiken als Syrië voor de latere lichtingen jihadisten. Die hoefden maar een tripje te boeken naar Turkije en konden, hup, de grens over. Voor Afghanistan had je bijzondere contacten en netwerken nodig. Die vond ik op internet. Samir A. (ook betrokken bij het Hofstadnetwerk, red.) hielp me op weg naar een trainingskamp in Pakistan. De eerste stap voor aansluiting bij de Taliban. Die beweging sprak tot de verbeelding. Door de overwinning op de Sovjet-Unie. En door de boodschap dat, na een periode van verval, de moslims zich daar weer verenigden in een gemeenschappelijke strijd tegen de ongelovigen.

‘De Afghaanse oorlog was omgeven met mythen: vogels die in de motoren van Sovjet-vliegtuigen vlogen; lijken van mujahideen die licht gaven; naar parfum roken. Die stierven met een glimlach, omdat ze naar het paradijs gingen.’

Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Je had toen al het vwo afgerond. Hoe kan het dat die verhalen erin gingen als zoete koek?

‘Islamitisch extremisme valt niet te begrijpen vanuit een westerse rationaliteit en een modern wereldbeeld. Je hebt andere aannamen, omdat alles wordt bepaald door God. De wonderbaarlijke overwinning op de Sovjets was rationeel niet te verklaren. Die was aan God te danken. Wonderen zijn een teken van God. Die wil je zien.’

Eind 2003 ging hij tot twee keer toe met verschillende ‘Hofstadbroeders’, ­Ismail en Zakaria T., naar trainingskampen in Pakistan. Daar wilde hij zich grondig voorbereiden op de jihad om zich later bij de Taliban te kunnen aansluiten. Onder meer door Amerikaanse druk op de Pakistanen mislukten zijn jihadreizen. Terug op Schiphol werd hij ondervraagd door de AIVD. Hij hing een verhaal op, zoals zoveel jihadi’s later zouden doen, over humanitaire bedoelingen. Hij zou daar waterleidingen hebben willen repareren en weeskinderen hebben bijgestaan. Hij wist dat hij niet werd geloofd. Jason: ‘Dat deed er niet toe. Het ging niet om wat ze wisten, maar om wat ze konden bewijzen. Je wist dat je er makkelijk mee weg kon komen.’

Jermaine was toen nog niet bekeerd. Sprak je met hem over je reizen?

‘Hij wist niet waar ik mee bezig was. Hij stond er toen buiten.’

Hij kreeg begin 2004 steeds meer contacten in het Hofstadnetwerk. Leerde de geestelijk leider van de groep, de Syriër Abu Khaled, kennen en Mohammed B. De zelfislamisering ging over in een groepsproces; de nadruk kwam te liggen op een strenge afbakening van de geloofsleer. Elke vorm van autoriteit naast God moest actief worden verworpen. Jason: ‘Daar zit een revolutionair elan in. Je moet vernietigen vóór je iets nieuws kan opbouwen. Je streeft naar een onvoorwaardelijke overgave aan God in een islamitische wereld waar de sharia geldt. ’

De westerse democratie moest er dus aan?

‘Passief verwierpen we die al. Democratie en de rechtsstaat zijn door mensen ontworpen, die konden we niet accepteren. We gingen scherper vragen stellen. Kan je wel leven in een seculier land? Zijn islamitische landen waar geen sharia heerst legitiem? Moslims die dat niet actief verwerpen, zijn dat echte moslims of ongelovigen? De kring van ware gelovigen werd steeds kleiner. Ik was steeds bezig mijn moslimzijn onder de loep te nemen. Dat had gevolgen voor mijn wens martelaar te worden. Want als je sterft en je geloofsleer is niet correct, dan ben je een ongelovige. Dat is riskant.’

Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Heb jij in die periode je broer geronseld?

‘Mijn broer was een workaholic, maar niet gelukkig. Hij wilde meer betekenis en inhoud aan zijn leven geven, haalde geen bevrediging uit geld verdienen, ­kleding kopen, uitgaan. Hij vond dat ­leven nep, leeg. Daar spraken we over. Op zijn initiatief. Natuurlijk spoorde ik hem aan. Ik dacht: kom maar op. Uiteindelijk is hij bekeerd door Abu Khaled, de Syriër.’

Hij zweert dat ze vooraf niet van de moord op Van Gogh hebben geweten. Dat geldt, zegt hij, voor de meesten in het Hofstadnetwerk. Sommigen van hen hadden ook kritiek op de moord. Want was die wel strategisch? Hoe verhield die daad zich tot hun belangrijkste doelstellingen, bevrijding van het Midden-Oosten en islamisering van de rest van de wereld? Jason: ‘Begrijp me niet verkeerd. We waren blij. Van Gogh beledigde de profeet, hij verdiende het. Maar had het nut? Blasfemie afstraffen was niet onze primaire doelstelling.’

Tot de dag van de moord waren ze ­onderling nog heftig in debat over de prioriteiten, zegt hij. Ze vroegen zich af of ­islamitische regimes die steun krijgen van het Westen, ‘dus geen legitimiteit hebben’, eerst uit de weg moesten worden geruimd, of dat ergens al een kalifaat kon worden opgebouwd. Waar moest jihad worden verricht? Mocht je daarvoor naar Afghanistan afreizen of moest je bij het meest nabije islamitische grondgebied beginnen? Voor Europese moslims was dat Spanje, al-Andalus. En: wat heeft prioriteit in Nederland? Dawa, zo veel mogelijk ongelovigen tot de islam brengen? Hier aanslagen plegen? Dat kon niet allebei. Dawa vereist zichtbaarheid, voor jihad moet je juist onder de radar blijven.

Jason: ‘Volgens de Al Qaidaleer moesten aanslagen groots en strategisch zijn, zoals die op de Twin Towers en in maart 2004 op de metro in Madrid. Al Qaida wilde het Westen tot een uitputtings­oorlog dwingen. In die tijd dachten we er niet over een auto te pakken en voetgangers omver te rijden, of ongelovigen aan het mes te rijgen. Aanslagen moesten de economie en de infrastructuur ondermijnen. Die jihadistische zienswijze is veranderd. Het is veel moeilijker geworden grootschalig toe te slaan. En door de opkomst van sociale media zijn kleinschalige acties nu veel effectiever.’

Op de Terroristische Afdeling (TA) in Vught had hij alle tijd zich volledig aan God te wijden. Daar kon hij streven naar ultieme devotie, zegt hij. ‘De wereld was van me afgenomen, ik had geen stomme verplichtingen.’

 Nut van deradicalisering

Jason Walters is sceptisch over de effectiviteit van deradicaliseringsprogramma’s. Deradicalisering kan niet worden opgelegd, zegt hij. Echte deradicalisering komt van binnenuit. ‘Doordat op een of andere manier een sprankje twijfel ontkiemt die een persoon beweegt tot introspectie. Veel programma’s komen niet verder dan disengagement. Dat wil zeggen dat niet de radicale ideologie wordt afgezworen, maar slechts het gebruik van geweld.’

Hij ziet dat als ‘korte termijn-veiligheid’. De disengagementfiguren gaan veelal door met dawa, met zieltjes te winnen. Jason: ‘Ze willen de beweging verbreden, indien mogelijk logistieke steun verlenen. Op de lange termijn kunnen ze toch weer geneigd zijn geweld te gebruiken. Wat vaak wordt onderschat is de kracht van de ideologie. We hebben het niet over criminaliteit, waar je uit kan stappen. Die ideologie is geënt op een wereldbeeld dat veertien eeuwen teruggrijpt. Het vergt een existentiële verandering om daarvan los te komen, het is alsof je van een overtuigde D66’er een overtuigde PVV’er wil maken. Met dat verschil dat de jihadistische ideologie veel dieper gaat.’

Toch ben je uit die devotie ontwaakt. Hoe kan dat?

‘De kiem van mijn deradicalisering ligt in de vroomheid. Ik was constant bezig met het lezen van de Koran, kennis opdoen, bidden, om de dag vasten. Op een gegeven moment had ik mijn taks bereikt. Ik zette geen nieuwe stappen meer. De verveling sloeg toe. Ik was altijd een fervent lezer geweest, had behoefte aan nieuwe boeken. In die periode hadden we het vaak over de Jemenitische geleerde Abd al-Majeed al-Zindani. Die verkondigde dat de kiem van de westerse wetenschap in de Koran ligt. Hij kon me nieuwe argumenten geven voor de dawa. Als je kan vertellen dat Einsteins relativiteitstheorie al in de Koran staat, heb je een krachtig instrument in handen. Je kan je het gezag van de wetenschap toe-eigenen.’

In die fase kregen de TA-gevangenen toestemming om te gaan studeren. ­Jason dook eerst in de natuurwetenschappen en vervolgens in de geestes­wetenschappen. Zonder dat hij het aanvankelijk besefte, sloop de moderne rationaliteit bij hem binnen. Hij stuitte op ongerijmdheden. Zoals de idee dat natuurrampen, aardbevingen bijvoorbeeld, de straf van God zijn. Dat valt moeilijk te rijmen met de platentektoniek, de wetenschappelijke theorie die de bewegingen van de platen waaruit de aardkorst bestaat verklaart. Die twijfels drukte hij eerst nog weg. Ze waren beangstigend, want mogelijk het werk van Satan. En: inshallah komt nog uit dat de wetenschap hier fout zit.

De definitieve ommekeer kwam met het lezen van Plato’s De Staat. Die filosoof was in ogen van de radicalen politiek correct, omdat zijn theocratische wereldbeeld goed te verzoenen bleek met hun ideologie. Jason: ‘Hij kwam tot ­ongeveer dezelfde conclusies op basis van dialogen. Dat was revolutionair. Moslims zijn helemaal gericht op gezag, hun kennis krijgen ze van autoriteiten. Plato leunt niet op het gezag.’

Enthousiast klapt hij in zijn handen. ‘Ik heb het boek wel zeven of acht keer gelezen. Het bevrijdde mij van de angst zelf na te denken. Ik ontdekte de filosofie. Dat was liefde op het eerste gezicht. Over alle levensvragen waar ik van jongs af aan mee worstelde – wat is waarheid, wat is zijn – wordt al eeuwen nagedacht. Antwoorden worden geformuleerd, onderuitgehaald en opnieuw doordacht. Ik wist niet dat het bestond. Waarom had niemand mij dit verteld?’

Drie jaar duurde zijn deradicaliseringsproces. Zijn oude wereldbeeld verschrompelde. Hij was aan het seculariseren, maar uit angst voor zielepijn durfde hij de islam nog niet de rug toe te keren. Hij bleef bidden. Hij moest honderd procent zekerheid hebben, want als hij fout zat, zou hij in de hel belanden. Uiteindelijk dwong hij zichzelf ‘de kernvraag’ te beantwoorden. Is de Koran het woord van God? Jason: ‘Menselijke kennis is altijd gebonden aan een tijdperk. Die van God niet, die is niet historisch gebonden.’ Hij ontdekte dat de Koran de onwetendheid en vooroordelen weerspiegelt van het tijdperk waarin hij werd geopenbaard. De Koran is dus niet goddelijk, redeneerde hij.

Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Jason: ‘Toen ben ik uit het geloof gestapt. Heel raar. Het zat eraan te komen, maar toch was het alsof ik met een smak op een blok beton stortte. Mijn opvattingen, morele oordelen, mijn hele wereldbeeld, alles was gebaseerd op het geloof. Als dat wegvalt, moet je alle vragen opnieuw stellen. Om het concreet te maken. Als moslim had ik een hekel aan ­homoseksuelen. Ze nodigen goddelijke bestraffing uit. Je moet ze van gebouwen gooien, levend begraven. Ik moest zelf gaan nadenken over homoseksualiteit. Kan ik er iets tegen hebben? Nee, mensen zijn vrij te houden van wie ze willen. Mijn moraal veranderde radicaal, die was niet meer in het geloof ingebed.’

In een brief aan de Volkskrant bracht hij najaar 2010 de buitenwereld op de hoogte van zijn nieuwe inzichten. Zijn detentietijd zat er nog lang niet op. Hij werd een outcast, omringd door vijanden. De bewakers zagen hem vereenzamen. Ze trokken aan de bel. In 2011 werd hij overgeplaatst naar een reguliere gevangenis. Jason: ‘Je wordt niet blij van een gevangenis, maar het was fijn tussen min of meer normale mensen te zitten, ‘normale’ gesprekjes te voeren over wietplantages, drugssmokkel, dure auto’s. Alles beter dan die maffe extremisten.

Hij wist dat het onbegonnen werk was om zijn oude vrienden mee te krijgen in zijn denkomslag. ‘Op de TA vond een intellectuele wapenwedloop plaats. Het ging om discussiëren, discussiëren, discussiëren. Dat was goed voor mij, omdat je nooit op je lauweren kon rusten. Had ik wat bereikt, kwamen zij weer met hun argumenten, waardoor je weer gedwongen werd verder te lezen. Het niveau werd opgestuwd en dat is een gigantische katalysator geweest. Juist doordat ik in een vijandige omgeving zat, werd ik gedwongen constant een stapje verder te gaan. Ik wilde de discussie winnen, het ging om de waarheid.’

Hoe reageerde Jermaine op je brief?

‘Mijn broertje had er al voor publicatie lucht van gekregen. Samir had hem ­ingelicht. Hij probeerde me de publieke ­coming out uit het hoofd te praten. Toen dat niet lukte, werd hij heel negatief. Hij zag het als verraad, een dolkstoot in zijn hart. Dat deed pijn, die plotselinge kilte van mijn broer. Ik ben een familiemens, probeer de verhoudingen zo harmonieus mogelijk te houden. Destijds ook met hem. De reacties van de anderen raken me totaal niet. Toen niet en nu niet. Dat zat deels in mijn persoonlijkheid, maar nog belangrijker was dat ik er fundamenteel van overtuigd was dat ik op het juiste spoor zat. Ik heb mij geen seconde laten ontmoedigen door het vooruitzicht een prijs te moeten betalen.’

In mei 2013 kwam hij vrij. Hij was klaar met de radicalen, maar zij niet met hem. Dat zijn ze nooit met afvalligen, weet hij. Op hun sociale media wordt hij weggezet als AIVD-agent. Hij moet altijd over zijn schouder kijken. Hij ging studeren aan de Universiteit Leiden, meed zijn broer zo veel mogelijk. Jason: ‘Ik was niet bang voor Jermaine, wel voor zijn netwerk. Ik heb hem niet eens verteld dat ik vrij kwam. Hij wist ook niet waar ik woonde. Als ik naar mijn moeder ging, belde ik hem weleens op. ‘Ik ben in Amersfoort, kan ik langskomen?’ Jermaine woonde ook in Amersfoort. Uit voorzorg belde ik altijd onverwachts. In onze spaarzame gesprekken omzeilde ik het geloof. Onze relatie werd getekend door wederzijds wantrouwen.’

Je hebt je eigen broer aangegeven toen hij voor de eerste keer vertrok naar Syrië.

‘Dat was voorjaar 2014. Jermaine ging voor Babycare, zat in de hulpverlening, kreeg ik te horen. Ik kende die smoes, had hem zelf ook gebruikt. Maar hij kwam terug. Toen ben ik gaan twijfelen aan mijn eigen beoordelingsvermogen. Ik had geen bewijs dat hij naar het kalifaat wilde. Vroeger was ik gesloten in mijn denken, dat mocht niet nog een keer gebeuren. Jermaine was laaiend. Hij noemde mij een klootzak, een vijand van de moslims. Hij is islamofoob, heeft hij over mij gezegd.’

Met die termen word je op internet vaker om de oren geslagen.

‘Toen ik net vrij was, had ik een nogal druistige periode. Ik had een enorme geldingsdrang. In de gevangenis had ik me intellectueel bevrijd van het ­extremisme. In de cel schakel je je gevoel uit, anders kan je er niet overleven. Het emotionele loskomen moest nog beginnen. Dat uitte zich in spotzucht, er met de botte bijl op inhakken. Dat is niet alleen bij mij zo, ook bij andere ex-gelovigen zie je die patronen. De buitenwereld kan dat wel veroordelen, maar het is een noodzakelijke fase waar je doorheen moet.

‘Op een gegeven moment bereik je een nieuw evenwicht, heb je een nieuw sociaal netwerk opgebouwd. Dan valt de behoefte om om je heen te slaan weg. Ik voel me nu verbonden met Vrij Links (de nieuwe beweging van onder anderen filmmaker Eddy Terstall en voormalig PvdA-Kamerlid Keklik Yücel, red.) omdat zij opkomen voor de autonomie en de vrijheid van het individu. Daar is onze rechtsorde op gebaseerd.

‘Inmiddels weet ik ook dat je soms moet vertrouwen op je intuïtie. Die eerste trip van Jermaine was een verkenningsreis. Mijn onderbuik had gelijk. Dus heb ik de tweede keer weer aan alle bellen getrokken, maar het was te laat. Ik heb hem nog WhatsAppberichten gestuurd, in een poging hem te laten terugkeren. Al was het maar voor de toekomst van zijn kinderen. Hij heeft nooit geantwoord.’

Omwille van zijn eigen veiligheid, wil hij alleen geanonimiseerd in beeld. Beeld de Volkskrant

Je oordeelt snoeihard over volwassen Syriëgangers. Jermaines oudste zoon is 10, zit met met zijn moeder nog bij IS. Hij wordt door de inlichtingendiensten beschouwd als een ideologisch en militair geschoold strijder die een gevaar kan zijn voor de veiligheid. Wat moet Nederland met hem?

‘Dit is een moeilijke … Kinderen dragen geen morele verantwoordelijkheid. Dat wordt anders als ze daar langer zitten, volwassen worden. Mijn neefje was 6 toen hij werd meegenomen. Hij had geen keus. Al halen wij potentiële problemen in huis met de terugkeer van zwaar getraumatiseerde IS-kinderen, ik vind dat onze samenleving hun en dus ook mijn neef een tweede kans moet bieden.’

Zelf probeert hij stapje voor stapje zijn nieuwe leven vorm te geven. Hoewel hij het verleden nooit van zich zal kunnen afschudden, beantwoordt hij de vraag of hij gelukkig is met een volmondig ‘absoluut’. Voor de zomer is hij afgestudeerd met de scriptie In en uit de radicale islam, waarop hij mogelijk als promovendus gaat voortborduren. ‘Dat idee moet nog rijpen. Ik heb veel tijd verloren. Ik ben 33, werk nu als analist voor de onderzoeksgroep blue-water-intelligence. Ik wil een nieuwe reputatie opbouwen gebaseerd op mijn verdiensten als academicus. En natuurlijk heb ik ook materiële ambities. Ik wil een auto kunnen kopen en een eengezinswoning.’

Als voormalig extremist kan hij zijn vaders land, de VS, voorlopig niet in. Ook werken voor de Nederlandse overheid is problematisch. Jason: ‘Het is niet anders. Wie weet verandert dat nog eens. Mijn levensgeluk hangt er niet van af. Ik heb een nieuwe vriendenkring, heb relaties gehad voor wie mijn verleden nooit een probleem is geweest. Ze kennen me als de persoon die ik ben, en niet die ik 15 jaar geleden was.’ Hij is nu single, maar wil op niet al te lange termijn een gezin stichten. Hij noemt dat ‘het kleine levensgeluk’. Hij hoedt zich ervoor weer opgesloten te raken in een gesloten denksysteem. Jason: ‘Vroeger was religie voor mij een warme deken. Die verwerd tot een verstikkend juk. Nu voel ik me een kunstenaar van mijn eigen leven.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.