Deze jonge ondernemers uit het Westen keren terug naar Somaliland

Terwijl Somalische jongeren de armoede - en nu ook de droogte - ontvluchten, zien kinderen van de vorige generatie vluchtelingen die naar het Westen trok juist volop kansen in Somaliland.

Abdihakim Mohamed. Stroom uit zonlicht gaat het snelgroeiende zakenhotel Mansoor veel geld besparen. 'Energie is in Somaliland twintig keer zo duur als in Nederland.' Beeld Sven Torfinn

'Dit is wel even wat anders dan een kantoorbaan in Nederland.' Abdihakim Mohamed (30) wijst vanaf het dak van het Mansoor Hotel opgetogen naar de stad die zich in de brandende zon uitstrekt tot aan de geel verdroogde heuvels in de woestijnvlakten. Somaliland is net als de rest van de Hoorn van Afrika getroffen door de ergste droogte sinds jaren. Meer dan een miljoen mensen lijden honger, op het platteland is vrijwel al het vee gestorven. Maar hier in de hoofdstad Hargeisa, waar de Nederlandse Somaliër Mohamed twee jaar geleden zijn zonne-energiebedrijf Enact begon, draaien de zaken gewoon door.

De kolossale watertanks van zonnecollectoren op het dak verwarmen nu alleen nog het water in het Mansoor Hotel, maar binnenkort komt ook de stroom uit de muur rechtstreeks van de zon. Voor het snelgroeiende zakenhotel wordt dat een bezuiniging van jewelste. 'Energie is hier peperduur, twintig keer zo duur als in Nederland, tien keer zo duur als in buurland Ethiopië', vertelt Mohamed, terwijl hij ontspannen tegen de watertanks leunt. 'Die dure energie remt elke nieuwe investering in Somaliland. En dat terwijl het klimaat hier het beste ter wereld is voor het opwekken van goedkope zonne-energie.'

Mohamed - verzorgd ringbaardje, honkbalpet - is een van de vele honderden jonge westerlingen die na hun jeugd als kinderen van vluchtelingen in Europa, de Verenigde Staten en Canada zijn teruggekeerd om hun thuisland te helpen opbouwen. Aan de rommelige ongeplaveide wegen van Hargeisa verrijzen overal moderne koffietentjes, winkels en restaurants waarin de hand van de westerse eigenaren valt te herkennen. Het verschil met hun achtergebleven generatiegenoten: ze hebben geld, een goede opleiding en een goede - westerse - neus voor ondernemingskansen.

Ambitie

Het is een opmerkelijke trend in het straatarme Somaliland, een deelstaat van Somalië die zich in 1991 na de verwoestende burgeroorlog onafhankelijk verklaarde. Terwijl er nog steeds honderden jongeren per maand vertrekken omdat zij geen toekomst zien in hun land, en illegaal naar Europa reizen via de dodelijke route door de woestijn, Libië en de Middellandse Zee, keren de kinderen van vluchtelingen uit de jaren negentig juist terug vanwege de talloze ondernemerskansen in hetzelfde land.

Net als Mohamed zijn het zonder uitzondering hoogopgeleide dertigers, bruisend van energie en ambitie. Ze staan te popelen om een frisse wind te laten waaien in de machtsorde van oudere, conservatieve islamitische leiders en traditionele stamoudsten. Die generatie gaat bijna met pensioen. Dus nu zijn de dertigers aan zet, want de tussengeneratie van hun ouders ontbreekt vrijwel in Somaliland - in de burgeroorlog zijn twee miljoen Somaliërs naar het buitenland gevlucht, van wie er nu een kwart miljoen in Europa wonen.

Het contrast kan niet groter zijn: waarom waagt de een zijn leven op een rubberbootje op de Middellandse Zee voor een ongewisse toekomst in Europa en keert de ander die felbegeerde bestaanszekerheid juist de rug toe? Mohamed begrijpt het wel. 'Jongeren hier hebben natuurlijk geen startkapitaal zoals wij wel hebben, maar ondernemen zit hier ook niet tussen de oren. Jongeren willen het liefst een makkelijke kantoorbaan. Ze weten hier echt niet wat hard werken is. Ze zijn gewend dat alles komt aanwaaien, het geld uit de Europese diaspora en de posities via de familieclan. Als ik vertel dat ik op mijn 12de al een krantenwijk had en op mijn 15de vakken stond te vullen bij de Albert Heijn, zijn ze stomverbaasd.'

Ilyas Hersi: 'Ik zag nergens een automatisch bedienbaar hek, terwijl er hier overal beveiliging is. Nu heb ik Amaan Systems, de president was een van de eerste klanten.' Beeld Sven Torfinn

Mohamed vluchtte op zijn 3de met zijn tante vanuit Somalië naar Nederland. Zijn ouders bleven achter. Hij groeide op in Delft, waar hij tot 9/11 en de opkomst van Pim Fortuyn en later Geert Wilders nooit herinnerd werd aan zijn afkomst. 'Na die datum was ik plotseling een moslim.' Hij volgde een technische studie en kreeg een mooie baan op het hoofdkantoor bij T-Mobile, maar drie jaar geleden begon het te kriebelen. Hij wilde meer zien van het leven. 'Nu kan het nog. Ik ben jong, niet getrouwd en heb nog geen bagage', grijnst hij, wijdbeens zittend in de lobby van het Mansoor waar zijn watertanks staan. Eerst probeerde Mohamed zijn geluk in Dubai maar die 'oppervlakkige op geld beluste wereld' beviel hem niet. Na een familiebezoek aan Somaliland zag hij in dat met zijn kennis en opleiding iets wezenlijks kon betekenen voor zijn thuisland.

'In het begin was het moeilijk', vertelt hij. 'Mensen waren gewend aan vierderangs zonne-energiesystemen uit Dubai en China, die binnen de kortste keren kapot waren. Ik moest de perceptie veranderen en vertrouwen winnen; laten zien dat systemen met kwaliteitscontrole en onderhoud langer meegaan en dat je dan je investering binnen drie jaar terugverdient. Maar vertrouwen winnen kost tijd; ik moest eindeloos bij de mensen terugkomen en ze nabellen. Mensen denken hier dat alles vanzelf gaat. Alsof ik een magiër ben die in een keer gratis zon in stroom kan omzetten.'

Somaliland probeert met moeite uit het economische dal te klimmen waarin het sinds het einde van de burgeroorlog in 1991 bungelt. De onafhankelijke deelstaat wordt internationaal niet erkend en is daarom praktisch afgesloten van de kapitaalmarkt. Internationale banken zijn er niet en daarom ook vrijwel geen internationaal betalingsverkeer of buitenlandse investeringen. Officiële banen zijn er amper, het gros van de bevolking leeft van veeteelt of drijft kleine handeltjes en leunt bovendien sterk op het geld dat familie uit het Westen naar huis terugstuurt: ruim 930 miljoen euro, drie keer zo veel als de nationale begroting van 309 miljoen euro waarvan nog net zestienduizend ambtenaren kunnen worden betaald.

Kapitaal mee

De jeugdwerkloosheid in Somaliland is met 85 procent torenhoog en is dan ook overal zichtbaar. Jongeren hangen van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat in de vele theehuizen op straat - alleen tijdens de lange siësta na het middaggebed is het even uitgestorven aan de plastic theetafeltjes onder de schroeiende zon. De meeste jongeren hebben een schoolopleiding of studie afgerond. Maar hun diploma's van academische opleidingen als accountancy of architectuur zijn waardeloos, want de bijpassende kantoorbanen zijn er niet.

Waar de grote bedrijven Somaliland niet aandurven, deinzen de uit de Europese en Amerikaanse diaspora teruggekeerde jonge ondernemers niet terug. Ze brengen kapitaal mee van thuis, zijn dus niet aangewezen op het beperkte Somalische bankwezen en voelen het bovendien als een plicht iets te doen voor het land dat hun ouders hebben moeten ontvluchten. 'The burden of the privileged', de last van de bevoorrechten, noemt Warda Dirir het tijdens een lunch in een nieuw, modern restaurant van Europeanen in de hoofdstad. In de lichte serre worden traditionele Somalische gerechten zoals stoofpot van geitenvlees geserveerd met kannen verse vruchtensappen. Op het terras buiten, onder de beschutting van een overvloedig bloeiende bougainvillea, zitten de eigenaren stiekem te roken - twee zusjes uit Nederland en Groot-Brittannië. Voorzichtig informeren ze of de buitenlandse bezoekers niet toevallig alcohol - verboden in Somaliland, net als roken voor vrouwen - uit Europa hebben meegenomen.

Nima Ibrahim Nur 'We kwamen zedig en toch leuk gekleed naar Somaliland, en oogstten bewondering. Nu zit hier onze chique modewinkel Simply Divine.' Beeld Sven Torfinn

De welbespraakte Brits-Somalische Warda Dirir, haar zalmroze sjaal modieus om haar hoofd gewikkeld, pendelt regelmatig tussen Londen en Hargeisa voor Innovate, een broedplaats voor beginnende ict-bedrijfjes die zij met vrienden uit New York, Duitsland en Nairobi heeft opgericht. Zij en haar collega's raakten net als de vele andere nieuwe diasporaondernemers geïnspireerd tijdens een eerste familiebezoek in Somaliland. Een fenomeen dat zich snel uitbreidt nu steeds meer welvarende Somaliërs uit Europa en Amerika op vakantie komen: hun aantal is de afgelopen vijf jaar naar schatting vervijfvoudigd, tot zo'n 24 duizend per jaar.

Ook de Somalisch-Canadese zussen Nima en Nyra Ibrahim Nur besloten te blijven na hun eerste bezoek. Omdat ze hadden begrepen dat ze niet in een spijkerbroek konden komen aanzetten in het streng islamitische Somaliland, hadden ze veel aandacht besteed aan een geschikte garderobe voor hun reis. 'We wilden ons netjes bedekken, maar er toch nog een beetje leuk uitzien', vertelt Nima Ibrahim. Het resultaat oogstte alom bewondering onder de Somalische vrouwen. Zo werd het idee geboren om in Hargeisa een modewinkel te beginnen.

Voor het oprapen

De twee jonge dertigers zegden hun huur op, en hun banen als fysiotherapeute en personeelsmanager, en verruilden hun luxe leven in Canada voor een avontuur in een van de armste landen ter wereld. Nu pronkt in een gloednieuw winkelcomplexje in Hargeisa de chique modewinkel Simply Divine. 'Het was absoluut wennen, een cultuurschok zelfs, maar je krijgt er zoveel voor terug. Vrijheid en het gevoel dat je iets kunt terugdoen voor je land. Wij hebben zoveel kansen gekregen als kinderen van vluchtelingen in het Westen, terwijl de mensen hier met lege handen achterbleven', zegt Nima Ibrahim. 'Het is als een virus dat zich verspreidt. Kinderen van vluchtelingen die hier voor het eerst komen, zien dat anderen, zoals wij, hen zijn voorgegaan. Zij besluiten dan ook weer te blijven.'

De ondernemerskansen liggen voor het oprapen in Somaliland, merkte ook Ilyas Hersi (27) van Amaan Systems toen hij er voor het eerst was voor familiebezoek. Hersi, geboren in Noorwegen, werkte tot voor kort in de olie-industrie en was helemaal niet van plan een bedrijf te beginnen. Laat staan om in het haveloze Somaliland te blijven. 'Maar ik raakte gefascineerd door het feit dat er geen enkel automatisch bedienbaar hek te bekennen was. En dat in een land waar overal beveiliging is.'

Nima Ibrahim Nur Beeld Sven Torfinn

Een van zijn eerste klanten was de president van Somaliland zelf. 'In het paleis moesten bewakers gemiddeld 1.700 keer per dag de poort handmatig opendoen voor bezoekers. Nu zijn ze me eeuwig dankbaar dat ze daarvan zijn verlost', vertelt hij trots, terwijl hij zijn geavanceerde hekwerken demonstreert in zijn gloednieuwe, blauw geverfde showroom aan de hoofdstraat van Hargeisa.

Hersi kan nog altijd maar moeilijk wennen aan het sobere bestaan in Somaliland, vertelt hij. 'Er is 's avonds echt helemaal niets te doen. Er zijn geen bars, geen bioscopen; jongens en meisjes leven gescheiden. De Noorse sneeuw mis ik bepaald niet, maar wel het lekkere eten - brood vooral - en de gezelligheid met vrienden. Het ergste is dat alles hier stilligt tussen twaalf en vier uur 's middags, vanwege het middaggebed en de siësta. De werkdag is hierdoor zo voorbij, echt zonde van de tijd.'

Khaalid Hassan, consultant van de Nederlandse organisatie Spark die startende ondernemers in conflictgebieden ondersteunt, herkent de klachten. 'Ondernemerschap zit hier nog niet tussen de oren. Als mensen al ondernemen, is het een eenmanszaak. Ambitie om te groeien of iets op te bouwen is er nog onvoldoende.' Het succes van de diasporaondernemers spoort de Somaliërs wel aan, denkt Hassan. Zo zijn de straten van Hargeisa bezaaid met autowasserijen sinds een Nederlandse ondernemer er enkele jaren terug als eerste met succes een opende.

Burao, Somaliland. Een vrouw staat bij haar dode geiten. De Hoorn van Afrika is getroffen door ernstige droogte. Vee sterft door gebrek een voedsel en water. Beeld Sven Torfinn

Cultuurkloof

De Somalische 'copycats' zijn niet altijd even succesvol, maar het zaadje van ondernemerschap is tenminste gekiemd, vindt Hassan. 'Jongeren denken hier dat succes alleen is weggelegd voor de elite, de rijken uit de diaspora of de juiste clans. We proberen uit te leggen dat we hier keihard voor hebben moeten werken, maar zij hebben een ander beeld. En dat begrijp ik: wij komen op vakantie met dure kleren en horloges, vertellen over onze mooie banen, huizen en opleidingen en beginnen hier ook nog eens succesvolle bedrijven. Zo dragen wij er onbedoeld zelf aan bij dat jongeren hier denken dat Europa een walhalla is.'

Mohamed van Enact ervaart de cultuurkloof regelmatig in de gesprekken met zijn familieleden die dromen van Europa. 'Ze geloven me niet als ik zeg dat het geen zin heeft om op je 20ste naar Europa te komen. Dat Europa helemaal niet meer op migranten zit te wachten. Dat je in een paar jaar niet kunt inhalen wat ik vanaf mijn vroegste jeugd al in Nederland heb kunnen opbouwen. Als ik hun zeg dat wij keihard werken in Europa, dat we zelf onze was moeten doen en het huishouden, dan geloven ze me gewoon niet. Ze denken dat ik ze de welvaart misgun en die voor mezelf wil houden.'

Beeld de Volkskrant

Maar het is voor starters ook moeilijk ondernemen vanuit een land dat internationaal niet erkend wordt, erkennen de Westerse ondernemers. 'Wij hebben niet de handicap van een niet-erkend paspoort en kunnen vrij reizen', zegt de Brits-Somalische Dirir van Innovate. 'Zij hebben niet eens een creditcard, omdat er geen internationaal bankverkeer is. Hoe kun je dan in het buitenland inkopen doen? Of zelfs maar online onderdelen bestellen voor je bedrijf? Mensen zijn hier echt afgesloten van de wereld als ze de juiste papieren niet hebben.'

Toch hopen de diasporaondernemers dat zij met hun bedrijfjes het goede voorbeeld geven - en banen kunnen scheppen waardoor de uittocht van wanhopige werkloze jongeren naar Europa stopt, de tahriib, zoals de Somaliërs de illegale migratie noemen. 'Jongeren moeten beseffen dat er in hun eigen land perspectief is', zegt Mohamad. 'Er is hier behoefte aan bijna alles. Het is niet moeilijk een gat in de markt te vinden. Voor minder dan 10 duizend euro kun je hier een bedrijf beginnen. Dat is minder dan een smokkelaar kost om naar Europa te komen.'

Lees ook:

Kan Somaliland een einde maken aan de uittocht van jongeren naar Europa?
'Die mooie auto's en huizen waarvoor de migranten poseren, zijn niet van henzelf, hoor. Ze mogen ze alleen maar schoonmaken. De jongens die hun leven wagen in de woestijn en op de Middellandse Zee zijn sukkels.' Somalische jongeren blijven maar naar Europa vertrekken, maar er lijkt sprake van een kentering.(+)

Familie in het buitenland helpt Somaliland de droogte door
Somaliland kampt met extreme droogte. Dat die nog niet heeft geleid tot een humanitaire ramp is te danken aan de sterke Somalische clancultuur. De familieleden die verspreid over de wereld wonen springen bij. 'Maar er er is een grens aan wat familie kan betekenen in zo'n crisis.'(+)

Somalië op promotietour door Europa om migrant terug te laten keren
'Wij bouwen ons land op, Europa krijgt minder emigranten. Een win-winsituatie', zo stelt Mohamed Hassan Adam triomfantelijk. De minister van Handel & Industrie van de federale regering van Somalië is samen met zijn collega's van de autonome regio Puntland en de onafhankelijke staat Somaliland op promotietour in Europa om landgenoten in het buitenland, de diaspora, over te halen terug te keren voor de wederopbouw van het door jarenlange burgeroorlog verwoeste land.(+)

Illegale immigratie 'de verkeerde keuze'
Elke maand vertrekken ten minste driehonderd jongeren uit Somaliland op een gevaarlijke reis naar Europa. Velen hebben diploma's op zak, maar toch willen ze weg omdat er geen perspectief is. Toch is er wel sprake van een kentering. Langzaam dringt door dat illegale immigratie 'de verkeerde keuze' is. Bekijk onze special over Somaliland op Volkskrant Kijk Verder.

Brug tussen Nederland en Somaliland

Lokaal ondernemerschap is dé route uit de armoede en zwengelt de motor aan van economische ontwikkeling in een arm land. Dat is de heersende opinie in de ontwikkelingssector anno 2017. Demissionair minister Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) heeft zich ingezet voor het stimuleren van midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden. Zo krijgt de Nederlandse organisatie Spark subsidie uit het programma Local Employment in Africa for Development (LEAD). Vooralsnog zijn de subsidies beperkt en van korte duur. In de praktijk komen veel programma's niet verder dan het organiseren van netwerkbijeenkomsten en het begeleiden van ondernemersplannen. Kapitaal om die ondernemingen te helpen opstarten, verschaffen de goedwillende buitenlandse organisaties zelden, waardoor veel goede ideeën van lokale ondernemers niet tot wasdom komen en het gewenste economische vliegwieleffect uitblijft.

Voor de Nederlandse Somaliër Nasir Ali (30) uit Almere was dit een reden om zelf een investeringsfonds op te zetten. Met Cheetah Invest Groep hopen hij en zijn partners een brug te slaan tussen de starters in Somaliland en kennis en kapitaal uit Nederland. 'Wij merken dat veel geld van hulporganisaties in verkeerde handen valt, doordat grote partijen bemiddelaars inschakelen die de markt niet kennen en bovendien veel langs elkaar heen werken. Wij Somaliërs kennen de potentiële doelgroep op lokaal niveau, weten wie de veelbelovende ondernemers zijn in wie je zou moeten investeren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden