Reportage Het leger van Kosovo

Deze jonge kadetten uit Kosovo zijn volgens Servië een groot gevaar

Kosovo heeft eind 2018 zijn ­eigen ­leger opgericht. Buurland Servië ziet dat als een ontoelaatbare daad van agressie. Komen er op de Balkan oude geesten vrij? De Volkskrant gaat als eerste krant ter wereld langs bij de Kosovaarse militairen.

De eerstejaarskadetten van majoor Krelani maken zich tijdens de oefening in Ferizaj op een huis in vijandelijk gebied binnen te vallen. Beeld Nicola Zolin

Met een nauwelijks verholen trots wijst majoor Vegim Krelani naar zestien piepjonge eerstejaarskadetten die een besneeuwd veld in Zuid-Kosovo afzetten met rood-wit lint. ‘Deze groep leert hoe je veilig een helikopter kunt laten landen in een crisissituatie’, zegt de majoor. En na een korte stilte: ‘We hebben helaas nog geen echte helikopter om mee te oefenen, maar dat komt ongetwijfeld binnenkort.’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

‘In 2018 is onze eerste helikopter­piloot afgestudeerd in Turkije’, verduidelijkt zijn overste, kolonel Jeton Dreshaj. ‘Als alles goed gaat, kunnen we dit jaar onze nieuwe helikopter in gebruik nemen. Vanaf februari zullen we bovendien meer rekruten gaan werven en ondertussen ontwikkelen we een aantal nieuwe bataljon-trainingen die zijn toegespitst op onze nieuwe functies.’

Dat u deze uitleg leest is vrij uniek, want het Kosovaarse leger verwelkomde nooit eerder een buitenlandse journalist. Dat komt niet doordat de trainingsmethoden hier zo geheim zijn, of omdat de Volkskrant zo hoog aangeschreven staat in Kosovo, maar vanwege het simpele feit dat dit leger spiksplinternieuw is. Pas in de laatste dagen van 2018 gaf het parlement zijn fiat aan de vorming ervan. De geel-blauwe ballonnen om die beslissing te vieren, hangen nog altijd bij het even­eens gloednieuwe ministerie van Defensie.

Het was alleen wel een beslissing waarmee Kosovo de toorn van de internationale gemeenschap over zichzelf afriep. Van de EU tot de Navo tot Rusland werd afkeurend gereageerd en vooral buurland Servië sprak schande. Het nieuwe leger zal naar verwachting een van de belangrijkste onderwerpen zijn tijdens het bezoek dat de Russische president Poetin donderdag brengt aan Belgrado.

‘Kosovo, dat bestaat niet’

Die Servische onvrede is geen verrassing. Na de oorlog tussen Kosovo en Servië en de daaropvolgende onafhankelijkheid van Kosovo in 2008, leven beide buurlanden in serieuze onmin met elkaar. Serviërs beschouwen Kosovo als bakermat van hun orthodoxe geloof en willen daarom absoluut geen afstand doen van het gebied, terwijl de Kosovaren zelf veel meer affiniteit hebben met Albanië. In Kosovo ­wonen ongeveer 1,8 miljoen mensen. Slechts 5 procent van hen is etnisch Servisch, ruim 90 procent van de bevolking is etnisch Albanees.

Het gevolg: een al elf jaar durende, onophoudelijke kift die op vrijwel alle diplomatieke niveaus wordt uitgevochten. Van groot tot klein. Zo zorgt Servië er via bondgenoot Rusland voor dat Kosovo geen lid kan worden van de Verenigde Naties, en is het voor Kosovaren tevens lastig naar buurlanden te rijden omdat hun auto’s niet onder internationale verzekeringsverdragen vallen.

Het gaat nog veel verder. Wie op zijn iPhone wil zien wat voor weer het in Pristina is, heeft pech, want volgens ­Apple bestaat er geen land genaamd Kosovo. Ook moest het land het tot afgelopen zomer stellen zonder eigen ­telefooncode (de felbegeerde +383) en was het voor Kosovaren jarenlang onmogelijk het vakje ‘Kosovo’ aan te vinken bij registratie op Facebook.

Afgelopen voorjaar werd een handbalwedstrijd tussen Kosovaarse en Servische vrouwen afgelast wegens ruzie over de te gebruiken vlaggen en een paar maanden daarvoor reed er opeens een trein – aan Servië geschonken door Rusland – vanuit Belgrado richting Kosovo met op de zijkant van de wagons ‘Kosovo is Servië’ geschreven. Subiet stuurde Pristina politie naar de grens, wat de Serviërs weer interpreteerden als bijna-oorlogsverklaring, enzovoorts.

2.500 militairen

Om die immer oplaaiende ruzie tussen beide landen in toom te houden, leidt de Europese Unie sinds 2011 gesprekken die de relatie, in goed Brussels jargon, moet ‘normaliseren’. Zowel Kosovo als Servië werkt daar knarsetandend aan mee omdat ‘normalisering’ nu eenmaal een harde eis voor toetreding tot de EU is.

Dat proces leidde er vorig jaar toe dat beide presidenten – die tijdens de burgeroorlog van 1998-1999 nog aan verschillende zijdes vochten – zowaar het woord ‘grenscorrectie’ in de mond ­namen. Vier gemeenten in Noord-­Kosovo waar vrijwel uitsluitend Serviërs wonen, zouden worden geruild tegen een gebied in Zuid-Servië waar vooral etnische Albanezen wonen. Het zou een historische deal zijn, omdat het vaststellen van een grens tussen twee landen impliceert dat er überhaupt twee landen zijn – iets wat Servië vooralsnog weigert te accepteren.

Alleen gaat iedere stap richting normalisering op de Balkan gepaard met drie stappen terug. Bij een bijeenkomst in Brussel over het onderwerp afgelopen september weigerden beide presidenten opeens weer met elkaar aan dezelfde tafel te zitten en in de ­weken daarop volgend trokken enkele kleine landen als Grenada, de Salomonseilanden en Madagaskar hun officiële erkenning van Kosovo in – volgens Kosovo duidelijk het werk van een Servisch-Russische lobby.

Kosovo reageerde fel. Het parlement verhoogde het invoertarief op alle producten vanuit Servië naar 100 procent – het begin van een handelsoorlog – en als klap op de vuurpijl besloot het een eigen leger te formeren. De reeds bestaande Kosovo Security Forse (KSF) zou vanaf januari 2019 officieel worden opgewaardeerd tot krijgsmacht.

‘Het aantal troepen stijgt de ­komende tien jaar van 2.500 naar 5.000 en nog eens drieduizend reservisten’, zegt kolonel Dreshaj. ‘We krijgen bovendien meer en moderner ­materieel – een Humvee, een Cobra, dat soort voertuigen – ons jaarlijks budget neemt stapsgewijs toe van 63 miljoen naar 100 miljoen euro en ons mandaat is uitgebreid. Vanaf nu zijn wij tevens verantwoordelijk voor verdedigen van de soevereiniteit en territoriale integriteit van de Republiek Kosovo’, somt de kolonel zijn nieuwe werkzaamheden op, alsof hij de standaardregels uit het Handboek van den Soldaat reciteert. ‘Let wel: het draait dus puur om bescherming. Geen van onze bondgenoten hoeft bang te zijn: wij zullen niets doen wat onze buren bedreigt.’

Burim Ramadani, staatssecretaris van Defensie van Kosovo. Beeld Nicola Zolin

Ongemak bij Navo

Toch reageerde een van die buren woedend op het nieuws, namelijk Servië dat het nieuwe Kosovaarse leger een ­‘illegale gewapende bezettingsmacht’ noemde die de veiligheid van het Servische volk in gevaar bracht. De Russische minister van Buitenlandse Zaken gaf Servië gelijk en zei dat het leger zo snel mogelijk ontmanteld moest worden.

‘Wij zijn een soeverein land dat binnenlandse beslissingen niet overlegt met een buurland, dus al helemaal niet met Servië’, reageert de staatssecretaris van Defensie Burim Ramadani op die opmerkingen. ‘Wij zijn al sinds de onafhankelijkheid bezig onze veiligheidsdienst om te vormen tot leger. Dat hoort gewoon bij het normale groeiproces van een land. Elk volwaardig land ter wereld heeft toch een leger? Waarom zou Kosovo dat als enige niet mogen? Dat dit een teken van agressie zou zijn, is pure propaganda en desinformatie uit de koker van Servië en Poetin. Wat kan een leger van 2.500 troepen nou helemaal uitrichten tegen een leger van 50 duizend? Wat ons betreft is het enige negatieve aan deze beslissing dat hij vijf jaar te laat komt.’

En de opmerkingen van secretaris-generaal Jens Stoltenberg van de Navo dan? De organisatie die sinds 1999 troepen heeft gestationeerd in Kosovo en de veiligheidsdiensten al jaren steunt. Vrijwel alle officiers van de KSF werden de afgelopen jaren opgeleid met hulp van Navo-landen, waaronder Nederland dat bijvoorbeeld duikcursussen aanbood. ‘Ik betreur dat deze beslissing genomen is, ondanks onze bedenkingen’, zei Stoltenberg. ‘Met de verandering van het mandaat moet de Navo de mate van betrokkenheid heroverwegen.’

‘Wij hebben de afgelopen maanden ongeveer de helft van alle Navo-landen bezocht en overal hebben we uitgelegd dat we met dit leger juist iets terug willen doen voor al die landen die twintig jaar geleden de genocide hebben gestopt’, zegt Ramadani. ‘Dankzij deze beslissing kunnen onze soldaten binnenkort schouder aan schouder staan met andere Navo-soldaten. Sterker, wij hopen dat onze soldaten heel binnenkort schouder aan schouder staan met Servische soldaten. Wij willen namelijk een partner zijn, geen dreiging.’

Ploeterende kadetten

‘Nog een keer’, schalt de stem van majoor Vegim Krelani over de besneeuwde trainingsgrond. Zijn ploeterende kadetten ademen diep in en nemen hun beginposities weer in. ‘We pakken deze jongens en meisjes hard aan’, zegt de majoor, ‘omdat we alleen de beste van de beste willen opleiden. Dit zijn de officieren die over een aantal jaar het Kosovaarse leger zullen aanvoeren.’

De helikoptertraining is voltooid en majoor Krelani stuurt zijn kadetten met een reeks korte bevelen richting het zuidoosten, alwaar ze een besneeuwd huis moeten binnenvallen in vijandig gebied – een oefening bedoeld voor vredesmissies waaraan dit leger hopelijk in de toekomst mag deel­nemen.

Terwijl zijn kadetten doen alsof ze elkaar neerschieten dan wel gevangen nemen – ‘onderzoek het slachtoffer’, ‘breng de gevangenen naar buiten’ – laat de majoor zijn strenge blik varen. ‘Dat wij nu eindelijk een officieel leger zijn, is voor ons het beste nieuws sinds de onafhankelijkheid’, zegt hij. ‘We hebben in Kosovo altijd legers gehad, al sinds de Romeinse tijd lopen hier soldaten rond, maar altijd waren dat buitenlandse soldaten. Dit is de eerste keer dat ze de Kosovaarse vlag op hun uniform dragen. Voor het eerst, na al die eeuwen, mogen we ons eigen land beschermen. Je hebt geen idee hoe geweldig dat voelt.’

Erkenning Kosovo

Etnische spanningen tussen de Albanese meerderheid in Kosovo en het Servische bestuur leidden in 1998 tot een oorlog. Die oorlog kwam in juni 1999 ten einde na bijna drie maanden van Navo-bombardementen – het sluitstuk van een decennium vol burgeroorlogen, massamoorden en etnische zuiveringen dat volgde op het uiteenvallen van Joegoslavië. Na negen jaar onder VN-bestuur verklaarde Kosovo zichzelf in 2008 officieel onafhankelijk. Die onafhankelijkheid wordt momenteel erkend door 104 van de 193 VN-lidstaten, waaronder Nederland. Servië erkent die onafhankelijkheid niet, net als bijvoorbeeld Rusland, China en vijf EU-landen. Spanje erkent Kosovo niet, omdat het geen precedent wil scheppen voor opstandige regio’s binnen de eigen grenzen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden