InterviewSjeik Hamid Farhan al Hais

Deze Iraakse sjeik heeft een opvallende boodschap voor zijn landgenoten: ‘Koester de Amerikanen.’

Terwijl duizenden landgenoten vrijdag in Bagdad schreeuwen om ‘doodskisten’ voor Amerikaanse militairen, maakt de invloedrijke sjeik Al Hais zich zorgen. Ooit bestreed hij de VS fel, maar nu is hij doodsbang dat ze vertrekken. 

Sjeik Hamid Farhan al Hais in Ramadi.Beeld Hawre Khalid

Ooit vocht hij ­tegen de Amerikanen. De Amerikanen waren de vijand en moesten weg. Weg van zijn landgoed en weg uit Irak. Desnoods met een salvo aan dodelijke explosies. Hij werd verdacht van betrokkenheid bij een aanslag op Amerikaanse militairen. Maar nu het er inderdaad op lijkt dat de Amerikanen uit Irak zullen vertrekken, weet sjeik Hamid Farhan al Hais niet meer hoe hij het heeft.

De Amerikanen weg uit Irak? ­Ondenkbaar. Geen sprake van. Kan niet gebeuren. ‘Wij zijn niet akkoord met hun vertrek. We moeten wijzer zijn. Als ze weggaan, komt IS terug.’

Terwijl de Iraakse regering zich ­tegen de Amerikanen keert en in Bagdad vrijdag een demonstratie plaatsvond tegen de ‘vuile Amerikaanse overheersing’, doet Al Hais (45), een tribale leider in de provincie Anbar, er alles aan om de Amerikanen in Irak te houden. Vanuit zijn huis aan de ­oevers van de Eufraat vlak buiten de stad Ramadi, op anderhalf uur rijden van Bagdad, belt hij iedereen die ertoe doet in de Iraakse politiek, tot en met premier Adel Abdel Mahdi aan toe, die hij als ‘goede vriend’ beschouwt. ‘Niemand kan de plaats ­innemen van de Amerikanen en hun coalitiepartners.’

De 180-gradendraai van Al Hais lijkt duizelingwekkend, maar is gebruikelijk in Anbar, het soennitische hartland van Irak. Ooit waren de Amerikanen hier gehaat en werden ze bij honderden gedood. Nu wil men niet dat ze vertrekken. Alleen zeggen veel inwoners dat niet hardop. Soennitische parlementsleden bleven weg bij de cruciale stemming waarin het Amerikaanse leger zijn congé kreeg. De bevolking doet er het zwijgen toe omdat ze bang zijn te worden gearresteerd. Soennieten zijn een minderheid in Irak. De regering, de politie en het ­leger worden gedomineerd door sjiieten.

Sjeik Al Hais heeft lak aan wat mensen van hem denken. In deze conservatieve streek bepleit hij de geneugten van een borrel. Bij een bezoek aan het Iraakse leger, gelegerd in Anbar vanwege de oorlog tegen IS, deelde hij naar eigen zeggen flessen Chivas, Schotse whisky, uit aan de over­wegend islamitische militairen. ‘Ik wil dat ze ook een beetje leven.’

Bloedige strijd tegen VS

In de ontvangstkamer in het huis van zijn broer, een paleisachtige zaal met een vergulde staande klok en rijk­geborduurde divans waar volgens de sjeik ook Amerikaanse spionnen in weggezakt zijn, serveert hij een traditionele lunch van een hele kip op rijst en lam in saus, zo mals dat je het vlees met een lepel kunt eten. De sjeik is nog steeds geen onverdeeld aanhanger van de Amerikanen. Maar het alternatief is erger, betoogt hij. ‘Amerikanen hebben ontelbare fouten gemaakt. Ze zagen iedereen in de provincie Anbar als vijand. Ze schoten op voorbijgangers. Maar in vergelijking met IS en Al Qaida zijn ze goed, beschaafder. Je kunt met ze praten.’

De Amerikanen liepen in 2003 vast in de woestijn van Anbar, de enige geheel soennitische provincie van Irak. Met de val van de soennitische dictator Saddam Hussein verloor de bevolking hier haar privileges. De Amerikaanse militairen die dit op hun geweten hebben, moesten het ontgelden. In steden als Ramadi en Falluja vonden in 2004 en 2005 bloedige gevechten plaats tussen de Amerikanen en lokale opstandelingen. De westerse wereld huiverde toen in Falluja de verbrande lijken van vier Amerikaanse huurlingen aan een brug werden opgehangen.

In dit centrum van verzet woonde Al Hais. Hij wijst naar buiten. ‘Hier nog geen kilometer vandaan had Al Zarqawi een basis.’ Abu Musab al Zarqawi was destijds leider van Al Qaida in Irak.

‘Iedereen zat toen in het verzet. Ik ben zelf ook opgepakt door de Amerikanen. Er was net een aanslag op hen geweest toen ik toevallig langskwam. Ze fouilleerden me en vonden mijn wapens, die ik natuurlijk bij me had. En toen zetten ze me een tijdje vast. Twintig dagen. Ze zeiden steeds dat ze moesten wachten op een vertaler. Op een ondervrager. Leugens, natuurlijk.’

De blik in de ogen van Al Hais verandert als hij vertelt over zijn gevangenschap, nu 14 jaar geleden. ‘Ze martelden. Amerikanen hebben andere methoden om te martelen dan Irakezen, maar ze martelen wel. Mij niet, want ik ben een sjeik en dat respecteerden ze, maar ik zag het bij andere gevangenen.’ Hij doet het voor: één man houdt de gevangene van achteren vast, terwijl de ander met de vlakke hand in zijn buik slaat. ‘Ze sloegen in de buik, steeds opnieuw.’ In Amerikaanse ondervraaghandleidingen uit die tijd staat zo’n soort procedure, een ‘abdominal slap’, inderdaad in detail omschreven.

Met hun harde aanpak maakten de Amerikanen zich nog meer gehaat in Anbar. In totaal werden hier maar liefst 1.335 Amerikaanse militairen gedood.

De ommezwaai

Maar toen doken in het strijdgewoel ineens Amerikanen op die niet meevochten. Deze mysterieuze mannen gingen op bezoek bij sjeiks in Anbar. Ze ploften ook neer op de sofa’s in de gastenkamer van Al Hais. ‘Eerst wisten we niet wie deze vreemde mannen waren. Het was als zo’n Indiase film, een Bollywoodfilm. Ze stelden zich voor als journalisten. Maar ze vroegen naar militaire zaken. We begrepen dat dat niet klopte. Bij een volgend bezoek zeiden ze: we werken voor het ministerie van Buitenlandse Zaken.’

Al Hais bleek betrokken geraakt in een gewiekst Amerikaans charme-­offensief om de opstand in Anbar te smoren. Het Amerikaanse leger realiseerde zich dat je met stroop meer vliegen vangt dan met azijn. Men probeerde lokale stamhoofden voor zich te winnen, die in dit tribale achterland van Irak machtiger zijn dan de overheid. In de zomer van 2006 was de tijd er rijp voor: Al Qaida-leider Al Zarqawi werd gedood bij een Amerikaanse luchtaanval. Al Qaida vermoordde daarna een vooraanstaande sjeik in Ramadi. De andere sjeiks gingen Al Qaida als een bedreiging zien. Op dat moment reikten de Amerikanen hun de hand.

‘Ik zei: wij zijn niet gek. Laten we open kaart spelen. Jullie zijn de Amerikaanse militaire inlichtingendienst. Niet helemaal, zeiden zij, wij zijn van de CIA. We zijn bang dat jij ons voorstel niet gaat accepteren. Ze wilden natuurlijk informatie over Al Qaida. Er waren ook mensen van het Amerikaanse leger die ik ontmoette. Zo begon het. We gingen samenwerken en we vergaten de verschillen. Als de duivel zelf was gekomen, hadden we ook met hem samengewerkt. Want Al Qaida was erger.’

Zijn relaas over betrokkenheid van de CIA is niet te controleren. Vast staat dat Al Hais samen met andere sjeiks op 9 september 2006 juichend op de foto stond met Amerikaanse legerleiders. Het was de aftrap van een bejubeld Amerikaans antiterrorismeproject: de ‘Anbar Awakening’ oftewel de Ontwaking van Anbar. Al Hais, die werd benoemd als voorzitter van het nieuwe pro-Amerikaanse stadsbestuur, droeg een westers kostuum, de meeste andere sjeiks verschenen in traditionele witte gewaden. ‘Een scène uit Lawrence of Arabia’, aldus een Amerikaanse kolonel later tegen onderzoekers van het Pentagon.

Ontwakingsbeweging

De sjeiks van de Ontwakingsbeweging beloofden dat ze aanvallen op Amerikanen voortaan beschouwden als een aanval op hun eigen familie. Als opstandelingen die het licht hadden gezien, werden de tribale leiders in ruil voor hun bescherming rijkelijk beloond: met Amerikaans hulpgeld, auto’s en automatische wapens. Hun gematigde Ontwakingsmilitie moest de terroristen onder de duim houden. Het werkte: binnen enkele maanden had Al Qaida in Anbar niets meer te vertellen.

Maar in 2011 stortte de Ontwakingsbeweging in elkaar. President Obama trok het Amerikaanse leger terug uit Irak. De regering in Bagdad, zo redeneerde hij, is sterk genoeg om de provincie Anbar voortaan zelf te beschermen. Maar de vooral sjiitische regering had geen boodschap aan soennieten in Anbar. Strijders van Al Qaida sprongen in het machtsvacuüm, onder een nieuwe naam: Islamitische Staat (IS). In 2015 keerden de extremisten terug in Ramadi.

Het Iraakse leger keek volgens Al Hais werkeloos toe terwijl de stad werd ingenomen. ‘‘We sturen troepen’, zeiden ze. Maar het was een leugen.’ Voordat ze moeten vluchten, wordt Al Hais naar eigen zeggen door IS in zijn rug geschoten. Hij is daar trots op. ‘Ik ben een man. Als ik vecht, moet ik gewond raken. Iedereen in dit huis is gewond geraakt. Dat laat zien: we hebben nooit trouw gezworen aan Al Qaida en IS en daarvoor een hoge prijs betaald.’

Opnieuw schoot Washington te hulp. ‘Ik sprak een van mijn vroegere contactpersonen via Skype. Hij is nu adviseur in het Witte Huis.’ De Amerikanen boden luchtsteun, hielden IS-doelen met drones in de gaten en zorgden ervoor dat het Iraakse leger de doelen kon uitschakelen. Zo konden de militiestrijders van Al Hais begin 2016 terugkeren naar huis. ‘Dankzij de slimme Amerikaanse artillerie hadden we geen tegenstand van IS. Ze waren dood of gevlucht. We zagen alleen maar gedode strijders. En één levende. Die hebben we toen zelf doodgeschoten. Je kunt niet ontkennen dat de Amerikanen veel voor ons hebben gedaan.’

‘Welkom Amerika’

En nu worden deze Amerikanen het land uit gezet? Onaanvaardbaar. De geschiedenis gaat zich herhalen, vreest Al Hais. Het Iraakse leger kan de strijd tegen IS nog steeds niet alleen af. Samen met de gouverneur van ­Ramadi – net als hijzelf vanwege zijn verzetsdaden gearresteerd door de Amerikanen, tegenwoordig een warm Amerikaans pleitbezorger – speelt hij met het plan om desnoods de onafhankelijkheid uit te roepen in Anbar. Een soennitische staat, mijmert hij. ‘Arabistan of Soennistan, al kunnen we het zo natuurlijk niet noemen. Waar de Amerikanen welkom blijven.’

Zonder gekheid: de regering in Irak moet eindelijk eens luisteren naar de soennieten. Maar met zijn verleden is het voor Al Hais niet gemakkelijk om de machthebbers in Bagdad daarvan te overtuigen. ‘Zij zeggen: jullie zijn agenten van het Westen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden