Reportage

Deze Groningse huisarts overtuigt haar patiënten één voor één om zich te laten vaccineren: ‘Kan ik niet wachten op Janssen, dokter?’

Huisarts Trudy Oldenhuis gaat op pad voor huisbezoeken. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Huisarts Trudy Oldenhuis gaat op pad voor huisbezoeken.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Nu de stress over het AstraZeneca-vaccin zo hoog is, ziet de Groningse huisarts Trudy Oldenhuis maar één oplossing: al haar patiënten van 60 jaar en ouder er één voor één van overtuigen dat vaccineren je leven kan redden. ‘Ik weet wie u bent, ik ken uw klachten.’

Maandag 12 april – 40 minuten om één patiënt te overtuigen

De telefoon gaat vandaag zó vaak, dat de assistentes er de slappe lach van krijgen. Alle belletjes gaan over hetzelfde onderwerp: AstraZeneca.

Moet ik AstraZeneca wel nemen, dokter? Is het écht nodig? Kan ik niet wachten op Janssen? Ik heb trombose. Ik heb er geen goed gevoel bij. Ik gebruik bloedverdunners.

Het is deze week prikweek in de huisartsenpraktijk van Trudy Oldenhuis, woensdag zal zij het AstraZeneca-vaccin bij haar patiënten van in de 60 in de arm spuiten. De praktijk zit aan het Gedempte Zuiderdiep, midden in het centrum van Groningen.

Toen Oldenhuis vier jaar geleden de boel overnam, was de praktijk drie generaties lang een familieaangelegenheid geweest: opa, vader, zoon. ‘Dat betekent dat veel patiënten een binding hebben met de praktijk.’

Dat maakt het makkelijker om haar patiënten gerust te stellen, zegt Oldenhuis. ‘Ik weet al van tevoren wie er gaat bellen. En daar neem ik dan de tijd voor. Ik kan niet doordrammen, maar ik kan wel uitleggen hoe het in mijn ogen zit.’

‘Ik zie uw risicofactoren’, zegt ze dan, ‘ik weet wie u bent, ik ken uw klachten. Bij een jonge vrouw van 20 zou ik een ander advies geven, maar als u een vaccin neemt, kunt u over drie weken niet meer zo ziek worden. Dan gaat de weegschaal de andere kant op.’

Haar oorspronkelijke opdracht voor deze week was: vaccineer de patiënten uit de geboortejaren 1956-1960, de patiënten met het syndroom van Down, en de patiënten met een bmi van boven de 40. Aan die mensen heeft ze een mail gestuurd, een brief met per ongeluk de verkeerde datum, en een uitnodiging met de goede datum, aanstaande woensdag.

Blijven er vaccins over – door het aantal vaccins per verpakking moest ze 330 doses bestellen voor haar 274 te prikken patiënten – schakel dan over op de kwetsbaarste patiënten onder de 60, zo was de instructie.

Maar toen brak AstraZeneca-gate uit, werd het vaccin verboden voor personen onder de 60, en kon ze al haar kwetsbare patiënten weer afzeggen.

Dat is niet makkelijk, blijkt deze middag. ‘Een patiënt, 55, duidelijk in de risicogroep, was in tranen. Ik had met haar afgesproken dat zij één van de overgebleven vaccins zou krijgen. Dan kon ze weer lesgeven, haar leerlingen weer zien, eindelijk weer haar leven oppakken. De school had de vervanging al stopgezet. Moest ik haar vandaag vertellen dat de prik toch weer was uitgesteld.

‘Dan zeg ik: het liefst zou ik het u geven, en dan vertellen we het allebei aan niemand. Maar stel dan dat het toch misgaat? Ik vind het bovendien mijn zorgplicht om te vertrouwen in de overheid, die is er niet op uit om moedwillig kwaad te berokkenen. Natuurlijk vind ik er iets van hoe het nu gaat, maar oproepen tot anarchie is ook niet goed zorgen voor je patiënt. Als we als huisartsen niet hetzelfde blijven doen, leidt dat tot alleen maar meer onrust bij patiënten.’

Aan de andere kant zijn er ook weifelachtige zestigers van wie Oldenhuis juist vindt dat ze moeten komen. Zoals die ene man met zo’n beetje alle risicofactoren die er zijn. Maar ja, hij heeft psychiatrische problemen, is nogal lang van stof. ‘Ik wist dat hij het niet wilde, maar ik dacht: ik ga het toch proberen. Ik ga er gewoon voor zitten, en het maakt me niet uit hoelang het duurt.’

Om 19 uur belt ze hem op, het telefoongesprek duurt veertig minuten. Triomfantelijk: ‘Maar hij komt wel woensdag!’

Het doornemen van de patiënten voor thuisvaccinatie. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Het doornemen van de patiënten voor thuisvaccinatie.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Dinsdag 13 april – 330 doses in de koelkast

In haar medische koelkast staan de 330 doses te wachten op morgen. Ze is het weekeinde meerdere keren gaan spieken of alles goed met ze was.

Nu ze haar kwetsbare 60-minners niet kan prikken, moest Oldenhuis een nieuwe doelgroep optrommelen. ‘Zaterdag ben ik alle mensen tussen de 65 en 70 gaan bellen, ik moet die vaccins gewoon kwijt. Meestal krijg je blije mensen aan de telefoon, het grootste gedeelte zei direct ja. Sommigen vragen direct of ze hun partner ook mogen meenemen. Anderen zijn gehaast, zeggen kortaf ‘ja, is goed’, en willen dan de stad weer in. Een had net een feestje gehad. Die kan het helemaal goed gebruiken, denk ik dan maar.’

Vandaag is het rustiger in de praktijk, iedereen wacht op de grote dag morgen. De draaiboeken liggen klaar, de Remonstrantse Kerk twee straten verderop is afgehuurd. Er is een grote ruimte nodig voor het prikken. Na de vaccinatie moet een arts alle geprikten een kwartier lang in de gaten kunnen houden, op anderhalve meter afstand uiteraard.

Nu kan alleen de snotneus van haar zoon nog roet in het eten gooien. Ze heeft hem naar de teststraat gestuurd: ze mag dan gevaccineerd zijn, als hij positief test, moet ze alsnog vijf dagen in quarantaine.

In de Remonstrantse Kerk is voldoende ruimte. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
In de Remonstrantse Kerk is voldoende ruimte.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Woensdag 14 april – Prikdag: ‘Daar is mijn moordenaar’

Oldenhuis is nerveus als ze wakker wordt. Prikdag. Nu moet alle voorbereiding zich vertalen in een hoge opkomst. Maar heeft ze daarvoor genoeg angst en onzekerheid kunnen wegnemen?

Ver voor achten is ze in de praktijk – de coronatest van haar zoon was negatief. Met haar team vult ze de eerste spuiten met vaccinvloeistof. Dan gaan ze naar de kerk, om de laatste spullen klaar te zetten.

Om 8 uur stipt weet ze: mijn angst was ongegrond. Het is bomvol, rijen in de straten. ‘Wat is hier misgegaan, dacht ik? Maar er bleken toch behoorlijk wat mensen zich niet aan het tijdstip op de uitnodiging te hebben gehouden.’

Ze konden niet wachten. Oldenhuis ziet mensen huilen van opluchting. ‘Ze bedankten me in tranen. Zo blij dat u dit doet, dokter.’ In de kerk hangt een sfeer van saamhorigheid. Mensen die elkaar al lang niet hebben gezien, spreken elkaar aan, ziet de huisarts. ‘Toch ook maar aangedurfd? Mensen spraken elkaar moed in.’

Geen restje AstraZeneca wordt verspild.
 Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Geen restje AstraZeneca wordt verspild.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Bij het zien van de volle vaccinatielocatie pakt een man zijn telefoon. Nu het zo druk is, zal het voor zijn vrouw toch ook veilig zijn. Even later komt toch ook zij de kerk binnen. Weer een vaccinatie erbij.

Oldenhuis wordt met de minuut gelukkiger. ‘Eindelijk heb ik het gevoel de crisis daadwerkelijk te kunnen bestrijden. Alles wat we tot nu toe deden, mensen thuis behandelen, de mondkapjes, het is allemaal geen structurele oplossing. Dit wel. We prikken ons de crisis uit.’

De assistentes maken er een sport van om zo veel mogelijk prikken uit een flaconnetje te halen. Als je een flesje even laten staan, trekken de luchtbelletjes op, en dan heb je zo een halve dosis extra. Zo lukt het om niet elf, maar elf-en-een-half doses vaccinatievloeistof uit een flacon op te trekken. En dat zijn in totaal toch weer vijftien gevaccineerden extra.

Als de prikochtend voorbij is, is 80 procent van de zestigers uit de praktijk van Oldenhuis langs geweest. Maar het percentage gevaccineerden is nog hoger, blijkt als de huisarts met haar team de patiëntenlijsten doorneemt. Tientallen mensen blijken al eerder Pfizer of Moderna te hebben gehad, vaak omdat ze werkzaam zijn in de zorg.

In de middag gaat Oldenhuis langs bij negen 70-plussers die niet mobiel genoeg zijn om naar de GGD te gaan (ook een huisartsenklus), en dan nog heeft ze twintig vaccins over. Oldenhuis en haar assistentes beginnen als een bezetene te appen. Ouders die in een andere regio wonen komen langs, collega’s van partners van assistentes: iedereen die in de 60 is en een beetje in de buurt woont, wordt benaderd. ‘Ze waren allemaal heel blij dat dit kon.’

Dan heeft Oldenhuis nog drie vaccins over. Eentje is voor haar vader, toevallig op zijn 71ste verjaardag. Hij komt ervoor naar de praktijk.

Nog twee. Maar voor wie?

Om 20.30 uur ’s avonds belt de assistente. Ze heeft twee patiënten gevonden, een echtpaar dat niet is langs geweest vandaag, maar wel vlakbij woont. Zouden zij nog te overtuigen zijn?

Oldenhuis belt ze op. ‘Iedereen zegt dat ik aan het vaccin doodga’, vertelde ze, ‘maar ik wil het toch, dus kom maar langs.’ Als Oldenhuis aanbelt, en de vrouw des huizes opendoet, zegt ze onderkoeld: ‘Zo, daar is mijn moordenaar.’ Als Oldenhuis de prik in de arm zet, speelt ze het spel mee. ‘En, wat zijn je laatste woorden?’

Even later loopt Oldenhuis in de Groningse avond langs de grachten naar huis, en raakt ontroerd. ‘We maakten er een grapje van, maar eigenlijk is die vrouw een heldin. Een vriendin heeft haar voor gek verklaard, haar bezworen dat ze door het vaccin zou overlijden. Haar dochter vond het ook ingewikkeld. Van alle kanten had ze te maken met angst en onduidelijkheid. Maar ze deed het toch.’

Huisarts Trudy Oldenhuis staat klaar om een echtpaar thuis in te enten met AstraZeneca. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Huisarts Trudy Oldenhuis staat klaar om een echtpaar thuis in te enten met AstraZeneca.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Donderdag 15 april – De bedankjes stromen binnen

Oldenhuis heeft de assistentes vrijgeroosterd om alle vragen over de bijwerkingen op te vangen, maar dat blijkt overdreven. Het is rustig aan de lijn. Wel melden zich enkele spijtoptanten: of er toch niet nog vaccin over is. Oldenhuis heeft nog drie flacons achter de hand, voor de dertig patiënten die nog twijfelden of waren verhinderd.

Wellicht, zegt Oldenhuis, was de uitnodigingsbrief met de verkeerde datum wel a blessing in disguise. Daardoor moest ze nieuwe brieven en mails sturen om haar patiënten op de juiste datum te wijzen. En raakten mensen door zoveel post doordrongen van het vaccinatiebelang.

Via berichtjes op het patiëntenportaal bedanken de zestigers uit haar praktijk Oldenhuis uitvoerig. ‘Wat goed dat u dit doet, dokter’, schrijven ze. Oldenhuis: ‘Ze hebben alleen nog geen bloemen gestuurd. Daar zit ik nu op te wachten.’

Met de vaccins in de hand de stad door. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Met de vaccins in de hand de stad door.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden