Deze generatie heeft alleen tijdens de studie nog een baan

 

Een meisje werkt in een strandtent tijdens de zomer.Beeld anp

Een gemiddelde Nederlandse supermarkt lijkt op een geüniformeerde schoolklas. Een filiaalmanager in kostuum speelt de rol van wiskundeleraar die erover waakt dat zijn pupillen de hopjesvla keurig in een rechthoek neerzetten en niet onderling gaan keten en flirten.

Afgezien van de filiaalmanager is een 23-plusser daar even zeldzaam als een 65-plusser op een dancefeest. Of: het vak van winkelbediende is er niet meer om in een levensonderhoud te voorzien - laat staan vrouw en kinderen te onderhouden - maar om wat cash te verdienen voor een smartphoneabonnement en een hip kapsel. En zo stoten scholieren tegen 3,75 euro per uur ook 23-plussers het brood uit de mond door de post te bezorgen en koffie te serveren. Al 60 procent van alle banen in de horeca en 70 procent in de supermarkten wordt vervuld door mensen die onder het minimumloon van een volwassene werken. Deze generatie loopt het risico in het leven alleen tijdens de studie nog een baan te hebben.

Terwijl in Duitsland en België 18-jarigen onder het volwassen minimumloon vallen, krijgen die in Nederland maar 45,5 procent van het minimumloon van een 23-plusser betaald. Daarom zijn jongeren deze week hier in actie gekomen voor een volwaardig loon. Voor 683,30 euro per maand (het minimumjeugdloon voor iemand van 18) kan niemand op eigen benen staan. Alleen bekommert de politiek zich daar, gesteund door economen, nauwelijks om.

In december 2012 - een maand nadat minister Asscher was aangetreden - stelde het Centraal Planbureau (CPB) dat 'Nederland dankzij het minimumjeugdloon een lagere jeugdwerkloosheid had dan andere landen'. Echt empirisch bewijs had het CPB, toen nog geleid door Coen Teulings, niet, maar met wat nattevingerwerk kon dat wel beredeneerd worden. 'Het lage minimumjeugdloon is te rechtvaardigen doordat werkgelegenheid voor jongeren gevoeliger is voor het loonniveau, jongeren zo de kans krijgen ervaring op te bouwen en worden aangemoedigd hun opleiding te voltooien', aldus het CPB. Daarnaast was er geen verdringingseffect. 'Als een arbeidsplaats voor een jongere vervalt, komt daar geen baan voor een 23-plusser voor terug.'

Op al deze argumenten valt af te dingen. Het is niet te verklaren waarom werkgevers jongeren wel en ouderen niet in dienst zouden nemen bij een lager loon. Ervaring als vakkenvuller leidt niet echt tot betere positie op de arbeidsmarkt. Niet iedereen is in de wieg gelegd voor een masters, als een land met alleen academici al een goede zaak zou zijn. Dat geen sprake is van verdringing valt juist bij deze vormen van dienstverlening te betwijfelen. Uiteindelijk zal toch iemand vakken moeten vullen.

Misschien moet de nieuwe CPB-directeur het werk van haar voorganger overdoen in de hoop dat zij wel af en toe een boodschap doet. Anders lijken werkende jongeren te zijn veroordeeld bij moeders pappot te blijven omdat studerende de nieuwste iPhone plus hip kapsel willen.

Reageren?
p.dewaard@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden