Interview Nederlanders in Noord-Korea

Deze drie Nederlanders woonden vorig jaar in Noord-Korea: dit zagen ze

Noord-Korea grijpt de Olympische Winterspelen, die vrijdag beginnen in het Zuid-Koreaanse Pyeongchang, aan om zich van zijn beste kant te laten zien. Ondertussen lijden de meeste inwoners van het land onder een 'humanitaire noodsituatie', worden basisvrijheden geschonden en heeft het volk te lijden onder natuurrampen. Enkel hulporganisaties zien wat zo zorgvuldig door het regime wordt afgeschermd. Drie Nederlandse hulpverleners vertellen over hun ervaringen.

Hulpverlener Colin Kampschoer bezoekt een Noord-Koreaanse moeder en haar kind. Beeld WFP/Colin Kampschoer

Stijl en klasse: dat is wat de Noord-Koreaanse muziekster Hyon Song-wol moest uitstralen toen ze vorige maand voor een Olympische inspectiereis de grens overstak naar Zuid-Korea. Om haar nek droeg ze een dure bontkraag van zilvervos en aan haar arm hing een tas van het Franse luxemerk Hermès, met een geschatte waarde van 20 duizend euro.

Meteen was duidelijk dat Noord-Korea de Olympische Winterspelen aangrijpt om zich van zijn beste kant te laten zien. Propaganda is het levenselixer voor het totalitaire regime van Kim Jong-un en dus zullen de 550 atleten, musici, officials en cheerleaders de komende weken allemaal uitstralen hoe geweldig Noord-Korea wel niet is.

Thuis in Pyongyang zal een militaire parade op 8 februari het andere gewenste beeld geven: dat van een nucleaire supermacht.

Wat verborgen blijft, is dat de meeste inwoners van het land lijden onder een 'langdurige humanitaire noodsituatie', die 'vergeten en genegeerd wordt door de rest van de wereld', zo schreven de VN vorig jaar. Noord-Koreanen hebben geen toegang tot stromend water, de toestand van de zorg is rampzalig en naar schatting 10,3 miljoen inwoners zijn chronisch ondervoed - dat is bijna de helft van de bevolking.

Noord-Korea is daarnaast een van de meest repressieve staten ter wereld. Basisvrijheden worden geschonden, propaganda doordrenkt het leven van de wieg tot het graf en naar schatting honderdduizend Koreanen worden vastgehouden in kampen voor politieke gevangenen.

De bevolking heeft ook nog eens te lijden onder natuurrampen, zoals extreme droogte en overstromingen. Toen in augustus 2016 de Tumen-rivier buiten haar oevers trad, kwamen honderden bewoners om het leven en raakten twaalfduizend gezinnen hun huis kwijt.

Vanwege dit soort rampen en de precaire voedsel- en gezondheidssituatie van zijn inwoners tolereert het regime van Kim Jong-un enkele VN-afdelingen en hulporganisaties in het land. De hulpverleners zien wat de zorgvuldig afgeschermde toeristen en journalisten niet mogen zien: hoe het er buiten het relatief elitaire Pyongyang, op het platteland, aan toegaat.

In 2017 zaten daar drie Nederlanders bij. De afgelopen weken spraken zij met de Volkskrant over hun ervaringen. Dat is uitzonderlijk, vaak mijden hulpverleners die in Noord-Korea zijn geweest de media, omdat dit de relatie met Noord-Korea kan schaden.

De drie besloten mee te werken omdat ze het belangrijk vinden het beeld dat veel mensen van Noord-Korea hebben enigszins bij te stellen. Of, zoals VN-medewerker Mia Paukovic zei: 'Mensen vinden het leuk om rare verhalen te horen over hoe gehersenspoeld Noord-Koreanen zouden zijn, maar de rijkdom van daar wonen was dat ik kon zien dat mensen mensen blijven, zelfs in zo'n extreme omgeving als Noord-Korea.'

Colin Kampschoer. Beeld WFP/Colin Kampschoer

Colin Kampschoer (34), relatiemanager VN-wereldvoedselprogramma

In Noord-Korea van februari 2016 t/m maart 2017

Toen de jonge moeder de deur van haar witte harmonicahuisje opendeed, wist Colin Kampschoer niet wat hij zag. Midden in de woonkamer stond een grote bak aarde waarin zoete aardappelen werden verbouwd. Het was de enige aanvulling van het gezin op het dagelijkse dieet van mais en kimchi. 'Noord-Koreanen krijgen eten uitgedeeld via het distributiesysteem van de staat, maar het is nooit voldoende. Ze hebben elke centimeter vrije ruimte nodig om extra groenten en aardappelen te verbouwen.'

'Vooral in het bergachtige noorden hebben de bewoners het zwaar omdat ze slechts drie maanden per jaar voedsel kunnen verbouwen. En het gaat ook nog eens inefficiënt. De rijst wordt handmatig geoogst en op de akkers zag ik boeren nog gewoon achter de os lopen.'

In Noord-Korea helpen de VN de meest kwetsbare groepen: zwangere vrouwen en kinderen onder de 5 jaar. 'Zij hebben een divers dieet nodig, maar in de praktijk eten ze of mais, of rijst, of granen. Je ziet het aan de kinderen, veel van hen zijn te klein voor hun leeftijd.'

Als relatiemanager nam Kampschoer donoren mee naar het platteland om te laten zien waar de hulp terechtkwam. Zo kwam hij in acht van de tien provincies.

'Ik wist dat de situatie ernstig was, maar de eerste keer dat ik in een ziekenhuis was, schrok ik behoorlijk. Er was geen verwarming en de patiënten lager te rillen in hun bed. Op de zaal werd ik aangestaard door ondervoede kinderen. Ze waren door slechte hygiëne met maagklachten en diarree opgenomen.

'Zelf ging ik goed na wat ik at en dronk ik alleen water uit de fles. Ook had ik altijd handreinigingsvloeistof bij me omdat je praktisch nergens je handen kon wassen.

'Voor expats was er het ziekenhuis op de diplomatieke compound in Pyongyang. Hier kon je naar toe voor kleine dingen. In geval van nood moest je worden geëvacueerd naar Beijing. Dat was een doemscenario aangezien er maar drie vluchten per week gingen. Als je bijvoorbeeld een acute blindedarmontsteking kreeg, was de kans groot dat het je fataal werd, helemaal als je in het binnenland was.'

Een week na de overstromingen van augustus 2016 arriveerde Kampschoer in het rampgebied. 'Tweehonderd huizen waren compleet weggevaagd door een laag modder. We bezochten een crèche waar kinderen werden opgevangen terwijl de ouders buiten puin aan het ruimen waren. Toen ik binnen een deur opendeed, zag ik geen kamer maar een bruine moddervlakte; de hele voorkant van het gebouw was weggevaagd.'

De afgelopen jaren werden de internationale sancties tegen Noord-Korea stapsgewijs verzwaard. Zo mag Noord-Korea producten die mogelijk voor het wapenprogramma gebruikt kunnen worden, niet meer invoeren. Ook het werk van de hulporganisaties wordt door de sancties moeilijker.

'Voedsel kwam vaak te laat aan vanwege extra controles. Daarnaast is het banksysteem afgesloten van de rest van de wereld en dus moet je een berg contact geld meenemen uit het buitenland om je huur en onkosten te kunnen betalen, tot je weer even het land uit kunt.'

Van de spanningen zelf merk je in Pyongyang weinig. 'Dat komt omdat de media daar volledig gecontroleerd worden. Je ziet dan ook totaal niet de paniek die wij soms voelen. Soms las ik op internet over spanningen omtrent Noord-Korea, maar als ik dan naar buiten keek, dacht ik: 'Waar hebben ze het over?'

Henk Schipper tijdens de inspectie van een nieuw aangelegd waterreservoir.

Henk Schipper (53) drinkwater- en sanitair-expert Het Nederlandse Rode Kruis

In Noord-Korea van januari t/m november 2017

Henk Schipper had zijn Noord-Koreaanse collega's al een paar keer aangeboden een modern rioleringssysteem aan te leggen, compleet met septic tanks en hergebruik van het water, maar ze bleven beleefd weigeren.

Later bleek waarom. 'In het voorjaar gebruiken veel Noord-Koreaanse boeren menselijke ontlasting om de akkers te bevruchten. Het is daar de makkelijkste en goedkoopste manier om aan mest te komen.'

Schipper waarschuwde zijn collega's dat dit een van de grote oorzaken is van de hygiëneproblemen op het platteland. 'Ik zei: vraag het gewoon aan de dorpelingen, die willen wél een riolering. En zo ging het ook. Nu mogen we er volgend jaar een komen testen.'

De drinkwaterexpert verbleef twee keer eerder in Noord-Korea. De laatste keer, in 2010-2011, woonde hij er maar liefst anderhalf jaar.

'De inwoners van Noord-Korea moeten ploeteren om schoon drinkwater te hebben. De waterleidingen, aangelegd in de jaren '50 en '60, zijn verouderd of functioneren niet meer. Op de meeste plekken buiten Pyongyang is dan ook geen stromend water en is de wc buiten in een hokje.'

Sinds begin deze eeuw voorzag het Rode Kruis tweehonderd Noord-Koreaanse steden en dorpen van een nieuw drinkwatersysteem. De gemeenten werden uitgekozen door het regime. Wat vindt Schipper van de kritiek dat de hulp de dictatoriale elite in het zadel houdt?

'Daar hou ik me niet bezig. Ik zie gewone Noord-Koreanen die eten, drinken, slapen en lol hebben zo nu en dan, maar die moeten ploeteren om schoon drinkwater te hebben. Dat is een essentiële basis voor een gezond bestaan en dat wil ik ze niet onthouden. Je kunt je natuurlijk wel afvragen waarom de overheid er niet voor zorgt, maar dat geldt voor elk land.'

Schipper was positief verrast over de veranderingen in Noord-Korea sinds zijn laatste bezoek. 'Kim Jong-un heeft beloofd dat de bevolking het beter krijgt en dat kun je zien. Elk district in Pyongyang heeft tegenwoordig een centrum met fitnessruimte, restaurant en sauna. Daar zitten nu ook gewone families.'

'Ik ben altijd geneigd om de positieve dingen te zien. De armoede in Noord-Korea is beter verdeeld over een groot aantal mensen dan in veel andere landen waar ik heb gewerkt.

'Natuurlijk zijn er dingen fout. Vrij contact met Koreanen bestaat niet. Je wordt altijd begeleid en je contactpersonen zijn gescreend. Maar men praat wel vrijer dan voorheen. Als ik met mijn lokale collega's alleen in de auto zat dan vroegen ze me meteen naar wat het nieuws was in de rest van de wereld.'

Vorig jaar liepen de spanningen tussen Noord-Korea en de Verenigde Staten hoog op, zeker nadat het regime in de zomer een intercontinentale ballistische raket had getest die Washington zou kunnen bereiken. Het hield zijn lokale collega's flink bezig.

'De atoombom is hun houvast tegen de bedreiging van buitenaf. Objectief kan je het je ergens ook wel voorstellen. De dreiging daar werd door ons ook gevoeld. Als je nagaat wat er allemaal door Trump werd geroepen.

'De Noord-Koreanen zeiden natuurlijk dat we ons geen zorgen hoefden te maken, omdat het leger elke aanval zou afslaan. Maar natuurlijk vroeg ik me af: wat als het echt mis gaat?'

Mia Paukovic in de hoofdstad Pyongyang.

Mia Paukovic (34), VN-medewerker

In Noord-Korea van april 2015 tot april 2017

'Wat ik nooit deed, was iets zeggen over Kim Jong-un. Als je alleen al iemands mening vroeg over de nieuwe outfit van de vrouw van Kim Jong-un, kapten ze het gesprek af. Ook non-verbaal was meteen duidelijk: we gaan het er niet over hebben.'

Mia Paukovic kwam in 2015 naar Pyongyang omdat haar man er op een ambassade werd geplaatst. Na 2,5 maand vond ze werk op het VN-kantoor dat de internationale hulpverlening in Noord-Korea coördineert. Op het kantoor werkten zo'n honderd Noord-Koreanen. Die waren, zoals voor elke buitenlandse organisatie geldt, door het regime uitgekozen. 

'Ze werden 's ochtends om 09.00 uur met een busje afgezet en om 18.00 uur weer opgehaald. Iedere vrijdag was er een borrel en daar kwamen ze ook naartoe. Je kon gewoon met ze kletsen over van alles en nog wat, maar er waren zeker grenzen aan hoe hecht de relatie tussen expats en de lokale staf mocht worden. De autoriteiten waren daar ook alert op, want het personeel werd elke twee of drie jaar geroteerd. Het kwam voor dat stafleden eerder werden overgeplaatst, omdat ze een te goede band met de buitenlanders hadden opgebouwd.'

Hoewel expats op hun eigen compound wonen en geen gebruik mogen maken van het openbaar vervoer in Pyongyang, is een praatje maken met Noord-Koreanen wel toegestaan. 

'De rijkere Noord-Koreanen waren zelfverzekerder en durfden makkelijker contact met ons te maken. Op een festival bijvoorbeeld, stuurden ze ons vanaf hun tafel bier toe. Een van hen die Engels sprak kwam later heel trots vragen waar we vandaan kwamen. Die was daarna de ster van de vriendengroep. De armere mensen waren ook wel vriendelijk, maar ik had het idee dat zij vaak onverschillig waren en weinig verwachten van rijkere mensen, inclusief buitenlanders.

'Ook bij onze collega's kon je verschil zien tussen arm en rijk. Sommigen hadden een vrij uitgebreide garderobe van verschillende pakken of mantelpakjes en zij varieerden vaak. Hun minder rijke collega's droegen herhaaldelijk hetzelfde, meestal pakken van vinylon, een Noord-Koreaanse stof die er plastic uitziet.

'Kort haar was populair bij de vrouwen van de hogere klasse, dus de rijke meisjes herkende je daaraan. Ze hielden ook van schoonheidsproducten. Ik heb lokale collega's met potjes gezichtscrème van 200 dollar gezien. Ze kenden buitenlandse merken altijd vrij goed. Een van de serveersters kon nog voor ik de deur door was zien als ik iets nieuws aan had en welk merk het was.

'Van de mannelijke collega's was een van de meest waardevolle bezittingen hun tafeltennisracket. Dat speelden ze elke lunchpauze mee. Dan gingen de shirts uit en kwamen ze een uur later bezweet terug naar hun bureau. De rackets waren vaak van echte buitenlandse merken en kosten vaak meer dan 100 dollar. Ze vertrouwden de kwaliteit van producten uit China niet en deden veel moeite om aan rackets van buitenaf te komen.

'Ik mis het contact wel. Er waren toch een paar collega's met wie ik in die twee jaar een goede relatie heb opgebouwd, waarvan ik weet dat ik ze nooit meer zal spreken. Ja, Noord-Koreanen leven onder een afschuwelijk regime, maar het zijn ook gewoon mensen die bezig zijn met verliefd worden, trouwen en kinderen krijgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.