Deur dicht, klaar

Driekwart jaar is Bert van Marwijk (66) bondscoach af. Over het WK 2010: 'De teleurstelling van de verloren finale wordt steeds groter.' Over het EK 2012: 'Soms denk ik: was er maar veel gebeurd.'

Er lag een miljoenencontract voor hem klaar. Bert van Marwijk liet zich overhalen een kijkje te nemen bij Al Jazira. Hij zei nee. 'Veel mensen hebben mij voor knettergek verklaard omdat ik niet naar Abu Dhabi ging. Ik was opgelucht.'


Doe hem maar een jeugdwedstrijd van een kleinkind. 'Laatst wonnen ze met 3-2, hij maakte drie doelpunten. Met andere familieleden stonden we bij de kantine. Toen kwam hij de kleedkamer uit en keek iedereen naar hem. Hij gaf me een hand en ik had iets van: 'Dat is mijn kleinzoon.' Ik was niet de voormalige bondscoach, nee, ik was een trotse opa.'


De zon schijnt door de ruiten in Meerssen, in glooiend Zuid-Limburg. Vogels fluiten, de kerkklok slaat. Van Marwijk vertelt hoe weldadig menige zondag verloopt in het heuvelland. Een scenario: aan de wandel met zijn vrouw Marian, de slotfase van SV Meerssen meepikken, een afzakkertje in het stamcafé.


Hij snijdt vlaai terwijl hij Lionel Messi bewierookt, onder meer om diens eerste doelpunt tegen AC Milan, onlangs. 'In zo'n kleine ruimte de bal zoveel snelheid meegeven, is uniek.' Hij beoordeelt Messi als beste speler aller tijden. 'Ik vind het een beetje onzin te zeggen dat hij eerst een WK moet winnen. Messi is een anti-vedette, maar daardoor houdt hij het langer vol. Hij is een liefhebber die niet in de war raakt van het leven dat hij leidt, van het geld dat hij verdient.'


Die bewondering slaat ook op Barcelona, in zijn ogen de beste ploeg aller tijden. Hij houdt een verhandeling over creativiteit in balsporten, die het vaak aflegt tegen kracht. 'Het is mooi dat uitzonderingen als Messi en Iniesta bestaan. In mijn tijd als speler waren grote spitsen houten klazen. In die tijd zeiden kenners dat niemand de 100 meter ooit harder zou lopen dan in 9,8 seconden, want dan zou een atleet alles afscheuren. Die tijd is voorbij. De geleerden gingen destijds uit van een gemiddelde lengte van 1.75 of 1.80 meter. Bolt is bijna 2 meter, maar hij loopt als iemand van 1.80. De grotere mensen van nu hebben dezelfde motoriek als de ideale mensen van vroeger. Maar het voetbalveld is nog even groot, dus de ruimten worden automatisch kleiner. Daarvoor moet je oplossingen zoeken.'


Hij is de laatste trainer die voor Nederland een Europa Cup won, met Feyenoord in 2002, en de laatste die de WK-finale bereikte met de nationale ploeg, in 2010. Toch is het de vraag of hij straks, na zijn sabbatical, makkelijk een baan vindt als trainer. Hij heeft zichzelf nooit verkocht met handige praatjes. Clubs moeten zijn vakmanschap zien.


'Er is iets veranderd ten aanzien van Nederlandse trainers. Ons voetbal wordt aan alle kanten ingehaald door Duitsland, Spanje en Italië. Die landen zijn ook niet achterlijk. In Duitsland kiezen clubs steeds meer voor jonge Duitse trainers. Bovendien zijn recent Van Gaal, Stevens en Rutten ontslagen. Spanje zoekt Spanjaarden of oud-voetballers uit Zuid-Amerika, Italië heeft het liefst Italianen, Engeland Engelsen of trainers uit toplanden.'


Samengevat: 'De banen liggen niet voor het oprapen.' In Duitsland ziet hij verschuivingen. 'Ik heb daar een goede naam. Maar ik sta er relaxt in. Alleen als een club belt, ben ik meteen fanatiek.'


En anders? 'De kleinkinderen zijn mijn hobby. Ik word weleens moe van mezelf als ik dat zeg of ergens teruglees. Dan denk ik: 'Jezus, daar heb je hem weer met zijn kleinkinderen.' Het is niet voor veel mensen weggelegd dat je met je kleinkinderen kunt zijn als je zelf nog redelijk fit bent. Verder heb ik eigenlijk geen hobby's. Vroeger kaartte en tenniste ik veel. Met mijn lijf is dat tennis niet meer te doen. En hier zitten geen kaarters. Ik ben bovendien een vervelende, fanatieke kaarter.'


Tv-analyticus

'Ik had de beste relatie met mijn vader, maar we spraken bijna nooit met elkaar. We voelden dat het goed zat. Als ik zie hoe vaak ik met mijn kinderen heb gesproken en met mijn kleinkinderen, is de tijd compleet veranderd. Die is veel rijker geworden.'


Met volle overgave is hij dus opa. Met de talentvolle dochter van schoonzoon Mark van Bommel naar tennisles, met diens zoons van 10 en 8 naar het voetbal. Hoe rond kan een cirkel zijn? De een speelt al bij Fortuna, de ander nog bij Meerssen, hoewel ook hij al traint in Sittard. De stad waar hun vader begon als prof en waar opa trainer was, plus een seizoen voetballer, in zijn nadagen.


Hij analyseert voetbal voor tv. Nee, Oranje laat hij nog terzijde liggen. Het was lastig om naar de ploeg van zijn opvolger Louis van Gaal te kijken, terwijl zijn contract officieel tot 2016 liep. Na het EK van vorig jaar stapte hij op. 'Ik had er in het begin moeite mee. Inmiddels is dat gevoel verdwenen, want ik kan makkelijk zaken achter me laten. Deur dicht, klaar.'


Op tv profileert hij zich met begrijpelijke, tactische verhandelingen. 'Ik probeer echt als trainer te kijken. Ik voel me alleen niet geroepen iedereen af te maken. Meer dan naar niveau, kijk ik naar wedstrijden op zich. Als je ze vergelijkt met het buitenland, zie je het immense verschil. Als bij ons de laatste lijn een middenvelder inspeelt, moet je eens kijken hoe vaak die speler de bal aanneemt met het gezicht naar degene van wie hij de bal krijgt. Ze spelen terug of draaien langzaam. In Spanje staan ze gelijk zo.'


Hij staat rechtop in de kamer en maakt een halve draai, zoals hij eerder al met kopjes heeft geschoven over tafel. ' Bij het Nederlands elftal heb ik daarop ontzettend veel getraind. Als je het niet doet, laat je zoveel goede momenten voorbijgaan.'


De opleiding van voetballers blijft de bron van succes. 'Een van de consequenties van de tijd waarin we leven, is dat de wereld steeds onpersoonlijker wordt. Iedereen zit achter een computer. Vroeger deed je alles samen, op straat. Voetbal, kastie. We maakten onze eigen hockeysticks.


'We verzonnen van alles, met eigen regels. Dat is niet meer zo. De vorm van communicatie is anders. Maar die oude vorm is in mijn ogen honderd keer beter. Samen iets doen, samen winnen en verliezen. Dat zie je terug op het voetbalveld, dat jongens zelf geen beslissingen meer kunnen nemen, een wedstrijd niet kunnen laten kantelen. Wij keken elkaar aan en veranderden dingen zelf.


'Alles wordt voorgekauwd. Voor mij is de oplossing simpel. Besteed één training in de week aan zoiets als dit: jongens, jullie zijn met zeventien vandaag, we spelen een grote partij. Hier heb je overgooiers, ballen, pionnen. Maak een veld, bepaal zelf de grootte, verdeel de partijen, maak regels, zoek het maar uit. Dan moet je eens kijken wat er gebeurt.


'Dan moeten ze het zelf oplossen: zeventien man, wie krijgt er acht, wie negen? Een neutrale speler? Wie keept? Als coach kijk je met een schuin oog toe. Alleen als ze elkaar de hersens inslaan, treed je op. Zelf beslissingen nemen, dat gebeurt bijna nergens meer. Ook niet op scholen. Het wordt kinderen niet meer geleerd.'


Hij ziet een tweede verbeterpunt. 'We kunnen winst halen uit betere jeugdtrainers. De status moet omhoog door ze beter te betalen. Als gemiddelde eredivisiespeler met 150 duizend euro salaris door de jaren heen, word je opgenomen in de technische staf. Maar dan verdien je opeens nog maar 15 duizend euro. Daarvan kun je niet leven.'


De verleiding is groot te veronderstellen dat hij zijn tijd als bondscoach eindeloos de revue laat passeren, hier in Meerssen. Glorieus WK, afgang EK. Maar nee. Alleen als de toernooien ter sprake komen, praat hij. 'Ik denk vaker aan het WK. De teleurstelling van de verloren finale wordt steeds groter. Misschien dat er een moment komt dat die gaat slijten, maar het is nu nog andersom.'


Het EK dan? 'Het is vier jaar min twee weken hartstikke goed gegaan. Na het WK zeiden veel mensen: je moet stoppen. Ik dacht: waarom?' Hij redeneerde als volgt: Pieters, Strootman en Afellay waren nieuw aan de top, Van der Wiel kon beter. Samen was het een goed team. Toen bleek dat doelman Stekelenburg aanpassingsproblemen had in Rome, Van der Wiel transferperikelen en blessures. Pieters brak twee keer een middenvoetsbeentje, Afellay scheurde een knieband, Strootman kampte met een terugslag. 'Als zij top waren geweest, was het elftal opgefrist.'


Hij weet hoe hij probeerde het elftal te verversen. Hij was in Augsburg voor Verhaegh, bij Mallorca voor Zuiverloon, bij Wigan voor Stam. 'Ik wist wat we hadden. Maar in internationale competities, tegen Benfica of Valencia, werden onze clubs gewoon weggevaagd. Ik heb ze opgeroepen in Hoenderloo, om ze te bekijken: De Vrij, Büttner, Maher, Viergever. De top van het Nederlands elftal was er nog niet eens bij, en die jongens hadden moeite om aan te klampen. Maar ik moest ze beoordelen voor een EK, met alle spanning. Dus ik dacht, dat gaat nog niet. Ze hebben meer tijd nodig.


'Die tijd krijgen ze nu. Dat kan zomaar iets extra's zijn straks. En als Vilhena en Boëtius zich zo blijven ontwikkelen, kunnen er twee toptalenten staan in Brazilië. Er is een talentvolle lichting, ook in de verdediging. Vergeet niet wat er werd gezegd toen ik begon als bondscoach: 'Hij heeft niets te zoeken op het WK, want er zijn geen verdedigers.' Van der Wiel was te jong, Stekelenburg kon niet wat Van der Sar kon, Heitinga en Mathijsen waren toen al te traag en te oud. Van Bronckhorst, dat kón helemaal niet meer. Uiteindelijk hebben ze goed gefunctioneerd, terwijl ik wist dat we geen vier Jaap Stams hadden.'


Excuses van Rommedahl

Terug naar het EK. Door alle personele problemen was hij afhankelijk van de oudere spelers. Het elftal verloor de ouverture met 1-0 van Denemarken, terwijl de ploeg met 5-1 had kunnen winnen. 'Rommedahl kwam zijn excuses aanbieden.


'Pas dan zie je dat een team lang bij elkaar is. Dan voel je dat het niet meer beter wordt. Dan kun je nog wel corrigeren, en dat zag je ook in de eerste twintig minuten tegen Duitsland, maar bij tegenslag valt dat weg. Niet om iets goed te praten, maar de realiteit is dat je te maken hebt met mensen.


'En waar je al die jaren op hebt getraind, dat het team dicht bij elkaar bleef, dat spelers durfden door te dekken, valt weg als ze met 1-0 achterkomen tegen Duitsland. Dan durven ze dat niet meer. En de aanvallers willen scoren, ze staan al bij de goal van de tegenstander. Dan krijg je zo'n groot veld. Dat is niet meer te corrigeren.'


De verhalen over ontevreden spelers werden steeds negatiever. Een muitende Huntelaar, de mopperende Van der Vaart. 'Ontevreden spelers zijn overal. Op dergelijke momenten let iedereen op elkaar, een team ziet er dan minder gemotiveerd uit.' Maar revolutie? 'Er is niet veel gebeurd. Soms denk ik weleens: was het maar zo. Dan was het zichtbaar geweest. Er zat veel discipline in de groep. Als het echt een puinhoop was geweest, had je dat gezien hoor.'


Oranje is nu eenmaal het zomerfeestje van het volk. Als er dan één schraal worstje op de barbecue ligt en het krat bier half is gevuld, is de teleurstelling intens. 'Maar verliezen kan ook mooi zijn. Ik was doodziek van de uitschakeling, maar ik kan die goed verwerken. Omdat ik weet dat we er alles aan hebben gedaan.'


Zo blijft in zijn gedachten vooral het WK rondwaren, dierbaar en pijnlijk tegelijk. Als de verslaggever oppert dat hij destijds vermoedde dat de bekritiseerde Robin van Persie in de finale zou scoren, zegt Van Marwijk: 'Dat heb ik ook altijd gedacht, tot de allerlaatste seconde.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden