Deugden op drift

In Rijnsburg, waar de grote filosoof Baruch de Spinoza (1632-1677) aan zijn ‘Ethica’ werkte, ging Bert Wagendorp op zoek naar de vrijheid van meningsuiting....

‘Caute’, stond er op het bord van de aannemer die het Spinozahuis in Rijnsburg restaureerde. ‘Wees voorzichtig.’ Hoog op de steiger aan de zijkant bikte een man de eeuwenoude stenen af.

‘Caute’, stond er op de zegelring van Baruch de Spinoza (1632-1677), de grote filosoof die in dit huis tussen 1660 en 1663 schreef aan zijn wereldberoemde hoofdwerk, de Ethica, nadat het leven in Amsterdam hem onmogelijk was gemaakt door de Joodse gemeente.

‘Wees voorzichtig’, hield hij zichzelf voor. Meningsuiting was ook destijds al een linke bezigheid, zeker wanneer het controversiële meningen betrof. En dat was zo.

Na de Rijnsburgse jaren ging hij naar Voorburg en daarna naar Den Haag, waar hij, in een huis aan de Paviljoensgracht, op 44-jarige leeftijd overleed.

In het gastenboek van het Spinozahuis in Rijnsburg stonden Albert Einstein, Menno ter Braak en Ayaan.

Sommige mensen vonden dat Cruijff de grootste was die Nederland ooit had voortgebracht, anderen meenden Rembrandt of Willem van Oranje. Harry Mulisch dacht Harry Mulisch. Maar het was, met voorsprong, Baruch de Spinoza.

In 1670 voltooide die zijn Tractatus theologico-politicus, met daarin een lang betoog over het recht op de vrije meningsuiting, die hij de ‘libertas philosophandi’ noemde, de vrijheid van wetenschapsbeoefening en publicatie.

Op dat werk en dat fameuze pleidooi was zijn faam gebaseerd als de baanbreker van het moderne liberalisme, de filosoof van de radicale Verlichting. ‘De wieg van de moderniteit stond in Nederland’, schreef de Britse historicus Jonathan Israel. ‘Daar mag Nederland best eens wat trotser op zijn.’

‘De wijsgeer B. de Spinoza verbleef hier van 1660-1663’, stond er op een klein bordje naast de deur van het huis aan de Spinozalaan.

In een vrij staatsbestel, zo sloot Spinoza de ‘TTP’ af, is het ‘eenieder toegestaan te denken wat hij wil en te zeggen wat hij denkt.’

Pim Fortuyn kende het werk kennelijk ook, zij het dat hij er zeer selectief uit citeerde.

In Rijnsburg mochten ze ook wel wat trotser zijn op hun tijdelijke plaatsgenoot. Voor de meeste Rijnsburgers was hij niet veel meer dan een naam en een klein standbeeld op de stenen brug over de Vliet, in het centrum. Het duurde jaren voor er voldoende geld bijeen was gesprokkeld voor de restauratie van Spinoza’s huisje.

Spinoza, de vermeende godloochenaar, in een protestantse wereld. De Rijnsburgse schrijver Robert Haasnoot achtte het niet uitgesloten dat dat conflict nog altijd een rol speelde in de gereserveerde houding jegens de wijsgeer. ‘Wanneer dat niet het huis van Spinoza, maar dat van Abraham Kuijper was geweest’, zei Haasnoot, ‘dan was het allang in oude glorie hersteld.’

In Rijnsburg, de bloemenplaats tussen Katwijk en Leiden met ongeveer vijftienduizend inwoners, maakten de mensen zich ogenschijnlijk niet al te druk over Spinoza. En trouwens ook niet over Geert Wilders en de vrijheid van meningsuiting, de heikele kwestie die hun filosoof weer in het centrum van de belangstelling had gebracht. Bloemen en de handel, daar draaide het om in Rijnsburg.

‘Die Wilders moet een beetje normaal doen’, zei een mevrouw in een blauwe jas in de winkelstraat.

Normaal doen?

‘Ja, gewoon, normaal. Weet u niet wat dat is, normaal?’

Nou ja, normaal. Niet abnormaal.

‘Precies, normaal. Dat je een beetje normaal met elkaar omgaat.’

Maar Wilders heeft toch ook recht op de vrijheid van meningsuiting?

‘Wat heeft dat te maken met normaal doen?’

‘Hij mag zeggen wat ie wil’, zei haar vriendin. ‘Iedereen mag zeggen wat ie wil. Maar je moet dus wel een beetje normaal doen. Niet gaan schelden. Daar hou ik niet van.’

Daar hield de mevrouw in de blauwe jas ook niet van.

Daar hield Baruch de Spinoza trouwens ook niet van; misschien was in Rijnsburg in rudimentaire vorm toch nog iets van zijn gedachtengoed blijven hangen.

In Rijnsburg vonden de meeste mensen dat Wilders normaal moest doen. Als ze er tenminste iets van vonden. Want sommige Rijnsburgers vonden dat Wilders het maar lekker moest bekijken, met z’n Fitna, en de groeten.

Bij de gemeente Katwijk, waarvan Rijnsburg sinds een paar jaar deel uitmaakte, leefde de vrijheid van meningsuiting wel heel erg.

‘Over dit onderwerp moet u de burgemeester hebben’, zei de woordvoerster van de gemeente. ‘Maar de burgemeester verblijft tot maandag in het buitenland.’

Doet u dan maar een van de vier locoburgemeesters.

‘Nee, dit is zo’n gevoelig onderwerp, daar gaat de burgemeester over. Waarom hebt u trouwens de gemeente Katwijk uitgekozen, om te schrijven over iets landelijks als de vrijheid van meningsuiting? Dat snappen wij hier niet.’

Vanwege het feit dat Spinoza een tijdje in Rijnsburg woonde.

‘O, vandaar. Ik zal kijken of een van de wethouders u te woord wil staan. Ik bel u later terug.’

Het moest wel een hot item zijn.

Wie vrijheid van meningsuiting zei, zei Geert Wilders en wie Geert Wilders zei, zei Fitna en wie Fitna zei, zei vrijheid van meningsuiting – althans, die werd gedwongen daar iets van te vinden.

Of, zoals het huis-aan-huis weekblad De Rijnsburger op donderdag vaststelde in de rubriek ‘Daar vraag je me wat*?’: ‘We leven in een maatschappij waarin veel gebeurt. (*) Alles moet maar kunnen en het lijkt er vaak op dat we alles ook maar normaal vinden.’

De vertoning van de film Fitna bijvoorbeeld, die moesten we dus ook maar normaal vinden. Of juist niet? Dat was de vraag. De stelling in De Rijnsburger luidde: ‘De film van Wilders moet getoond worden, want angst is een slechte raadgever.’

Forumlid Carolien van Egmond vond de vrijheid van meningsuiting een groot goed. ‘Maar hoe ver gaan we hierin als het landsbelang in gevaar wordt gebracht. (*) Als een dergelijk document op voorhand zoveel weerstand biedt en agressie oproept in binnen- en buitenland, dan zeg ik: verbieden.’

Het stond overigens vast dat Wilders behalve Carolien van Egmond ook Spinoza niet aan zijn zijde zou vinden met zijn rauwe opvattingen over islam en islamieten, hoezeer de filosoof ook stond voor de vrijheid van denken en de vrijheid de resultaten ervan te publiceren.

Spinoza schreef dat gevoelsuitbarstingen, verdachtmakingen en beschuldigingen niet onder de vrijheid van denken en publiceren konden vallen. Het belachelijk maken van medeburgers, hen te schande zetten, bespotten, veroordelen of beledigen: dat alles ondergroef de maatschappelijke cohesie en moest, meende hij, daarom worden verboden door het hoogste en onaantastbare gezag, de overheid.

‘In een land waar je vrij voor je mening mag uitkomen moet deze film gewoon worden vertoond’, vond forumlid Jacolien Schuitemaker.

Paul van de Putte was hoofdredacteur van De Rijnsburger. Alles goed en wel, met de vrijheid van meningsuiting, zei Van de Putte, maar hij had die Deense Mohammedcartoons dus nooit afgedrukt. En de goddelijke fellatiostrip die NRC Next onlangs publiceerde ook niet. Te kwetsend. ‘We zouden er te veel mensen mee beledigen.’ Vloeken hield hij daarom ook uit de krant. ‘We zijn genesteld in deze gemeenschap, daar moet je rekening mee houden.’

Honger naar kennis

Honger naar kennis
Rijnsburg, onderdeel van de gemeente Katwijk, was van oudsher een protestants dorp, en dat was het nog altijd, zij het minder streng in de leer dan de buren in het vissersdorp.

Honger naar kennis
Een van de oudste leden van de Rijnsburgse gemeenschap was Simon Leenheer (90), ereburger van het dorp, tot 1976 bakker en een leven lang amateurhistoricus, productief publicist over de Rijnsburgse geschiedenis en tot zijn 73ste journalist in dienst van het huisorgaan van de Flora, de gigantische bloemenveiling die van Rijnsburg een welvarend dorp had gemaakt.

Honger naar kennis
Simon Leenheer had alleen lagere school, maar een ‘grote honger naar kennis’ en een leven met boeken hadden van hem een wijs man gemaakt. Nu was hij bijna blind. ‘Dat is erg. Ik ga nu elke dag met honger naar bed’, zei Simon Leenheer. Het gesproken boek vond hij niks. ‘Lezen, daar gaat het om.’

Honger naar kennis
Leenheer had een uitgesproken mening over de de vrijheid van meningsuiting. ‘Iedereen mag denken wat ie wil’, zei hij, ‘maar ik hoef het niet allemaal te weten.’ Hij had sterk de indruk dat de gedachte dat een mening per definitie provocerend moest zijn, vrij algemeen toegang had gevonden. ‘Bovendien moet kennelijk iedereen over alles een mening hebben, en die ook uiten. Ik bestrijd dat.’ Te vaak overheerste in de meningenstrijd de emotie, dacht Leenheer. ‘Dat knaagt aan onze beschaving’, zei hij.

Honger naar kennis
Hier was de schrijver Robert Haasnoot (46) het niet mee eens. Haasnoot was de auteur van een prachtige trilogie, die zich afspeelde in Zeewijk, zoals hij Katwijk in de boeken noemde. Het eerste deel van de trilogie heette Waanzee, een klein meesterwerk. Het was het waargebeurde verhaal van de ‘gekkenlogger’ Noordster, die aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog uitvoer met aan boord de krankzinnige matroos Arend, die de andere vissers ervan overtuigde dat zij koers moesten zetten naar Jeruzalem. Wie twijfelde aan de woorden van de ziener, moest dat met de dood bekopen.

Honger naar kennis
Waanzee toonde de smalle scheidslijn die de bevindelijk gereformeerde scheidde van de godsdienstwaanzin.

Honger naar kennis
In Katwijk waren ze niet zo blij met het boek van Haasnoot. Het verhaal van de Noordster was een mythe waarop een taboe rustte, zelfs na zoveel jaren. Het trauma was nooit verwerkt.

Honger naar kennis
Toen Waanzee in 1999 verscheen, was er een avond in het Katwijkse theater. De zaal zat bomvol. ‘Het was een nare avond’, zei Haasnoot. Hij werd scherp bekritiseerd, hij had dorpsgeheimen op straat gegooid en het geloof belasterd. De mensen voelden zich aangevallen. ‘Ze dachten: daar heb je weer zo’n Jan Wolkers of Maarten ’t Hart.’ Haasnoot had de vuile was buiten gehangen en de loyaliteit doorbroken.

Honger naar kennis
Iemand stuurde hem een briefje. ‘Voor jou breekt ook de dag des oordeels aan’, stond er in.

Honger naar kennis
Maar toen de storm was gaan liggen, toen iedereen had gezegd wat hij ervan vond, leek de lucht opgeklaard. Het trauma was weg.

Honger naar kennis
Misschien dat die ervaring Haasnoot er nog wel meer van overtuigde dat de vrijheid van meningsuiting absoluut was, dat Wilders zijn film moest kunnen tonen, dat het verwerpelijk was dat de tv de film niet wilde uitzenden en dat premier Balkenende economische belangen boven het principe van het recht op vrije meningsuiting leek te stellen.

Honger naar kennis
Haasnoot vond dat Wilders meer fatsoen en beschaving moest tonen, hij vond de opvattingen van Wilders verwerpelijk, maar hij vond ook dat hij ze moest kunnen uiten, wat er ook van kwam. Haasnoot was half Amerikaans. ‘We hoeven hier niet meer over te discussiëren’, zei hij. ‘Dat is al gedaan. De Amerikaanse constitutie is er het resultaat van. Een van de allermooiste teksten die er bestaan.’

Nieuw soort simplisme

Nieuw soort simplisme
Dominee Rein Hoekstra (50) had zondag een preek gehouden die hij de titel ‘Schreeuw om gerechtigheid’ had gegeven. ‘Wat is er aan de hand in onze maatschappij?’, vroeg hij de gelovigen. En: ‘Waarom is Wilders zo populair?’

Nieuw soort simplisme
Rein Hoekstra verklaarde de vrijheid van meningsuiting een groot goed te vinden. Maar hij zei dat de schreeuwers zich er meester van hadden gemaakt, ‘de deugden zijn op drift geraakt’. Hij noemde het denken van Wilders ‘een nieuw soort simplisme’ en dacht dat Wilders de mensen vooral ‘onzekerheid en angst’ aanjoeg. Dat kon, omdat veel mensen hun oude zekerheden kwijt waren.

Nieuw soort simplisme
Wilders zette Nederland volgens Hoekstra neer als een soort nieuwe merknaam. Als een intolerant, blond gekleurd land. ‘Dat is het nooit geweest’, zei Rein Hoekstra.

Nieuw soort simplisme
Vroeger, zei hij, had je God boven je, en de Aarde beneden. Maar wie dat gevoel was kwijtgeraakt, zweefde als een ballon met elke wind mee. De mensen waren uit het lood geslagen, en daar speelde Wilders handig op in. Wilders, vond Hoekstra, was een symptoom van het tekort aan houvast. Maar misschien, als mensen begrepen wat er aan de hand was, als ze de dingen leerden doorzien, zouden ze niet elke luchtbel achterna hollen. Daar deed hij zijn best voor.

Nieuw soort simplisme
Het geloof, zei Hoekstra, ging ervan uit dat mensen in evenwicht tussen vrijheid en verantwoordelijkheid konden bestaan. Woord en geest, dat waren de kernwaarden van het protestantisme. En er was in die kring altijd een groot vertrouwen geweest in de samenleving, in de kracht ervan.

Nieuw soort simplisme
Maar als hij aan de huilende blik van Balkenende dacht, toen die het over de film van Wilders had, of aan de smekende ogen van Verhagen, dan werd hij niet vrolijk. ‘Als je zo praat tegen ondeugende kinderen’, zei Hoekstra, ‘dan wordt het nog twee keer zo erg.’

Nieuw soort simplisme
De woordvoerster van de gemeente Katwijk belde. Ze wilde nog één keer precies weten waar het verhaal over zou gaan. Het lag heel erg gevoelig, zei ze.

Nieuw soort simplisme
Rijnsburg, zei Simon Leenheer, was altijd een tamelijk tolerant dorp geweest. Er was altijd de neiging om verschillende stromingen en opvattingen bij elkaar te brengen. De geest van de Rijnsburger Collegianten, een ondogmatische protestants-piëtistische beweging, was in het dorp lang herkenbaar gebleven. Tolerantie en solidariteit waren er belangrijke waarden. Dat zag je in de oorlog, zei hij. Er waren in Rijnsburg veel joodse onderduikers, onder wie de kleine Hanneke Groenteman. De solidariteit, zei Leenheer, was zo sterk, dat zelfs de Rijnsburgse NSB’ers het niet in hun hoofd haalden de boel te verraden.

Nieuw soort simplisme
Onbeschaafde schreeuwers ondergroeven de tolerantie en de solidariteit, vond Simon Leenheer. Hij achtte de media medeverantwoordelijk. ‘Wanneer die de meningen van Wilders niet zo zouden uitvergroten, was er niks aan de hand.’

Nieuw soort simplisme
‘Misschien laat hij zichzelf wel leiden door angst’, zei forumlid en dominee Taco Koster over Geert Wilders in De Rijnsburger.

Nieuw soort simplisme
‘Overigens begin ook ik langzamerhand nieuwsgierig te worden naar de inhoud van de film!’, zei forumlid Jaap de Mooij.

Nieuw soort simplisme
‘Als hij een afkeer van de islam heeft, heeft hij het recht dat op papier te zetten, of er een film over te maken’, zei Robert Haasnoot. ‘En daarna moet hij bestreden worden. Desnoods met heel veel verbaal geweld. Dat maakt dingen helder en klaart de lucht.’

Nieuw soort simplisme
‘Ik zie veel parallellen met de tijd van Spinoza’, zei Rein Hoekstra. ‘Grote veranderingen en botsende meningen.’ Spinoza, vond hij, leerde wijze lessen over de wijze waarop je daarmee moest omgaan. ‘Hij zei: je moet dingen kunnen zeggen, maar je moet je soms ook kunnen inhouden.’

Nieuw soort simplisme
Simon Leenheer zei dat fatsoen en beschaving heel belangrijk waren, en dat het daarmee niet goed ging in ons land.

Nieuw soort simplisme
‘Wij zullen niet meewerken aan een verhaal over de vrijheid van meningsuiting’, zei de woordvoerster van de gemeente Katwijk op de voicemail. Het lag té gevoelig.

Nieuw soort simplisme
Op de muur van het Spinozahuis was een gevelsteen aangebracht. Er stond een vierregelig gedichtje op van Dirck Raphaëlsz. Camphuysen. Dat luidde zo:

Nieuw soort simplisme
Ach, waren alle Menschen wijs

Nieuw soort simplisme
En wilden daarbij wel!

Nieuw soort simplisme
De Aard waar haar een Paradijs

Nieuw soort simplisme
Nu isse meest een hel

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.