Detailhandelaar

Fotograaf Robert Adams heeft een fenomenaal oog voor detail. In het Parijse museum Jeu de Paume is nu een zeldzaam retrospectief te bewonderen. Met je neus boven op de foto's mag, nee, moet zelfs.

fotografie


Robert Adams: The Place We Live.


Jeu de Paume, Parijs, t/m 18/5. Catalogus Jeu de Paume 25 euro, catalogus Yale University Press (3 delen) 148 euro; jeudepaume.org.


Om te kunnen bepalen waar je bent, mag je heel dichtbij komen. Je neus mag het glas bijna raken en geen enkele suppoost zal je in sissend Frans kapittelen. Integendeel. Hier, op een groot retrospectief van de Amerikaanse fotograaf Robert Adams in museum Jeu de Paume, Parijs, is het juist de bedoeling dat bezoekers het werk zo dicht mogelijk naderen. Het is alsof ze naar een landkaart turen, op zoek naar aanknopingspunten in het landschap.


The Place We Live - zo heet de tentoonstelling. Voor Jeu de Paume werd de titel verfranst, maar de expositie is een onvervalst Amerikaans exportproduct, bedacht en geproduceerd door Yale University Art Gallery in New Haven. Hier wordt de grootste collectie master prints bewaard: foto's die door Robert Adams zelf werden afgedrukt.


De oude meester, inmiddels ver in de zeventig, wordt gezien als de fotograaf die decennialang en uiterst minutieus de relatie tussen de mens en het (west-)Amerikaanse landschap in kaart bracht. Hij is nog altijd fanatiek aan het werk en had een belangrijk aandeel in de totstandkoming van zijn eigen overzicht, dat min of meer chronologisch loopt van halverwege de jaren zestig tot het afgelopen jaar. Net als voor de expositiesamenstellers is voor hem de intimiteit van het kijken belangrijk.


Je kunt als bezoeker ook niet anders dan dichtbij komen. Adams' landschapsfoto's werden niet opgeblazen, maar afgedrukt op de grootte die nodig is voor een afdruk in een fotoboek. Fotoboeken zijn voor de fotograaf, die ook een begenadigd schrijver is, in zijn carrière altijd de primaire presentatievorm geweest. Wie nu de expositiezalen betreedt, valt steil achterover van de hoeveelheid publicaties, uitgestald in meterslange vitrines. Je kunt ze niet doorbladeren, maar het is duidelijk dat de bezoeker geacht wordt eenzelfde persoonlijke relatie aan te gaan met het werk aan de duif- en leemgrijze museummuren als hij zou doen wanneer hij thuis op de bank een van Adams' boeken zou bekijken.


Zoiets kost even tijd. Robert Adams is een household name in de fotografiewereld. Door de jaren heen is hij een rotsvast merk geworden. Maar staande tussen de ruim driehonderd zwart-witfoto's van vooral Amerikaanse landschappen waarop verdraaid weinig gebeurt, vraag je je af: hoe kwam dat ook alweer? Waarom wordt dit oeuvre zo bejubeld?


Een van de redenen is zonneklaar wanneer je inzoomt op de foto's: de kwaliteit. Wat zijn die beelden helder. Adams' landschappen behelzen vanaf het prille begin, toen hij rondzwierf over de vlakten van Colorado, vooral lucht en weinig land. De horizon ligt vaak onder aan de bladspiegel. De rest van de foto is soms gevuld met dramatische wolkenpartijen, maar ook dikwijls met lege, frisse lichte lucht. Probeer díé maar eens goed te vangen op zwart-witfilm, zonder dat het een saaie grijze plak wordt. Adams kan dat. Hij vond een manier om die lucht met zijn camera op te zuigen en los te laten op zijn foto's, zodat ze er net zo diep en eindeloos uitziet als in het echt.


De fotograaf heeft een fenomenaal oog voor detail. Elke steen, elk priegelig paadje of boomblaadje werd haarscherp in beeld gebracht. Dat heeft tot gevolg dat je misschien wel minutenlang naar de uitgestrekte velden ten noordwesten van Keota, Colorado, staat te staren - terwijl: Keota, Colorado? Hoezo eigenlijk? Maar Adams krijgt het voor elkaar dat je, gevangen in de tijdelijke amourette tussen jou en de foto, je ogen uitkijkt. Dat je daadwerkelijk ziet hoe het landschap halverwege wordt geremd door bosschages en boerderijen, dat er zelfs nog een aantal elektriciteitspalen staat, als een grens in het hoge gras, met wellicht een weg erlangs en dat het landschap én je blik pas daarna weer verder rollen, richting de heuvelige horizon.


Afgezien van af en toe een uitstapje naar de bewoners van het land, hun huizen en kerken, hun sobere interieurs, is dat typische Amerikaanse plattelandslandschap voor Adams altijd het belangrijkste onderwerp geweest. Met een ijzeren consistentie inventariseerde hij de wijze waarop de mens zijn sporen achterliet en de natuur aantastte.


Soms, vooral in de laatste twee decennia, kon hij daarin een beetje doordraven, zoals te zien is op de foto's van de boskap in Oregon die hij aan het begin van dit millennium maakte. Die beelden van treurige boomstronken en machines die de grond afgraven, zijn bijna pamflettistisch. Ze laten minder ruimte over voor aangenaam meanderen en zelf ontdekken wat de mens aan voetafdrukken naliet, hoe klein dat ook mag zijn.


In een paar series uit 1987, gemaakt rond Boulder, Colorado, probeerde Adams dat meanderen van de blik op een andere manier te laten ontstaan. Hij ving steeds één landschap in een aantal staande beelden. De foto's zijn onderling telkens maar een paar passen van elkaar verwijderd, zodat het vergezicht zich langzaam voor je ogen ontvouwt. Het is alsof je met je vinger langs een gedetailleerde landkaart glijdt en elk bochtje, elke glooiing beleeft. Zo veel concentratie op zo'n klein oppervlak - nog dichterbij komen is nauwelijks mogelijk.


Klassieker


In 1974 bracht fotograaf Robert Adams (1937) zijn boek The New West uit. De kijk op het Amerikaanse landschap die daaruit naar voren kwam, betekende een radicale breuk met de manier waarop fotografen tot dan toe naar hun eigen land hadden gekeken. Adams' blik was overduidelijk niet romantisch, niet traditioneel en niet idealiserend. In plaats daarvan schotelde hij zijn publiek de schoonheid van het contemporaine suburbia voor, de eindeloze uitbreiding van steden, dorpen, menselijke bebouwing in de vorm van trailerparken en winkelcentra. Het boek was een instantklassieker en bepalend voor Adams' verdere carrière.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden