Desnoods via het balkon

Hulpverleners gaan op zoek naar psychiatrische patiënten die zelf geen hulp vragen. Deze ‘bemoeizorg’ heeft een eind gemaakt aan de tijd dat de autonomie van de patiënt boven alles ging....

e zou niet zeggen dat hij psychiater is, deze licht grijzende man die op zijn degelijke, zwarte dienstfi ets elke donderdagochtend de Rotterdamse binnenstad doorkruist. Het zijn vaak verveloze voordeuren waar hij aanbelt, zonder naamplaatjes. Maar het zijn steevast voordeuren waarachter het leed hoog ligt opgetast.

Er doet niemand open in het boomloze achterafstraatje waar psychiater Niels Mulder deze mistige morgen aanbelt. Zou de bel kapot zijn? Samen met zijn collega Tim Troost bonkt hij hard op de deur van mijnheer Detrez, een 50-jarige alcoholist die wanhopig is omdat hij uit huis gezet dreigt te worden. En die regelmatig zegt uit het raam te willen te springen. Van drie hoog. En die gek genoeg is om dat ook te doen. Maar ook het gebonk blijft onbeantwoord.

Met bezwaard gemoed fi etsen de heren verder naar het volgende adres. In de hoop dat ze mijnheer Detrez niet dood op bed hebben achtergelaten. Het zou niet de eerste keer zijn dat zoiets gebeurde. Voor de zekerheid laten ze hun visitekaartje achter bij de buren.

Niels Mulder is de psychiater van een van de zes zogeheten Assertive Community Teams (ACT) in Rotterdam. ACT (assertieve behandeling in de gemeenschap) is een intensieve vorm van ‘bemoeizorg’ die is overgewaaid uit de Verenigde Staten en inmiddels niet meer weg te denken uit Nederland. ACT is zelfs hard op weg de standaardaanpak te worden voor de behandeling van psychiatrische patiënten die zelf geen zorg opzoeken maar wel zorg nodig hebben. Omdat ze in de war zijn en zichzelf verwaarlozen. Maar ook omdat ze overlast veroorzaken of omdat de omgeving hun lijden niet langer kan aanzien.

Mulder en zijn collega’s van het ACT-team Noord komen de zorg hoogstpersoonlijk aan huis afleveren. Dikwijls tegen wil en dank.

De kleine hand van Vesna Illich, de maatschappelijk werkster van het team, tast naar de lichtschakelaar. Klik. Het blijft donker. ‘Ik kom vast naar boven, hoor’, zegt ze, terwijl ze samen met Mulder naar boven stommelt. Boven aan de trap staat Bram. Ongeschoren. In ochtendjas. Armen over elkaar. Maar zijn blik is niet onwelwillend, taxeert Vesna. Nog niet tenminste.

‘Hoelang moeten we hier mee doorgaan?’, vraagt Bram een beetje korzelig, terwijl hij naar het zwarte polstasje van de psychiater kijkt. Daarin zit de injectiespuit met anti-psychotica. ‘Zolang de rechter het nodig vindt’, antwoordt Mulder rustig, terwijl hij de kale woonkamer inspecteert en een blik werpt op de losliggende gasmeter. ‘Slaap je tegenwoordig hier?’, vraagt hij. Bram knikt stug. ‘Ben aan het verbouwen boven.’

Wanneer hij zijn broek laat zakken en voorover buigt voor de prik, slaat zijn stemming defi nitief om. ‘Als ik weer geld en macht heb, sla ik terug’, dreigt hij. ‘Ik weet jullie te vinden. En als jullie nu mijn huis willen verlaten...

Bram heeft geen ziektebesef, zoals psychiaters dat noemen. En dus wil hij geen hulp. Maar de tweewekelijkse injecties zijn opgelegd door de rechter toen hij voorwaardelijk werd ontslagen uit het psychiatrisch ziekenhuis.

Zonder die prikken is Bram een ‘tikkende tijdbom’, zegt Mulder. ‘Dan krijgt hij wanen en wordt hij agressief. De buurt is bang voor hem omdat hij al eens een buurvrouw van de trap heeft geduwd. Tim Troost, de teamleider van het ACT-team Noord trof onlangs hetzelfde lot. ‘De vorige keer moest een agent in burger mee toen ik ging spuiten’, zegt Mulder. ‘Ja, het is hangen en wurgen met Bram.’

Op zware dagen vraagt Mulder zich wel eens af voor wie hij nu eigenlijk zorgt. Voor Bram, die zonder de injecties waarschijnlijk echt de draad kwijtraakt, geen huur meer betaalt en dakloos wordt of permanent in een inrichting verdwijnt? Of beschermt hij de buurt tegen een medebewoner die zonder medicijnen agressief en lastig wordt? Mulder: ‘We moeten er alert op zijn dat we als psychiaters niet misbruikt worden om de buurt te kuisen.’

Maar bemoeizorg (een samentrekking van bemoeizucht en zorg) is volgens de psychiater niet meer weg te denken. Want we kunnen steeds minder overlast verdragen. Of het nu gaat om psychotische zwervers die vloekend en tierend door de stad lopen, of om een verslaafde buurman die stankoverlast veroorzaakt. De tijd dat de autonomie van de patiënt boven alles ging, is definitief voorbij.

In het opvanghuis voor verslaafden kijkt Murat vanonder de rand van zijn blauwe wollen muts naar de batterij hulpverleners om hem heen. Al die aandacht bevalt hem wel, zo straalt uit zijn donkerbruine ogen.

Sara Endego, maatschappelijk werkster van het ACT-team Noord, opent het gesprek. ‘Murat krijgt te veel zakgeld.’ Elke ochtend 10 euro. Daar koopt hij op straat een bolletje coke voor. En omdat Murat verder alleen een mini-uitkerinkje heeft, houdt hij na aftrek van huur en ziektekosten, niks meer over. ‘Geen cent voor shag of kleren’, in de woorden van Jannie, een medewerkster van het opvanghuis. Ze kijkt veelbetekenend naar het gescheurde, oude trainingspak van Murat.

‘Wat denk je van elke dag 5 euro zakgeld?’, oppert Mulder. Murat knikt gedwee. Maar Jannie vindt het geen goed idee. ‘Voor 5 euro kan hij geen bolletje kopen. Dan gaat hij stelen. Om de dag 10 euro is misschien beter. Oftewel: om de dag een bolletje, om de dag de straat op.’ Weer knikt Murat gedwee. ‘Oké.’ Jannie: ‘Dan hoef je geen sjekkies meer te draaien van oude peuken, hè? Daar krijg je hepatitis van. Laat me het niet meer zien.’

‘Helpen je medicijnen?’, wil Mulder van Murat weten. ‘Niet echt. Er wordt toch over me geluld op de tv. Niet als ik naar een fi lm kijk. Dat is niet face to face. Maar als ik naar de actualiteiten kijk wel. Dan is het net of er iemand aanbelt.’

Mulder besluit de medicijnen aan te passen. ‘Maar dan moeten we wel elke week bloed prikken.’ Nu verdwijnen de kuiltjes in Murats wangen. ‘Elke week? Pffft. Ik hou niet van naalden in mijn bloed.’ Dan laat hij zich weer terugzakken in zijn stoel. ‘Ach wat. Ik kan toch niet weigeren. Want jullie zijn beter geïnformeerd dan ik.’

In de VS is de ACT-aanpak een aantoonbaar succes. Het aantal draaideurpatiënten in de psychiatrie neemt er af. In Europa zijn de effecten minder goed meetbaar, waarschijnlijk omdat de standaardzorg hier beter is. ‘Maar we raken geen mensen meer kwijt, zoals vroeger’, zegt Mulder, die onderstreept dat zijn team alle hulpverlening in eigen hand houdt: van hulp bij huisvesting zoeken tot en met het regelen van een ondercuratelestelling. Deze formule voorkomt dat de hulp versnippert en niemand zich meer verantwoordelijk voelt, zoals gebeurde bij zaken als het meisjes van Nulde en Savanna.

De tien medewerkers van het ACT-team Noord hebben honderd cliënten. En die kennen ze als was het hun eigen familie, zo blijkt op de ochtendvergadering waar ze het wel en wee van hun clienten doornemen: ‘Hoe is het met Mario? Heeft hij echt die deuk in die cabrio getrapt? O, rukt hij nu ook nog verkeersborden uit de grond?’ ‘Gisteren Soraya gezien. Ze is echt uit de prostitutie. Ze ziet er fantastisch uit. Je zou niet zeggen dat ze grotendeels op straat leeft.’ ‘Mijneer Carelse heeft uitslag van de oncoloog. Alles is goed.’ ‘En waarom accepteert Jochem zijn nieuwe woning niet.

Hoe moet dat verder, het is zo’n lieve knul.’ Het lijkt wel een afl evering van Goede Tijden Slechte Tijden. Met nadruk op Slechte Tijden. Dat dan weer wel.

In een van de spreekkamertjes zitten mevrouw en mijnheer Makkinga. Een keurig echtpaar. Hun wanhoop vult het kamertje. ‘Gijs vegeteert. We hebben hem nog niet begraven, maar daar is dan ook alles mee gezegd’, zegt mevrouw Makkinga over haar zoon. ‘Het was zo’n succesvolle vent, gepromoveerd, een topbaan, getrouwd. En nu is hij helemaal niets’, zegt de vader van Gijs. ‘We willen weer een aanvraag doen voor een gedwongen opname’, zegt de moeder. ‘Wij vinden dit geen leven.’

Niels Mulder kent Gijs als ‘heel slim’. Hij heeft hem al eens eerder gedwongen laten opnemen. Toen de politie de voordeur forceerde met een koevoet, zat Gijs broodmager met een lange baard roerloos op bed. Hij ging zonder protest mee. Slikte braaf zijn medicijnen – of deed alsof – en wekte de indruk dat het de goede kant op ging, zodat hij in een mum van tijd van de gesloten naar de open afdeling verhuisde. Toen hij een boodschapje mocht doen in de stad kwam hij niet meer terug.

‘Een nieuwe opname heeft alleen zin als die ten minste drie maanden duurt, zodat de medicijnen de tijd krijgen om aan te slaan’, zegt Yvonne Mul. Zij is als ervaringsdeskundige verbonden aan het team en ze is een van de weinigen voor wie Gijs de deur openmaakt, waarschijnlijk omdat zij als ex-patiënt beter aanvoelt wat Gijs wel en niet verdraagt. ‘Maar opgesloten zitten is ook zijn grote angst’, aarzelt ze. ‘Aan de andere kant zijn psychosen ook heel traumatisch.’

‘Het is geen gelopen race’, waarschuwt Mulder het echtpaar. ‘Eerst moet een onafhankelijk psychiater tot de conclusie komen dat hier sprake is van maatschappelijke teloorgang. Dan moet dat door de rechter worden bevestigd.’ Het echtpaar knikt. ‘Maar dan hebben we het in elk geval geprobeerd’, zucht de vrouw, terwijl ze een oude pasfoto van haar zoon te voorschijn haalt. ‘Zo zag hij er vroeger uit, dokter.’

Vijf jaar hebben ze hun zoon niet gezien. Ze proberen het ook niet meer. ‘Dan sta je daar weer op een gesloten deur te kloppen. Hij hoort ons wel, maar hij doet niet open.’ ‘Toen ik zelf heel ziek was, hield ik de familie ook op afstand’, troost Yvonne Mul. ‘Misschien is het te emotioneel voor hem.’

De bemoeizorg leidt tot een groeiend aantal gedwongen opnamen in psychiatrische instellingen. In 2006 waren er 17.057 dwangopnamen, de helft meer dan in 2000. Of raken mensen sneller in de war dan vroeger?

We weten het niet. Wel weten we dat de criteria op grond waarvan psychiaters mensen opsluiten, gaandeweg zijn opgerekt, zegt Niels Mulder, die over dit onderwerp zijn oratie hield bij het aanvaarden van de bijzondere leerstoel openbare geestelijke gezondheidszorg aan de Erasmus Universiteit.

Vroeger moest er een concreet gevaar dreigen: moord of doodslag of zelfmoord. Of ernstige zelfverwaarlozing zoals bloot over straat lopen. Nu kan iemand opgesloten worden omdat hij als gevolg van een psychose thuis op een betonnen vloer slaapt, veel te weinig eet en zich in lompen hult. Een gedwongen opname om bestwil. Maar ook omdat hulpverleners het recht claimen op ‘goed hulpverlenerschap’. Mulder: ‘Je wilt niet toekijken hoe mensen steeds verder afglijden, terwijl ze geholpen kunnen worden.’

Onderweg van de ene naar de andere cliënt gaat de autotelefoon. De psychiater van een ander ACT-team is ziek. Of Mulder een spoedgeval kan overnemen? De tomtom wordt ingesteld en samen met Vesna Illich koerst Mulder naar een Marokkaans gezin. Vader en moeder staan achter de deur te wachten. Het is donker in huis. Als moeder de gordijnen open trekt, komt een prop dekens op het kleine tweezitsbankje in beweging. Een knappe jonge vrouw kijkt verward en slaperig de kamer in.

‘Mama, ik ben gek. Mama, ik wil dood’, imiteert de moeder haar dochter Jasmina, terwijl ze een beweging maakt alsof ze haar keel doorsnijdt. ‘Ze durft niet meer in haar eigen huis te slapen’, zegt moeder, die ondanks de paniek gastvrij wil zijn en koffi e, thee en massa’s koekjes serveert.

‘Ik zie allemaal dingen die er niet zijn’, fl uistert Jasmina. ‘Ik zie post en een brievenbus. Alles gaat fout. Waarom gaat bij mij alles fout?’, jammert ze. ‘Ik kan niet thuis zijn, maar hier kan ik ook niet zijn.’

Vader ratelt aan een stuk door onverstaanbaar Nederlands. Een kleinkind springt de kamer rond. En moeder schudt het hoofd en maakt met haar wijsvinger draaiende bewegingen rond haar hoofd. ‘Ze heeft mooie haren en oogschaduw, ze ziet er mooi uit. Maar ze is moeilijk. Ze geeft al vijftien jaar problemen. Het zijn haar hersenen. Van buiten kun je het niet zien. Maar haar hersenen zijn ziek, erg ziek.’

Mulder denkt dat een opname in het crisiscentrum de beste oplossing is. Jasmina stemt toe in een opname, maar het crisiscentrum staat in een buurt waar ze bang is en waar ze vervelende herinneringen aan heeft. Een andere plek is er echter niet. Mulder: ‘Ik ga Bavo Capelle nog eens bellen. Hoewel ze daar zuinig zijn met hun bedden, want als ze gedwongen gevallen krijgen, moeten ze ruimte hebben.’

Intussen krijgt Jasmina rustgevende medicatie en anti-psychotica. ‘Ik kom morgen weer langs’, belooft Mulder. Hij staat al met de deurklink in de hand als het tot hem doordringt waar de vader maar over doorratelde. In huis ligt ook nog een zwaarverslaafde zoon zijn roes uit te slapen. Niels belooft een verslavingsdeskundige in te schakelen. Eenmaal buiten slaakt hij een diepe zucht. ‘Wat een leed er schuilgaat achter één zo’n voordeur.’

Er zijn ongeveer 24 duizend patiënten met chronisch psychiatrische aandoeningen die geen contact hebben met de zorg.

Acht- tot twaalfduizend verkeren regelmatig in acute nood. ACTteams proberen ze actief op te sporen via hun contacten met politie, woningbouwverenigingen en GGD’s. Als een verward persoon zijn huis wordt uitgezet, krijgt het team van Niels een tip. Evenals bij patiënten die wel uit het psychiatrisch ziekenhuis worden ontslagen, maar het niet alleen zullen rooien. Soms blijft het hulp tegen wil en dank. Maar soms, zoals in het geval van Jasmina, lukt het hun afkeer van de zorg weg te nemen.

‘Het lijkt akelig al die drang en dwang’, zegt teamleider Tim Troost. ‘Maar uit onderzoek van onze collega’s in Groningen blijkt dat veel cliënten het wel degelijk ervaren als prettige bemoeizucht. Dat maakt ons vasthoudend om een voet tussen de deur te krijgen. We gaan desnoods via het balkon, maar binnen komen we.’

Een paar weken later, donderdagochtend half negen. Tijd voor de ‘cliëntbespreking’. Boven aan het vrolijke digi-schema dat door een beamer op de muur wordt getoverd staat de naam van Detrex. ‘Hij is terecht’, meldt teamleider Tim Troost. ‘Maar wel triest hoor. Hij zat op bed en was constant aan het huilen.’ Jasmina zit thuis, er was geen plaats in Bavo Capelle. Bram accepteert nog steeds zijn tweewekelijkse prikken – als de hulpverleners maar niet te lang blijven plakken.

Het echtpaar Makkinga wacht in spanning op het oordeel van de rechter. En Murat? Die is ’m gesmeerd. Met de tv van het opvanghuis onder zijn arm.

De patiënten in dit artikel hebben in werkelijkheid een andere naam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden