Nieuws

Deskundigen: aantal spoeduithuisplaatsingen kinderen moet omlaag

Te veel kinderen worden acuut bij hun ouders weggehaald. Het aantal spoeduithuisplaatsingen moet omlaag, zeggen drie deskundigen tegen de Volkskrant. ‘Het begrip acuut of ernstig gevaar wordt soms te ruim geïnterpreteerd.’

Charlotte Huisman en Rik Kuiper
Een behandelkamer bij Jeugdzorg in Hoofddorp.  Beeld HH / ANP
Een behandelkamer bij Jeugdzorg in Hoofddorp.Beeld HH / ANP

Per jaar besluiten kinderrechters op verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming of een jeugdbeschermingsorganisatie gemiddeld ongeveer 1.400 keer tot een voorlopige ondertoezichtstelling van een kind voor een spoeduithuisplaatsing.

Dat is ongeveer eenderde van het totale aantal uithuisplaatsingen en nieuwe ondertoezichtstellingen per jaar, blijkt uit niet eerder gepubliceerde cijfers van de Raad voor de rechtspraak. Dat moet omlaag, vinden hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning, kinderpsychiater en jeugdzorgdeskundige Peter Dijkshoorn en Peer van der Helm, lector residentiële jeugdzorg en bijzonder hoogleraar onderwijs en zorg voor leerlingen met een cognitieve beperking.

Uiterste nood

Bij een reguliere uithuisplaatsing van een kind is er vooraf een rechtszitting waarin ouders aan het woord komen. Bij een spoeduithuisplaatsing worden ouders pas daarna gehoord. Dan vindt de Raad voor de Kinderbescherming of de jeugdbeschermingsorganisatie direct ingrijpen – zonder uitgebreid onderzoek – noodzakelijk, omdat het kind acuut in zijn veiligheid wordt bedreigd. Nog diezelfde dag wordt er om een spoedmaatregel van de kinderrechter gevraagd. De rechter kan dan een zogeheten voorlopige ondertoezichtstelling uitspreken van maximaal drie maanden. In die periode kan verder onderzoek worden gedaan.

Is een kind met spoed uithuisplaatsen een te hard middel? Lees in de reconstructie hoe Yvonne al zes jaar strijdt tegen het weghalen van haar zoon.

Jeugdbeschermingsorganisaties en de Raad voor de Kinderbescherming kunnen op die manier snel ingrijpen als een kind bijvoorbeeld wordt mishandeld of misbruikt. ‘Er zijn helaas situaties waarin het kind per direct uit huis moet’, aldus Jeugdzorg Nederland, brancheorganisatie van de jeugdbeschermingsorganisaties. ‘Het gebeurt zo min mogelijk, alleen bij uiterste nood.’

Acute dreiging

Kinderpsychiater Dijkshoorn ziet die acute dreiging lang niet altijd terug in de uitgevoerde spoeduithuisplaatsingen die hem worden voorgelegd. ‘Het begrip acuut of ernstig gevaar wordt soms te ruim geïnterpreteerd’, vindt ook hoogleraar jeugdrecht Mariëlle Bruning. Zij zegt zich grote zorgen te maken over de toepassing van dit middel, waarbij ouders en kind de minste rechtsbescherming hebben. ‘Pas uiterlijk veertien dagen later worden ze gehoord. Ouders hebben nauwelijks tijd om rustig afscheid te nemen van hun kind.’

Bruning vindt dat er te weinig aan de hand van zaken in de praktijk wordt onderzocht of het middel op de juiste manier wordt ingezet. ‘Van de zaken die ik onder ogen krijg, krijg ik vaak een ongemakkelijk gevoel.’

Beter en transparanter

Bijzonder hoogleraar Van der Helm vindt dat de procedure ‘beter en transparanter’ moet. ‘Dat kan alleen als er geld bij komt voor jeugdbeschermers en rechters om te komen tot goed onderzoek en een zorgvuldig en afgewogen oordeel. Eigenlijk zou je moeten zeggen: we staan geen spoeduithuisplaatsingen toe, tenzij er sprake is van moord en doodslag.’

Cijfers van de Raad voor de rechtspraak laten zien dat het aantal opgelegde voorlopige ondertoezichtstellingen voor spoeduithuisplaatsingen tussen 2016 en 2019 oploopt van 1.400 tot ruim 1.600. Het aantal reguliere, nieuwe opgelegde ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen schommelt in die jaren rond de 2.300. In het coronajaar 2020 liggen de aantallen iets lager: 1.345 spoeduithuisplaatsingen en ruim 2.000 reguliere ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen.

Uiterste middel

De deskundigen zwengelen de discussie over spoeduithuisplaatsingen aan nu de algehele praktijk rond uithuisplaatsingen onder vuur ligt na een publicatie in oktober van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Ruim 1.100 kinderen van zogeheten toeslagenouders bleken de afgelopen zes jaar uit huis geplaatst, aanzienlijk meer dan gemiddeld bij niet-toeslagenouders.

Kinderen en ouders krijgen bij een (dreigende) uithuisplaatsing bovendien niet de juiste zorg en ondersteuning, blijkt uit een vrijdag gepresenteerd onderzoek van kinderrechtenorganisatie Defence for Children. Er zijn lange wachtlijsten en er is te weinig passende hulp beschikbaar, zoals traumatherapie. Met die zorg zouden veel uithuisplaatsingen kunnen worden voorkomen.

De Raad voor de Kinderbescherming zegt zorgvuldig om te gaan met het middel van de spoeduithuisplaatsing. ‘We bekijken eerst of er mogelijk alternatieven zijn. Een spoeduithuisplaatsing is nooit het beste middel, maar wel het uiterste middel als hulp noodzakelijk is voor de veiligheid van het kind en er niet langer kan worden gewacht.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden