Desi Bouterse en de jongens van Bonifacius

Desi Bouterse is Hollandser dan menigeen denkt. Hij kreeg een keurige, strenge opvoeding van Tilburgse fraters, waarin barmhartigheid centraal stond. Toch ging het mis met '8 December', zaterdag 30 jaar geleden. Wie was de jonge Bouterse op het internaat? 'Je kon altijd bij hem terecht. Hij had oog voor de nood van anderen. Sommigen hebben dat van nature.'

Zijn moeder Wilhelmina Gemert, bekend als 'Tante Mien', was vernoemd naar een Nederlandse koningin. Zelf werd hij in zijn jeugd gevormd - en werd er aan zijn persoonlijkheid geboetseerd - door lelieblanke Nederlandse fraters op het internaat Bonifacius in Paramaribo. Zijn militaire opleiding kreeg hij in Nederland: in Weert, Havelte en Steenwijk. En de blauwdruk voor zijn coup in 1980, zo gaat nog immer het verhaal, kreeg hij van een kolonel van de Koninklijke Landmacht.


Desiré Delano Bouterse is Hollandser dan menigeen denkt. Toen jaren geleden een Nederlandse vistent in Paramaribo de deuren opende, werd 'Desi' - die in 1990 voor het laatst op Hollandse bodem was - er meteen gesignaleerd voor een lekkerbekje en kibbeling.


De man die verguisd maar ook intens bewonderd wordt, praat nog altijd met dankbaarheid over de discipline die hem als jongen werd bijgebracht door Tilburgse fraters. De lange, atletische creool die op een fratersfoto uit 1964 verlegen poseert met zijn basketbalploeg Trainers, ontving twee maanden terug zijn internaatvriendjes bij hem thuis. Desi was 67 jaar geworden. Er was Chinese tajersoep, cassavebrood en er werd gezellig geborreld. 'Bouta' liep rond op slippers in zijn huis aan de Surinamerivier, omringd door mannen die eveneens met trots terugdachten aan die jaren bij de fraters. 'Ik ben trots dat wij in het internaat zijn geweest', zei de oud-legerleider op de reünie. 'Dankzij de Fraters van Tilburg hebben we dit bereikt. Dankzij hen hebben we deze discipline gekregen. Anders zou ik niet hebben geweten wat er van ons was terechtgekomen.'


Van de tien jongemannen op de foto, genomen op een toernooi in Moengo in het laatste internaatjaar van Desi, heeft Bouterse het geschopt tot het hoogste: president van het land. Een staatshoofd met een omstreden geschiedenis, dat wel. Anderen werden conservatoriumdirecteur, manager, managementconsultant of zelfs handelaar in antiquarische boeken. Een aantal zei Suriname vaarwel en trok naar Nederland.


Voor velen mag Bouterse de man zijn van '8 December', zaterdag precies 30 jaar geleden, toen 15 opposanten van zijn militaire regime werden geëxecuteerd door het leger. Maar voor zijn katholieke maatjes van toen is Bouterse vooral de Desi van het Bonifaas.


'Hij heeft ook andere kanten', zegt Norman Matil (66), voormalig directeur trainingen bij KPN en een van Bouterses beste vrienden op het internaat. Het tweetal behoorde daar tot de fanatiekste sporters, vooral als het om basketbal ging. Matil: 'De publieke Bouterse is een andere dan de persoonlijke Bouterse. Op het internaat kwam hij altijd voor anderen op. Je kon altijd bij hem terecht. Hij had oog voor de nood van anderen. Sommigen hebben dat van nature.'


Hoe was de jonge Desi Bouterse? Het is een intrigerende vraag, vooral omdat er twee versies lijken te bestaan van Surinames meest omstreden politicus. De ene is de onopvallende, sportminnende levensgenieter van voor 25 februari 1980, de dag van de sergeantencoup. De ander is de Bouterse zoals de wereld hem al 32 jaar kent: de ambitieuze ex-legerleider met een besmet verleden.


Dat de jonge Desi in het internaat belandde was in de jaren vijftig niet ongewoon. Het was het lot van veel arme kinderen van buiten Paramaribo. Zijn stiefvader, een politieagent die wel wat zag in Tante Mien, trok van district naar district. Omdat het onderwijs in het Surinaamse binnenland toen slecht geregeld was, ontfermden de Tilburgse fraters in de hoofdstad zich over de plattelandskinderen.


Zijn biologische vader zag Bouterse nauwelijks. Op het internaat was Desi een middelmatige leerling achter wie frater Laurenti Verhoeven, die in mei afscheid nam, steeds aan moest gaan. Maar als het om sport ging, viel de leerling Bouterse op. Als werd gevraagd wie aanvoerder moest worden, werd meteen 'Bouta' geroepen. Desi was een zeer goede basketballer, ook later in het Nederlandse leger. De 'Trainers' zouden het schoppen tot kampioen van de Eerste Klasse. In de Eredivisie spelen was daarna echter uit den boze. De fraters vonden dat het ten koste van hun huiswerk zou gaan. 'Bouterse was goed maar of hij ook de beste was?', zegt Rudi Tjoe Ny (62). 'Ik denk het niet. We speelden allemaal heel fanatiek.'


Tjoe Ny, die al 42 jaar in Nederland woont en nu handelt in antiquarische boeken, moest samen met Bouterse in de keuken van het internaat de maaltijden voor de pupillen maken. Met Desi bakte hij eieren voor 80 kinderen.


Tjoe Ny: 'Ik had toen echt niet de indruk: deze wordt later legerleider. Hij stak, buiten de sport, er niet bovenuit. In Nederland ben ik hem later één keer in de trein tegengekomen, hij was op weg naar Steenwijk waar hij woonde. We zaten allebei in Duitsland: hij als beroeps en ik als dienstplichtig militair.'


Ramon Williams (66), directeur van het Conservatorium Suriname, nam onder anderen Bouterse, Matil en Tjoe Ny in die internaatjaren mee om bij zijn ouders in het binnenland te logeren.'Ik wist op een of andere manier wel dat hij het ver zou schoppen', zegt Williams, de man die mezzosopraan Tania Kross van jongsaf aan les gaf. 'Maar president? Het leiderschap zag je toen wel, zoals in de ondeugende dingen: chocola stelen van de fraters, de miswijn opdrinken als misdienaar. We lengden het daarna aan met water om te voorkomen dat de pastoor het zou ontdekken. Dat hij in 1980 betrokken was bij de staatsgreep, verbaasde mij dan ook helemaal niet.'


Williams, die later muziekdocent zou worden in onder andere Assen en op de Antillen, zag Bouterse tot 1977 geregeld. In dat jaar kwam hij hem tegen bij het ABN-kantoor. Suriname was toen twee jaar onafhankelijk. Hij vertelde Desi, die na een jarenlang verblijf in Nederland inmiddels sportinstructeur in het Surinaamse leger was, dat hij Suriname zou verlaten.


Williams: 'Hij zei: 'Ga niet, we zijn ook niet tevreden hoe het er in het land aan toegaat, maar we hebben iedereen nu nodig om Suriname op te bouwen.' Zo was hij. Ik heb altijd tegen hem opgekeken. Ik zag hem op het internaat als mijn grote broer. Vanwege mijn handicap - ik had een verkort rechterbeen als gevolg van een beet van een spin, een zwarte weduwe, toen ik 2 jaar was - werd ik veel geplaagd, omdat ik mank liep. Hij en Matil beschermden mij. Toen ik in 1987 promoveerde in San Francisco, wist hij het meteen. Hij heeft mij al die jaren gevolgd. Onze vriendschap is nooit verloren gegaan.'


Heikele zaken als de Decembermoorden gaan de Bonifacius-mannen niet uit de weg. Tjoe Ny is duidelijk: dat kon niet. 'Het had niets met onze katholieke opvoeding te maken', zegt hij. 'Bouterse is er verantwoordelijk voor, dat heeft hij ook gezegd. Er zijn mensenrechten geschonden. Maar onder zijn leiding zijn er ook goede dingen gebeurd waar Suriname nu veel profijt van heeft. Zoals de oprichting van het zeer winstgevende staatsbedrijf Staatsolie. Dat is het dilemma. Elk land heeft zijn geschiedenis, bloedig of niet.'


'8 December' is niet het enige heikele onderwerp dat de potentie had om de groep te splijten. Na de staatsgreep ontstond de eerste breuklijn in de groep die weer geregeld op het internaat bijeenkwam om met Bouterse te basketballen. Tot Bouterse niet meer verscheen. Een deel van de groep vond dat Bouterse zich liet inpalmen door zijn toenmalige, op Cuba gerichte linkse adviseurs. Ook zou hij zijn fratersopvoeding verloochenen. Matil: 'Dat oude gevoel tussen ons kwam onder druk te staan.'


Voor Matil, vakbondsman en docent in die tijd, zijn de Decembermoorden een gevoelig hoofdstuk. Drie slachtoffers waren vrienden, onder wie vakbondsleider Cyrill Daal. Hij vertrok in 1983 met vrouw en kind om in de VS opnieuw te beginnen. En toch ging hij in oktober naar Bouterses verjaardag. Matil: 'Ik treur nog steeds om die drie vrienden. Je kunt je rechtlijnig opstellen. Maar dan verhard je. En je leven wordt er niet leuker op. Dat was ook het adagium van de fraters. We kunnen de wereld niet veranderen, zeiden ze. Maar we kunnen wel een bijdrage leveren aan een betere wereld. Bouterse zal ooit rekenschap moeten afleggen over dit hoofdstuk.'


Albert Gits (62) ging in het jaar van de staatsgreep werken bij het bedrijf in medische apparatuur waar hij nu nog steeds werkt. Ook hij vertrok na zijn internaattijd voor een paar jaar naar Nederland, waar hij onder andere bij het Korps Mariniers diende. Hij neemt Bouterse '8 December' persoonlijk niet kwalijk. Gits: 'We maken allemaal fouten in het leven. Ik ken hem vooral als mijn broeder. Als internaters zien we elkaar niet als vijanden. Die band hebben we opgebouwd. Als iemand van ons hulp nodig heeft, zouden we die meteen geven. Zo hebben de fraters het ons geleerd.'


Tjoe Ny: 'De kameraadschappelijkheid uit onze jeugd, op het internaat, maakt dat we mati's blijven. Vrienden. Je laat een familielid dat in de fout is gegaan niet in de steek.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden