Dertig jaar fotografie voor Blue Note

De geschiedenis van het platenlabel Blue Note is niet alleen een van de mooiste heldendichten uit de jazz, er zit ook een onvervalste mystery story aan vast....

Het Blue Note-label maakte intussen warrige tijden door. De eigendom ging over van Liberty Records op het EMI-concern en belandde ten slotte bij EMI-dochter Capitol. Omdat de catalogus, een schatkamer vol jazz-classics, door de nieuwe eigenaren ernstig werd verwaarloosd, kwamen de jazz-enthousiastelingen Michael Cuscuna en Charlie Lourie in 1982 op de gedachte het belangrijkste Blue Note-materiaal te leasen voor hun verzamelaars-label Mosaic Records.

In het voorjaar van 1983 viel bij Mosaic, letterlijk out of the blue, een brief van Alfred Lion op de mat. Hij had gelezen over de eerste Mosaic-box, een Thelonious Monk-heruitgave, en hij wilde wel eens weten met welk recht Cuscuna en Lourie die opnamen hadden uitgebracht.

Het werd het begin van een voorzichtig opgebouwd contact. Lion bleek destijds op aandringen van zijn vrouw Ruth wegens problemen aan zijn hart te zijn uitgeweken naar het Mexicaanse Cuernavaca, zo ver mogelijk weg van de slopende Newyorkse jazz-lifestyle. In 1979 was het echtpaar teruggekeerd naar de Verenigde Staten. San Diego, Californië, bood betere medische voorzieningen. Maar Ruth mocht de eerste anderhalf jaar niets weten van de telefoongesprekken die Alfred Lion met Cuscuna en Lourie voerde.

Stap voor stap raakte Lion betrokken bij de activiteiten van Mosaic. Hij gaf Cuscuna toegang tot de privé-notities die hij tijdens alle Blue Note-sessies had bijgehouden. En hij opende de doos in zijn garage, waarin zich de foto's van Francis Wolff bevonden.

Wolff, die net als Lion in Berlijn opgroeide en in de jaren dertig moest vluchten voor Hitlers anti-semitisme, was van origine fotograaf. Gedurende dertig jaar maakte hij foto's van vrijwel elke opnamesessie voor Blue Note. Ze werden gebruikt op lp-hoezen en voor publiciteitsdoeleinden, maar er was ook een schat aan ongepubliceerd materiaal.

Nadat het echtpaar Lion in 1967 uit New York was vertrokken, stuurde Wolff als afscheidsgeschenk het complete foto-archief van Blue Note naar Cuernavaca, in een grote kartonnen doos (1,20 meter lang, 90 centimeter breed, 90 centimeter hoog). Alfred Lion kon het twintig jaar lang niet opbrengen erin te kijken, maar in 1986 besefte hij dat de Mosaic-heruitgaven geweldig aan waarde zouden winnen door de toevoeging van nieuwe historische beelden.

Na Lions dood in 1987 kreeg Mosaic het hele archief in beheer, en al spoedig ontstond het idee om, naast de boekjes bij de platenboxen, uit het Blue Note-oeuvre van Francis Wolff ook een apart fotoboek samen te stellen. In samenwerking met ontwerper Oscar Schnider kreeg het project vorm. De Newyorkse uitgeverij Rizzoli stond borg voor de hoogste grafische kwaliteit, en zo is The Blue Note Years - The Jazz Photography of Francis Wolff een waardig monument geworden voor de jazzliefde die Wolff en Lion dertig jaar lang dreef.

Het groot formaat boek (29 bij 36 centimeter) telt 203 pagina's en bevat meer dan tweehonderd foto's. De vroegste Blue Note-musici, zoals Sidney Bechet en Charlie Christian, ontbreken. Klaarblijkelijk lag het zwaartepunt van Wolffs fotografische activiteiten in de jaren vijftig en zestig. De beelden van Hank Mobley, John Coltrane en de piepjonge Lee Morgan zijn er niet minder adembenemend om.

Blue Note onderscheidde zich van andere jazzplatenlabels doordat producer Alfred Lion de musici vaak liet repeteren voor ze de opnamestudio in gingen. Dat kwam de kwaliteit van de sessies zeer ten goede en het bood Francis Wolff de kans in een buitengewoon ontspannen sfeer zijn werk te doen.

De laatste foto's in de chronologie zijn van avantgardisten als Ornette Coleman, Pharoah Sanders en Sam Rivers. Het was toen al 1966, de heldenjaren van de jazz liepen ten einde, en Wolff en Lion moeten hebben beseft dat ook de grote tijd van Blue Note voorbij was.

Maar dank zij de inspanningen van Michael Cuscuna en Charlie Lourie heeft Alfred Lion, als eregast op het eerste Mount Fuji Jazz Festival, nog mogen ontdekken dat de klassieke Blue Note-jazz twintig jaar later de wereld had veroverd. Augustus 1986: vijftienduizend Japanse jongeren die met een schreeuw van herkenning reageren op de eerste vier maten van Sonny Clarks Cool Struttin'.

The Blue Note Years - The Jazz Photography of Francis Wolff (met teksten van Michael Cuscuna, Charlie Lourie en Herbie Hancock). Rizzoli International Publications, New York, import Consul Books, ¿ 115,-.

Een Duitstalige editie is verschenen bij Edition Stemmle, Zürich, import Nilsson & Lamm; ¿ 105,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden