Dertiende? Nee, Nederland staat op plaats 7 (of 15)

De zondag afgesloten Olympische Spelen in Londen verliepen in een sfeer van saamhorigheid. Tegelijk lijkt eigen succes belangrijker te worden. Maar de medaillespiegel is eigenlijk het minst eerlijke onderdeel van de Spelen. De VS en China bovenaan, wat wil je. Daarom hier een gewogen ranglijst, rekening houdend met bevolkingsomvang en het inkomen.

BERT WAGENDORP en MATEO MOL

Volgens recent onderzoek van de Utrechtse School voor Bestuurs- en Organisatiewetenschap en het Mulierinstituut staat het er niet al te best voor met het Nederlandse topsportklimaat. We dreigen achterop te raken bij landen waar topsport wél serieus wordt genomen, menen topsporters en sportbestuurders.

Niettemin eindigde Nederland in Londen op de dertiende plaats van de medaillespiegel, maar drie plaatsen onder de doelstelling van NOC*NSF om tot de beste tien sportlanden ter wereld te behoren. En dat is maar een deel van het verhaal. Het meest oneerlijke onderdeel van de Olympische Spelen was immers andermaal de strijd om het medailleklassement. China eindigde tweede, maar wat wil je: dat land heeft 1,35 miljard inwoners om de allerbeste topsporters uit te kiezen, tegen Nederland 16,7 miljoen. Dat is natuurlijk niet eerlijk.

Een 'gewogen' medaillespiegel, die rekening houdt met de bevolkingsgrootte van de deelnemende landen, laat een heel ander beeld zien. Opeens schiet Nederland omhoog in de vaart der sportvolkeren: van de dertiende naar de zevende plaats: Nederland is niet zomaar een topsportland, Nederland behoort tot de fine fleur van de topsportwereld. Als we nóg meer gaan investeren dan de 211 miljoen die de overheid nu in topsport steekt plus de ongeveer 1 miljard van het bedrijfsleven, dan dreigen we zelfs topsportland nummer één te worden, het Oost-Duitsland van de 21ste eeuw.

Die communistische modelstaat investeerde in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw 10 procent van het nationaal inkomen in sport en doping. Met de resultaten daarvan zou het land volgens onze rekenmethode in die periode zeker sportnatie nummer één zijn geweest, ver voor grootmachten als de Sovjet-Unie en de VS.

We hebben niet lineair gecorrigeerd voor bevolkingsomvang: vijf keer zo groot als gemiddeld vereist niet vijf keer zoveel medailles om gelijk te eindigen met een gemiddeld land. Daarmee zou het voordeel van veel inwoners te zwaar worden gewogen. Een land dat bijvoorbeeld twee keer het gemiddelde aantal inwoners telt, wordt ten opzichte van het gemiddelde eenderde 'gekort', is het aantal inwoners vijf keer zo hoog, dan bedraagt de korting tweederde.

In ons rekenmodel zijn we ervan uitgegaan dat een gouden medaille twee keer zo belangrijk is als een zilveren, en een zilveren plak twee keer zo belangrijk als brons. Goud levert vier medaillepunten op, zilver twee, brons één. We hebben ook gecorrigeerd voor gouden plakken in de teamsporten. In de reguliere medaillespiegel telt goud bij het onderdeel 10 meter luchtpistool even zwaar als goud bij het volleybal of hockey. Dat lijkt ons niet erg redelijk. De medaillewinnaars in de teamsporten krijgen bij ons respectievelijk acht, vier en twee punten bonus. Dat geldt niet voor teamonderdelen in sporten waar ook individuele onderdelen bestaan, zoals de estafettenummers in het zwemmen en hardlopen, of de landenwedstrijd bij de paarden of in het turnen. Ook de roei-acht geldt bij ons niet als teamsport. Om toevalstreffers te voorkomen (het kleine Grenada zou met één gouden medaille de lijst aanvoeren), is een minimum van twee medailles ingesteld om op de ranglijst te komen.

Het zou aanbeveling verdienen ook de sporten te 'wegen': een gouden plak bij een feestnummer als het beachvolleybal telt ook in ons model even zwaar als goud op de 100 meter sprint. Maar het gevoelsmatige verschil in het aanzien van sporten laat zich moeilijk kwantificeren.

Behalve bevolkingsomvang is er nog een factor die kan worden meegewogen om tot een realistischer vergelijking te komen: het inkomen per hoofd van de bevolking. Een rijk land heeft in principe meer geld beschikbaar voor een luxe-activiteit als topsport.

In onze ranglijst waarin is gecorrigeerd voor bevolkingsomvang én inkomen per hoofd behoort het rijke Nederland niet meer tot de top-10. We zakken zelfs onder de stand op de reguliere lijst: vijftiende. Dit ondanks het feit dat wij de invloed van bevolkingsomvang hoger inschatten dan die van rijkdom. Een land dat twee keer zo rijk is als gemiddeld, wordt bij ons 20 procent gekort op het aantal medaillepunten ten opzichte van het gemiddelde. Vijf keer zo rijk betekent een korting van 50 procent.

Hoeveel medailles hadden we moeten winnen in Londen, om nu al te kunnen worden uitgeroepen tot het sterkste sportland ter wereld? In de voor bevolkingsomvang gecorrigeerde ranglijst hadden vier extra gouden, zilveren en bronzen medailles plus één overwinning extra in een teamsport volstaan om wereldtopsportland nummer 1 Nieuw-Zeeland te passeren. In de ranglijst waarin rekening wordt gehouden met bevolkingsomvang en rijkdom zouden tientallen medailles meer moeten worden veroverd.

Er is nog werk aan de winkel, maar de situatie is niet zo hopeloos als de ongewogen medaillespiegel ons wil doen geloven, de top van de Olympus wenkt.

Overigens is alles relatief: hadden we onze rekenmethode losgelaten op de Spelen van 2000 in Sydney, en had Noord-Brabant zich tijdig afgescheiden, dan was dat land dankzij Pieter van den Hoogenband, Anky van Grunsven en Leontien van Moorsel met grote voorsprong mondiaal topsportnatie nummer één geweest.

En als Michael Phelps een land was, zou hij zelfs de drie laatste Olympische Spelen glorieus bovenaan zijn geëindigd.

Mateo Mol is econometrist.

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden