Derry kan weer lonken

Londonderry is dit jaar de culturele hoofdstad van het Verenigd Koninkrijk en favoriet bij Lonely Planet.

Ze zijn er nog altijd, barrières in Londonderry. Ze liggen al lang niet meer dwars over het asfalt, opgebouwd uit prikkeldraad, Spaanse ruiters, autowrakken, puin en huisraad. Maar op plekken in het centrum waar katholieke en protestantse wijken elkaar raken, staan soms nog hekken, de spijlen zwart geschilderd, verder de hoogte in wordt het gaas. De stenen en flessen met benzine kwamen kennelijk hoger dan de ordehandhavers hadden berekend.


Het zijn er heel wat minder dan voorheen, bezweren de bewoners. Luister maar naar de eerwaarde David Latimer die voor de Eerste Derry Presbyteriaanse Kerk staat, een 18de eeuws gebouw met een voorgevel van hoge ramen en een stoere timpaan als bekroning, midden in de binnenstad waar de katholieken in de meerderheid zijn.


Een regensluier waaiert vanaf de heuvels van Donegal naar beneden, maar de reverend neemt zijn tijd. 'Toen ik hier kwam, in 1988, ging het gebouw schuil achter schuttingen en roosters. In 2002 dachten we dat het hier zelfs voorbij was. Een draagbalk was verrot. We moesten eruit. Maar wat denk je wat er gebeurde? Met de steun van de hele gemeenschap, onze katholieke broeders en zusters incluis, is het gebouw gerestaureerd. Op de dag van de heropening, in 2011, zaten de vertegenwoordigers van alle gezindten zij aan zij in de kerkbanken. Onderschat dat niet, mijn beste. In mijn kerk zitten de families van zeven IRA-slachtoffers.'


Londonderry is aan het opkrabbelen uit de put van The Troubles. In het decor van de confrontaties tussen nationalisten en unionisten is de grimmigheid na wapenstilstanden en vredesakkoorden aan het vergruizen. Aan de oevers van de Foyle en in de schaduw van St. Columb's Cathedral heeft het leven een op het oog doorsneetred gevonden, met 's middags al geroezemoes in volle pubs en met volle tassen zeulende klanten in Austins, 's werelds oudste zelfstandige warenhuis.


Stadsgids Martin McCrossan: 'Dit mag voor u niet zo bijzonder lijken, maar wij waren gewend geraakt aan draaihekken, roadblocks, fouilleringen en huiszoekingen.' Dat na zessen overal de rolluiken voor de winkels naar beneden ratelen, moet nog een reflex van toen zijn.


De détente is beloond. Londonderry - Derry voor Ieren en katholieken - is City of Culture 2013 in het Verenigd Koninkrijk, de eerste stad die het stempel krijgt. Het programma vol muziek, theater en beeldende kunst is zo veelbelovend dat Lonely Planet de plaats in de top-5 zette van de dit jaar te bezoeken steden. Derry/Londonderry is voor de gelegenheid omgedoopt tot Legenderry. Chris McCann, woordvoerder van de organisatie: 'Zeker, er was scepsis. Deze stad, culturele hoofdstad? Niet realistisch. Maar kijk nu, er is zelfvertrouwen, enthousiasme. De stad verdient het.'


Barrières zijn hier eigenlijk altijd wel geweest. Aan het begin van de 17de eeuw trokken Londense gilden stadsmuren op om Ierse rebellen buiten te houden en te voorkomen dat de Fransen het rijk in de rug konden aanvallen. De wallen, 1,5 kilometer lang, zijn nog altijd intact en bieden zicht op de uit het rivierdal klimmende woonwijken. Gids McCrossan heeft het graag over de verre geschiedenis. Dat de uittocht van emigranten na de hongersnood langs deze haven is verlopen; in Waterloostreet heten de pubs Gweedore en Dungloe, naar dorpen in Donegal, of Bound for Boston. Dat in de Eerste Wereldoorlog Derrymen - katholiek en protestant - zij aan zij vochten in de loopgraven. Dat hier in 1945 een hele vloot U-boten na de overgave van de Duitsers aanmeerde.


Het zijn toch The Troubles die in de genen van de stad van vandaag zitten. In Peader O'Donnell's spelen muzikanten zinderende jigs en reels, maar de fluitist zegt dat ze Ierse protestsongs op verzoek van het café mijden. Je weet nooit hoe die vallen. Als agenten met automatische wapens op de borst aan het eind van de dag straten afsluiten, reageert een voorbijgangster schouderophalend. 'We hebben hier nog altijd meer bommeldingen dan zonnige dagen.'


Onderaan de eeuwenoude muur, na een scherp dalend talud, ligt de Bogside, de wijk waar eind jaren zestig de opstand van de werkloze en onmondige katholieken begon. In de straten voltrok zich in januari 1972 Bloody Sunday, toen het Britse leger het vuur opende op demonstranten, met veertien doden tot gevolg. Kunstenaars, de Bogside Artists, hebben er muren beschilderd: met beeltenissen van vrijheidsstrijders en een gemaskerde demonstrant, een molotovcocktail in de hand. En als het toch legendarisch moet zijn: dat is het muurtje met de tekst You are now entering free Derry.


Wie verder gaat over de omwalling treft de enclave The Fountain aan, waar nog enkele honderden protestanten wonen. Hier wappert The Union Jack, zijn de trottoirbanden rood, wit en blauw geschilderd en staat de leus op de muren waarmee de Apprentice Boys in de 17de eeuw de stadpoorten dichtgooiden voor de katholieke koning Jacob II: No Surrender!


De Bogside heeft een eigen museumpje, gevestigd in een voormalige flat, gewijd aan Bloody Sunday. Het colbertje van Michael McDaid, toen 20, is er te zien, een pluizige scheur bij de schouder is de plek waar de dodelijke kogel het lichaam verliet. Op een foto ernaast loopt hij langs de dode Michael Kelly (17), het is enkele seconden voor het fatale schot valt. De witte zakdoek is er, waarmee een priester poogt een vrijgeleide te krijgen voor het groepje dat het levenloze lichaam van John Duddy (17) wegdraagt. Let ook op de brief die unionisten schreven aan ouders van vermoorde kinderen. Your son was a fucking bastard en a fenian cunt.


John Kelly (64) is gids, Michael was zijn jongere broer. Hij had hem nog zo gemaand voorzichtig te zijn, die dag. Het was zijn eerste demonstratie. Het museum trekt al bijna 20 duizend bezoekers per jaar. Vindt Kelly het niet wat macaber, die donkere dagen als trekpleister? 'Ik vind het nog altijd een voorrecht de menselijke kant van het verhaal te vertellen. De boodschap is: dit nooit meer.'


Belangrijkste symbool van de nieuwe tijd is de Vredesbrug over de rivier. Een ranke overspanning verbindt het centrum met een gebied dat lang een no-go-area was: de legerbasis van de Britten. Hier zagen de bewoners uit de verte alleen helikopters opstijgen en pantserwagens de poorten uitrazen. Vandaag is er vrij zicht op licht geverfde barakken en een groot plein: dit moet het kloppende hart worden van de City of Culture.


John Kelly van het Museum of Free Derry vindt het een mooie brug, hij voelt dat de wonden aan het genezen zijn, maar hij spreekt nog wel over de bridge over troubled water. Hij is er nog niet in geslaagd de oversteek te maken. 'Aan de overkant is de dood van mijn broer beraamd.' Derry/Londonderry kan nog wat balsem gebruiken.


cityofculture2013.com


FLEADH CHEOIL NA HÉIREANN

Fleadh Cheoil na hÉireann is het grootste Ierse muziekfestival ter wereld en komt voor het eerst sinds 1951 naar Noord-Ierland. Van 11 tot 18 augustus spelen duizenden musici, naar verwachting gadegeslagen door 300 duizend bezoekers, in theaters, concertzalen, pubs en op straat in Derry.Nog een primeur voor de stad: de Turner Prize, de belangrijkste Britse kunstprijs, verlaat Engeland, Derry is de bestemming. Tentoonstelling vanaf 23 oktober op het terrein van de voormalige legerbasis. De winnaar wordt op 2 december bekendgemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden