Derde dag Le Guess Who?: muzikaal experiment The Thing en Pharmakon

Twee dagen vol opmerkelijke, dwarse eigengereide rock 'n roll, ondansbare dance en freaky folk liggen er zaterdag achter ons. En toch kan het allemaal wel wat extremer. Er moet toch meer muzikaal experiment dezer dagen in Utrecht te bewonderen zijn dan we tot nu toe hebben ervaren?

Ólafur ArnaldsBeeld Tim van Veen

Op dag drie wordt aan die wens ruimschoots voldaan. Twee hoogtepunten van het festival dienden zich aan. Allereerst was daar The Thing het speedjazz trio van Mats Gustafsson. Ze brachten een speedmetal variant op free jazz, zo intens als maar weinig gitaarbands dat nog voor elkaar krijgen. Gustafsson met zijn bariton- en tenorsax moest een fysieke topprestatie leveren, zo hard en allesverzengend ging hij te keer. Aanvankelijk leek het alsof hij tegen zijn ritmesectie speelde in plaats van met. Bassist en drummer moesten alles op alles zetten om het door Gustafsson gewenste tempo te halen, maar het lukte.

De geest van Albert Ayler en Peter Brötzmann waarde een half uur rond, maar het bleef toch toegankelijk doordat Gustafsson op de juiste momenten een herkenbaar melodielijntje speelde. Goed dat ook de randen van de jazz op Le Guess Who? werden ontgonnen, en met succes want het was er niet alleen druk in de Tivoli Spiegelzaal, het rockpubliek ging ook langzaam overstag.

 
Goed dat ook de randen van de jazz op Le Guess Who? werden ontgonnen, en met succes want het was er niet alleen druk in de Tivoli Spiegelzaal, het rockpubliek ging ook langzaam overstag

Gewoontjes en vlak
Om daarna bij Metz beneden in de grote zaal toch weer met beide voeten op de grond te komen. Want na The Thing klonken zelfs de harde vuige gitaarerupties gewoontjes en vlak. Niks ten nadele van Metz, maar het kwam gewoon even niet binnen.

Inmiddels al ruim na middernacht was het kiezen. Nieuwe elektronische (nauwelijks dansbare) dance van Laurel Halo of Darkstar of nog meer de diepte in bij Pharmakon in ACU. Laurel Halo bracht een wat abstracte mix van dubstep en diepe techno die wel spannend klonk maar ook niet echt van het podium kwam in Rasa. Nee, uit ACU moest het dan maar komen, na twee uur in de nacht: Pharmakon, het tweede hoogtepunt. Een leuk ogende vrouw met blonde haren in een zwarte strakke broek en truitje achter een tafel vol toestenborden, en andere al dan niet elektronische klankopwekkers, verborgen achter kluwen snoeren die ze zelf behendig uit elkaar haalde.

Soundtrack bij de ergste nachtmerries
We waren gewaarschuwd: de Amerikaanse Margaret Chardiet (zoals Pharmakon heet) maakt geen pop, aldus het programmaboekje maar een soundtrack bij de ergste nachtmerries.

Daaraan was niks overdreven. De noise die ze van meet af aan de zaal in stuwde klonk echt angstaanjagend, terwijl de duivelse geluiden uit haar strot (zingen kon je dit niet noemen) de meeste deathmetal-grunts zoals we die kennen tot kinderachtig degradeerde.

Nog intimiderender werd het toen ze al schreeuwend de zaal in liep. Oogcontact had ze met niemand in het publiek, al was het maar omdat we dat niet durfden. Was hier iemand bezig haar demonen uit te drijven of probeerde ze het publiek juist mee te sleuren in de donkerste tunnels uit haar verbeelding? Haar eerder dit jaar verschenen album Abandon biedt geen uitsluitsel en wie haar zo te keer zag en hoorde gaan had in elk geval geen rustige nacht meer.

Indrukwekkend was het wel. Net als The Thing bracht Pharmakon muziek die bijna fysiek voelbaar was. Niet alleen omdat het de oortrommels teisterde, maar omdat meerdere zintuigen werden aangesproken.

Margaret Chardiet (Pharmakon)Beeld Tim van Veen
 
De noise die ze van meet af aan de zaal in stuwde klonk echt angstaanjagend, terwijl de duivelse geluiden uit haar strot de meeste deathmetal-grunts zoals we die kennen tot kinderachtig degradeerde
Margaret Chardiet (Pharmakon)Beeld Tim van Veen

Kitsch ligt op de loer
Dat voelde niet onplezierig, zeker niet na het wat al te zachtaardige bijna kitscherige begin van de avond. In de Janskerk was het al vroeg volgelopen met fans van de IJslandse Ólafur Arnalds. Hij maakt een soort neoklassieke muziek die de laatste jaren enorm populair geworden is. Een vleugje elektronische ambient, een flard kamermuziek, een smaakvol strijkje hier wat omfloerste zang daar, stemmige langzaam dwarrelende pianonoten zijn de ingrediënten die oorstrelende combinaties kunnen maken. Maar kitsch ligt op de loer wanneer er al te veel behaagd wordt. Iemand als Nils Frahm houdt het meestal nog net spannend, maar Arnalds' behaagzucht werkte na een half uurtje op de zenuwen.

Ólafur ArnaldsBeeld Tim van Veen

De locatie, een wederom fraai uitgelichte Janskerk was perfect. Het publiek muisstil en de muziek, ja die klonk lekker. Herfstige melancholieke pianonoten, een cello-strijkje, een solo op viool. Niks op tegen. Maar misschien allemaal wel wat te esthetisch verantwoord. De devotie in de zaal voor toch niet heel grootse dingen begon op den duur ook wat op de zenuwen te werken.

Wat Arnalds er in ieder geval mee bereikte was een sterke zucht naar wat wrevelige en meer schurende muziek. Daarin voorzag het programma deze derde dag op Le Guess Who? dus uitstekend.

 
De locatie, een wederom fraai uitgelichte Janskerk was perfect. Het publiek muisstil en de muziek, ja die klonk lekker
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden