Der Nederlanden ; ; Paasdag, Tweede Cruijff, J. Duinen, top

nederland, identiteit van Nederland is een begrensd grondgebied in Noordwest-Europa, deel van het Koninkrijk der Nederlanden, met een oppervlakte van 41.528 vierkante kilometer, waarvan bijna eenvijfde water....

Sindsdien vragen Nederlanders zich met enige regelmaat af: wat is Nederland? Wie zijn wij, de Nederlanders?

De discussie laaide weer op in september 2007, toen prinses Máxima (zie ook: Koninklijk Huis) verklaarde dat ‘de Nederlander’ niet bestaat. Dat leidde tot een golf van verontwaardiging. De Nederlandse identiteit bestond wel degelijk, vonden de critici. Maar wat die identiteit dan precies inhield, was niet meteen duidelijk. ‘Het Koninklijk Huis’, zei de een. ‘De collectieve historie’, een ander. ‘De nationale symbolen’ (zie ook: Vlag en Wilhelmus), meende een derde. ‘De taal’, vond een vierde. ‘Het koekje bij de thee’, zei Máxima zelf, als tegemoetkoming (zie ook: Mariakaakje).

Sindsdien is het er met de identiteitscrisis van de Nederlander niet beter op geworden. Wie zijn wij? Wat zijn wij? Welke zaken bepalen wie we zijn? Wát we zijn? Wat onderscheidt ons?

Het zijn vragen die op talloze manieren kunnen worden beantwoord: historisch, sociologisch, psychologisch, theologisch (zie ook: Kerken). Meestal kun je er niet zoveel mee. Nationale identiteit, zo bleek onlangs ook weer in Frankrijk, laat zich niet gemakkelijk definiëren. Weliswaar vond 76 procent van de Fransen dat er een nationale Franse identiteit bestond en dat die werd gekenmerkt door de taal, gedeelde rechten, plichten en waarden, een gemeenschappelijke geschiedenis en cultuur en door de multiculturele rijkdom van het land.

Maar als je het de Fransman op straat vroeg, antwoordde hij anders: Frankrijk, dat was stokbrood, Eiffeltoren, chanson, het goede leven en champagne.

Wellicht was dat zo gek nog niet – in elk geval was het helder en concreet. Misschien zit identiteit, meer dan in abstracte ideeën, in dingen, in instellingen, in gerechten, spelletjes (zie ook: Ganzenborden), landschappen, eigenaardigheden, karaktereigenschappen, geluiden, bedrijven, rages en de gedeelde herinnering aan grote vaderlanders. Ook in Nederland.

Cruijff, johan (Betondorp, Amsterdam, 1947). Nederlands voetballer, Nederlands icoon. Erevoorzitter van Barcelona, niet van Ajax (zie: Ajax). Met Maradona en Pelé gezien als een van de drie beste voetballers ooit. Werd met Nederland geen wereldkampioen in 1974 (zie ook: Nationale trauma’s) en mocht in 1978 van zijn vrouw niet naar het WK van dat jaar, waardoor Nederland wéér geen wereldkampioen werd (zie ook: Gezin als hoeksteen). Kosmopoliet. Zuinige levensgenieter. Op de penning (zie ook: Gulden). Recalcitrant, maar geen revolutionair. Taalvernieuwer. (Zie ook: Nederlands.)

Jarenlang gingen gesprekken met buitenlandse taxichauffeurs zo:

- ‘Where are you from?’

- ‘Holland.’

- ‘Holland! Kroeff! Gohan Kroeff!’

Duinen, Blanke top der Verwijst naar het lichtgekleurde zand dat de duinen vormt langs de Nederlandse kust. De Nederlandse duinen maken deel uit van een duinstrook die zich uitstrekt van Noord-Frankrijk tot Denemarken. Sommige duinen zijn 50 meter hoog en behoren daarmee tot het Hollandse hooggebergte. De Waddeneilanden zijn duinen in zee (zie ook: Waddeneilanden). Ook in het binnenland zijn duinen, beter bekend als ‘stuifduinen’ of ‘zandverstuivingen’, in onder meer de Achterhoek, op de Veluwe en in Noord-Brabant. Een bekend lied over de blanke top der duinen heet Mijn Nederland, uit 1870, van Pieter Louwerse (tekst) en en Richard Hol (muziek): ‘Waar de blanke top der duinen/ Schittert in de zonnegloed/ En de Noordzee vriendelijk bruisend/ Neêrlands smalle kust begroet/ Juich ik aan het vlakke strand / ’k Heb u lief, mijn Nederland. Louwerse schreef overigens ook Op de grote stille heide. (Zie ook: Heide.) Hol zette het bekende Draaiersjongen (In een blauwgeruite kiel) op muziek. (Zie ook: Michiel de Ruyter.)

paasdag, tweede Tweede Paasdag is de dag waarop Nederland in de file gaat staan om de meubelboulevard te bezoeken, die overigens ook op andere dagen open is. Het is de dag waarop de Grote Geschiedenis Quiz wordt uitgezonden. In Amsterdam, Den Haag, Maastricht en Rotterdam zijn op Tweede Paasdag de winkels open, en in bijna alle andere plaatsen trouwens ook.

Tweede Paasdag is de niet-religieuze variant van Eerste Paasdag. Eerste Paasdag is een aangeklede zondag; eentje die begint met uitslapen en eindigt bij opa en oma, met tussendoor een paasbrunch uit de Allerhande en voor de gelovigen een bezoek aan de kerk. Tweede Paasdag valt op een maandag, is volgens het Burgerlijk Wetboek gelijkgesteld met de zondag, maar heeft - omdat Ikea, de Gamma en alle tuincentra open zijn – het karakter van een zaterdag. Het is een dag die een beetje de kluts kwijt is.

Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag zijn b-dagen, veel meer dan Tweede Kerstdag. Ze hangen er maar wat bij, maar ze zijn er nu eenmaal, dus kun je op die dagen net zo goed een nieuwe boekenkast gaan kopen.

Menno Hurenkamp, politicoloog aan de Universiteit van Amsterdam en co-auteur van het boek Kiezen voor de kudde, legde in april 2009 in NRC Handelsblad uit dat we de meubelboulevard op Tweede Paasdag nodig hebben omdat het een ritueel is. En rituelen zorgen voor een collectief ‘wij’-gevoel. ‘We weten weer even dat we een groep zijn, dat we op elkaar lijken en dat we voor elkaar moeten zorgen.’

Nederland is een van de weinige landen die een Tweede Paasdag kennen, samen met België en delen van Duitsland.

In 2009 was Tweede Paasdag met ruim 20 graden de warmste Tweede Paasdag in 25 jaar. In 2008 beleefden we juist de koudste sinds 1964.

Pasen valt elk jaar op de zondag na de eerste volle maan op of na 21 maart – dat wil zeggen: ergens tussen 22 maart en 25 april. De lange, koude winter is voorbij, de kippen zijn weer aan de leg, de eerste botermalse voorjaarsgroenten springen juichend uit het schap: spinazie, raapsteeltjes, postelein.

En er is lamsvlees. ‘De belangrijkste maaltijd – wanneer het paaslam wordt opgediend – is zeer symbolisch’, schrijft Nigella Lawson in haar kookboek Feest: ‘Net zoals het lam wordt geofferd voor onze tafel, zo werd het Lam van God geofferd voor ons. Je zou kunnen zeggen dat Pasen, net als het Heilig Avondmaal, een symbolische uiting van kannibalisme is, een vreemde mengeling van het primitieve en het godsdienstige.’

Dat geldt ook voor de paashaas, in de protestantse traditie de brenger van paaseieren. De haas is een oud symbool van vruchtbaarheid, het ei van ontkiemend leven. Met name in het oosten van Nederland worden met Pasen nog altijd veel eieren gegeten. De combinatie haas-ei ontstond doordat sommige vogels eieren leggen in oude hazelegers.

Tweede Kerstdag, Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag zijn, net als Hemelvaartsdag, de vrolijke, minder kerkelijke dagen, zegt Ineke Strouken, directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur in Utrecht. ‘De eerste dagen zijn devoot, de tweede volks. Vroeger gingen mensen op die tweede dagen op pad met de Jan Plezier; nu gaan ze naar het pretpark.’ De pretparken openen traditioneel op Tweede Paasdag.

En de meubelboulevard bezoeken we ook niet zomaar. Strouken: ‘Met Pasen kwam er een einde aan de grote schoonmaak, die een paar weken had geduurd. De matrassen waren ontdaan van huismijt en vlooien, de kachel was afgekoppeld. Als je nieuwe spullen voor in huis wilde kopen, deed je dat in die periode.’

De grote schoonmaak komt trouwens weer terug, zegt Strouken. Omdat we a. steeds smeriger worden, en b. meer spullen krijgen. ‘Therapeuten die met spiritualiteit bezig zijn, raden mensen vaak aan hun huis op te ruimen en hun mailbox leeg te gooien. Vroeger vastte iedereen tot Pasen; ook dat was een vorm van schoonmaken, van het lichaam reinigen.’

Dat Pasen net zo volks als religieus is, zie je terug in de naam. Het Nederlandse Pasen en het Franse Pâques zijn overgenomen van het Latijnse pascha, feest, waaraan ook het Joodse woord Pesach verwant is. Met Pesach vieren de Joden het begin van de lente, én ze herdenken hun uittocht uit Egypte; de christenen herdenken met Pasen de opstanding van Jezus, een gebeurtenis die plaatsvond tijdens Pesach. Maar in het Duits heet Pasen Ostern, en in het Engels Easter; die benamingen komen weer van oosten, de richting waarin de zon opkomt. Mogelijk verwijst de naam ook naar de Angelsaksische godin Eostre.

In 1995 stelde de Raad van Kerken voor om Tweede Paasdag en Tweede Pinksterdag in te ruilen voor een vrije dag tijdens het islamitische Suikerfeest. Het CNV probeerde het opnieuw in 2006. En GroenLinks-politica Femke Halsema opperde in 2008 in haar boek Geluk! de ‘tweede’ dagen af te schaffen en iedereen in plaats daarvan drie extra vrije dagen per jaar te geven, op te nemen op elk willekeurig moment.

Alle pogingen om Tweede Paasdag af te schaffen, liepen spaak. Vanwege het ‘wij’-gevoel, en vanwege de omzet, zal Tweede Paasdag blijven bestaan.

In 2007 werd in Tuindorp Oostzaan op Tweede Paasdag de eerste koekoek gehoord.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden