Der Nederlanden Licht, Hollands; Waxinelichtjes

De Nederlander bestaat niet, zei prinses Máxima alweer een tijdje geleden. De opmerking viel niet bij iedereen in goede aarde....

Licht, Hollands Bijzonder complimenteus waren ze niet, de Franse dagboekenschrijvers Edmond en Jules de Goncourt, toen ze in het najaar van 1861 een bezoek brachten aan Nederland. ‘Een land waar alles in orde, samenhangend, onontkoombaar en logisch is. De mannen en vrouwen zijn er lelijk, niet op een menselijke manier, maar als vissen, met visseogen en vissekoppen, een gelaatskleur van gedroogde vis, ze hebben iets van zeerobben en kikkers.’

Maar er is ook iets wél mooi aan Nederland: het licht. Althans, we zijn ‘een land dat voor anker ligt; een waterige lucht, zonlicht dat gefilterd lijkt door een met zout water gevulde karaf’. De gebroeders gaan naar Broek (in Waterland), in de 19de eeuw een geliefde bestemming voor buitenlandse reizigers. ‘Aan de hemel, altijd en eeuwig, steeds weer voortgedreven, die witte en loodgrijze wolken, de bolronde wolken van Ruisdael, die een brede strook licht op de voorgrond laten vallen en de schrale bosschages aan de horizon geheel in het donker hullen.’

Jacob van Ruisdael (1628-1682), een van de grootmeesters van het Hollandse licht.

Wat is het Hollands licht? Bestaat het echt, en werd het daarom geschilderd? Of is het een 19de-eeuwse mythe, gebaseerd op de schilderijen uit de Gouden Eeuw?

Twee andere broers, Maarten en Pieter-Rim de Kroon, zochten een jaar lang naar het geheim van het licht van de Lage Landen, wat in 2004 resulteerde in de schitterende documentaire Hollands Licht. Maar niet in het definitieve antwoord op de vraag of Hollands Licht wel echt bestaat.

Volgens de Duitse kunstenaar Josef Beuys (1921-1986) had het Hollands licht zeker bestaan, maar was het verdwenen. Dat was volgens hem te wijten aan de inpoldering van de Zuiderzee. Die lag als een spiegel, als het oog van Nederland, in het centrum van het land en reflecteerde het zonlicht over de omliggende contreien. Maar met de polders werd de spiegel dof, alsof iemand er een zwarte doek overheen had gehangen – het Hollands licht was gestorven.

Het leefde nog slechts voort in de landschappen van de Hollandse meesters, Rembrandt, Vermeer, Van de Velde, Van Goyen, Jacob en Salomon van Ruisdael, Hobbema, Koninck, Cuyp. Hun faam was groot genoeg om in de 19de eeuw honderden buitenlandse schilders naar Nederland te lokken, om het Hollands licht te zien: Monet, Manet, Whistler, Liebermann, Mirabeau. Zo verspreidde de mythe van het Hollands licht zich over de wereld. Max Liebermann leek overigens meer te zien dan louter de mythe: ‘De nevels die uit het water opstijgen en alles met een doorzichtige sluier omhullen geven het landschap dat bijzonder schilderachtige alles lijkt in licht en lucht te baden.’

Overal is licht, overal zijn landschappen – zelfs vlakke landschappen omgeven door water, zoals het onze. De voortdurende verandering van het licht, de speciale kenmerken van het klimaat – four seasons in one day – zijn ook niet exclusief Nederlands. Wat maakte dat het licht hier zo werd benadrukt?

Wat de Nederlandse schilders onderscheidde van anderen, was dat licht hun inspiratie en onderwerp vormde. Ze schilderden geen landschap in het licht, maar ze schilderden het licht en hoe dat eruitzag in het landschap. Niet voor niets schilderden ze een lage horizon, des te meer plaats was er op hun doeken voor de hoge luchten en het lichtspel in de wolken, voor de contrasten, de helderheid, de magie van het licht.

Volgens Beuys had het te maken met het feit dat Nederlanders maar over één zintuig beschikten: zien. Hollandse schilders, luidt een gangbare analyse, zijn kijkers, geen verhalenvertellers of boodschappers. Feit is dat de kunstenaars van de Gouden Eeuw schilderden wat ze zagen, zoals Huizinga schreef: ‘niet geplaagd door twijfelingen aangaande zijn of bestaan’.

Waar andere volkeren filosofeerden, droomden en fantaseerden en de resultaten daarvan ook in verf vastlegden, sloegen de Nederlanders aan het schilderen van wat ze zagen, geheel in de geest van hun nuchtere, nijvere en propere opdrachtgevers. Pragmatisch en praktisch, ontdaan van emoties, vooroordelen en speculaties. De filosoof Schopenhauer omschreef het Hollandse landschapsschilderen zelfs als een vorm van ‘gezonde gedachtenloosheid’.

De Amerikaanse kunsthistorica Svetlana Alpers vergelijkt in Hollands Licht de Hollandse schilders met de Hollandse kaartenmakers: ze boden een blik op de wereld. In de huizen van de patriciërs hingen wereldkaarten naast schilderijen, en veel schilderijen leken op vensters waardoor je naar buiten keek, zo het bekende landschap in. Het was net echt.

Ongetwijfeld speelde ook het calvinisme een rol. Wat was er mooier dan Gods natuur in al haar verschillende verschijningsvormen? Openbaarde de Schepper zich daarin niet minstens even helder als in de Bijbel? En toonde de grootsheid van de hemelboog, van waaruit het licht kwam stromen, de mens niet in al zijn nederigheid? Wat viel daar verder door de kunstenaar nog aan toe te voegen?

‘Het zijn Hollanders die licht schilderen’, zegt kunsthistoricus Ernst van de Wetering in Hollands Licht, en daarmee raakt hij vermoedelijk de kern: de combinatie zorgt voor het bijzondere karakter. Misschien was in het vaak donkere Nederland de preoccupatie met licht groter dan in zuidelijker streken met hun overdaad aan licht, en deden de Hollandse schilders juist daarom extra hun best het zeldzame verschijnsel vast te leggen. In elk geval lukte het Claude Monet nooit om het Hollandse licht te pakken te krijgen, toen hij in Zaandam verbleef.

Het licht, het Hollandse licht, bestaat het, bestond het, of is het een volstrekt verzinsel van romantische zielen? In Hollands Licht doet de Leidse natuurkundige Vincent Icke een experiment waarmee hij wil aantonen dat van de reflecterende werking van grote wateroppervlakten zeker invloed uitgaat op het licht: hoe minder water, des te minder licht. Kunstenaar Jan Andriesse zegt dat Beuys ongetwijfeld gelijk had: das Licht war einmal. Zijn collega Jan Dibbets vindt het onzin. Schilder Robert Zandvliet zegt dat het Hollands licht nog steeds bestaat: in de schilderijen.

Wie zal het zeggen?

Als je in het voorjaar door een Hollandse polder fietst, kan het gebeuren dat je je ogen even moet dichtknijpen. Niet direct vanwege de zon, maar vanwege de intense helderheid van het licht, dat ongefilterd op je netvlies valt en dat je een stekende koppijn kan bezorgen: Hollands licht.

Majesteit Aanspreektitel voor de koningin van Nederland, thans Beatrix. Naar verluidt luistert ze ook als je gewoon ‘mevrouw’ tegen haar zegt. Vervelender zal ze de gewoonte vinden, ontwikkeld door royaltyjournalisten en sommige politici, om over ‘de majesteit’ te spreken waar ze gewoon ‘de koningin’ bedoelen. Kap er maar mee jongens; je denkt misschien dat je chic doet, maar de kenner weet dat hij hier juist met een proleet van doen heeft. ‘De majesteit’ bestaat niet, ‘Majesteit’, ‘Hare Majesteit’ of ‘Uwe Majesteit’ wel.

waxinelichtje In de volgende editie van Van Dale: ‘Waxinelichtjeshoudersmijter – iemand die op Prinsjesdag een waxinelichtjeshouder naar de gouden koets smijt.’ Veel is nog niet bekend over de waxinelichtjeshoudersmijter. We weten alleen dat het een Achterhoeker is, en die hebben de naam dat ze zich niet gemakkelijk uiten (zie ook: Achterhoek), wat zoals bekend tot primitief gedrag kan leiden. Maar het kan natuurlijk ook om iemand gaan die zijn waxinelichtjeshouder ineens helemaal zat was.

Waxinelichtjeshouders zijn er in alle soorten en maten, en er zitten verschrikkelijk lelijke tussen. De Hema verkoopt kleine glazen waxinelichtjeshouders vanaf 1 euro 25. Voor 2,95 zijn er grotere, in de kleuren rood, groen, blauw en hardroze. De waxinelichtjeshouder is niet typisch Nederlands. Het waxinelichtje zelf ook niet, maar toch ook weer wel: de naam ‘waxine’ is namelijk bedacht door Anton Verkade, zoon van de oprichter van het bedrijf uit Zaandam (zie ook: Verkade), die de woorden ‘wax’ en ‘paraffine’ combineerde tot ‘waxine’. De vader van Anton, Ericus Gerhardus, kocht het patent op het waxinelichtje van de Britse Morris Fowler en begon in 1898 met de productie van de kleine kaarsjes. Ze werden met succes naar het Midden-Oosten geëxporteerd, waar ze voor de nodige gezelligheid zorgden in moskeeën en harems.

Tegenwoordig komen de meeste lichtjes juist uit het Verre Oosten hier naartoe en liggen ze als ‘sfeerlichten’ in verpakkingen van honderd of tweehonderd stuks bij de Blokker, de Hema en Xenos, maar in de beginjaren werden waxinelichtjes in Nederland vooral gebruikt als nachtlichtjes en als warmhouders voor de thee. Aan de eerstgenoemde functie refereert het ontroerende gedicht van Clinge Doorenbos: Kleine Jan lag in zijn bedje / Moeder ging weg naar beneê / En ze nam ’t Verkade-lichtje / uit de kamer met zich mee. / Maar dat stond den kleinen Jantje/ Niet zoo heel bijzonder aan; / ‘Moeder’, klonk het lief en vleiend / ‘Moeder, laat het lichtje staan!’

MMV NED. Centrum voor Volkscultuur

Volgende week: lekker direct zijn

mail: dernederlanden@volkskrant.nl of kijk op vk.nl/dernederlanden

uw reacties en tips
De begroting die de koningin voorleest, is grotendeels uitgelekt. Wat kost zo’n dag met alles erop en eraan? Dat geld is beter besteed aan problemen in onze samenleving. Ik vind Prinsjesdag niet meer van deze tijd.

(L.E. Monsanto)

De zeer lezenswaardige serie Der Nederlanden is dermate interessant dat ik me afvraag of er al plannen zijn tot het bundelen van deze bijdragen tot een zelfstandige publicatie.

(Herms Lunenborg)

Twee suggesties voor de canon: 1) Servicegerichtheid is niet Nederlands sterkste kant. Nederlanders zijn erg gevoelig voor standsverschillen, en willen niet de indruk wekken dat zijzelf of anderen in een lagere postie staan. In plaats van als klant een bestelling te kunnen plaatsen in een simpele rolverdeling waarbij de klant vraagt en de dienstverlener levert, moet het verzoek omzichtig en beleefd worden ingekleed.

2) Alleen in Nederland zie je programma's op tv waarin kinderen een grote bek op kunnen zetten tegen (volwassen) bekende Nederlanders, waarbij het publiek in de studio zich rotlacht of vertederd toekijkt terwijl het kind zijn hondsbrutale vragen stelt.

(Hanjo de Kuiper)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden