Der Nederlanden: Immigratieland, Nederland; Monarchie

Onze monarchie is een allochtone. De Hollandse graven verdwenen op zeker moment uit beeld, de Vader des Vaderlands was een Duitser. Al onze vorsten waren allochtoon, de huidige ook, de kroonprins is allochtoon, net als zijn kinderen. De Nederlandse monarchie is de spiegel van een land waar elke autochtoon in feite een min of meer geïntegreerde allochtoon is. Portugese joden, Vlamingen, Franse hugenoten, Poolse joden, Duitsers, Scandinaviërs, Italianen, Indo's, Surinamers, Marokkanen, Turken, Oost-Europeanen: het Koninkrijk der Nederlanden, immigratieland.

Immigratieland, Nederland Een paar jaar, van 2003 tot 2008, was Nederland een emigratieland: de emigratie overtrof de immigratie. Sinds 2008 zijn we weer immigratieland. In 2010 bedroeg het migratiesaldo 32 duizend: bijna 150 duizend nieuwkomers en 118 duizend vertrekkers.


Veel immigranten komen tegenwoordig uit de nieuwe Oost-Europese EU-landen; Polen, Bulgarije, Roemenië. Afgelopen woensdag had de regering een zogenoemde 'Polentop' belegd, om de met de 'tsunami' gepaard gaande problemen onder de loep te nemen. Immigratie is tegenwoordig per definitie een probleem, zeker nu ook de Tunesische horden nog op ons afkomen.


Er is in deze streken als sinds mensenheugenis, en ook daarvoor, geëmigreerd en vooral geïmmigreerd dat het een lieve lust was. Met trots wordt in geschiedenisboekjes de immigratie der Bataven vermeld: kom er tegenwoordig nog maar eens om.


Het moderne verhaal van de immigratie begint meestal in 1492, toen in Spanje de joden werden uitgewezen. De 'Sefardim' vluchtten eerst naar Portugal, maar toen ook daar de repressie toenam, trokken duizenden welvarende joden naar het noorden, via Antwerpen naar Middelburg en Amsterdam.


In 1500 was Amsterdam een onbetekenend stadje met tienduizend inwoners - Kampen was veel belangrijker. De komst van de zuid-Europese joden, met hun handelscontacten en kapitaal, gaf Amsterdam een eerste boost. In 1585 volgde de Val van Antwerpen en vluchtten veel Vlaamse protestanten naar het noorden - met hun vakkennis en hun geld.


Tot 1630 trokken ongeveer 150 duizend Vlamingen naar het noorden. In 1650 was Amsterdam een welvarende wereldstad met 200 duizend inwoners, een aantal dat in Europa alleen werd geëvenaard door Londen, Parijs en Napels. Van die Amsterdammers was de helft geboren buiten de grenzen van het huidige Nederland. In Leiden was in 1622 tweederde van de 45 duizend inwoners Vlaams. Vanaf 1635 kwamen daar de joden uit Polen bij, de 'Asjkenazim'. Ook dat waren asielzoekers avant la lettre: in Polen waren ze hun leven niet zeker vanwege de pogroms.


In de 17de eeuw groeide de Republiek uit tot een van de rijkste landen van Europa. Er was werk en de lonen waren relatief hoog. Dat trok mensen uit heel Europa. Bovendien werden de schepen van de VOC voornamelijk gevuld met buitenlandse zeelieden, en het leger met buitenlandse soldaten. Uit het hele kustgebied van de Noordzee en de Oostzee, van Noorwegen tot Polen, stroomden de gelukszoekers toe. Elk jaar trokken alleen al dertigduizend Duitsers hierheen, om het gras te maaien op de vette Hollandse weiden of de walvisvaarders te bemannen.


Rond 1660 volgde een nieuwe golf vluchtelingen, ditmaal uit Frankrijk, waar de Hugenoten scherp werden vervolgd. Degenen die naar Nederland vluchtten, kwamen vooral in Amsterdam terecht, waar het percentage Fransen in 1700 tot 6 procent was gestegen. Dat leidde tot tijdelijke frictie - de Fransen waren arrogant en integreerden niet, met hun Franse scholen, hun Franse theater en hun Franse kerken.


Italianen kwamen hier al vanaf het begin van de 18de eeuw hun kunsten vertonen: eerst vooral als schoorsteenvegers, later als stukadoors. En vanaf 1900 als terrazzowerkers en even later als ijsbereiders. In de 19de eeuw waren het vooral Duitsers die hierheen kwamen - de Dreesmanns, Brenninkmeijers (nu de rijkste familie van het land), Peeks en Cloppenburgs, Hunkemöllers en Kreymborgs.


Toen in het begin van de 20ste eeuw de mijnen in Limburg werden geopend, kwamen er mijnwerkers uit Polen, Duitsland en Italië. De Eerste Wereldoorlog leidde tot de grootste vluchtelingentoestroom ooit: bijna een miljoen Belgen vluchtten de grens over. Na de Reichskristallnacht van november 1938 stonden er aan de oostelijke grens vijftigduizend joodse vluchtelingen. Het kabinet Colijn liet er zevenduizend toe - er is niets nieuws onder de zon.


Voor de Eerste Wereldoorlog kwamen al de Chinezen; het Amsterdamse Chinatown (Geldersekade, Zeedijk) is de oudste na die in Londen. In de decennia voor WO II arriveerden tienduizenden Duitse dienstmeisjes - we hebben er de kerstboom aan te danken.


Tussen 1945 en 1963 kwamen uit Indonesië driehonderdduizend Indische Nederlanders naar hun vreemde vaderland, onder wie twaalfduizend Molukkers. Al voor de onafhankelijkheid van 1975 arriveerden uit Suriname al tachtigduizend voornamelijk Hindoestanen en Javanen. Nu gelden de driehonderdduizend Surinamers in Nederland als zeer geïntegreerd: sinds het eind van de jaren negentig trouwen meer Surinamers met autochtone Nederlanders dan met andere Surinamers.


Drieduizend Hongaren na de opstand van 1956. Tsjechen na het neerslaan van de Lente van 1968, voor de fascistische dictaturen gevluchte Zuid-Amerikanen in de jaren zeventig en tachtig, Vietnamese bootvluchtelingen: we zijn ze al bijna vergeten, omdat ze zijn opgegaan in de vrij tolerante melting pot die Nederland altijd is geweest.


Tot de gastarbeiders kwamen, de asielzoekers en de Oosteuropeanen. Dat veranderde de zaak. (zie ook: Gastarbeiders; Asielzoekers; Vreemdelingenhaat).


Monarchie, hollandse 'De regen druilde neer, maar de bruid stráálde. Haar zichtbaar gelukkige moeder pinkte een traan weg. Vader knikte goedkeurend. De drie zusters keken vertederd toe. Vreugde in het Oranje-gezin die werd gedeeld door vele duizenden Nederlanders.' Aldus het geïllustreerde weekblad De Spiegel van 19 maart 1966. De bruid was Beatrix.


Geen woord over rellen en rookbommen, in De Spiegel, want daar hielden de lezers niet van. En geen enkele Nederlander, eigenlijk. Ze betaalden geen honderdduizenden guldens aan het koningshuis om er vervolgens zeikerige verhaaltjes over te moeten lezen. Het VARA-programma Zo is het toevallig ook nog 's een keer, dat wel gretig over de schaduwzijden van het koninklijk huwelijk berichtte, werd bedolven onder de verontwaardige reacties: niet fokken met onze onze vorstin!


De Spiegel werd in 1969 opgeheven, maar sinds jaar en dag heeft de Hollandse monarchie in weekblad Elsevier onder de bezielende leiding van Arendo Joustra een nieuwe, vurige pleitbezorger. 'Als koningin Beatrix niet bestond, zou zij moeten worden uitgevonden', schreef Joustra in 2010 in een speciale editie over Beatrix, uitgebracht toen zij haar dertigjarig regeringsjubileum vierde.


Zo zien we dat, in Nederland. We hebben een Koningin, en daar zijn we officieel natuurlijk tegen, als republikeinen pur sang; maar zolang onze koninginnen Emma, Wilhelmina, Juliana of Beatrix heten, en hun plaats een beetje blijven kennen, zijn we vóór.


Mocht Beatrix (koningin sinds 3 mei 1980) toch een keer besluiten de kroon op het ronde, blozende hoofd van haar oudste zoon te zetten - wat helemaal nergens voor nodig is, kijk naar Elizabeth II van Engeland - dan komt er een einde aan het tijdperk van de Hollandse monarchie. Want aan het hoofd van de Hollandse monarchie staat in principe dus een vrouw.


Dat is al zo sinds 1890, toen de oude, sikkeneurige Willem III overleed en het kloeke Duitse prinsesje Emma de honneurs waarnam voor haar dochter Wilhelmina. Wilhelmina was nog maar 10 jaar oud.


Formeel bestaat de monarchie hier weliswaar sinds 1813, toen de Nederlanders Willem I tot hun soeverein vorst proclameerden. Waar Willem I nog een flinke vinger in de pap had, had Willem II (bijnaam: de Gorilla) na de invoering van Thorbeckes nieuwe grondwet in 1848 al veel minder in te brengen. Willem III wist de populariteit van het koningshuis tot minimale proporties terug te brengen, en als Emma er niet was geweest, was het vast en zeker verkeerd afgelopen.


Maar Emma was er dus wel. 'Wij zijn er nog!', was dan ook het motto waaronder moeder en dochter tussen 1891 en 1898 het land in trokken. Alle provincies werden bezocht en ingepakt; het koningshuis werd ongekend populair.


In de praktijk is de positie van de koningin wel duidelijk - schepen dopen, bomen planten en de premiers een beetje op koers houden - maar formeel, namelijk volgens de Grondwet, is haar macht toch nog best groot. De koningin is lid van de regering; ze benoemt en ontslaat ministers; ze is voorzitter van de Raad van State. Maar dat voorzitterschap is louter ceremonieel, en als de koningin een minister zou willen benoemen die het parlement niet ziet zitten, gaat het feest niet door.


Beatrix permitteert zich zo nu en dan een mening (vorige week prees ze de president van Duitsland nog vanwege zijn omstreden uitlatingen over de islam), en journalisten schrijven daar dan zuinige stukjes over. Dat is het spel. Maar eigenlijk vinden de meeste Nederlanders het wel goed zo, die Hollandse monarchie. Op voorwaarde dat Beatrix nog even aanblijft en Amalia een beetje opschiet met groeien, natuurlijk.


Zoals verteld wordt in De schippers van de Kameleon: nadat de tweeling, lekker voordelig, allerlei verfrestjes had gemengd en opgebracht, lichtte het opduwertje tot eenieders verbazing op in verschillende kleuren, afhankelijk van kijkafstand en lichtval. De dorpsdokter hielp daarna het varende tweetal aan een naam voor hun scheepje: De Kameleon.


Marcel Gerrits Jans, Groningen


De Spar had niets met sparen te maken. De Spar was een zogeheten 'Inkoopcombinatie' waar zelfstandige ondernemers, in dit geval kleine kruideniers, bij aangesloten waren. Andere combinaties waren bijv. Enkabe, en Vivo. Door samen in te kopen konden door de aangesloten winkeliers prijskortingen worden bedongen. De afkorting staat dan ook voor 'Door Eendrachtig Samenwerken Profiteren Allen Rechtmatig'.


Frits van Uxem, Tiel


Volgens mij komen de patattekes ook al voor in het eerste Asterix-album: Het Gouden Snoeimes. Panoramix doet met de toverdrank mee aan de druïdenwedstrijd. Zijn Belgische collega heeft een middel uitgevonden waarmee hij geen pijn voelt: hij smeert er zijn handen mee in en haalt er dan de frietjes mee uit de kokende olie.


Sjoerd van der Werf, Winterswijk


Volgende week:

Koe, de


mail:dernederlanden@volkskrant.nl

of kijk op vk.nl/dernederlanden

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden