Der Nederlanden: Heinekenbier; Vrijwilligerswerk

Encyclopedie van Nederland, deel 45

Op 15 februari 1864 kocht de jonge Gerard Adriaan Heineken de Amsterdamse brouwerij De Hooiberg, en de rest is geschiedenis. Over drie jaar viert een van 's werelds grootste bierbrouwers zijn 150ste verjaardag. Dat het zover kon komen, is vooral te danken aan Gerards kleinzoon, de bij leven al legendarische Freddy Heineken. En voorts: de vrijwilliger. In geen enkel ander land zijn er zoveel. Nederland is een land van mensen die zich geheel om niet inzetten voor club, school en medemens. Dat bewijst dat het er met onze sociale samenhang erg goed voor staat. Proost!


Heinekenbier

Met een omzet van 16,1 miljard euro (een stijging van 10 procent ten opzichte van het jaar ervoor) en een nettowinst van 1,4 miljard euro (stijging van 37 procent) beleefde Heineken International in 2010 een prima jaartje, en dat terwijl Amerika sinds de crisis nog steeds beduidend minder vaak een Heineken sixpack uit de schappen rukt dan gebruikelijk. Daar staat tegenover dat Congo en Egypte sterk in opkomst zijn en de zaken in Zuid-Amerika heel lekker lopen. In totaal verkocht Heineken vorig jaar 145,9 miljoen hectoliter bier.


Proost!


Het zullen niet helemaal precies de cijfers zijn die Gerard Adriaan Heineken in zijn hoofd had toen hij op 15 februari 1864 brouwerij De Hooiberg kocht, gelegen aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal te Amsterdam. Maar ambitieus was de 22-jarige Gerard Adriaan wel. De Hooiberg was op dat moment de grootste brouwerij van Amsterdam, en onder het bewind van de nieuwe eigenaar werd ze alleen maar groter; in 1867 ging de eerste paal in de grond voor een nieuwe, grotere brouwerij aan de Stadhouderskade, en zeven jaar later werd een tweede vestiging aan de Crooswijkse Singel in Rotterdam in gebruik genomen.


Heineken is inmiddels overal aanwezig. Je ziet Nederlanders vaak opgelucht ademhalen als een Franse ober op een zonnig terras ratelend informeert wat voor bier ze gehad hadden willen hebben: 'Un seize soixante-quatre? La Cuvée des Jonquilles? Heineken?' Heineken, dat verstaat iedereen.


We denken nog wel eens dat Heineken alleen maar zo groot is geworden dankzij de ondernemingsdrift van A.H. Heineken, beter bekend als Freddy; maar zijn vader (H.P) en grootvader (G.A.) konden er ook wat van.


Kort nadat hij De Hooiberg had overgenomen, kreeg G.A. in de smiezen dat zijn Duitse collega's massaal overstapten van 'bovengistend' naar 'benedengistend' bier. Het grote publiek stelde het nieuwe benedengistende, heldere pilsener, destijds bekend als 'Beiersch bier', veel meer op prijs dan het bovengistende spul. Heineken schakelde als een razende over op de nieuwe productiemethode en groeide lekker door.


In de 20ste eeuw nam Heineken de export, waarmee in de 19de eeuw al was begonnen, serieus ter hand, en ook daar werd voortvarend optreden niet geschuwd. Legendarisch is het verhaal van de Amerikaanse prohibition ('drooglegging'), het algehele drankverbod dat de Verenigde Staten in 1920 uitvaardigden. Heineken was een paar jaar eerder begonnen met het verschepen van fustbier naar de VS, maar moest daar in 1916 mee stoppen omdat reders het vertikten de lege fusten terug te sturen. Het alcoholverbod leek de export definitief in de kiem te smoren.


Toen het er eind 1932 naar uitzag dat de prohibition zijn langste tijd had gehad - de Democraten hadden afschaffing ervan in hun programma opgenomen en hun kandidaat Roosevelt won de presidentsverkiezingen - kwam H.P. Heineken onmiddellijk in actie. Op 11 april 1933, de dag waarop het alcoholverbod definitief werd opgeheven, arriveerden per schip van de Holland Amerika Lijn 50 kisten en 25 fusten Heineken bier in Hoboken, New Jersey.


Freddy kwam in 1942 bij het bedrijf, toen hij voor 600 gulden per maand in de Rotterdamse vestiging aan de slag ging en zo aan tewerkstelling in Duitsland ontkwam. Na de oorlog werd hij verkoopmanager in de VS, en in 1971 kreeg hij de algemene leiding over Heineken, dat drie jaar eerder de grote concurrent Amstel had overgenomen.


De enige echte Nederlandse tycoon, wordt Freddy Heineken wel genoemd; hij had villa's op plaatsen waar een tycoon villa's hoort te hebben (Sankt Moritz, Antibes), was bevriend met de koninlijke familie, met Gracia van Monaco en met Frank Sinatra; én hij werd ontvoerd, in 1983 (door onder anderen Willem Holleeder). Freddy Heineken was niet uit de publiciteit weg te slaan, in tegenstelling tot zijn dochter en erfgename Charlene die al jaren in volslagen anonimiteit opereert.


Gevoel voor reclame en marketing had Freddy Heineken ook; het idee voor de iets gekantelde e'tjes in het logo was van hem, en zelf claimde hij ook de leus 'Heerlijk Helder Heineken' te hebben verzonnen. Dichter en reclameman Martin Veltman wist daarentegen zeker dat híj die had bedacht. Beiden zijn overleden, dus we kunnen het ze niet meer vragen. En in de hemel is geen bier/en daarom drinken we het hier.


Vrijwilligerswerk

In geen enkel ander land ter wereld doen zoveel mensen vrijwilligerswerk als in Nederland.


Clubs en verenigingen (zie ook: Clubs en verenigingen), scholen, de zorg en de buurt: ze drijven op vrijwilligers. Van alle Nederlanders boven de 15 draagt 35 procent zo op de een of andere manier een steentje bij aan het oliën van samenleving. Voor niks, of tegen een vrijwilligersvergoeding.


Voor zoveel burgerlijke betrokkenheid zouden bestuurders in veel andere landen een moord doen. Sociale cohesie is een heikel punt in alle westerse samenlevingen, en de vrijwilliger is volgens sociologen een teken aan de wand, een signaal van hoe het ervoor staat met de samenhang. Als dat klopt, hoeven we in Nederland niet te vrezen voor sociale desintegratie en staan we er fantastisch voor, met z'n allen.


Volgens het recente onderzoek 'Sociale Samenhang, participatie, vertrouwen en integratie' van het CBS komen ze in Scandinavië met percentages van rond de 27, 28 nog enigszins bij Nederland Vrijwilligersland in de buurt, maar in België bedraagt het percentage vrijwilligers maar de helft van dat bij ons. Dat is goed voor ons, en minder goed voor België. Want van de vier indicatoren die onderzoekers hanteren voor de mate van sociale samenhang (contacten met familie en vrienden, informele hulp/mantelzorg, lidmaatschap van verenigingen en vrijwilligerswerk) geldt de laatste als de belangrijkste.


Wie vrijwilligerswerk doet geeft daarmee te kennen zoveel vertrouwen te hebben in medeburgers en instituties dat die gemiddeld uur of vijf per week van de schaarse tijd waard zijn. Daarmee versterken we de samenhang en 'houden we de boel bij elkaar'.


Dat het vrijwilligerswerk in Nederland bloeit - er zijn hier 5,5 miljoen vrijwilligers - zegt iets wezenlijks over ons en onze samenleving, en iets zeer positiefs. De klacht dat de individualisering toeslaat en de egoïstische burger het gemeenschappelijk belang steeds meer uit het oog verliest, blijkt niet op cijfers gebaseerd. Zowel het percentage vrijwilligers als dat van mensen die anderen 'informele hulp' en mantelzorg bieden, is al jaren zo goed als stabiel en bevindt zich onveranderlijk op zeer hoog niveau.


Na Denen en Spanjaarden hebben Nederlanders de meeste sociale contacten. Zes op de tien Nederlanders zijn lid van een of meer verenigingen. Buiten de Scandinavische landen is nergens het sociale vertrouwen, in medeburgers en instituties, zo groot als hier. Eenderde van de Nederlanders doet aan 'informele hulp': hulpverlening aan individuen buiten het eigen gezin, en ook dat is bijna nergens zo hoog.


En wat vrijwilligers betreft kloppen we dus iedereen met gemak. Mogelijk is dat te verklaren uit wat Arnold Enklaar, auteur van het boek Nederland, tussen nut en naastenliefde, beschouwt als een van onze twaalf kernwaarden: naastenliefde. Daaruit komen volgens hem ons sociaal verzekeringsstelsel voort, de hoge bedragen die we ophalen bij hulpacties en ons budget voor ontwikkelingshulp. En mogelijk dus ook de bereidheid tijd en inspanning beschikbaar te stellen voor anderen.


Wie zijn de vrijwilligers? Er is amper onderscheid tussen mannen en vrouwen, behalve dat vrouwen hun vrijwilligerswerk meestal verrichten op scholen of in de zorg, en mannen zich concentreren op de sport. De meeste vrijwilligers zijn tussen de 35 en 44 jaar - in die leeftijdsgroep is bijna de helft actief als vrijwilliger. Op het platteland zijn meer vrijwilligers dan in de stad. Het aantal vrijwilligers onder hoogopgeleiden is tweemaal zo hoog als dat onder mensen met alleen basisschool. Mensen uit de protestantse geloofsgroep zijn eerder tot vrijwilligerswerk bereid dan katholieken, en die weer eerder dan islamieten. In Friesland zijn anderhalf maal zoveel mensen actief als vrijwilliger dan in Limburg.


Van de top-25 van Nederlandse gemeenten van meeste vrijwilligers, waren er in december 2010 tien Fries. En van de top-25 gemeenten met de minste vrijwilligers waren er acht Limburgs. De Friese gemeente Wymbritseradiel - het stadje IJlst en omstreken, inmiddels met andere gemeenten gefuseerd tot de gemeente Súdwest Fryslân - was in 2010 nationaal koploper. Van elke tien inwoners waren er vier actief als vrijwilliger.


In Kerkrade, de landelijke nummer laatst, was dat één vrijwilliger op tien inwoners. In Heerlen en Landgraaf houdt het ook niet over, met de vrijwilligers. Hoogste tijd voor een vrijwilligersorganisatie ter bevordering van het vrijwilligerswerk in Zuid-Limburg.


Uw reacties en tips

Als trouw uitscheurder van Der Nederlanden viel het mij niet op dat zaterdag 12 maart deel 42 was. Wat mij wel opviel was dat zaterdag 19 maart wéér deel 42 was. Ben ik de enige in Nederland die dit is opgevallen? Ik heb zaterdag 26 maart nog even afgewacht, maar geen woord over het dubbele deel 42. Tot slot: graag nog minstens 43 delen Der Nederlanden.


Klaas Terwisscha


In het artikel 'Grote schoonmaak' in de Encyclopedie van Nederland deel 43 worden zinnen geciteerd uit de Libelle van februari 1947. Er staat: 'Was ik maar zoo ver.' Tegenwoordig schrijf je 'zo', want 'zoo' betekent volgens Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal 2005 'dierentuin.'


Wim Tj. Robberegt, Hoogeveen


Hebben jullie het onderwerp 'zwemmen' en het 'zwem-abc' al eens behandeld? Leren zwemmen, en op je 5de naar zwemles gaan, is typisch Nederlands.


Karin Lassche


Ik zou graag zien dat Der Nederlanden aandacht geeft aan kanalen,die zo verbonden zijn met het ontstaan en de economische ontwikkeling van dit land. Wij, organisatoren van de 24ste Wereld Kanalen Conferentie, doen graag mee.


Jan Pieter Janse, Groningen


Volgende week: coffeeshop, de

mail:dernederlanden@volkskrant.nl


of kijk op vk.nl/dernederlanden


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden