Der Nederlanden: Dieren, Partij v/d;Directheid, Hollandse

De Nederlander bestaat niet, zei prinses Máxima alweer een tijdje geleden. De opmerking viel niet bij iedereen in goede aarde. Als de Nederlander niet bestond, wie waren wij Nederlanders dan? Wat was onze identiteit? Lastige vragen. Welke zaken bepalen wie we zijn? Wát we zijn? Misschien is nationale identiteit, zo die al bestaat, een bonte verzameling puzzelstukjes, die gezamenlijk de idee van Nederland en de Nederlander vorm geven. Gerechten en tradities, geschiedenis, historische namen, curieuze gewoonten - de Hollandse directheid en de Partij voor de Dieren. Deel 21 van een wekelijkse serie.

Dieren, Partij voor de Op 4 oktober is het Dierendag - niet toevallig de naamdag van Franciscus van Assisi, een van de weinigen die niet alleen met dieren sprak, maar ook werd verstaan.


Werelddierendag - de naam zegt het al - is een mondiaal gevierde dag waarop de rechten van het dier nog eens onder de aandacht worden gebracht en de hond iets lekkers krijgt.


Dieren zijn overal, het huisdier is een geliefde metgezel in alle culturen. Organisaties voor dierenbescherming ontstonden in de 19de eeuw in verschillende landen, maar op politieke vertegenwoordiging heeft het dier lang moeten wachten.


Tot 30 november 2006, om precies te zijn, toen in de Nederlandse Tweede Kamer twee parlementsleden van de Partij voor de Dieren hun opwachting maakten: Marianne Thieme en Esther Ouwehand.


Een eerste poging om dieren hun eigen parlementariërs te schenken, bij de Kamerverkiezingen van 2003, was nog mislukt, maar in 2006 gaven bijna 180 duizend Nederlanders hun stem aan de PvdD, goed voor twee zetels. Dat gebeurde na een intensieve campagne, waaraan bekende dierenvrienden als Martin Gaus, Maarten 't Hart, Kees van Kooten, Rudy Kousbroek en Jan Wolkers hun medewerking verleenden. Bij de verkiezingen van dit voorjaar ging het aantal PvdD-stemmers overigens met 30 procent naar beneden.


Het idee voor een Partij voor de Dieren werd al in 1992 geopperd door Niko Koffeman, tegenwoordig senator voor de PvdD in de Eerste Kamer. In 2002 sloot hij zich aan bij het initiatief van Lieke Keller, Marianne Thieme en Ton Dekker-- kattenminnaar 'Ad Muller' uit de romancyclus Het Bureau van J.J. Voskuil - om een partij op te richten. Op 28 oktober 2002 was het zover.


In het parlement valt de PvdD vooral op door het grote aantal Kamervragen. Vooral aan minister Verburg van Landbouw. Op dat ministerie zijn twee ambtenaren fulltime bezig met het beantwoorden van vragen, waarvan de helft afkomstig is van de PvdD.


Mensen die wat minder ophebben met dierenrechten, ergeren zich aan het dweperige en tamelijk humorloze fanatisme waarmee de PvdD ten strijde trekt voor de goede zaak. Bij de PvdD leggen ze nooit op alle slakken zout, maar aangezien elk dier een dier is, wond de partij zich ook op over de klap waarmee president Obama afgelopen voorjaar live op televisie een vlieg uitschakelde. Ons mededogen, vond Thieme, zou ook de 'meest merkwaardige en minst sympathieke' dieren moeten gelden, dus ook de vlieg.


En de goudvis, wiens lijden in de vissenkom ondraaglijk is ('Verbied de vissenkom'), het weidedier dat zich prikt aan het prikkeldraad ('Uitfaseren'), alsmede het Marco Polo-schaap te Afghanistan, willoos slachtoffer van de illegale schapenhandel.


Maar dat zijn incidenten. De PvdD richt zich vooral tegen de bio-industrie: Thieme eindigt elke speech met de woorden 'En voorts zijn wij van mening dat er een einde moet komen aan de bio-industrie.'


Concrete successen blijven voorlopig uit, ondanks aansprekende oneliners: 'Een vegetariër in een Hummer is beter voor het milieu dan een vleeseter in een Toyota Prius.' Elke week een vleesloze dag en Fish Free Friday: het is er nog niet van gekomen.


Of de 'dierenpolitie' die het kabinet-Rutte in het leven wil roepen, te danken is aan de PvdD is niet duidelijk, maar Thieme was er niettemin erg blij mee.


directheid, hollandse Vincent ('Snipertje') heeft een leuke binnenkomer bedacht voor als hij een aantrekkelijk meisje ontmoet, vertelt hij in een van de eerste afleveringen van Oh Oh Cherso: 'Ik ben Vin en bij jou steek ik 'm d'r niet in met tegenzin'. Korte stilte. Dan: 'Hij werkt wel, maar ze moeten er vaak even over nadenken'.


Oh Oh Cherso, de nieuwe televisiehit van RTL, wordt elke week door meer dan een miljoen mensen bekeken. De serie gaat over acht Haagse jongens en meisjes die hun vakantie doorbrengen in een luxueuze villa in het Griekse Chersonissos. Ze zijn lekker bruin van de zonnebank, gaan graag naar de sportschool, en ze houden van neuken. Zo heet dat nu eenmaal, dus daar doen ze niet ingewikkeld over.


'Dikke tieten zijn twee pluspunten', aldus Snipertje in aflevering 3. En Sterretje, in aflevering 4: 'Ik heb een ODOL en ik zoek een WOKNOK.' ODOL staat voor Ontzettend Dikke Ochtendlul. WOKNOK is als begrip wat onbekender, maar Sterretje legt het graag even uit: 'Wijd Openstaande Kletsnatte Ochtend Kut.'


Nederlanders, of wat daar toen voor doorging, stonden al in de Middeleeuwen bekend als onbeschaafd, ongemanierd, bot, lomp en horkerig. Waar vorstenrijken elders in Europa hun hoofse, aristocratische en hiërarchische cultuur koesterden, gingen de Lage Landen prat op hun egalitaire denken. Geen gezeik, iedereen rijk. Desiderius Erasmus probeerde de lompheid van de Batavieren nog een positieve draai te geven in zijn Auris Batava (1508), maar het heeft niet veel geholpen.


Nergens schijnt zo hartgrondig te worden gevloekt als hier - Nederland is het enige land ter wereld met een Bond tegen het Vloeken.


Ook wanneer er niet bij gevloekt en getierd wordt, is de Hollandse directheid legendarisch. Waarom zou je de dingen elegant en genuanceerd brengen als het ook zoveel eenvoudiger kan? Waarom nare boodschappen omzichtig inkleden en bedekken met wollige woorden als je ook gewoon tegen iemand kunt zeggen: 'Ik heb slecht nieuws. U gaat dood'?


Nederlanders zijn er trots op dat ze niet om de hete brij heen draaien. Ben Verwaayen, lang de baas van British Telecom en nu topman van Alcatel-Lucent, zei dit voorjaar in een interview dat hij blij is dat hij zijn Hollandse directheid nog niet kwijt is: 'Als iemand een lang en omslachtig verhaal houdt, onderbreek ik hem. Hij moet gewoon vertellen wat hij vindt.'


In Hoe hoort het eigenlijk ... in Nederland?, een gids voor buitenlanders die hier komen wonen, schrijven Kelly Snel en Janke van der Zaag: 'Nederlanders zijn erg direct in hun manier van spreken. Ze beginnen een gesprek vaak meteen met wat hen bezighoudt en wat ze belangrijk vinden. Ze geven snel, duidelijk en ongevraagd hun mening en hebben er geen moeite mee om de gesprekspartner te vertellen dat die ongelijk heeft, het fout ziet of dat het gewoon niet waar is wat deze zegt. Als een Nederlander iets wil weten vraagt hij dat, ook als het om persoonlijker zaken gaat. En bij een ontwijkend antwoord legt hij graag nog even uit wat hij precies wil weten en waarom. Men vindt dit, als de toon aardig is, niet onbeleefd.'


Buitenlanders vinden het vaak wel onbeleefd. Ook als de toon aardig is, deinzen ze nog wel eens geschrokken terug wanneer een Nederlander die ze twee minuten eerder hebben ontmoet, aan hen vraagt waarom ze geen kinderen hebben en of ze die soms niet kunnen krijgen.


'Ik heb moeten wennen aan de Nederlandse mentaliteit, aan de directheid, aan het eeuwige gediscussieer', zei de Italiaanse dirigent Riccardo Chailly bij zijn afscheid van het Koninklijk Concertgebouworkest. Om er direct hoffelijk aan toe te voegen: 'Maar ik vond het interessant om mee te maken.' Die hoffelijke toevoeging laat een Nederlander meestal achterwege.


Nederland wordt Nederlandser, zei Geert Wilders afgelopen woensdag over de afspraken in het nieuwe regeerakkoord waaraan zijn partij cruciale gedoogsteun verleent. Wat hij daarmee precies bedoelde, leidde de afgelopen dagen tot veel speculatie, maar wie weet bedoelde hij alleen maar dat Nederland nóg directer zou worden. Dat Nederlanders straks allemáál gaan zeggen wat ze denken, en doen wat ze zeggen. Dat ze in Oh Oh Cherso geen ingewikkelde afkortingen als ODOL, WOKNOK of PINO (Potentieel Interessant Neukobject) meer hoeven gebruiken, maar nog rechter op hun doel zullen afgaan. Zelf windt Wilders er ook niet graag doekjes om: 'U toont daarmee aan dat u knettergek bent'; 'Laten we onze straten terugveroveren'; 'De islam is een fascistische ideologie'; 'Tuig, dat is het gewoon'.


Domme eikel.


Kinderboekenweek, de Afgelopen zomer onderzocht Hendrik Beerda Brand Consultancy de sterke merken in de Nederlandse boekenwereld. De uitkomst bij de auteurs was opmerkelijk. Het merk Jan Terlouw had de sterkste reputatie, gevolgd door Carry Slee. Pas na die twee jeugdboekenauteurs kwamen Harry Mulisch, Maarten 't Hart en Kluun. Jan Terlouw is de auteur van klassieke jeugdboeken als Koning van Katoren en Oorlogswinter.


Het allersterkste merk in de boekenbranche is Bol.com. Op de tweede plaats komt de Kinderboekenweek. Die zal vanaf 6 oktober weer tien dagen boekhandels in beslag nemen, onder het motto De grote TekenTentoonstelling. De Boekenweek voor volwassenen komt als merk pas op de vijfde plaats.


Uitgeverij Kluitman (Dik Trom, De Kameleon) is een sterker merk dan de literaire uitgeverijen Meulenhoff, Querido, Arbeiderspers, L.J. Veen, en De Geus.


Nederland is een kinderboekenland.




uw reacties en tips


Typisch Nederlands is het pindastel (pindastelletje, pindaset, pindasetje): een grote schaal met zes kleinere schaaltjes en een lepeltje. Ontstaan in de jaren vijftig toen (Duyvis?) de eerste gepelde pinda's op de markt kwamen, een zachte dood gestorven in de jaren zeventig toen we overstapten op één schaal, waarin eenieder naar hartelust kon graaien. Vanaf dat moment ontstaan de eerste verhalen over enterobacteriën in de pinda's. De stelletjes zijn alleen in Nederland gemaakt voor de Nederlandse markt. Een typisch Nederlands cultuurgoed dus.


(Albert Huberts)


De positieve toonzetting van het stuk over gerookte paling is bijzonder misplaatst. (het Vervolg; 11/9). Op z'n minst had de dodingsmethode - het uiterst wrede zoutbad - erbij vermeld dienen te worden. Voor zover dit al tot Nederlands erfgoed gerekend mag worden, is het bepaald niet iets om trots op te zijn.


Ik ben dan ook erg benieuwd naar het lemma over de Amsterdamse Wallen, die de auteurs ook wel tot het erfgoed zullen rekenen. Krijgen we een beschrijving voorgeschoteld van het schilderachtige karakter van het gebied (De Rek) met daarbij hoe heerlijk het toeven is bij de favoriete hoeren (Wagendorp)?


Fam. B. Slootweg



mmv Ned. Centrum voor Volkscultuur


Volgende week: Staatsruif, de mail: dernederlanden@volkskrant.nl of kijk op vk.nl/dernederlanden


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.