Der Nederlanden: Coffeeshop, de; Punten en zegeltjes

Encyclopedie van Nederland, deel 46
Een enkele wereldvreemde toerist wil er nog wel eens nietsvermoedend een kopje koffie bestellen, maar de coffeeshop geniet toch vooral faam om zijn goede kwaliteit wiet en hasj. Er zijn er nu nog ongeveer 700 en hun aantal daalt. Een van de symbolen van het gedoogbeleid stuit op steeds meer weerstand. Of er coffeeshops zijn met een eigen spaarsysteem voor leuke hasjpijpen of een luxe afzuigkap is onbekend. Maar het zou heel goed kunnen, want Nederland is ook wereldleider klantenbinding met punten, zegeltjes en premiums. Waarom we zijn zoals we zijn, deel 46.

Coffeeshop, de

Het ietwat arrogante Amsterdam denkt nogal eens dat Mellow Yellow (1973) de oudste coffeeshop van Nederland is, maar het sympathieke en bescheiden Utrecht weet wel beter: dat wapenfeit staat op de naam van Holly Hasenbos, die zijn in 1968 opgerichte jongerencentrum (want dat was het officieel) aan een Utrechtse werfkelder 'Sarasani' doopte, genoemd naar circus Sarasani.


Utrechtse oudere jongeren krijgen bij de naam 'Sarasani' nog altijd een wat wazige, weemoedige blik in de ogen. Sarasani, daar gebeurde het! Wat precies, dat wordt nooit helemaal duidelijk; maar in Sarasani werd hoe dan ook geschiedenis geschreven. Dat Hasenbos in 1984 door een politiekogel aan zijn eind kwam - er was iets vaags met een verkeerscontrole, waarbij hij zelf zou zijn begonnen met schieten - maakte de romantiek rond zijn coffeeshop compleet.


Coffeeshops horen bij Nederland zoals tulpen, molens, klompen en andere Hollandse shit. Rond 2000 waren er rond de 1.300, ruim tien jaar later zijn het er ongeveer 700 (gevolg van het zogeheten 'uitsterfbeleid'). Het aantal softdrugsgebruikers schommelt rond de 700 duizend.


Nederland is het enige land dat een onderscheid maakt tussen soft- en harddrugs, en waar de liefhebber in vrede de vlam in de cannabis sativa kan jagen. De bloemtoppen van deze hennepplant worden verwerkt tot marihuana (of grass, of weed, dan wel wiet); van de hars maakt men hash (of hasj, dan wel hasjiesj).


Al in 1919 was er in Nederland een Opiumwet, maar het huidige gedoogbeleid danken we aan de commissie-Baan, genoemd naar de zenuwarts en geneeskundig hoofdinspecteur voor de geestelijke volksgezondheid die zich in opdracht van de regering op de risico's van drugsgebruik stortte. De weed was in de loop van de jaren zestig via de Amerikaanse hippies en de Franse existentialisten Nederland komen binnenwaaien, en hoe erg het allemaal was of zou worden, met al die verdovende drugs, wist eigenlijk niemand. Baan had één richtlijn: er mocht geen heksenjacht op de producenten ontstaan.


Het commissierapport dat in 1972 verscheen, voerde de gestegen welvaart, angst, onlustgevoelens en zorgen om de toekomst als oorzaak aan voor de toename van het gebruik van verdovende middelen. De jeugd wilde geen materialistisch leven in een 'gevoelsarme, prestatiegerichte maatschappij', maar een leven gebaseerd op creativiteit. Daar hoorde, behalve reizen en mediteren, nu eenmaal ook drugsgebruik bij. Drugsgebruik was, concludeerde Baan, vooral een gezondheidsprobleem, dat in een criminele omgeving alleen maar erger zou worden.


Ook Dries van Agt (CDA, Justitie) en Irene Vorrink (PvdA, Volksgezondheid), destijds de belangrijkste drugsministers, waren grote voorstanders van decriminalisering. Vorrink moest ook wel; haar zoon Koos Zwart las elke week in het radioprogramma In de Rooie Haan opgewekt de hasjprijzen voor.


In 1976, onder het kabinet-Den Uyl, werd de Opiumwet gewijzigd, met als voornaamste verandering een scheiding tussen softdrugs en harddrugs: drugs met een aanvaardbaar risico en drugs met onaanvaardbare risico's. Het gedoogbeleid was geboren. Wie boven de 18 is, mag keurig via de voordeur de coffeeshop in om een paar gram (maximaal 5) wiet of hasj te kopen, die overigens tegenwoordig beduidend meer thc bevat dan vroeger (thc is tetrahydrocannabinol, de roesverwekkende stof).


Het ene buitenland zag Nederland als voorbeeld, vanwege het relatief lage softdrugsgebruikers, het andere schold Nederland uit voor 'narcostaat'. Klein nadeel van het gedoogbeleid was dat het bij nader inzien ook wel een prima voedingsbodem bleek voor de georganiseerde drugsmisdaad (zie ook: Klaas Bruinsma), en vanaf de jaren negentig werd het beleid toch maar aangescherpt.


In 2009 voorspelde drugsdeskundige en criminoloog Brice de Ruyver van de Universiteit van Gent een omslag in het Nederlandse drugsbeleid: 'Het maatschappelijke draagvlak daarvoor is weg.' Dat had hij goed gezien. Toen het huidige kabinet besloot dat coffeeshops die dichter dan 350 meter van scholen vandaan zitten moeten sluiten (wat in de praktijk betekent dat zes van de tien coffeeshops dicht moeten), leidde dat nauwelijks tot protest.


En Sarasani is trouwens allang dicht.


Punten en zegeltjes

Zelfs een keiharde commando als de held Marco Kroon heeft een spaarkaart. Bij de seksshop. Met zegeltjes, of wellicht digitaal. Waar hij voor spaart is onbekend, maar Marco toont zich een echte Nederlander. Negen van de tien mensen spaart hier zegeltjes of punten van winkels of fabrikanten, om die te zijner tijd in te ruilen voor fraaie cadeaus of cash. Of ze proberen alle spelers van de eredivisie compleet te krijgen.


Nergens ter wereld werkt de klantenbinding ofwel het 'loyalty management' zo goed als in Nederland. Zo heeft Loyalty Management Netherlands, uitbater van de Air Miles, 46 procent van alle huishoudens als klant. De zegeltjes van koffiebrander Douwe Egberts liggen zelfs in 70 procent van de gezinnen te wachten om te worden ingeruild voor iets moois.


Bijvoorbeeld voor de nieuwste Senseo. Die kost in de winkel 159 euro, maar bij DE heb je hem gratis in huis voor 31.800 punten. Dat betekent dat je na het uitknippen van de punten op 3.180 pakken DE Aroma Rood (totale kosten ongeveer zesduizend euro) de wondermachine al kunt bestellen.


Overigens heb je de Senseo ook in dat geval natuurlijk gewoon zelf betaald. Alle loyaliteitsactiviteiten worden in de kostprijs verrekend. Dat weet de zegeltjesplakker natuurlijk ook wel. Maar behalve door plakfun en verzamelvreugde wordt hij of zij gedreven door pragmatisme. De zegeltjes zitten erop, je hebt er indirect voor betaald, dus dan kun je er ook maar beter gebruik van maken. Anders is het zonde.


In 20 procent van de huishoudens wordt zodoende elk zegeltje, elk puntje en elke premium zorgvuldig bewaard. Alleen aan ongebruikte Air Miles (1 eurocent per stuk) ligt al 230 miljoen euro te wachten, het slapend kapitaal van andere acties is onbekend.


Verkade geldt als het bedrijf dat hier de loyaliteitssigaar uit eigen doos introduceerde. In 1904 begon de koekjesfabrikant met plaatjes voor een sprookjesalbum. Het werd een fenomenaal succes, dat later werd uitgebouwd met de beroemde Verkade-albums. Douwe Egberts begon in 1910 met dierenprentjes, maar schakelde in 1924 over naar iets nieuws: sparen. Aanvankelijk alleen voor het album De avonturen van Flip en Flap, maar al snel werd het cadeau-assortiment uitgebreid.


Het sparen voor 'gratis' cadeaus liep zo uit de hand, dat in 1955 de Wet Beperking Cadeaustelsel tot stand kwam. Daarin stond dat er geen branchvreemde cadeaus meer mochten worden weggegeven en dat mensen die geen prijs stelden op theepotten of broodroosters de helft van de waarde daarvan in geld moesten kunnen krijgen.


De volgende sprong voorwaarts kwam van Albert Heijn. De supermarkt introduceerde eind jaren vijftig van de vorige eeuw het AH Spaarsysteem. De klant had het recht bij zijn boodschappen zegels te kopen die hij vervolgens op een volle spaarkaart met een rendement van ruim 6 procent aan de grootgrutter kon terugverkopen. Dat systeem bestaat nog steeds. Kruidenier Plus biedt het hoogste rendement op koopzegels: 50procent.


Waarom de spaarzegels en kooppunten in Nederland zo populair zijn geworden - en in hun voetspoor de digitale spaarsystemen - is onderwerp van sociologisch debat. Ongetwijfeld heeft de Nederlandse spaarzaamheid ermee te maken. Maar ook de positie van de Nederlandse vrouw staat er niet los van. Lange tijd werkten in geen enkel ander Europees land zo weinig vrouwen buiten het eigen huishouden. De zegeltjes zouden de Hollandse huisvrouw het gevoel hebben gegeven toch nog enigszins aan het gezinsinkomen bij te dragen en een eigen potje te beheren voor de aanschaf van nuttige gezinsattributen als theekopjes of handdoeken.


Of een iPad. Dat is, voor 499 volle spaarkaarten met elk 25 zegels, een van de duurdere cadeaus in de Shellshop. Voor 12.475 zegels moet 62.375 liter benzine worden getankt. Bij de huidige adviesprijs van 1,71 voor een liter Euro 95 betekent dat ruim 106 duizend euro benzinekosten. Voor een iPad moet de Shellklant, uitgaande van een verbruik van 1:12, 748 duizend kilometer rijden, oftewel 18,5 keer de wereld rond. Maar dan heb je hem ook, voor niks.


Zulke ontluisterende sommetjes weerhouden de automobilist er niet van nijver door te sparen. Toen Shell in 1993 de zegeltjes eruit gooide, daalde het marktaandeel binnen drie maanden met 2 procent: het bedrijf keerde haastig op zijn schreden terug.


De Nederlander houdt van gratis en van sparen. Vandaag bij de Volkskrant: gratis fotoboek van Robert Capa. Spaar de hele serie!


Uw reacties en tips

De zin 'Wie vrijwilligerswerk doet geeft daarmee te kennen zoveel vertrouwen te hebben in medeburgers en instituties...', (Der Nederlanden, 2 april) gecombineerd met het feit dat het percentage vrijwilligers in Limburg het laagste is, bracht mij op de gedachte dat er misschien wel een correlatie is tussen het percentage vrijwilligers en het percentage PVV-stemmers. Misschien aardig om dit eens naast elkaar te leggen.


Mark-Peter Brinksma


Een student van mij aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam doet onderzoek naar de geschiedenis van het Perzisch tapijt in de Nederlandse cultuur. De 'Pers' in de kunst is een onderwerp waar wel wat over te vinden is, maar we breken ons het hoofd over de reden en het moment waarop het tapijt op tafel is komen te liggen. Suggesties?


Ans Hom, Amsterdam


Dat niemand het verschil meer weet tussen vergelijkende, vergrotende en overtreffende trap ergert me mateloos en nu beginnen jullie ook al! DN, aflevering 45: 'In Friesland zijn anderhalf maal zoveel mensen actief als vrijwilliger dan in Limburg.' Moet natuurlijk als zijn, anderhalf maal zoveel als (of anderhalf keer meer dan).Verder een leuke rubriek!


Iris Boersbroek, Zwolle


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden